kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 10-01-2016 voor het laatst bewerkt.

De Porceleyne Fles

De N.V. Koninklijke Delftsche Aardewerkfabriek “De Porceleyne Fles Anno 1653” (Royal Delft) is de toonaangevende producent van het authentieke Delftsblauw sieraardewerk en modern aardewerk. - (keramiek, maar ontvangt ook jaarlijks ruim 140.000 bezoekers vanuit de hele wereld die het ambachtelijke productieproces van Delfts aardewerk komen bezichtigen.
In het pand aan de Rotterdamseweg is gevestigd het bedrijfsmuseum, de fabriek, de showroom en de Brasserie.

De Koninklijke Porceleyne Fles/Royal Delft kent een rijke en veelomvattende geschiedenis. Haar ontstaan gaat terug naar 1653: Historie
De Koninklijke Porceleyne Fles / Royal Delft is de enig overgebleven van de ca. 32 aardewerkfabrieken die zich omstreeks het midden van de 17e eeuw in Delft e.o. bevonden. Op welk tijdstip de eerste werkplaatsen ontstonden is niet met zekerheid bekend. Wij weten dat in andere plaatsen zoals Amsterdam, Haarlem en Middelburg reeds in de tweede helft van de 16e eeuw aardewerk werd gemaakt met meerkleurige decors op een witte achtergrond in een techniek, die de Hollandse pottenbakkers hadden geleerd van hun Italiaanse collega's.

Vermoedelijk is pas aan het einde van de 16e eeuw het eerste bedrijf in Delft ontstaan.

De situatie veranderde sterk toen de Watergeuzen bij het buitmaken van Portugese 'Kraken' bij de ladingen ook Chinees porselein vonden en dat naar Holland brachten (hiermede houdt ook de naam 'Kraakporselein' verband). De liefde voor Chinees wit porselein beschilderd met blauwe motieven ontstond in Nederland omstreeks 1602 na de oprichting van de Verenigde Oostindische Compagnie. Naast specerijen, thee en zijde werden tussen 1604 en 1657 drie miljoen stuks Chinees porselein naar ons land verscheept. Het porselein met blauwe decors op witte ondergrond viel hier zeer in de smaak en de Hollandse pottenbakkers trachtten dan ook al spoedig iets dergelijks te maken.

Porselein was hier een onbekende grondstof en dus werden pogingen gedaan om met inheemse klei het Oosterse product zo goed mogelijk te benaderen, hetgeen in een betrekkelijk klein aantal jaren lukte. Het was vooral in Delft en Rotterdam dat deze pogingen werden gedaan en toen men eenmaal slaagde, breidde het aantal bedrijven zich in deze steden sterk uit, zodat Rotterdam het uiteindelijk tot 12 en Delft tot ca. 30 fabriekjes bracht.
Deze ontwikkeling vond in de eerste helft van de 17e eeuw plaats.
Waarom de beide steden Delft en Rotterdam zo sterk op de voorgrond traden, is niet geheel duidelijk. Misschien heeft voor Delft het feit dat daar een aantal gebouwen leeg stond als gevolg van het in de stad te gronde gaan van brouwerijen een rol gespeeld.

Door een burgeroorlog in China in 1647 stagneerde de invoer van het zeer geliefde kraakporselein en Chine de Commande. De vraag in Nederland naar Chinees porselein is echter groot. Om dit gat in de markt te vullen richtte David Anthonisz van der Pieth in Delft in 1653 de plateelbakkerij 'De Porceleyne Fles' op.

