kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Dutalis

Van 1785, het jaar waarin Pierre Gabriël Germain Dutalis (1755-1814) meester-zilversmid te Brussel werd, tot 1844, het jaar waarin Joseph Germain Dutalis zijn activiteiten staakte.

Joseph Germain Dutalis (1780-1852), Edelsmid van Koning Willem I toen België en Nederland nog onder één kroon waren verenigd.

Joseph Germain Dutalis was de zoon van de uit Bergen (Mons) afkomstige Petrus Gabriël Germain Dutalis. Pierre Gabriël Germain Dutalis wist zich als wees in het Brusselse edelsmedenmilieu op te werken. Hij bood zijn zoon, o.a. door een opleiding te Parijs, de mogelijkheid om zich verder te ontwikkelen. Zowel vader als zoon Dutalis waren gevestigd in de Magdalenastraat te Brussel, centraal gelegen tussen de Hofberg en de Grote Markt.

Joseph Germain Dutalis huwde met de protestantse Augusta Hooper, dochter van een door de Fransen gevangen genomen Engelsman. Het overlijden van Pierre in 1814 viel samen met de komst van een nieuw regime, waarbij Joseph vrijwel onmiddellijk hofleverancier werd.

Wanneer Joseph Germain Dutalis de zaak in 1814 overneemt, behoort het atelier tot de top van de Belgische edelsmeedkunst en wordt de kwaliteit van hun werk vergeleken met het oeuvre van de Gentse edelsmid en graveur Pierre Joseph Jacques Tiberghien (1755–1810).

Het werk van Joseph Germain Dutalis wordt aanvankelijk gekenmerkt door een sobere empirestijl. Een aantal motieven zijn geïnspireerd op het werk van de toonaangevende Parijse edelsmeden Martin-Guillaume Biennais (1764-1843) en Jean-Baptiste-Claude Odiot (1763-1850). Bepaalde onderdelen vertonen ook een opvallende gelijkenis met de productie van de firma Bruckmann uit Heilbronn (Duitsland). Via zijn koninklijke opdrachtgevers kwam Dutalis in contact met ontwerpen en objecten van Karl Friedrich Schinkel (1781-1841) en Paul Storr (1771-1844). Wellicht speelden ook de populaire modelprenten van Giovanni Batista Piranesi (1720-1778) en van Charles Percier (1764-1838) en Pierre-François-Léonard Fontaine (1762-1853) een rol in de ontwikkeling van Dutalis' oeuvre. Zijn latere werk wordt gekenmerkt door een rijkere versiering.

Dutalis verwierf in de Hollandse periode (1815-1830) faam als leverancier van het Nederlandse Koningshuis. Hij was de belangrijkste edelsmid van koning Willem I in Brussel, waar de koning resideerde in afwisseling met Den Haag. Aan de koning en aan de Prins van Oranje leverde hij zowel stukken voor de koninklijke tafel als koninklijke geschenken, zoals tafelzilver voor kinderen en kleinkinderen, juwelen en een vergulde bisschopsstaf voor de bisschop van Mechelen. Het kostbaarste en fraaiste zilverwerk dat Dutalis ooit voor de koning vervaardigde, was het verguld zilveren toiletstel voor de bruidsschat van zijn geliefde dochter prinses Marianne. Daarvan zijn alleen de indrukwekkende spiegel, thans in bezit van het Rijksmuseum Amsterdam, en de juwelenkist, verworven door Paleis Het Loo Nationaal Museum, bewaard gebleven. Voor de realisatie van de toiletspiegel werkte Dutalis samen met beeldhouwer Louis Royer (1793-1868) en marbrier De Vleeschouder-De Proost.

Voor Prinses Anna Paulowna (1795-1865), de echtgenote van de Prins van Oranje, de latere Koning Willem II (1792-1849), stelde Dutalis in 1829, naar aanleiding van een diefstal, een lijst met juwelen op. Een aantal van die juwelen werden wellicht door Dutalis zelf vervaardigd of waren hem als hofleverancier zeer goed bekend.

Bovendien slaagde Dutalis er in om na de onafhankelijkheid van België in de gunst te blijven van de nieuwe Koning. In de Koninklijke Verzameling van België bleven bestek, olie- en azijnstellen en een kommetje met het monogram van Leopold I (1790-1865) bewaard. Voor Prinses Charlotte (1840-1927) vervolledigde Dutalis een toiletkoffer. Toen Koning Leopold I en Koningin Louise-Marie (1812-1850) voor de paardenrennen een trofee wilden schenken, bestelden zij bij hem meerdere kopieën in verguld zilver van de zgn. Warwickvaas.

Andere bekende opdrachtgevers, zowel voor tafel-, kerk- als gelegenheidszilver, waren het Stadsbestuur van Brussel, de familie Cuylen, de Prins de Chimay, de familie de Fierlant en de Prins de Ligne. Het kerkzilver werd tot op heden vooral in de provincie Henegouwen teruggevonden (Beloeil, Forge-Philippe, Gibecq, La Bouverie, Leuze), maar ook in Brabant (Zinnik) en Antwerpen (Turnhout). Een aantal gelegenheidsopdrachten uit de Hollandse zijn de brandresten van de universiteitsscepters van de Universiteit van Leuven (1817), een vergulde bisschopsstaf van Franciscus-Antonius de Méan (1818), een waterketel die aan William Eustis, gevolmachtigd minister van president Madison van de Verenigde Staten, werd geschonken (1819), een zilveren lier van het Genootschap de Harmonie uit Antwerpen (1827), en een paar koelers die als trofee voor de paardenrennen te Brussel werden vervaardigd (1826-1829).

Een derde generatie edelsmeden kwam er echter niet. De zoons Charles en Gustave, die respectievelijk als landbouwer-rentenier en zetmeelfabrikant door het leven gingen, werden opgevoed door hun moeder, die na 1820 niet meer bij haar echtgenoot woonde. Zij verkwanselden voor een groot deel het enorme kapitaal dat Dutalis als hofleverancier vergaard had. Het enige mannelijke kleinkind, Oswald Dutalis, stierf in 1907 in het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis in Geel, nadat hij in 1864-1865 aan de Mexico-expeditie en in 1879 aan de tweede Belgische Afrika-expeditie had deelgenomen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 13.