kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 20-07-2008 voor het laatst bewerkt.

Carel Lion-Cachet

Nederlands kunstenaar en ontwerper, geboren 28 november 1864 Amsterdam - overleden 22 mei 1945 Vreeland.

Lion Cachet was een van de eersten in Nederland die zich wist te bevrijden van de toen gangbare neostijlen. Door zijn ongebreidelde fantasie, zijn passie voor decoreren en zijn feilloze kennis van materialen en technieken, gaf hij de aanzet tot een nieuwe stijl.

Carel Lion-Cachet, een pionier van de Nederlandse Art Nouveau, batikte, was houtgraveur, ontwierp behangselpapier, tapijten, sieraardewerk, meubels, interieurs, affiches, was boekbandontwerper en was interieurarchitect- en ontwerper. Ook was hij de ontwerper van de brandkastzegels. Verder was hij thuis in bouwkeramiek, zoals geglazuurde bakstenen en schoorsteen-bekleding. Een ander belangrijk aspect bestaat uit zijn ontwerpen voor bankbiljetten die nog steeds tot de fraaiste van deze eeuw worden gerekend. Hiermee is Cachet exemplarisch voor de sierkunst van rond 1900 waarin de grenzen tussen de verschillende disciplines steeds meer vervaagden. Lion Cachet maakte samen met G.W. Dijsselhof en Theo Nieuwenhuis deel uit van de werkplaatsen van de kunsthandel EJ. van Wisselingh & Co te Amsterdam, waaraan hij van 1898 tot en met 1906 was verbonden. Daarna zou hij zich voornamelijk bezighouden met complete ontwerpen voor het inrichten van salons op Nederlandse passagiersschepen in Art Nouveau-stijl.

Zijn tot weelderige ornamentiek geneigd talent, heeft zich van de aanvang onderscheiden van de opvatting van tijdgenoten, wier werk naar de, soberheid van een leerstellig rationalisme gericht was, en hij is als het ware de tegenvoeter gebleven der moderne functionalisten en der voorstanders der z.g. “nieuwe zakelijkheid".

Biografie
Carel Adolph Cachet, die in 1901 de achternaam Lion toe zou voegen, volgde tussen 1880 en 1885 met goed gevolg een opleiding tot onderwijzer aan de Amsterdamse Kweekschool, waarna hij tekenleraar werd aan diverse scholen in Amsterdam. Hij was o.a. leraar aan de Industrieschool voor de werkende stand.

Het eerste werk door hem als zelfstandig kunstenaar voortgebracht was een diploma voor de boekhandel in 1892 in hout gesneden. Het werd gevolgd door oorkonden, albums en boekbanden, welke laatste o.a. op perkament werden uitgevoerd. Bekend is o.a. geworden de Rembrandt portefeuille van 1898.

Al vanf zijn studietijd begon Lion Cachet als een van de eerste ontwerpers te experimenteren met de batiktechniek. Deze Indonesische uitsparingstechniek voor het versieren van textiel kent een groot aantal verschillende verfbaden waar bij elke verfgang die delen met was worden afgedekt, die niet geverfd mogen worden. Lion Cachet paste het batikprocédé later ook op andere dragers toe dan textiel.

In 1898, 1909 en 1910 bracht Petrus Regout Oranje-gelegenheidsplateel van Carel Lion Cachet uit; waaronder een gebatikt Wilhelmina-bordje, voor de Amsterdamse schooljeugd (77.875 exemplaren).

Koningin Wilhelmina, organiseren De sportverenigingen van Nederland een groot nationaal sportfeest en bieden de Koningin als eerbetoon een fraai album aan.
Het sportalbum wordt voornamelijk uitgevoerd in een voor die tijd moderne stijl, nu aangeduid als Nieuwe Kunst. Ontwerp en uitvoering van het album zijn in handen van de bekende kunstenaar Carel Adolph Lion Cachet. Een tiental kunstenaars levert bijdragen, waardoor het album in artistieke zin een uniek en gevarieerd geheel vormt. Lion Cachet voert de band van het album uit in gebatikt perkament. De decoratie bestaat uit organische motieven in rood en zwart. Ze vormen een mooi contrast met goudstempels met groene accenten en gouden belijning. De band is 40,2 cm hoog, 35,2 cm breed en 2,3 cm dik en bevat zevenendertig perkamenten bladen.
Lion Cachet is de eerste kunstenaar die de batiktechniek op perkament toepast. Zijn inspiratiebron vond hij in de collectie Javaanse batiks van het Ethnografisch Museum in Artis. Behalve de band batikt hij ook de perkamenten schutbladen van het sportalbum, ditmaal met een prachtig symmetrisch bladpatroon in bruin met goudstempeling. Behalve dit album bevinden zich kunstkasten, boekbanden, oorkonden en andere objecten van de hand van Lion Cachet in het Koninklijk Huisarchief.
Alle meewerkende 'vercierders' zijn actief op het gebied van de toegepaste kunst: Jac. van den Bosch (1868-1948), Theo Colenbrander (1841-1930), Adolf le Comte (1850-1921), Bram Gips (1861-1943), Theo van Hoytema (1863-1917), Menso Kamerlingh Onnes (1860-1925), Eduard Kerling (1860-1923), Karel Sluijterman (1863-1931), Willem Vaarzon Morel (1868-1955) en Jaap Veldheer (1866-1954).