Reeds na twee jaar ging de plateelbakkerij over in de handen van Wouter van Eenhoorn en Quirinus van Kleijnoven. Wouter van Eenhoorn was in eerste plaats zakenman en had financiële belangen in meerdere Delftse plateelbakkerijen waaronder 'De Griekse A', 'De 3 vergulde Astonnekes', 'Het Hooge Huys' en 'De Paeuw'. Zakelijk eigenaar van een bedrijf betekende in die tijd dat zo iemand ook daadwerkelijk deelnam aan de productie, bijvoorbeeld als meester-pottenbakker of meester-schilder. Daarvoor moesten eerst Gilde-proeven worden afgelegd. Nog steeds is er uitermate weinig bekend over de zakelijk en vaak over de artistieke resultaten van de diverse bedrijven gedurende bepaalde tijdvakken en staan ons slechts aan- en verkoopakten, contracten e.d. ten dienste om conclusies te trekken. Wij kunnen dan ook slechts vermoeden dat gedurende de periode dat 'De Porceleyne Fles' in het bezit was van Van Kleijnoven en Van Eenhoorn de fabriek zich in een grote bloei mocht verheugen en mede behoorde tot de vooraanstaande bedrijven. Van Eenhoorn verkocht in 1663 zijn aandeel aan Van Kleijnoven die vanaf dat ogenblik dus alleen eigenaar was. Na Van Kleijnovens dood in 1695 zette zijn weduwe gedurende enige jaren het bedrijf voort, doch verkocht het in 1697 aan Johannes Knotter die voor het eerst het potje als merk introduceerde.

In 1700 is de oorlog in China weer voorbij en kwam er weer Chinees porselein op de markt, waardoor veel Nederlandse pottenbakkers hun bakkerijen moesten sluiten. De overgebleven pottenbakkers maakten toen tegels, omdat die erg populair waren in huizen, haarden, keukens en bedsteden.

In 1701 deed Knotter het bedrijf echter alweer over aan Marcelis de Vlugt. Ook De Vlugt is zelf geen pottenbakker of plateelschilder geweest, want van hem is geen enkel stuk bekend. Daarom zal hij de meesterschilder, Jan Sixtus van der Hoeck, in dienst genomen hebben, die bekend was om zijn zeer fraaie decoraties.

De Delftse industrie kreeg in de loop van de 18e eeuw meer en meer met allerlei moeilijkheden te kampen. Allereerst was het de ontdekking van de porseleinaarde en vervolgens de verspreiding van het porselein in Europa; een product dat voor het Delfts aardewerk een lastige mededinger werd. Daarna volgde in 1746 door de Engelsman Cookworthy de vinding van witbakkende klei dat een product opleverde dat in vele opzichten superieur was aan het Delftse. Op dit aardewerk hoefde dus geen wit-dekkende glazuur te worden aangebracht en de meer verfijnde decoratie werd nu bedekt met een transparante glazuur.

In 1750 gaat het bedrijf over in handen van Christoffel van Doorne, die reeds in 1762 overleed, waarop zijn zoon eigenaar werd. Pieter van Doorne overleed in 1770; zijn weduwe verkocht in 1771 'De Porceleyne Fles' aan Jacobus Harlees. In zijn ingeschreven merk verschijnt na 70 jaar (sinds Knotter) weer het flesje dat sindsdien een onderdeel van jet merkteken gebleven is.
Na Harlees dood in 1786 ging de fabriek over in handen van zijn zoon Dirck. Aan de ongunstige tijden in de periode van de Franse revolutie en de bezetting kon Dirck niet het hoofd bieden en hij verkocht in 1804 de fabriek aan Henricus Arnoldus Piccardt, die in 1849 werd opgevolgd door zijn dochter G.V.M.A. Piccardt.

Aan het einde van de 19e eeuw was er door concurrentie van het Engelse Wedgwood en de Europese porseleinindustrie, Het goedkoper wordende Oosters porselein en gebrek aan innovatie onder de Delftse plateelbakkers nog slechts een pover restant van het eens zo bloeiende ambacht. Slechts Geertruida Piccardt slaagde erin, mede door door behalve aardewerk ook vuurvaste stenen te produceren, het hoofd boven water te houden, zij het dan ook dat de vervaardiging van het oud Delfts in belangrijke mate moest worden opgeven en overging tot massaproductie van goedkoop gedrukt aardewerk.

