kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 24-01-2016 voor het laatst bewerkt.

De Cirkel

Nederlandse producent van voornamelijk stalen meubelen, opgericht in 1934 door Jan Schröfer (1906-) in Amsterdam, opgegaan in Ahrend in 1967 (nu Ahrend Produktiebedrijf Zwanenburg BV (APZ) en gevestigd in Zwanenburg.

Jan Schröfer zoon was een zoon van Martinus Schröfer en Alida Welling, een geslacht van meubelmakers. Zijn vader was conciërge bij de Sociëteit De Witte.

Jan Schröfer werd centrale-verwarmingsmonteur en was idealistisch socialist en lid van de Arbeiders Jeugd Centrale. Daar kwam hij in contact met de denkbeelden van Bauhaus en De Stijl. Ook de Woodbrookers spraken hem aan.

Met zijn broer Willem Schröfer, Henk Kunst en Sjoerd Schwitters richtte hij in 1932 de Belangengroep Vier (BG4) op, die zich met bouwtechniek, reclame, foto en film bezighield. Hiervoor ontwierp Jan Schröfer stalen meubelen, waaronder de Zitnorm A Stoel, een ergonomische kantoorstoel die tot zitten noodt. Jan Schröfer ontwierp moderne houten en stalen meubelen waarvoor hij zijn inspiratie o.a. haalde uit de buisstoelen van Mart Stam en Marcel Breuer. Zo ontwikkelde hij meubelen uit het materiaal waarmee hij gewend was te werken uit de C.V. techniek.

In 1934 werd Belangengroep Vier (BG4) opgeheven. Henk Kunst bracht Jan echter in contact met Ahrend die naast zijn plaatstalen meubelen ook geïnteresseerd was in eigen meubelen uit stalen buis. Met behulp van Ahrend kon Schröfer zijn bedrijfje voortzetten in een gehuurde loods in de binnenstad van Amsterdam onder de naam NV De Cirkel. Pas in 1940 maakte dit bedrijf winst, maar Ahrend zette de producten van De Cirkel af op de markt. In 1938 werkten er 60 mensen bij De Cirkel. In 1941 nam Ahrend een meerderheidsbelang in De Cirkel.

Ahrend importeerde vanaf het einde der jaren '20 van de 20e eeuw de Engelse stoel Tan Sad, maar begon al snel ook de Zitnorm A stoel van 'De Cirkel' te verkopen. Door de specialisatie op kantoorinrichting kreeg Ahrend te maken met concurrenten als Gispen (kantoormeubelen) en Blikman & Sartorius (kantoorartikelen). Gispen kwam van productie tot verkoop, Ahrend ging zich met Oda en De Cirkel juist nauwer met de productie verbinden. Terwijl Oda het vooral van vakkennis op het gebied van plaatwerk moest hebben, was 'De Cirkel' sterk op ontwerp gericht, waarbij elementen van Bauhaus en De Stijl niet ontbraken. Het assortiment van De Cirkel bestond uit stoelen, taboeretten, tafels, confectierekken, tekentafels en bureaus. In 1940 kwam daar ziekenhuismeubilair bij. Geleverd werd ook aan woninginrichters als Metz & Co en Vroom & Dreesmann.

Jan Schröfer zette zich in voor zijn bedrijf, maar was idealistisch waar Jacobus Ahrend vooral een zakenman was. 'Jacobus stond bekend als een klier', aldus Koenders, de latere directeur van Ahrend. Het verhaal gaat dat hij eens een raamloos kantoortje binnen kwam lopen, naar de tl-bakken wees en zei: 'Uit die lampen. Geld is de kern van mijn negotie'.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen de verliezen weer toe. Vanaf 1941 was de productie van stalen meubelen niet meer toegestaan, daar het staal voor minder vredelievende doeleinden van node was. Overigens werden door De Cirkel ook Duitse orders geaccepteerd, waaronder hospitaalbedden en onderzoekstafels. Uiteindelijk liep het personeelsbestand terug tot 7 mensen. In 1945 heeft de bezetter nog het machinepark ontmanteld. Wel was Schröfer erin geslaagd om voorraden te vormen en te verbergen, zodat na de bevrijding onmiddellijk met de productie van een nieuwe werkstoel kon worden gestart.

Na de bevrijding wilde Ahrend geen grote bedragen in De Cirkel steken, omdat de positie van De Cirkel niet altijd even rooskleurig was. De Cirkel kreeg na de bevrijding vrijwel de vorm van een werkgemeenschap met zeer goede sociale voorzieningen. Het bedrijf begon goed te groeien en probeerde allerlei pandjes in de omgeving te huren. De groei van het bedrijf noopte in 1948 echter te besluiten tot verhuizing van de productie naar Zwanenburg. Het fabrieksgebouw werd onder leiding van de heer Kunst als architect in eigen beheer door De Cirkel gebouwd door eigen personeel. Er werd gebruik gemaakt van lichtgewicht Sheddaken, omdat staal vlak na de Tweede Wereldoorlog moeilijk te verkrijgen was.

Na de oorlog ontstond bij De Cirkel de 'Doe Meer' stoelen-serie waarbij onderdelen werden gebruikt van geperst staalplaat. Naast het buigen van stalen buis kreeg het verwerken van staalplaat een steeds grotere plaats in het productieproces.

In 1951 kwam de nieuwe fabriek te Zwanenburg gereed. Amerikaanse legerorders voor de productie van bureaustoelen stelden in 1952 het bedrijf in staat om wat kapitaal op te bouwen. Er werden onder meer fauteuils, stoelen, tafels, rekken, lichtdrukapparatuur en tekentafels geproduceerd. Rationalisatie van het steeds uitdijende assortiment was aanvankelijk niet aan de orde.

