kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Darmstädter Künstlerkolonie

Kunstenaarskolonie op de Mathildenhöhe 11 km ten oosten van de stad Darmstadt (hoofdstad van de deelstaat Hessen), opgericht in het jaar 1899 door de groothertog van Hessen.

De Darmstädter Künstlerkolonie is een van de Duitse centra van de Jugendstil.

De bedoeling van Mathildenhöhe was zich te verzetten tegen eclecticisme en academisme, alle kunstgenres te vernieuwen en onder leiding van de architectuur te verenigen. Voor dit doel werden jonge kunstenaars uit verschillende kunstgenres bij elkaar gehaald, om samen te kunnen werken en van elkaar te leren.

Mathildenhöhe was een initiatief van de groothertog van Hessen, Ernst-Ludwig von Hesse-Darmstadt, kleinzoon van de Britse Koningin Victoria. De vormgeving is dan ook sterk Engels beïnvloed, strak en geometrisch. Ernst Ludwig van Hesse was de laatste heerser van de voorheen onafhankelijke staat Hesse-Darmstadt, die in 1871 onderdeel werd van het nieuwe Duitse Rijk. Geïnspireerd door de oprichting van de Vereinigte Werkstätte für Kunst im Handwerk in München in ca. 1897. stichtte hij in 1899 de kunstenaarskolonie op de Mathildenhöhe in Darmstadt, met het doel de design hervorming en de herleving van artistieke creativiteit naar Darmstadt-Hesse te brengen.

In 1899 werden Behrens, de Weense architect Olbrich, Hans Christiansen, Paul Bürck (1878-1947), Patriz Huber (1878-1902) e.a. uitgenodigd lid te worden van de Darmstädter Künstlerkolonie Mathildenhöhe in Darmstadt.

In 1899 vertrok Olbrich uit Wenen om zich in de kunstenaarskolonie in Darmstadt te vestigen. De groothertog van Hessen had op de Mathildenhöhe al een groot aantal kunstenaars verzameld en in dit gezelschap zou Olbrich zich als enige architect ontpoppen als de centrale figuur. De schilder Peter Behrens, die tegelijkertijd met Olbrich binnenkwam, zou later overigens ook roem verwerven als architect.

Met de komst van Olbrich vond er vanuit Wenen invloed op de Duitse Jugendstil plaats. Uit het ateliergebouw (Ernst-Ludwig-Haus)(1899-1901) en de woonhuizen die hij voor zichzelf, Hans Christiansen an andere leden had ontworpen bleek dat Olbrich zijn stijl niet alleen door de arts-and-craftsbeweging had laten beïnvloeden, maar ook teruggreep op de eenvoudige boerenarchitectuur.

Aanvankelijk bestond de kolonie uit een centraal ateliergebouw en zeven kunstenaarswoningen, waaronder het Behrens Haus, door Peter Behrens ontworpen als Gesamtkunstwerk, waarvan elk element van het interieur, van meubilair tot drinkglazen, speciaal voor dit project was ontworpen.

Tussen 1899 en 1914 ontwierpen in de kolonie in totaal 23 kunstenaars meubilair, sieraden, glas, keramiek en zilverwerk. Een aantal van de bekendste ontwerpen, van Ernst Riegel (1871-1939) en Theodor Wende (1883-1968), was gemaakt voor zilverwerk. Veel ontwerpen van de kolonie werden beschreven in de tijdschriften 'Innen-Dekoration' en 'Deutsche Kunst und Dekoration' van Alexander Koch, waardoor ze bekend werden bij het publiek.

De kolonie toonde de Darmstadtkamer op de 'Exposition Universelle' van 1900 in Parijs en presenteerde in 1901 de tentoonstelling 'Ein Dokument Deutscher Kunst' (Een document van de Duitse kunst) op de Mathildenhöhe. Voor dit laatste evenement werden verschillende andere gebouwen speciaal gebouwd, waaronder de door Olbrich ontworpen tentoonstellingshal. Hoewel de reacties op deze tentoonstelling overwegend positief waren, werd het niet het commerciële succes waarop groothertog Ernst Ludwig had gehoopt. Veel kunstenaars verlieten de kolonie, maar Olbrich bleef.