Joost Thooft (1844-1890)
In 1876 kocht de Delftse ingenieur Joost Thooft de fabriek met de bedoeling de oude traditie, de vervaardiging van blauw Delfts, weer in ere te herstellen. Hij zag in dat daarbij niet de oude wegen moesten worden bewandeld. Het oudere brossere aardewerktype was geheel in diskrediet geraakt en zou zeker geen groot succes kunnen boeken. Hij zocht en vond de oplossing in het gebruik van een samenstelling in de geest van het witte harde en taaiere Engelse aardewerk. Abel Labouchere (1860-1940), vanaf 1881 werkzaam in De Porceleyne Fles, werd drie jaar later Thooft’s zakelijke partner. Samen met hun personeel ontwikkelde deze mannen Delfts Blauw keramiek van hoge kwaliteit dat binnen een paar jaar wereldwijd een beroemd en gewild product werd.

Joost Thooft voegde aan het merk zijn monogram JT en het woord 'Delft' toe. Joost Thooft stierf op de leeftijd van 46 jaar en Abel Labouchère zette de fabriek alleen voort.

Adolf le Comte (1850-1921)
In 1877 verbond Adolf le Comte, leraar Ontwerpen aan de Polytechnische School in Delft, zich aan De Porceleyne Fles als artistiek adviseur.
Joost Thooft ondernam ook pogingen om naast het herscheppen en opbouwen van een catalogus 'sier-Delfts' modern aardewerk te produceren. Het aantrekken van de jonge en ambitieuze ontwerper Adolf Le Comte was in dat kader een goede zet van de fabriek.

De Nederlandse aardewerkindustrie was in de negentiende eeuw achtergebleven bij de technologische ontwikkelingen in Engeland. De Porceleyne Fles was de eerste plateelbakkerij die in Nederland vanaf 1881 industrieel geperste tegels in onderglazuurtechniek beschilderde. Omdat men in het begin nog geen eigen tegelpers had werden aanvankelijk ongedecoreerde tegels uit Engeland geïmporteerd. De ontwerpen van Adolf le Comte sloten aan bij de traditie van het Delfts blauw, waarvoor de belangstelling destijds een eerste opleving kende. - (http://www.kunstbus.nl/design/adolf+le+comte.html)

1878-1930 Leo Senf (1860-1940)
De ontwerpen van Le Comte werden met veel raffinement uitgevoerd door plateelschilder Leon Senf. Deze was kort na de overname door Thooft aangenomen om het vak te leren van de enig overgebleven plateelschilder in het bedrijf, de bejaarde Cornelis Tulk (1803-1893). In de 50 jaar die Leo Senf bij het bedrijf werkt, wordt hij één van de belangrijkste ontwerpers uit de geschiedenis van de Porceleyne Fles.

Jugendstil bij de Porceleyne Fles
In Nederland en andere noord Europese landen viel de bloeitijd van de Jugendstil tussen 1890 - 1914. De artistieke, sociale en politieke ontwikkelingen van de 19e eeuw zorgden voor een omgeving waarin kunst en toegepaste kunst de overheersende neostijlen konden doorbreken en een totaal nieuwe stijl tot bloei konden brengen. De Nederlandse Jugendstil baseerde zich op ideeën uit de Britse Arts and Crafts Beweging, de Aesthetic Movement, de Belgische en Franse Art Nouveau, de Duitse Jugendstil en de Oostenrijkse Sezession. Nederlandse ontwerpers maakten gebruik van zowel golvende vloeiende belijningen (slaolie-stijl) als meer gestileerde symmetrische vormen, vaak in combinatie met bont florale motieven. De grote ervaring in Nederland binnen de keramiekindustrie vormde het begin van veel nieuwe plateelbakkerijen, die allemaal Jugendstil aardewerk maakten, zoals Rozenburg in Den Haag, Wed. N.S.A. Brantjes, NV Haga in Purmerend en andere plateelbakkerijen zoals in Arnhem en Gouda. Maar zonder twijfel ligt de oorsprong van deze nationale industrie bij De Porceleyne Fles.

