kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-07-2008 voor het laatst bewerkt.

Emmy van Leersum

Aluminium halskraag ontworpen voor een speelfilm in 1968

Nederlandse sieraadontwerpster, 1930 Hilversum - 1984 Amersfoort.

Als één van de pioniers van het Nederlandse sieraadontwerp zette Emmy van Leersum dit vakgebied internationaal op de kaart. Haar werk betekende een radicale breuk met de traditie. Met een mathematische precisie werkte ze aan een consequent oeuvre dat verwant was aan beeldende kunststromingen als 'seriële kunst' en 'minimal art'.

Emmy van Leersum was een ontwerpster, die zich toelegde op het minimale sieraad, van onorthodoxe materialen, zoals aluminium en plexiglas. Het woord sieraad werd door haar vervangen door 'draagbaar object’ of nog beter ‘industrieel ontwerp’. Deze stellingname geeft de radicale kunstvorm weer, die Van Leersum nastreefde. Haar sieraden kun je een statement noemen. Ze staan voor een levenshouding.

Het werk van Emmy van Leersum heeft een belangrijk aandeel tot de vernieuwing van het sieraad in Nederland. Haar belangstelling voor het vak edelsmeden kwam voort uit haar interesse voor de éénheid tussen kleding en sieraad. Het bijzondere in het werk van de kunstenares is gelegen in haar opvatting, dat sieraad en kleding één eigenschap gemeen hebben, n.l. dat zij toevoeging zijn op of aan het menselijk lichaam. Dit betekent enerzijds, dat zij in hun maat en vorm moeten passen, d.w.z. moeten reageren op de maat en vorm van de lichaamsdelen, waarop zij gedragen worden, anderzijds, dat zij echter als toevoeging ook om een eigen, pregnante vorm vragen. Juist dit laatste heeft Emmy van Leersum in haar werk benadrukt. Zij bereikt dit door bij elk ontwerp voor een sieraad of kledingstuk uit te gaan van een eenvoudige geometrische vorm -een cylinder voor een armband, een cirkelvormige schijf voor een halskraag of -band die door een simpele ingreep -een draaing, inkerving of vouw in het gebruikte materiaal - in relatie komt met, reageert op de organische vorm van het betreffende lichaamsdeel. - (Emmy van Leersum vond dat sieraden gebruikt worden als decoratie achteraf, als status object en niet als uitdrukking van de persoonlijkheid van de drager. Om deze statusbelustheid te doorbreken ontdeed zij het sieraad qua vorm en inhoud van zijn historische ballast en bracht het terug naar de essentie. Ze bevrijdt zich hiermee van een aantal beperkingen in het traditionele gebruik van vorm en materiaal.

Emmy van Leersum zag zichzelf niet als een edelsmid in de ambachtelijke zin van het woord. Voor haar was het idee belangrijk, het proces van het maken kwam op de tweede plaats. Ze vond dat er te in de loop van de jaren te veel nadruk op de vakbekwaamheid was gelegd. Ze streefde naar een radicale kunstvorm, niet naar alleen een ‘sieraad’, maar naar een gehele levenshouding. De ideeën staan voorop waarbij de functies en hun zicht daarop een belangrijke rol spelen.

Van wezenlijk belang is haar streven naar universele waarden, hierin werd zij gestimuleerd door kunst van Ad Dekkers en Peter Struycken. Ze zag zichzelf als kunstenaar die haar inspiratie putte uit de beeldende kunst en die gelijk opwerkte met de mode. Hierdoor sloeg van Leersum een brug tussen de kunstnijverheid en de beeldende kunst.

