kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 22-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Cris Agterberg

Utrechtse beeldhouwer, schilder, batikkunstenaar, kunstnijveraar, keramist, tekenaar, edelsmid, ontwerper van meubels, sieraden en kleine gebruiksvoorwerpen, (Amsterdam 22 april 1883 - Utrecht 21 november 1948).

Agterberg maakte o.a. kleinplastieken van dieren en mensfiguren, klokken, kandelaars en serviezen. Keramiek werd door zijn eigen atelier uitgevoerd maar ook door Westraven, Zaalberg en Zenith. In beperkte mate werden glasserviezen en vazen uitgevoerd bij glasfabriek Leerdam. Hij was leraar van Ernst Berg, Mar Diemèl, Albert Zwartjes en gaf ook les aan jonkheer E.W. Berg.

Biografie
Cris (Christoffel) Agterberg, de zoon van een arbeider in een gipsfabriek, geeft al vroeg blijk van artistiek talent. Het lukt hem in Nederland niet als modelleur aan werk te komen en verhuist na een tijd werkzaaam te zijn geweest bij bouwbedrijven naar Eberfeld in Duitsland waar hij een avondopleiding volgt aan de kunstnijverheidsschool te Elberfeld (Duitsland) en lessen neemt in pottenbakken, boekbinden en ciseleren.

Cris Achterberg had als stukadoor ervaring opgedaan met tuinarchitectuur van edelbeton en startte in 1916 de Kunststeenfabriek Watergraafsmeer. Hij beriep zich erop dat gietsteen veel goedkoper was en zo mogelijk zelfs artistieker. De huid van het ‘gemetalliseerde’ betonnen beeld kon worden verfraaid door het te beitsen met een kleurige metaalzoutoplossing. In 1917 verzorgt hij de aankleding van een van de publiekstrekkers van de eerste Jaarbeurs in Utrecht: het gemetalliseerd betonnen tuinhuis van architect Jan Gratama. Vanaf die tijd ontwikkelt Agterberg zich tot een veelzijdig kunstnijveraar en beeldhouwer.

In Utrecht is Cris Agterberg, beeldhouwer en sierkunstenaar, jarenlang een actieve, spraakmakende en later ook omstreden figuur geweest. In 1919 opende hij hier een atelier en zorgde voor een gestage productie van 'moderne sculpturen en decoratieve kunst'.
In zijn ateliers vervaardigt hij aardewerk en metalen gebruiksvoorwerpen, hij maakt gebatikt leerwerk en decoreert glas. Grote bekendheid krijgt hij met zijn ranke bronzen sculpturen en zijn fijnzinnige sieraden. Hij sculpteert symbolische en expressionistische mens- en dierenfiguren in een aan de Amsterdamse School denkende stijl.

In de jaren twintig ontwerpt hij vooral tinnen en blank metalen gebruiksvoorwerpen en sieraden, vaak met een gehamerd oppervlak.

Vanaf begin jaren twintig ontwerpt hij voor de Faience- en Tegelfabriek Westraven te Utrecht, bij Zaaldorp te Leiderdorp, de Plateelbakkerij Zuid-Holland en Roger Guérin in België.

Ontwierp omstreeks 1924 enige drink- en ontbijtserviezen voor de Glasfabriek Leerdam die echter niet in productie zijn genomen. Uit Bohemen betrok hij bloemvazen van halfkristal die hij beschilderde met expressionistische decoraties in verschillende kleuren emailverf. Deze versieringen brandde hij in zijn eigen moffeloven op het glas. Daarnaast heeft Agterberg vazen en bonbonnières ontworpen die in Bohemen in halfkristal zijn uitgevoerd en door hem onversierd werden gelaten.

Bekendheid via theater- en studentenwereld
Publieke bekendheid kreeg hij door zijn bijdrage aan verscheidene lustrumfeesten van de Utrechtse, Groningse en Leidse studentencorpora. Hij ontwierp en vervaardigde kostuums, accessoires en metershoge maskers die werden gedragen in de thematische optochten en lustrumspelen. Ook vanuit de theaterwereld, waarin het masker toentertijd een vernieuwende rol speelde, kreeg Agterberg opdrachten. Van deze opzienbarende activiteiten zijn weinig realia bewaard.