Vanaf 1890 begon een tijd van weergaloze groei voor De Porceleyne Fles. De voorgaande anderhalve decennia waren een uitdagende periode geweest voor Joost Thooft. Hij had geworsteld met de technieken en materialen om een hoogstaande kwaliteit Delfts Blauw te maken. Tegen de tijd dat Thooft sterft - op 27 mei 1890 - was zijn droom om het Delftse keramiek nieuw leven in te blazen vruchtbaar gebleken. De Porceleyne Fles was klaar voor een nieuwe periode in haar bestaan, voortbouwend op Thoofts droom; het uitbreiden van de collectie Delfts Blauw en het creëren van nieuw producten, waaronder het prachtige Jugendstil keramiek.
De reputatie van het traditionele handbeschilderende Delfts Blauw overschaduwde lang de belangrijke rol die De Porceleyne Fles met haar sieraardewerk had in deze beweging. In minder dan twintig jaar introduceerde De Porceleyne Fles ruim tien productlijnen die samenvielen met viel samen met de Jugendstil:
. 1891 – 1914, Berbas: met de hand gedraaid sieraardewerk van donkerbakkende inheemse kleisoorten voorzien van gekleurde glazuur (ondoorschijnende loopglazuren). Adolf le Comte introduceerde naast het traditionele Delfts blauw een geheel nieuw productieassortiment.
. 1897 – 1899, 'Jugendstil' servies, waarschijnlijk vervaardigd van zgn. kalkaardewerk met licht ingekleurde rose glazuur en gekleurde decoraties.
. 1898 – 1910, Jacoba: voorwerpen van donkerbakkende inheemse klei waarop in de nog vochtige klei de omtrekken van een decoratie gekrast werden om later met verschillende glazuren te bedekken.
. 1898 – 1900, Tin-emaille (Tinglazuur of email keramiek): - hier werd teruggegrepen naar de 'oude' techniek dat wil zeggen bedekken met tinglazuur waarop de beschildering wordt aangebracht. Zowel in blauw als meerdere kleuren.
. 1898, Leon Senfs ‘pauwen ontwerp’
. 1898 – 1900, Van Hoytema: illustrator en etser Th. van Hoytema maakte voor De Porceleyne Fles een aantal ontwerpen van dierfiguren op vazen en dekselvazen.
. 1900 – 1905, Na het Berbas ontwikkelde Le Comte successievelijk het Réflet Métallique (1892), het Jacoba-aardewerk en tot slot het porselein-biscuit: crème kleurig porseleinbisquit. Vooral dit laatste product is geheel conform de zakelijke principes van de Nieuwe Kunst vormgegeven. Dit monumentale, soms architectonische sieraardewerk is vervaardigd van ongeglazuurde, witbakkende porseleinaarde en heeft een in de huid gekrast symmetrisch decor dat is opgevuld met gekleurde laagjes slib waaromheen contourlijnen in goud zijn aangebracht. Deze fabricagewijze werd ook wel 'pate-sur-pate' genoemd. Hoewel het porselein-biscuit bedoeld was als antwoord op het toen zo populaire eierschaalporselein van de Haagse plateelbakkerij Rozenburg, miste het de grote impact van dat product.
. 1900, Sectiel
. 1902 – heden, Pijnacker: In 1902 werd de vervaardiging hiervan opnieuw ter hand genomen. Geïnspireerd op het Japanse Imari porselein.
. 1910 – 1936, Nieuw Delfts: Het nieuwe sloeg op zowel de decoratie als op de wijze van vervaardiging. Men ging uit van donkerbakkende klei waarop een witte engobelaag werd aangebracht. Op de engobelaag werd geschilderd. Het 'Nieuw Delfts' was geïnspireerd op de keramiek uit het Midden en Nabije Oosten. De ontwerper van dit vernieuwingsaardewerk, dat opvalt door zijn rijke kleurenpalet en glazuurgebruik, was Leon Senf.
. 1910, Lustre
De algemene stemming en sfeer veranderde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Door het veranderende modebeeld werd Jugendstil al snel als gedateerd beschouwd, waarmee deze stijlperiode tot een einde kwam. De laatste jaren is er echter weer een toenemende interesse voor Jugendstil keramiek. In eerste instantie voor de meer flamboyante vormen uit andere fabrieken, maar nu wordt ook het keramiek uit De Porceleyne Fles gewaardeerd en gerespecteerd als een onvervangbare, belangrijke en waardevolle kunstvorm uit die speciale periode 1890-1914.

