kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-01-2016 voor het laatst bewerkt.

diamant

Diamant (Oudgrieks: adamas, "onverslaanbaar") is een van de vier natuurlijke allotrope verschijningsvormen van koolstof (de meest voorkomende is grafiet). In diamant hebben de koolstof-koolstofbindingen de tetraëdische structuur.

Diamant is voor zover bekend het hardste materiaal dat in de natuur voorkomt; het is dan ook het ijkpunt voor hardheid 10 op de hardheidsschaal van Mohs. De hardheid is 140 maal groter dan die van saffier en robijn, die in hardheid op de diamant volgen. Er zijn slechts twee industrieel vervaardigde materialen, namelijk Aggregated carbon nanorods en ultrahard fulleriet, die harder zijn.

De diamant ontleent zijn naam aan het Griekse adamas, "ontembaar" of "onoverwinnelijk", verwijzend naar zijn hardheid.

Diamant is een kristal dat onder extreme druk en temperatuur tot stand is gekomen. In zuivere vorm is de diamant kleurloos en helder; verontreinigingen kunnen de steen echter geel tot bruinachtig maken. Ook de kleuren donkerrood en roze, groen, blauw en zelfs diepzwart komen voor.

Geschiedenis
Diamant werd al door Plinius de Oudere (23-79 na Christus) genoemd. Diamanten werden in de 6de tot de 5de eeuw voor Christus in Europa bekend. Uit deze tijd stamt een oudgrieks bronzen beeld met onbewerkte diamanten. Dit beeld bevindt zich tegenwoordig in het British Museum in Londen. Tot de 18de eeuw werden diamanten alleen in India gewonnen; hier komen ook de bekendste historische stenen vandaan. Pas in 1714 werden in Brazilië en later ook in Zuid-Afrika diamanten ontdekt. Er zijn talrijke legenden verbonden met diamanten en er worden hun ook magische krachten toegeschreven. Diamanten waren het symbool van rijkdom en ze vormen een onderdeel van bijna alle kroonjuwelen, schatkamers en museale collecties.

Diamant is een transparant koolstofkristal met een brekingsindex van 2,417. In juwelen wordt zo het (zon)licht mooi gebroken en weerkaatst. Bovendien wordt het gepolijste glanzend oppervlak van de diamantsteen niet mat doordat het een zo hard materiaal is.

Vanwege zijn extreme hardheid wordt diamant gebruikt in de industrie, o.a. voor slijpen, boren, snijden en polijsten.

Naast de hardheid zijn ook de thermische geleidbaarheid en de elektrische weerstand van diamant bijzonder hoog. Deze combinatie maakt dat diamant gebruikt kan worden in elektronische schakelingen om warmte af te voeren.

Het winnen van diamanten in bepaalde delen van Afrika roept tegenwoordig ethische bezwaren op, omdat de verkoop door verschillende legers wordt gebruikt om hun oorlogen mee te financieren. Men spreekt dan van conflict- of bloeddiamant. Recent zijn stappen genomen om dit fenomeen tegen te gaan, het zogenaamde Kimberley-proces (naar een conferentie in die Zuid-Afrikaanse stad). Afgesproken is dat diamanten nog alleen zullen mogen circuleren met een attest, waaruit blijkt dat ze op reguliere wijze zijn gewonnen, en niet in conflictzones. Het proces staat helaas nog maar in de kinderschoenen, omdat de controle moeilijk is en omdat regeringen - die moeten instaan voor de attestering - nu juist in oorlogszones meestal geen grote garantie voor betrouwbaarheid bieden. Bovendien staan zulke grote bedragen op het spel, dat smokkel, corruptie en fraude uiterst verlokkelijk zijn. In de toekomst zal een oplossing wellicht gezocht moeten worden in spectrografisch bewijs van oorsprong. Aan die technologie wordt gewerkt.

Diamant wordt o.a. gevonden in het Sperrgebiet ten zuiden van Lüderitz aan de kust van Namibië en in het aansluitende kustgebied van Zuid-Afrika. In die gebieden komt diamant voor in een zandlaag enige meters onder de oppervlakte. Deze gebieden zijn gesloten voor iedereen die er niets te zoeken heeft. Een deel van de diamant spoelt ook wel de Atlantische Oceaan in en wordt daar door diamantvissers gewonnen. Zij werken onder licentie van De Beers, het grote diamantbedrijf dat vrijwel een wereldmonopolie op diamant bezit, hoewel landen van de voormalige Sovjet-Unie ook een belangrijke diamantproducent zijn geworden. Het bedrijf ALROSA uit de Russische deelrepubliek Sacha is het tweede bedrijf met 20% van de wereldproductie.