Sieraden, glaswerk en tinnen gebruiksvoorwerpen
De artistieke kwaliteit van zijn werk kan nu nog slechts worden beoordeeld op basis van de kleinere kunstnijverheidsobjecten en sieraden. Uit de grote verscheidenheid in materialen, technieken en vorm spreekt een ongebreidelde experimenteerlust en een indrukwekkende beheersing van uiteenlopende ambachtelijke technieken. In de ontwikkeling van een vernieuwende vormentaal of het opbouwen van een consistent oeuvre, lag Agterbergs kracht niet. Hij wilde misschien te veel en had wellicht te weinig inzicht in eigen kunnen. Zijn ontwerpen zijn regelmatig besproken in de pers. In overzichten van eigentijdse vormgeving treft men altijd zijn beste sieraden, glaswerk en tinnen gebruiksvoorwerpen aan. Daarnaast produceerde hij een gestage stroom van handgemaakte kunstnijverheidsproducten waar duidelijk een markt voor bestond. Ook diverse fabrikanten schakelden hem in voor deze moderne kunstnijverheid, veelal in een stijl verwant aan de Amsterdamse school.

Spraakmakend was hij niet alleen als kunstenaar, maar ook vanwege de nieuwe en controversiële kunst die hij in zijn winkel in de Nobelstraat en later in de galerie ‘Consthuys St. Pieter’ liet zien. Een intrigerend voorbeeld is de tentoonstelling ‘20ste-eeuwse ‘Ismen’ in februari 1940. Meer dan 14 verschillende kunststromingen uit het begin van de 20ste eeuw waren vertegenwoordigd, van futurisme, expressionisme tot neoplasticisme, verisme en constructivisme. De signaturen van de schilderijen waren afgeplakt en de namen van de kunstenaars werden niet in de catalogus vermeld. Want volgens Agterberg moest het werk ‘om het werk’ worden beoordeeld. Men kon een bod doen op de schilderijen en het hoogste bod zou aan de kunstenaar kenbaar worden gemaakt. Aan hem de beslissing of hij dat bedrag voldoende vond. Drie weken na de opening op 3 maart werd de identiteit van de kunstenaars onthuld. Alle werken bleken door Agterberg zelf vervaardigd te zijn. Wat een interessante discussie had kunnen worden, viel in het water door gebrek aan publiciteit en vooral door de inval van de Duitsers twee maanden later.
De ‘Ismen-tentoonstelling’ werpt een interessant licht op de wijze waarop Agterberg stelling nam in het maatschappelijke debat over kunst en cultuur. Het geeft tegelijkertijd een beeld van zijn uitzonderlijke begaafdheid en veelzijdigheid als uitvoerend kunstenaar.

NSB
Agterberg was al in 1932 lid geworden van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van ir. A.A. Mussert en is dat tot mei 1945 gebleven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij lid van de 'Raad van Advies voor opdrachten aan beeldende kunstenaars voor de gebonden kunsten'. Deze Raad was opgericht door 'Het Nederlandsche Kunsthuis', een door het nationaalsocialistische Departement van Volksvoorlichting en Kunsten in het leven geroepen orgaan.
Agterberg beheerde in dezelfde periode in Utrecht de tentoonstellingsgalerie 'Het Consthuys Sint Pieter' die te beschouwen was als een filiaal van Het Nederlandsche Kunsthuis. Ook ontwierp hij enkele onderscheidingen voor de NSB, zoals de plaquette 'Strijd en Offer' en de 'Oostfront-plaquette'.
Zijn galerie werd officieel erkend door het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten en werd zodoende een podium voor bij de Kultuurkamer aangesloten kunstenaars.
Na de oorlog is Agterberg in 1947 veroordeeld. Hij kwam direct vrij omdat de straf niet hoger was dan de tijd die hij al in gevangenschap had doorgebracht. Bij het vonnis speelde mee dat Agterberg dodelijk ziek was en hoewel ‘fel en overtuigd nationaal-socialist’ nooit een verradersrol had gespeeld.

In 2002 werd een selectie van zijn beste werk getoond in het Centraal Museum in Utrecht. Uit het omvangrijke oeuvre van Agterberg werd door de samenstellers van de tentoonstelling, Ida van Zijl, Marcel Brouwer en Hans Uijtdewilligen, een royale keus gemaakt. De nadruk lag op het beste dat Agterberg heeft gemaakt, maar ook werd aandacht besteed aan zijn nevenactiviteiten en seriegoed. Het overzicht gaf ieder de gelegenheid zich een beeld en wellicht een oordeel te vormen over de ‘duivelskunstenaar’.

Publicaties:
. 'Cris Agterberg, beeldhouwer en sierkunstenaar', door Marcel Brouwer/Joep Haffmans. Uitgeverij Optima, Vianen 2001.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1164.