kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 24-08-2008 voor het laatst bewerkt.

Christopher Dresser

Side chair, ca. 1870, Gilt, ebonized, and carved wood

Bowl, ca. 1870

Spoon holder, ca. 1878–81, Silver-plated brass, ebony

Teapot, about 1880

U-shaped vase, 1886 or 1889

Engelse botanicus, kunsttheoreticus en ontwerper voor de kunstnijverheid, geboren 4 juli 1834 in Glasgow - overleden 24 november 1904 in Mülhausen, Elzas.

Als botanicus van opleiding putte hij zijn vormentaal uit de plantkunde. Na een bezoek aan Japan in 1876/1877 leverde Dresser talrijke ontwerpen die duidelijke invloeden vertoonden van oosterse modellen. Dressers werk kenmerkt zich door eenvoudige vormen en een strenge lijnvoering die aanknoopt bij de Aziatische en pre-Columbiaanse pottenbakkerskunst en de klassieke islamitische, Indiase, Chinese en Keltische vormenwereld. Dresser toonde veel belangstelling voor het industriële productieproces en werkte meestal met gestandaardiseerde elementen. Zonder hem zou modern design er enigszins anders uit zien.

Dresser ontwierp voor de Engelse zilverfirma's F. Elkington & Co in Birmingham, J.W. Hutkin & J.T. Heath in Londen, James Dixon & Sons in Sheffield, maar ook buiten Engeland was er vraag naar zijn ontwerpen. Hij leverde ontwerpen voor zowel metaalwerk, keramiek als glas. Hij schreef onder andere 'Japan, its Architecture, Art and Art Manufactures'.

Hoewel zijn naam veel minder bekend is dan die van Ruskin, Morris of Pugin mag Christopher Dresser terecht de eerste industriële ontwerper van het negentiende-eeuwse industriële tijdperk worden genoemd. Dit nieuwe tijdperk werd onder meer gekenmerkt door een wijdverspreide nieuwsgierigheid naar diverse onderwerpen en door verhitte debatten over de meeste ervan. Scherp verdeelde meningen waren heel gewoon, wat geïllustreerd wordt door de reacties van twee tijdgenoten, Christopher Dresser en William Morris (1834 – 1896). Beide mannen hebben de opkomst en het effect van de Industriële Revolutie op het leven van mensen ervaren. Beiden waren even ontstemd over de ellende waarin het merendeel van de bevolking leefde, dat in de nieuwe fabrieken werkte, maar meer nog waren ze ontzet over de lage kwaliteit van design en vakmanschap die de realisaties uit deze fabrieken vertoonden.

Morris en Dresser reageerden echter op totaal verschillende manieren op de situatie. Morris geloofde dat de industrialisering zelf de wortel was van alle kwalen van het Groot-Brittannië van die tijd. Hij wilde terugkeren naar de gebruiken van de Middeleeuwse gilden. Morris bewonderde de manier waarop de gilden de beroepstrots uitdroegen en prat gingen op het feit dat elke ambachtsman verantwoordelijk was voor alle stappen van het productieproces en deelde in de daaruit voortvloeiende voordelen. Dresser van zijn kant begreep dat ‘de klok’ nooit terug kon gedraaid worden en hij zocht een manier om uit de impasse te raken. Hij begreep dat het antwoord lag in een positieve aanvaarding van de nieuwe machines. Dresser aanvaardde niet alleen de machine, hij omarmde ze, maar niet zonder kritisch te blijven. Hij zwakte zijn overtuiging af door te erkennen dat machines misschien wel goede dienaren zijn, maar slechte meesters.

De twee contrasterende reacties van Morris en Dresser werden met andere woorden overgenomen door bewonderaars van de ‘Arts and Crafts’ beweging en de modernistische beweging.

Biografie
Christopher Dresser schreef zich al op op 13-jarige leeftijd in aan de Government School of Design in Londen - opgericht in 1837 als school waar industriële vormgevers werden opgeleid - waar de botanist John Lindley les gaf.