In 1895 ontstaat de afdeling 'bouwkeramiek'. De Porceleyne Fles krijgt veel belangrijke opdrachten voor architectonisch keramiek, waaronder die voor het Vredespaleis in Den Haag.

1900 - Tijdens de wereldtentoonstelling in Parijs wint de Porceleyne Fles, met de keramische gallerij uit de binnentuin, de Grand Prix.

In 1904 werd het bedrijf omgezet in een naamloze vennootschap.

Cloisonne tegels
Naast het Delfts blauwe aardewerk werden van 1915 tot 1977 ook Cloisonne tegels vervaardigd. De scheidingslijnen tussen kleurvakken werden gevormd door dunne richels die tevens de functie van contouren vervulden. De ruimten werden met de hand gevuld met gekristalliseerde galzuren. Formaten, decoren varieerden sterk. Er bestaan veel verzamelaars. Er is een boek met (bijna) alle ontwerpen samengesteld door een van de verzamelaars.

1916 - Het bedrijf verhuist van het Oosteinde naar de Rotterdamseweg te Delft.

Als blijk van waardering voor de pogingen die de onderneming sinds 1876 in het werk gesteld had om de naam van Delft en die van de keramische industrie in het algemeen te herstellen, werd in 1919 het predikaat 'Koninklijk' verleend. Resumerend zien wij derhalve bij de merken van de Porceleyne Fles de namen Quirijn van Kleijnoven en de Piccardts niet terug.