De belangrijkste centra voor verhandeling van diamant zijn Londen (waar De Beers gevestigd is) en Antwerpen (80% van alle ruwe diamanten gaat langs Antwerpen).

De Cullinan is de grootste ongeslepen diamant die tot nu toe op aarde is gevonden: 3.106 karaat. De Cullinan werd gekloofd en geslepen en het grootste stuk, de Cullinan 1 (530,20 karaat) was na het slijpen ongeveer een eeuw lang de grootste geslepen diamant. De grootste geslepen diamant is nu echter de Golden Jubilee (545,67 karaat) die door een Russische meesterslijper werd geslepen en sinds 1997 in het bezit is van de Thaise koning, die hem ontving naar aanleiding van zijn 50-jarige kroningsjubileum. Op 27 augustus 2007 werd bekend gemaakt dat er in Zuid-Afrika een diamant was gevonden van ruim 6.000 karaat. Op 5 oktober 2007 werd echter bekend dat deze steen geen diamant is.

De diamant is een van de "negen edelstenen" in de Thaise Orde van de Negen Edelstenen.

Een aantal diamanten is vanwege hun grootte, schoonheid of vanwege hun avontuurlijk verleden bekend en beroemd.
. Dresden: 41,00 karaat, waarschijnlijk uit India; vroegste geschiedenis niet bekend. In 1742 door Friedrich August II, keurvorst van Saksen gekocht voor 400.000 taler. Wordt bewaard in het Grüne Gewölbe in Dresden.
. Hope Diamant: 45,52 karaat, Verscheen in 1830 in de handel en werd gekocht door bankier H.Ph. Hope. Waarschijnlijk herslepen uit een gestolen steen. Heeft ook deel uitgemaakt van de Franse kroonjuwelen. Sinds 1958 in het Smithsonian Institution in Washington.
. Cullinan I of Star of Afrika: 530,20 karaat. Geslepen uit de Cullinan, met 3.106 karaat de grootste ruwe diamant ooit gevonden. Tezamen met 104 andere stenen door de Diamantslijperij Asscher in Amsterdam in 1908 geslepen. Siert de scepter van de koningen van Engeland. Wordt bewaard in de Tower van Londen. Deze was tot 1997 de grootste geslepen diamant.
. Sancy: 55 karaat. Naar het schijnt gedragen door Karel de Stoute (rond 1470). In 1570 verworven door de Franse gezant in Turkije, Signeur de Sancy. Sinds 1906 in het bezit van de familie Astor in Londen.
. Tiffany: 128,51 karaat. In 1878 gevonden in de Kimberley-mijn in Zuid-Afrika, met een ruw gewicht van 287,42 karaat. Verworven door de juweliersfirma Tiffany in New York. Geslepen in Parijs met 90 facetten.
. Koh-i-Noor: 108,93 karaat. Oorspronkelijk in ronde vorm met 186 karaat in bezit van Indiase vorsten. In 1739 verworven door de Sjah van Perzië. Kwam later in het bezit van de Britse Oost-Indische Compagnie die hem in 1850 schonk aan Koningin Victoria. Omgeslepen kreeg hij eerst een plaats in de kroon van Koningin Mary, echtgenote van George V, en later in de kroon van Koningin Elizabeth II; wordt bewaard in de Tower van Londen.
. Cullinan IV: 63,60 karaat. Een van de 105 stenen die geslepen zijn uit de Cullinan. Bevindt zich in de kroon van Koningin Mary; kan ook uit de kroon worden genomen en als broche worden gedragen. Wordt bewaard in de Tower in Londen.
. Nassak: 43,38 karaat. Oorspronkelijk meer dan 90 karaat, bevond zich in India in een Shiva tempel bij Nassak. In 1818 als krijgsbuit door de Engelsen verworven. In 1927 omgeslepen in New York. Nu in particulier bezit in de Verenigde Staten.
. Sjah: 88,70 karaat. Komt uit Iran, heeft slijtvakken, deels gepolijst. Draagt drie inschriften met heersersnamen. In 1829 geschonken aan tsaar Nicolaas I van Rusland. Tegenwoordig in het Kremlin in Moskou.
. Florentijner of Toscaner: 137,27 karaat, Vroegste geschiedenis door sagen omgeven. In 1657 in het bezit van de Medici's in Florence, In de 18de eeuw in de kroon van de Habsburgers, daarna gebruikt als broche.
. Belofte van Lesotho: 603 karaat. Een van de grootste onbewerkte diamanten die ooit is gevonden.