Dressers inschrijving in de school viel samen met een grote discussie over het tekortschieten van Groot-Brittannië op het gebied van degelijk ontwerp. Opmerkelijk was dat de School of Design aan de kaak werd gesteld omdat ze geen degelijke industriële vormgevers kon leveren. Ondertussen vond een groeiende groep hervormers een mecenas in de persoon van Prins Albert, de man van koningin Victoria. Een "Beweging voor het Hervormen van Ontwerp" werd opgericht met als leden kunstenaar Richard Redgrave, beeldhouwer John Bell, architect Owen Jones en Henry Cole, een hooggeplaatst ambtenaar die kunst een warm hart toedroeg. Deze mannen werkten samen met toonaangevende producenten zoals Minton en Coalbrookdale om huishoudgerei te produceren dat als voorbeeld van "goede smaak" gold. Kort hierna ging prins Albert het project promoten van de wereldtentoonstelling van 1851, met als doel kunstwerken en industriële producten uit alle landen samen te brengen zodat de beste ideeën en ontwerpen tot algemeen nut vanuit een wereldperspectief konden worden bekeken en er over kon worden gediscussieerd op één enkele plek. Het lijdt weinig twijfel dat de discussie over het huwelijk tussen ontwerp en industriële productie van cruciaal belang was voor Groot-Brittannië en een diepe indruk heeft nagelaten tijdens de vormingsjaren van Dressers opleiding.

Toen Dresser in 1854 de School of Design verliet als student was hij er rotsvast van overtuigd dat degelijk ontwerp beantwoordt aan principes als "geschiktheid voor het doel", "geschiktheid van de materialen" en "eerlijkheid van de constructie". Hij geloofde ook dat wanneer deze principes werden opgevolgd, de vorm van de objecten zichzelf zou aandienen, zoals in de slogan "Form follows function". Dresser geloofde ook dat versieringen van objecten uit de aard van het object moesten voortvloeien.

Dresser bleef nog 14 jaar aan als docent op de School of Design, waarschijnlijk om persoonlijke redenen. Zijn pleidooi voor 'Art Botany' - de gestileerde, maar wetenschappelijke onderbouwde verbeelding van de natuur - hielp het overdreven en kunstmatige naturalisme dat op het hoogtepunt van de Victoriaanse stijl gebruikelijk was, vervangen door een gestileerder soort ornamenten.

In 1856 maakte Dresser een bord gedecoreerd met planten en bloemen, een bijdrage aan Owen Jones 'The Grammar of Ornament'.

In 1857 werd hij benoemd tot professor van 'Plantkunde toegepast op de beeldende Kunsten' aan de School of Design in South Kensington.
Hij publiceerde verschillende artikelen in het Art Journal en schreef drie boeken over Plantkunde waarvan er twee zijn herdrukt. Ook schreef hij een proefschrift over de morfologie van planten. Dit laatste werk leverde hem een eredoctoraat op aan de Jena universiteit in 1860.

Dressers professionele leven zou echter gauw veranderen. In 1859 bereidde Groot-Brittannië zich voor op de Internationale Tentoonstelling van 1862 in Londen. Groot-Brittannië wou in geen geval opnieuw gezichtsverlies lijden zoals met het ontwerpfiasco in 1851. Producenten werden aangemoedigd om de Kunst- en Vormgevingsscholen te benaderen om ideeën op te doen en praktische hulp te vragen. Dresser bevond zich als docent aan de South Kensington School in een sleutelpositie om hulp te bieden. Dit was een drukke en kritieke periode voor hem. Na een afgewezen sollicitatie naar de leerstoel voor botanie aan de universiteit van Londen was hij zich er uitermate van bewust dat zijn hart bij de industriële vormgeving lag, en niet bij de plantkunde. Hij begon een ontwerpbureau dat vanaf het begin uitermate succesvol was en wisselde zo zijn carrière als docent in voor die van designer.

Zijn eerste geregistreerde metaalobject dateert van 1865, toen hij een gamma aan metalen huishoudobjecten ontwierp voor Elkington & Co om in Parijs in 1867 tentoon te stellen. Dit gamma ontwerpen voor Elkington & Co bevatte waarschijnlijk ook de iconische verzilverde suikerpot en een zilveren kom op 3 pootjes. Dresser maakte er zoals altijd een zaak van om de kwaliteiten van het materiaal en de mogelijkheden van het productieproces te doorgronden.

Dressers metalen ontwerpen hebben veel te danken aan de Japanse sierkunst. We weten dat hij de Japanse voorwerpen bewonderde die op de Tentoonstelling van Londen in 1862 te zien waren. Hij heeft zelf vele objecten aangekocht op het eind van de Tentoonstelling. Niet alleen verheerlijkten de Japanners de constructie van objecten, zij benadrukten ook vaak hechtmiddelen en dergelijke door ze als decoratieve elementen te gebruiken.

Tijdens deze periode voldeed Dresser aan de Britse vraag naar niet-edele metalen zoals messing en koper door zijn werk voor de firma Benham & Froud uit Londen. Dressers band met dit bedrijf gaat terug tot 1870. Later werk van Dresser voor Benham & Froud vertoonde de invloed van de Japanse ‘domestic art' door het gebruik van combinaties van metalen - zoals messing, koper, zilver en ijzer.