Experimentele Afdeling / Theo Dobbelmann (1906-1984)
De Porceleyne Fles had de oorlog overleefd en zou in de jaren vijftig weer een grote rol van betekenis gaan spelen. Niet alleen haar afdelingen Tegels, Mallen en Bouwkeramiek (of ‘Architectonisch’), maar vooral ook de in 1956 begonnen afdeling 'experimenteel aardewerk' o.l.v. de beeldhouwer-keramist-chemicus Theo Dobbelmann en de kleurtechnicus en latere glaskunstenaar Iep Valkema, zijn belangrijk geweest voor de sterke toename van ‘keramiek in de bouw’.
De Experimentele Afdeling richtte zich op de vernieuwing van het keramisch object als ‘(sier)kunst’: nieuwe vormconcepten, decoratietechnieken (engobe- en kras- of sgrafittotechnieken) en modellen, maar tegelijkertijd ook op de ontwikkeling van nieuwe glazuren, kleimengsels en sintertechnieken (matte kiezelglazuren, sinterengobes, etc.). Daarmee nam de Experimentele Afdeling op commerciële basis een ‘post-doc’-taak op zich ten behoeve van de keramische opleidingen aan de Nederlandse kunstnijverheidsscholen, vooral die aan het Amsterdamse IVKNO/latere Rietveldacademie, waaraan Dobbelmann samen met Wim de Vries verbonden was. Dobbelmann recruteerde vandaar zijn meest getalenteerde leerlingen voor Delft: Lies Cosijn, Jet Sielcken en Adriek Westenenk.
De rol die de technisch-chemicus ir. Mauser aan het begin van de eeuw bij de Fles gespeeld had, werd nu dus door Dobbelmann ingenomen. Anders dan Mauser echter trad Dobbelmann ook als vrij ontwerper op.
De Fles genereerde opnieuw technische en artistieke vernieuwingen en leverde bovendien ontwerpen in eigen beheer, vrij en experimenteel die van Cosijn en Dobbelmann en gebonden en commercieel die van Hans Tieman. De resultaten trokken direct de aandacht en werden in 1957 voor het eerst geëxposeerd in Museum Boijmans op de tentoonstelling Beeldend Aardewerk.
Van het grootste belang was echter: de Fles trad, zoals dat de hele eeuw door al was gebeurd, weer op als technisch adviseur, uitvoerder en artistiek gespecialiseerd faciliteringsbedrijf. In min of meer directe samenwerking met externe beeldende kunstenaars voerde de Fles hun bouwkeramische opdrachten uit, die zelfs vaak alleen als ontwerptekening hoefden te worden aangeleverd. Medewerkers van de Fles konden het ontwerp door schets- en definitieve fase werken en het de eerste keer branden. Indien van toepassing werkte de kunstenaar het daarna zelf af met glazuur (verven). De doorsnee-kunstenaar die zich met ‘keramiek in de bouw’ bezighield, beschikte niet over gespecialiseerde materiaaltechnische kennis en miste bovendien faciliteiten, zoals grote ovens om dergelijke, vaak omvangrijke opdrachten aan te kunnen.
Kunstenaars als de Amsterdammer Nico Wijnberg (keramisch tableau Het Oude Station, Station Delft, 2,75 x 3,95m, 1960, aangebracht op door de Fles ontwikkelde rhombus-vormige muurtegels en uitgevoerd in een zwarte engobe-sgrafitto techniek) of de Rotterdammer Dick Elffers (keramisch reliëf, 9,5 x 5m, Shell Rubber Pernis, 1961), die met enige regelmaat monumentale opdrachten kregen voor werk in keramisch materiaal, waren van huis uit geen ambachtelijke keramisten, maar schilder-grafici. Het overgrote deel van wat ooit bij de Fles uitgevoerd is aan particuliere kunstopdrachten of percentageopdrachten in keramisch plastiek of reliëf, als reliëftegels, beschilderde of in kunstglazuur gedecoreerde tegeltableaus of keramische handvormmozaieken, is op deze manier ontstaan.
Een vaak kwalitatief hoogwaardig deel van deze opdrachten was ook bedoeld ter versiering van de interieurs van de talloze, na de oorlog op Nederlandse werven gebouwde schepen, zowel voor Nederlandse, als voor buitenlandse reders en scheepvaartmaatschappijen. Voor het grote auditorium van de SS Rotterdam van de HAL ontwierp Dick Elffers een dubbelzijdig keramisch scherm ‘Leven’ en Nico Nagler grote series keramische wandreliëfs en tussenspiegelstukken voor de beide eetzalen.

De Experimentele Afdeling werd in 1977 opgeheven en de kunst- en voorbeeldencollecties van de Porceleyne Fles – waaronder ook vele proef-en zichtspecimina van uitgevoerde opdrachten bij de Afdelingen Tegels en Bouwkeramiek - werden in 1977 en bloc geveild. - (Keramiek in de Bouw: Tegels en Baksteen Mozaieken (Zwart Delfts (Famille Noir).

De fabriek introduceerde in 1988 de Kollektie Moderne Keramiek. Hiervoor wordt elk jaar door een bekend kunstenaar of ontwerper een jaarobject ontworpen dat in een gelimiteerde en genummerde oplage wordt uitgebracht. Incidenteel neemt De Porceleyne Fles ook actuele ontwerpen van kunstenaars als bijvoorbeeld Borek Sipek in productie.

2003 - Viering 350 jarig bestaan: Introductie 'Jubilee'.

2008 - Royal Delft neem Royal Leerdam Crystal over, een oud, ambachtelijk bedrijf, gespecialiseerd in het vervaardigen van kristallen kunst- sier- en gebruiksvoorwerpen.

Websites:
. Productlijnen (www.royaldelft.com)
. Beeldmerken (www.royaldelft.com)
. Jaarcodes (www.royaldelft.com)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1514.