In 1899 voerde Rozenburg zijn liervogel-motieftegeltableaus uit. Dezelfde motieven zijn ook terug te vinden op 2 oren-vazen bij Amstelhoek.

Damesbureau, 1900, Collectie Meentwijck (Stedelijk Museum Amsterdam)
De verwerving van dit bureau was een buitenkans voor de verzamelaars die zich specialiseren in kunstnijverheid uit de periode van ca 1885 tot 1940. Zij kochten het omstreeks 1985, met nog andere belangrijke stukken, door telefonisch te bieden op een veiling van de nalatenschap van de zoon van Lion Cachet in Zuid-Afrika. Het bureau is een echt familiestuk, niet alleen door die herkomst maar ook door de oorspronkelijke bestemming: de kunstenaar ontwierp het voor zijn schoonmoeder.
Het werd uitgevoerd in de meubelwerkplaats van kunsthandel Van Wisselingh en Co, waaraan Lion Cachet en zijn collega’s Gerrit Dijsselhof en Theo Nieuwenhuis in die tijd als ontwerpers verbonden waren. Gedrieën zorgden zij voor een nauwelijks geëvenaard hoogtepunt in de Nederlandse interieurkunst.
Het meubelstuk is bescheiden van maat – het is een damesbureau – en de hoofdvorm, uitgevoerd in eikenhout met details in coromandel, is sober gehouden, met slechts enkele versieringen die in ondiep reliëf in het hout zijn gesneden. Spectaculair echter is de versiering van het bovenblad en van de zijkanten, beplakt met gebatikt perkament. Het blad heeft een opvallend geometrisch patroon, als van moorse tegels, in rood, zwart en wit. Op de zijkanten heeft Lion Cachet een van zijn geliefde motieven gebruikt, gestileerde liervogels, zo genoemd naar de grote opstaande staart die aan een lier doet denken.

In 1900 liet Lion Cachet bij Amstelhoek een Oranje-editie uitvoeren, het Huwelijk van Wilhelmina & Hendrik in de vorm van een gedecoreerde (gebrekkige kwaliteit) bloempot voor Amsterdamse schoolmeisjes (41.500 stuks).

Vanaf 1900 was hij ook begonnen interieurontwerpen te maken voor schepen van o.a. de Stoomvaart Maatschappij Nederland en de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij; hij werd vooral bekend door de verzorging van vele interieurs van passagiersschepen (o.a. de Christiaan Huygens, P.C. Hooft, Ophir, Johan v. Oldenbarneveldt, Marnix van St Aldegonde), waarbij hij aan andere kunstenaars gelegenheid gaf deel te nemen aan deze veelzijdige werken en door toepassing van vele technieken de ontwikkeling van ambachten en industrieën bevorderde (gobelins, bekleding, tapijten, beeldhouwwerk, arbeid in ceramiek). In totaal heeft hij aan zo’n 100 schepen een bijdrage geleverd. Het hoogtepunt is wel de Jan Pieterszn Coen geweest, een schip van de
Stoomvaartmaatschappij Nederland. De eerste klasse salons en hutten waren van een ongekende luxe en eigenlijk één groot monument. Voor jachten heeft Lion Cachet maar een enkele keer een ontwerp gemaakt. - (1928 tapijten voor Liberty.