Veel diamant voor industriële doeleinden wordt ook synthetisch gemaakt; diamanten van sieradenkwaliteit levert dit echter (nog) niet op. Onderzoekers van het Carnegie Institution of Washington ontdekten in 2004 een procedé om binnen 24 uur diamant te synthetiseren dat meer dan 50% harder is dan natuurlijk diamant.

Geslepen diamant en prijsbepalende factoren
Ruwe diamanten worden bewerkt om hun schoonheid tot een hoogtepunt te voeren. Na de bewerking houden we een steen over met een uitzonderlijke schittering en kleurenspel die op verschillende criteria worden beoordeeld om tot een prijs te komen. De criteria zijn de 4 “C”’s en houden in:

Cut
Hieronder wordt verstaan het maaksel van de steen. De vorm waarin de steen geslepen wordt is een onderdeel hiervan. Het maaksel heeft betrekking op de kwaliteit van het slijpen en de verhoudingen van de slijpvorm. De essentie ligt in de juiste "Verhoudingen" en de "Verfijning" van de geslepen steen. Onder de verhoudingen verstaan we de hoogte van de kroon, de kroonhoek, de diepte van de paviljoenzijde, de tafelspiegeling, de verhouding van de rondist t.o.v. de totale diepte van de steen. Onder de verfijning verstaan we de precieze afwerking van het totale maaksel. Hoe regelmatig is de rondist, is de kollet zwaar of licht, zijn er symmetrieverschillen tussen kroon en paviljoenzijde, sluiten de facetten recht op elkaar aan, ligt de kollet exact in het midden of ligt de tafel decentraal? Al deze zaken zijn direct van invloed op het spel van het licht in de steen. Het maaksel is mensenwerk in tegenstelling tot de zuiverheid, kleur en ten dele het gewicht. Ze is dan ook een grote prijsbepalende factor in de vier “C”’s, immers, een steen met een mooi rond gewicht, loepzuiver en de hoogste kleur in een briljante slijpvorm lijkt een topsteen. Echter, als de steen te diep geslepen is (spijker) of te ondiep (visoog) dan is het lichtspel in de steen dood en heeft de steen een geringere waarde. Kortom, het maaksel is van groot belang omdat het uiteindelijk het belangrijkste in de steen tot uiting laat komen: de schittering en het kleurenspel in volle glorie.

Carat
Het gewicht van edelstenen wordt uitgedrukt in Karaat (1 karaat = ,2 gram) Het karaat wordt onderverdeeld in 100 punten en wordt altijd in twee decimalen uitgedrukt bv. ,24 karaat of 24 punt. Het gewicht wordt bepaald met een weegschaal.

Clarity
De zuiverheid van geslepen diamant. De steen kan zowel in- als uitwendig kenmerken vertonen. De inwendige bestaan veelal uit resten koolstof die niet geheel uitgekristalliseerd zijn. Of gletsen (inwendige scheuren). Ze komen in allerlei vormen voor maar ook in diverse gradaties van intensiteit. Groeilijnen die de opbouw van de ruwe steen laten zien. Ook zijn er uitwendige kenmerken zoals "Baard" die overblijft wanneer de steen te hard gesneden is. Ook kan er "Nijf" achterblijven wanneer de steen zuinig gesneden is. Beide kenmerken zijn op de rondist te zien. Al deze kenmerken bepalen de zuiverheid van de steen die in verschillende categorieën wordt ingedeeld: Flawless, VVS1, VVS2, VS1, VS2, SI, Pique 1, Pique 2, Pique 3. De beoordeling hiervan gebeurt door het geoefende oog van de diamantair of in laboratoria met de microscoop.

Colour
Hoe een gekleurde diamant beoordeeld wordt, is tamelijk subjectief. Een zuivere diamant is kleurloos. Meestal geldt dan ook: hoe minder kleur (hoe zuiverder), hoe waardevoller. Bepaalde relatief veel voorkomende verkleuringen (zoals geel) laten de waarde van de diamant dalen. Zeldzame kleuren (zoals roze en blauw) zorgen daarentegen voor een waardestijging.

De kleur wordt bepaald aan de hand van een set zogenaamde "masterstones". Dit is een door verschillende vooraanstaande diamantairs beoordeelde set stenen met verschillende kleuren in de hoogste graden, die als standaarden worden beschouwd. De beoordeling gebeurt meestal visueel ("op het oog"). Tegenwoordig zijn er ook elektronische beoordelingen mogelijk.