De kracht van het werk van Emmy van Leersum ligt in de beperking. Met uitsluitend mathematische uitgangspunten en een programmatische werkwijze creëerde zij een oeuvre dat uitblinkt in helderheid en consistentie. De vorm moet duidelijk zijn en volstrekt, zonder vertroebelende toevoegingen of toevalligheden. Vandaar ook de voorkeur voor voorgevormde materialen en geometrische grondvormen. Ze ging ook uit van de stelling dat een sieraad uit één stuk metaal gemaakt moet worden.
Haar werk is voornamelijk opgebouwd uit licht plaatmateriaal, waarbij ze decoratie rigoureus afwees. Met eenvoudige ingrepen wist zij ruimtelijke constructies te genereren die in serie vervaardigd konden worden. Haar grote kragen zijn spectaculair in hun omvang; in haar series armbanden komt haar fundamentele en analytische aanpak echter het best tot uiting. De constructietekeningen vormen een integraal onderdeel van deze series sieraden.

Emmy van Leersum was zich al vroeg bewust van het groeiende belang von de gedrukte media en heeft er steeds zorg voor gedragen dat haar werk geheel volgens haar eigen opvattingen gefotografeerd en gepresenteerd werd. In combinatie met haar strenge aanpak en heldere werk heeft dat haar oeuvre tot een absoluut ijkpunt in de internationale ontwikkelingen van het moderne sieraad gemaakt.

Biografie
Emmy van Leersum werd in 1930 geboren te Hilversum.

In 1962 studeerde ze af aan het Amsterdamse instituut voor Kunstnijverheid (Rietveldacademie), waar ze onder andere bij M. Zwollo lessen volgde.

Na haar studie vertrok ze voor een jaar naar Stockholm.

In 1965 opende ze samen met Gijs Bakker, waarmee ze een jaar later trouwt, in een Utrechtse werfkelder hun Atelier voor Sieraden. Ze bedienen zich in de tweede helft van de zestiger jaren van een gezamenlijk stempel GIJS + EMMY.

aluminium, h:7,5 x b:14, x d:4, cm
Emmy van Leersum en Gijs Bakker werken samen in hun Atelier voor Sieraden in een werfkelder te Utrecht. Deze armband uit 1966 symboliseert de verandering in hun sieraden.
Vanaf het maken van deze armband gebruiken zij ook andere materialen, zoals aluminium en roestvrij staal, dan alleen goud en zilver. De formaten van de halssieraden en armbanden worden groter en de uitstraling is soberder. Een zo minimaal mogelijke ingreep in het materiaal, bijvoorbeeld een draaiing in een stuk plaatstaal met een geometrische vorm, brengt een zo maximaal mogelijk effect teweeg. Hierdoor ontstaan sculpturen om te dragen.

In de jaren tussen 1965 en 1968 trad er een materiaal verandering, radicale schaalvergroting, extreme versobering en een functieverandering op in het werk. De nationaal en internationaal bekende schroefarmband van geanodiseerd aluminium was hiervan het beslissende stuk. Ze sloeg hiermee een bres in de traditie van de edelsmeedkunst die tot dan toe alleen maar decoratief was.

In 1968 werd haar de gouden en zilveren medaille van de Jablonecprijs, Tsjechoslowakije, toegekend.

Vooral het werk van Ad Dekkers (1938 - 1974) maakte indruk op Van Leersum en beïnvloeddde haar langdurig, maar de vertaling in haar eigen metier is inventief en overtuigend. Zo maakte ze omstreeks 1968 armbanden bestaande uit een brede band metaal waarin zich de aanzet van een cirkel of een driehoek aftekent.

De tentoonstelling in het Stedelijk Museum werd de grote doorbraak. Ze waren erg vooruitstrevend met het exposeren van sieraden op mannequins in plaats van in vitrines.

Interessant is de relatie tussen haar werk en de ontwikkelingen in de mode. Haar vroege werk behoort tot de tijd van de mini-mode en de maanlanding. Samen met Gijs Bakker heeft zij in 1970 futuristische pakken voor mannen en vrouwen ontworpen, met uitstulpingen van draad op de gewrichten.

kunstenares dat het mogelijk is om met eenvoudige ingrepen een geometrisch bepaald systeem zich te laten voegen naar een gecompliceerde organische vorm. Bij het ontwerp van de cappa voor de Technische Hogeschool Eindhoven, is zij uitgegaan van twee identieke, rechthoekige lappen stof (van grijs satijn) van ca. 22 x 124 cm. Door op ongeveer 15 cm recht en links van het midden een korte insnede aan te brengen, kon zij beide lappen op eenvoudige wijze zodanig plooien dat deze, diagonaalsgewijze over de schouder gelegd, een schoudermantel vormen. Door middel van klittenband worden de twee delen in deze stand aan elkaar bevestigd. - (jaren tachtig ontwierp zij truien, waarbij in het breisel de gebroken lijnvoering van haar sieraden was verwerkt.