Glückerthaus
Josef Maria Olbrich bouwde het Glückert-Haus als deel van de bouwtentoonstelling "een document van Duitse kunst" (1901), waarmee de kunstenaarskolonie en Darmstadt trekpleister werden voor tal van kunst- en Jugendstilvrienden.

In het kader van de tentoonstelling op Mathildenhöhe ontwierp Behrens, zonder enige opleiding als architect gevolgd te hebben, zijn eerste gebouw - het Behrens Haus in Darmstadt, 1900-1901. Dit project werd ontworpen als Gesamtkunstwerk met speciaal ontworpen meubilair en zelfs glaswerk.
Het huis kenmerkte Behrens' belangrijke overgang van Jugendstil naar een rationelere benadering van design. Dit huis werd als enige bijdrage van de tentoonstelling een groot succes: het feit dat het huis als een organisch samenhangend geheel was ontworpen en het totale ontbreken van opgeplakte decoratie werden als vernieuwend ervaren. Bij het exterieur zien we in de organische vorm van de sierlijsten uit groene geglazuurde tegels in combinatie met de witte pleistervlaktes Behrens' verbondenheid met de jugendstil, die terug gaat op zijn tijd in München. In verband met het interieur wordt ook op een invloed door henry van de velde en mackintosh gewezen. Later zou Behrens de jugendstil achterwege laten. Een ander aspect van het woonhuis Behrens in Darmstadt kan echter als typerend voor Behrens' hele oeuvre worden gezien: ongeacht zijn bescheiden afmetingen heeft huis Behrens in Darmstadt een wat monumentaal en bijna pathetisch karakter. Behrens zelf uitte in dit verband, in een lezing over monumentale kunst uit 1908, dat voor hem proportionaliteit de sleutel tot monumentaliteit was en dat de laatste niets te maken had met de ruimtelijke schaal van een gebouw. Na zijn succes in Darmstadt ging Behrens zich steeds meer met architectuur bezig houden.

Tot zijn vertrek in 1903 gaf Behrens in het Bayerische Gewerbemuseum in Neurenberg jaarlijks een vier weken durende masterclass over toegepaste kunst. Vervolgens werden er cursussen gegeven door Richard Riemerschmid, Paul Haustein (1880-1944) en Friedrich Adler (1878-ca. 1942).

Tussen 1904 en 1908 presenteerde Olbrich voor de vervolgtentoonstellingen in Darmstadt nieuwe strakker opgezette woonhuizen dan de vorige. Drie paviljoens uit 1904 laten een overgang zien naar meer plastische vormen.

In 1905 begon Olbrich te werken aan een van zijn markantste gebouwen: de Huwelijkstoren (Hochzeitsturm). Deze toren verrees op de top van de Mathildenhöhe als geschenk van de stad ter gelegenheid van het (tweede) huwelijk van de groothertog, maar diende ook als herkenningsteken van de kunstenaarskolonie. De toren, die het symbool van de stad is geworden, doet denken aan een groot standbeeld.

In 1906 stichtte de kolonie een keramiekfabriek en in 1908 een glasfabriek, waardoor experimenten met industriële productietechnieken werden gestimuleerd. De Darmstädter Künstlerkolonie had veel invloed op de Wiener Werkstätte, die in 1903 werd opgericht, en was het belangrijkste centrum voor ontwerp in Duitsland voor W.O. I.

Websites:
. Museum Künstlerkolonie Darmstadt. Hier worden stukken getoond van de kunstenaars die in Darmstadt van 1899 – 1914 werkten totdat kunstenaarskolonie werd opgeheven.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 575.