Edelsteenlaboratoria
Edelsteenlaboratoria houden zich uitsluitend bezig met de beoordeling van geslepen edelstenen. Laboratoria houden zich niet bezig met de markt en geven geen waardeoordeel in geld. De essentie van het laboratorium is gelegen in de wetenschappelijke grondslag waarmee de kenmerken beoordeeld worden. Men beoordeelt op de hierboven omschreven vier "C"'s met de modernste middelen en technieken. Het eindresultaat wordt neergelegd in het CERTIFICAAT waarop de details van de vier beoordelingen staan vermeld met als extra beoordeling de "Finish Grade", die bij grotere en hoge kwaliteiten een extra rol speelt. Het certificaat heeft een nummer dat refereert naar het werkblad waarop de steen is geïdentificeerd en gegradueerd. Dit nummer wordt in de rondist gezet met een laser. Van het certificaat wordt een microfoto gemaakt. Deze microfoto wordt gelijktijdig met de steen "Gesealed". Gecertificeerde stenen worden ook vaak gebruikt als onderdeel van een beleggingsportefeuille en verdwijnen in een kluis om op een later tijdstip van 15 tot 20 jaar opnieuw verhandeld te worden. Wordt de steen uit het seal gehaald om in een sieraad te verwerken, dan kan op een later tijdstip, aan de hand van het nummer en werkblad de steen geïdentificeerd en vervolgens opnieuw gesealed worden. Enkele voorbeelden van laboratoria zijn: HRD, IGI, GIA, Nederlands Edelsteenlaboratorium.

Helderheidversterking
In de diamantindustrie is het al sinds de ontdekking van de diamant gebruikelijk om ruwe diamanten kunstmatig mooier te maken. Voorbeelden hiervan zijn de verschillende slijpprocessen om de vorm van de diamant te optimaliseren voor reflectie en schoonheid.

De laatste jaren heeft er een revolutie plaatsgevonden in de technologieën om de schoonheid van diamanten te verbeteren. Een van deze technologieën gebruikt een combinatie van hoge druk en temperatuur, om via volumediffusie de helderheid van een diamant permanent te verbeteren. Door het toepassen van deze processen kunnen consumenten diamanten kopen met een hogere kwaliteit en een lagere kostprijs. Deze diamanten worden ook wel HV-diamanten (helderheid versterkte diamanten) genoemd.

Voor het helderheidversterkingsproces gebruikt men natuurlijke diamanten. Tijdens de bewerking, die zoals gezegd plaatsvindt onder hoge druk en temperatuur, wordt een interne film aangebracht in de diamant. Deze film zorgt ervoor dat een veer of ander insluitsel optisch onzichtbaar wordt. Omdat het proces de film in de diamant aanbrengt is deze behandeling permanent. De film is van een dusdanig microscopische grootte dat het gewicht van de diamant niet wijzigt. De film verbetert alleen de helderheid (clarity) van de diamant. Alle andere karakteristieken worden niet veranderd.

Diamantslijpen
Diamantbewerken/slijpen is een bewerking waarmee de ruwe diamant tot sieraad wordt geslepen. Vaak wordt gedacht dat er hardere materialen bestaan dan diamant hetgeen niet het geval is. Diamant is het hardste materiaal dat in ons bestaan bekend is. Het slijpen gebeurt dan ook met diamant.

Alvorens te gaan slijpen wordt eerst bekeken hoe de ruwe steen het beste "genomen" kan worden om het grootste gewicht te behouden. Hebben we te maken met de zuivere kristalvorm van een octaëder dan zal de ruwe steen eerst gezaagd worden. Hebben we te maken met een onregelmatige vorm dan zal gekloofd worden. De kristalstructuur bepaalt dus op welke wijze het meest efficiënt geslepen kan worden. Vervolgens zal de ruwe steen worden gesneden wanneer een ronde slijpvorm toegepast wordt als de briljant, een ronde vorm dus. Na het snijden volgt het opzetten van het kruiswerk. Dit gebeurt op de diamantschijf die bewerkt is met boord (diamantpoeder). Bij het slijpen in de standaardvorm diamant houdt men vaak minder dan de helft van het originele materiaal over. Het slijpen kan afhankelijk van onder andere de grootte tot enkele maanden duren.

Briljant, kort voor briljantgeslepen is een slijpwijze die de luister, de lichtreflectie, van een diamant verhoogt. Andere populaire slijpwijzen zijn markies, tafelslijpsel en cabochon.

Tot in de 17e eeuw konden diamanten alleen worden gekloofd, daarbij hield men rekening met de natuurlijke breukvlakken binnen de diamant.