Schröfer wilde de idealen van Industriële vormgeving verder uitdragen, met name op het gebied van kantoorinrichting. Tot 1966 kende men bij De Cirkel de vormgevers: Jan Schröfer, Friso Kramer, Wim Rietveld en O.O. Kolthof. Wim Rietveld had eerder voor Gispen gewerkt. Er werden beroemde meubelen ontwikkeld en geproduceerd, zoals de Oase, Pyramide, de Revolt serie van Friso Kramer, beroemde schoolsets en de Contour stapelstoel.

De Revolt stoel
Friso Kramer, al vanaf 1947 in dienst bij De Cirkel als tekenaar, werd gevraagd een stoel te maken die niet zo snel gekopieerd kon worden als een stalen buisstoel. Daarvoor leek het staalplaat het meest aangewezen materiaal en Kramer ontwierp de Revolt-stoel met een stalen onderstel. De Revolt moest concurreren met Ahrends aartsrivaal Gispen. Het totale proces om de stoel productierijp te maken duurde echter maar liefst van 1952 tot 1955. Het regende klachten over de eerste series. Een architect schreef: 'Ik raad U aan de stoel te laten ontwerpen door metaalwerkers en meubelmakers, niet door grafici. Een stoel moet niet alleen aardig voor het oog zijn, maar men moet er ook op kunnen zitten en liefst langer dan een jaar.' Uiteindelijk werd de stoel dan toch een groot succes en werd hij met tienduizenden verkocht. 'Maar', zegt Koenders nu, 'hij haalt het bij lange na niet bij de gewone kantoorstoel 220, die in een veelvoud de fabriek verlaten.' In 1994 werd de Revolt, in modieuze kleuren gespoten en technisch verbeterd, voor de tweede keer de markt opgestuurd. Het werd een memorabele flop. Van de vijfduizend die er werden gemaakt, zijn er zesduizend door Ahrend-mensen gekocht, zo luidt de grap in het bedrijf.

Hierna ontwierp Kramer nog de Revolt draaistoel, de Result-stoel (1958), de Repose-fauteuil, de Reply-tekentafel, alle gemaakt met een plaatstalen frame.

De ontwerpen van Kramer en Rietveld werden beloond met het prestigieuze Signe d'Or. In 1963 kwam er minder geld voor productontwikkeling, en zowel Kramer als Rietveld namen afscheid van De Cirkel om er in 1970 al weer terug te keren. Kramer bleef wel voor De Cirkel ontwerpen.

In de jaren '60-'65 is de bedrijfsdrukte bij De Cirkel groot en uitbreiding van de gebouwen noodzakelijk. De Cirkel maakte onder andere archief-, magazijn- en bibliotheekrekken, banken, (teken)tafels, schoolmeubilair, stoelen, fauteuils, maar ook lichtdrukmachines, huishoudtrappen, grafische meetapparatuur, etcetera. Verder werd er in 1966 een nieuw, relatief dun, maar ijzersterk materiaal ontwikkeld voor tafel- en bureaubladen: Ciranol. (Cirkel + het ingrediënt fenolhars = Ciranol).

1967 - Fusie Ahrend, ODA en De Cirkel
In 1967 werd De Cirkel, evenals Oda, na jarenlange moeizame onderhandelingen, opgenomen in het Ahrend concern. Na het overlijden van Jacobus Ahrend in 1956 brak er een langdurige en soms onverkwikkelijke strijd uit tussen Oda en Ahrend. In 1960 worden de gezamenlijke belangen ondergebracht in een Holding. Pas in 1967 ontstaat de 'Ahrend Groep B.V.' waarin naast de 'Wed. J. Ahrend en Zn', de 'N.V. ODA' ook de 'N.V. Cirkel' opgaat. In 1971 werd ook nog het bedrijf Bomefa te Kampen overgenomen, dat bibliotheekinventarissen maakte. De bedrijven bleven onder eigen naam opereren. Pas onder leiding van de heer Koenders werd alles ondergebracht onder de naam Ahrend.

In 1971 moest de heer Schröfer zijn taak als Algemeen Directeur tegen zijn zin neerleggen, wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bij dit afscheid werd hij mede wegens zijn vele verdiensten op sociaal en maatschappelijk gebied benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau en werd hij ereburger van de Gemeente Haarlemmermeer.

Kramer bleef actief voor het ontwerpteam van Ahrend en ging vanaf 1973 het assortiment van De Cirkel vernieuwen, dat weinig eenheid vertoonde. Samen met Henk Verkerke werd een ergonomische stoel ontwikkeld, de AKD stoel (Ahrend Kramer Design).

In 1982 werd Friso Kramer buitenspel gezet, en kwamen jongere ontwerpers aan bod.

In 1994 krijgt de Revolt-stoel van Friso Kramer die hij in 1952-1955 voor De Cirkel ontwierp een nieuw jasje.

Op 25 maart 1996 viert Ahrend haar 100-jarig bestaan en ontvangt het bedrijf dat op dat moment door directeur J.C. Koenders wordt geleid het predicaat ‘koninklijk’. Ahrend voegt een kroontje toe aan het logo en mag vanaf dan Koninklijke Ahrend N.V. worden genoemd. Naar aanleiding van dit 'heuglijke'feit ontwerpt Frans de la Haye de Centennial-stoel.

De belangrijkste vestigingen van Koninklijke Ahrend N.V. in Nederland zijn tegenwoordig:
. Nieuwegein: Ahrend Repro en distributiecentrum
. Sint-Oedenrode: Fabriek voor meubelen, het voormalige Oda
. Zwanenburg: Fabriek voor stoelen, het voormalige De Cirkel

Bronnen o.a. De Volkskrant


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1582.