Een opmerkelijk gebouw, hoewel uiterlijk misschien vrij eenvoudig van aard, is de Gereformeerde Kerk aan de Nigtevechtseweg te Vreeland. Het kerkje werd ontworpen door de bekende binnenhuisarchitect C.A. Lion Cachet. Lion Cachet woonde een groot deel van zijn leven in Vreeland. De sierkunstenaar en ontwerper zou in deze vertrouwde omgeving zijn belangrijkste ontwerpen maken. Binnen zijn oeuvre nam het ontwerp van het Vreelandse kerkje een bijzondere plaats in, temeer omdat het gros van zijn werk, voornamelijk scheepsinterieurs, letterlijk is verdwenen.
Op 26 november 1905 werd door een verwoestende brand de uit 1892 daterende ‘doleantie’-kerk aan de Nigtevechtseweg bijna geheel in de as gelegd. Al snel besloot de Gereformeerde Kerk om de in Vreeland wonende kunstenaar, binnenhuisarchitect en gemeentelid Carel Adolph Lion Cachet (1864-1945) de opdracht voor de herbouw te geven.
Het ontwerp dat Lion Cachet, zelf een trouw kerkganger, voor de kerk maakte was sober van aard. De rechthoekige bakstenen zaalkerk moest rechtstreeks worden gebouwd op de fundamenten van het afgebrande kerkgebouw. De bewaard gebleven consistorie van de voormalige kerk werd opgenomen in de nieuwbouw die in de trant van Berlage werd uitgevoerd.
Hoewel Lion Cachet beschikte over een beperkt budget en zich diende te houden aan de eis van eenvoud die aan een gereformeerde kerk werd gesteld, wist hij met zijn verrassend materiaalgebruik van de verschillende onderdelen een bijzonder interieur te ontwerpen. Zo zijn de wanden wit bepleisterd met elementen van rode en gele verblendsteen. Boven de galerij bezit de wand een drietal rondboogvensters met oranjekleurig glas. De vloer is bekleed met granitoplaten. Een vloermozaïek in het portaal geeft het jaartal van de herbouw en de gestileerde initialen van C.A. Lion Cachet en H. van Emmerik aan. Van Emmerik was gemeenteraadslid en had tijdens de bouw nauw samengewerkt met Lion Cachet. Een houten gewelf met origineel kurken plafond, tussen met houtsnijwerk uitgevoerde spanten, overdekt de ruimte. Bij de uitvoering van de hoge kansel gebruikte Lion Cachet twee houtsoorten: het sobere eiken en het exotische en dure Coromandel. Door het gebruik van verfijnde materialen, de versieringen met snijwerk in de lambrisering en het decoratief gebruik van teksten (die in geen enkele Gereformeerde Kerk in Nederland voorkomt), wist Lion Cachet van het kerkje in Vreeland iets bijzonders te maken. Binnen de gereformeerde kerkbouw, waar ‘Jugendstil-elementen’ zeer uitzonderlijk zijn, is het kerkje dan ook een unicum.
Op 20 december 1906 werd het kerkgebouw voor het eerst in gebruik genomen. Voor de kerkelijke gemeente moet het interieur al gelijk vertrouwd zijn geweest aangezien zij tijdens de bouw haar diensten in het atelier van de kunstenaar mochten houden.
- (1907 – 1910
De Lion Cachet-kamer, een hoogtepunt uit de periode van de Nieuwe Kunst, is afkomstig uit het huis van kunstliefhebber Th. G. Dentz van Schaik. Het idee voor de inrichting ontleende Lion Cachet aan een kerkinterieur. De kast is fraai gedecoreerd en de betimmering toont met motieven van flora en fauna.
Bijzonder is het bewerkte plafond, met een kleurstelling van rood, goud en wat grijswit. In het goudleer op het plafond staan strofen van Bilderdijks gedicht Hooger Licht geperst.
Het onorthodoxe materiaalgebruik van Cachet blijkt ook uit de toepassing van goudkleurige kurk als omraming van de panelen, een materiaal dat we eveneens aantreffen als afwerking van de wand boven de lambrisering. De betimmering met de daarin opgenomen wandkasten is gemaakt van verschillende soorten hout als eiken, palissander en coromandel, dat is versierd met snijwerk en inlegwerk van ivoor en koper.
Om het vloerkleed niet smetteloos te laten lijken zijn in de brede witte rand op regelmatige afstand bruine plukjes wol ingeknoopt alvast het effect van vuile hondenpootjes.
De wanden en het plafond van de zitkamer voor mevrouw Marloff zijn bekleed met platen eterniet, versierd met arabesken en leeuwen in grijs en bladgoud. - (Lion Cachet als wandbespanning koperplaat gebruikt dat eerst werd verfrommeld om vervolgens platgewalst te worden. Vervolgens versierde hij dit met allerlei decoratiemotieven die in koper, zilver en goud zijn gestempeld.

Van 1908 tot 1915 experimenteerde hij bij de Porceleyne Fles met tegeltableaus (voor interieurs van mailboten).
In 1912/1913 werkt hij ook voor Zuid Holland.
Vanaf 1912 Distel-tableaus gemaakt en serie sieraardewerk (griffioen-ornament).
In 1916 gepresenteerd als nieuwe ontwerper van de Distel met grote serie stukken in Carduus en sgrafitto-technieken.
In de periode 1923-1930 werd hij hoofdontwerper voor tegeltableaus bij Goedewaagen, waar hij tot 1945 gelegenheids- en sieraardewerk voor ontwerpt.

Sedert 1925 bestond een nauwe samenwerking met de firma Joh. Enschedé en Zoonen te Haarlem voor ontwerpen en uitvoeringg van bankpapier voor de Nederlandsche en de Javasche Bank, welke arbeid getuigde van de jeugdige werkkracht van de kunstenaar, een der eerste die heeft meegewerkt aan de vernieuwing van de Nederlandse kunstnijverheid.

Experimenteerde tussen 1931 en 1934 bij de Ram. Perzisch keramiek en Theo Colenbrander waren zijn inspiratiebronnen, steunde daarom ook de oprichting van de Ram. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1536.