In de 17de eeuw raakte de briljant in de mode. Bij dit slijpsel gaat men uit van de natuurlijke dubbele piramidevorm, waarbij de tafel sterker wordt afgeknot dan de kollet. In totaal heeft een briljant 58 facetten; boven 33 en onder 25.

In de 19e eeuw werden veel diamanten roosgeslepen. De lichtweerkaatsing is dan geringer dan bij de nieuwere briljantslijpsels. Dit gemis werd goedgemaakt door gekleurd folie achter de steen aan te brengen.

Bij briljantgeslepen stenen is het kollet, de onderzijde opengelaten en wordt de steen door metalen tandjes "à jour" (Frans: in het daglicht) gezet.

Een briljantgeslepen diamant reflecteert met zijn 58 driehoekige en ruitvormige facetten een maximale hoeveelheid van het binnengevallen licht. Dat licht valt binnen door de "tafel", het platte achthoekige bovenvlak en wordt door de facetten vele malen weerkaatst waarbij een dubbele breking optreedt waarvan de hoek voor ieder mineraal en iedere edelsteen uniek is.

De volmaaktheid als edelsteen kreeg de diamant pas door het moderne briljantslijpsel. Dit ontstond rond 1910 uit het zogenaamde oud briljantslijpsel uit de vorige eeuw, de kenmerken hiervan zijn; cirkeltronde rondist met minstens 32 facetten en de tafel in het bovendeel met minstens 24 facetten (eventueel met kollet, dit is een puntvormige afgeplatte spits) aan het benedendeel.

De benaming briljant zonder toevoeging mag alleen worden gebruikt voor ronde diamanten met een briljantslijpsel. Alle overige slijpsels moeten als zodanig worden aangegeven (CIBJO, 1999). Feitelijk worden in de handel en in de volksmond alle geslepen diamanten meestal als briljant aangeduid, en niet alleen die diamanten met een briljantslijpsel.

Door de berekening en in de praktijk zijn verschillende modellen van het moderne briljantslijpsel ontwikkeld; de bekendste zijn de volgende:
. Tolkovsky-briljant (1919, Tolkovsky). Zeer goed lichtrendement, beste flonkeling, in de Verenigde Staten grondslag van de slijpgradering.
. Ideaal-briljant (1926, Johnson en Rosch). Geen bijzondere voordelen, zoals de naam doet vermoeden. Geen goede flonkering. Heeft plomp uiterlijk.
. Fijnslijpsel-briljant (1939, Eppler). Proporties berekend naar geslepen diamanten met prima flonkering, dus ontwikkeld in de praktijk. In Duitsland basis voor de slijpgradering.
. Parker-briljant (1951, Parker). Goede lichtopbrengst, maar door het vlakken bovendeel geringe dispersie en daardoor gebrekkige flonkering.
. Scandinavische Standaard-briljant. In Scandinavië als norm voor de slijpgradering. De maten zijn ontwikkeld aan de hand van geslepen diamanten.

Diamanten met meer facetten (dan gewoonlijk)
. King-slijpsel (1914) met 24 facetten.
. Magna-slijpsel (1949) met 102 facetten.
. Highlight-slijpsel (1963) met 74 facetten.
. Princess-144 slijpsel (1965) met 146 facetten.
. Radiant (1980) met 70 facetten.

De meeste stenen hebben hun specifieke slijpsels, alle met eigen benamingen, zoals éméraude, baguette, marquise, pendeloque en briolet.

Broche- of Marquiseslijpsel (bootvorm) van edelstenen.
De naam Marquise komt van de legende van de Markiezin van Pompadour, de maitresse van de zonnekoning, die voor haar een diamant wou laten slijpen volgens de vorm van haar mond. Het klassieke Marquise slijpsel bevat 56 facetten. Een slecht gemaakt Marquise slijpsel kan men dikwijls merken aan een "strik-effect", hetwelke te zien is in het midden van de diamant.

Roosslijpsel
Diamantslijpsel uit de 16de eeuw. Het zijn omgekeerde en afgeknotte piramidevormen, die sterk werden gefacetteerd. De standaard roosslijp, ook genaamd Hollandse of Amsterdamse roos, heeft 24 driehoekige facetten: zes ster facetten die samenkomen bovenin in de punt en 18 kruisfacetten. De Brabantse of Antwerpse roos heeft 12 facetten.

Tafelslijpsel
Slijpsel uit de 15de eeuw waarbij de steen van boven, dikwijls ook van onder, vlak werd geslepen waarbij de randen werden gefacetteerd.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Diamant.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 74.