Een gamma objecten met duidelijk zichtbare klinknagels (eerlijke constructie) werd door Elkington & Co geproduceerd in 1873.

Dresser richtte zich nu op het handkunstwerk. Hij ontwierp zilveren eetgerei en na 1879 ook glas, meubelen, textiel en de eerst Engelse Jugendstil-keramiek.

In 1876 bezocht Dresser Japan waar hij aan de Keizer werd voorgesteld en als geëerde gast werd behandeld. Opmerkelijk was dat hij de toestemming kreeg om naar believen door Japan te reizen om de ambachten van het land te bestuderen, en dat hij ook het voorrecht kreeg om de persoonlijke collecties van de Keizer in Tokio, Nara en Kyoto te bekijken.

Toen hij in 1877 naar Groot-Brittannië terugkeerde nam Dresser het vastberaden besluit om zijn ideeën waar te maken omtrent het verhogen van de kwaliteit van huishoudartikelen op de Britse markt. Als eerste stap streefde hij een contract na als 'Art Director' binnen de verzilveringsfirma Hukin & Heath, wat hij ook kreeg in 1878. Dresser kreeg carte blanche wat betreft vormgeving, en in 1879 stelde hij een collectie huishoudgerei voor het bedrijf voor, met zowel dure als betaalbare stukken. Er was een lanceringsfeest dat werd bijgewoond door invloedrijke figuren uit de kunst- en ontwerpwereld, en dat goede pers kreeg.

In 1879 richtte hij de firma Dresser and Holmes op, die werk uit Japan importeerde.

In 1880 werkte Dresser voor James Dixon & Sons, voor wie hij enkele van zijn fraaiste metaalobjecten creëerde. Tijdens zijn werk voor Hukin & Heath en James Dixon was Dresser zich ervan bewust dat hij 'kwaliteitsproducten' moest maken om de nieuwe, welvarende middenklasse aan te trekken. Hij gebruikte evenwel in een hoge mate een manuele afwerking.

Dresser koesterde de droom om een ‘kunstzinnig' industrieel complex op te richten in Groot-Brittannië. Hij kreeg in 1878, kort na zijn terugkeer uit Japan, de gelegenheid om die waar te maken in Linthorpe, een buitenwijk van Middlesbrough in Noord-Engeland. Dit maakte allemaal deel uit van het veel hogere doel om de 'goede smaak' van het Britse volk op alle sociale niveaus te verbeteren.
Dresser beklaagde zich over een ondoordringbare 'stenen muur' die in de weg stond wanneer iemand objecten met degelijke vormgeving wilde maken die beschikbaar waren voor het Britse volk. Het kunst-industriecomplex in Middlesbrough moest objecten van 'goede smaak' leveren en Dressers handtekening dragen als keurmerk - een vroeg voorbeeld van een ontwerperslabel.

Dressers laatste project was een verkooppunt te openen in Londen. De kleinhandelszaak in Londen, de "Art Furnishers' Alliance", opende haar deuren in mei 1881. Een ernstige ziekte zou echter roet in het eten gooien en Dresser op wrede wijze dwingen om alle activiteiten, uitgezonderd het ontwerpen, stil te leggen. Zonder Dressers nauwe betrokkenheid ging de winkel de mist in en werd twee jaar later failliet verklaard.

Het oorspronkelijke idee voor de Linthorpe Art Works en de Art Furnishers' Alliance belichaamde een gedurfde en creatieve poging om de Britse smaak op te krikken. Dressers initiatief getuigde in ieder geval van een professionelere aanpak dan de Beweging voor het Hervormen van Design van 1847 met Sir Henry Cole en Richard Redgrave.

Daarna verliep Dressers leven in een wat rustiger tempo. Samen met zijn studio concentreerde Dresser zich op ontwerpen voor vooral textiel en behangselpapier. Maar hij ging door met het ontwerpen van metaalobjecten, zij het in een minder bezeten tempo.

Na 1881 valt het volgende in het bijzonder op te merken: zijn opwindende zilverontwerpen voor James Dixon uit Sheffield, en de even inventieve maar uiterst betaalbare ontwerpen in tin zoals kandelaren en toiletsets voor Richard Perry uit Wolverhampton.

Ook dient te worden opgemerkt dat Dresser ontwerpen leverde voor de winkel van Arthur Liberty in Regent Street in Londen, en in die hoedanigheid was hij misschien verantwoordelijk voor Liberty's overgang van een oosters emporium naar de modieuze 'one-stop shop' voor interieur in de jaren 1890, of heeft hij er ten minste invloed op gehad.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 135.