Bij de gekleurde armband en oorbellen uit 1981 paste Van Leersum de techniek van Dekkers’ tekeningen toe: ze zette rode en blauwe lijnen op transparant papier en liet dat sealen in transparante kunststof.

De invloed van Van Leersum op jonge sieraadontwerpers is na haar dood in 1984 enorm geweest. Haar claim dat het sieraad, door de toepassing van onedele metalen en kunststoffen, geen statussymbool meer zou zijn, is overigens niet reëel gebleken. Het paste in een lange Nederlandse traditie om betekenis in een sieraad boven materie te stellen en haar eigen sieraden zijn bij uitstek het symbool van een culturele elite geworden.

Emmy vam Leersum sloeg een brug tussen kunstnijverheid en beeldende kunst. Een onbedoeld neveneffect van haar werk is een verlangen naar frivole sieraden. Na het tijdperk Van Leersum kregen de sieraden dan ook meer versieringen.

sieraden van Emmy van Leersum
Wie de weelderig versierde jonge meisjes in de tram ziet - trossen nepparels aan de oren, gitten, glimmers en strass op de revers - zou bijna vergeten dat het nog maar begin jaren '80 van de 20ste eeuw is dat de sieraadmode vooral geometrie voorschreef. De hogepriesteres van het minimale sieraad, van onorthodoxe materialen als aluminium en plexiglas, heette Emmy van Leersum. Sieraden die de vrouw moesten verheffen tot pronkstuk, waren haar een gruwel. Zelfs het woord sieraad viel bij Van Leersum al verkeerd, in plaats daarvan verkoos ze (met tegenzin) 'draagbaar object' en nog liever 'industrieel ontwerp'. Deze stellingname tekent de radicale kunstvorm die Van Leersum nastreefde, een radicaliteit die zij doorvoerde tot in haar persoonlijk leven en in haar uiterlijk. Haar sieraden zou je een statement kunnen noemen. Ze staan voor een levenshouding. De sieraden van Van Leersum, en dan vooral haar cylinders die strak om de polsen sluiten, zijn niet alleen een verlengstuk van het lichaam, ze geven ook prikkels aan dat lichaam-letterlijk, via kleine uitsteeksels. Als zelfstandig object staan de 'armbanden' op één lijn met de minimal art uit 1965-1975. (...)

Het werk is door zijn minimalisme vaak calvinistischer dan Calvijn. Een (onbedoeld) neveneffect van die strengheid is een ongegeneerd verlangen naar frivole en wulpse sieraden. Dat verklaart waarschijnlijk waarom de slinger na het tijdperk Van Leersum helemaal de tegenovergestelde kant is opgegaan. Toch kan het belang van Van Leersums consequente vakmanschap niet ontkend worden. Gedateerd is het werk zeker maar klassiek ook. Toen ze halverwege de jaren zestig een schroefarmband van geanodiseerd aluminium introduceerde, was dat niet minder dan een revolutie. Hoewel die 'polsversiering' nog onuitgewerkt was, kocht het Stedelijk Museum de armband onmiddellijk aan. Van Leersum sloeg met deze cilinder een bres in de traditie van edelsmeedkunst, die tot dan toe alleen decoratief was. Het sieraad als statussymbool en als blijk van een welgevulde portemonnee: daar had ze lak aan. Zo ongebruikelijk als de materialen waren waarmee Van Leersum werkte, zo ongebruikelijk is de positie die ze in de kunstwereld claimde. Geen tuttige juwelenmaakster, maar een kunstenaar die haar inspiratie putte uit de beeldende kunst, en die gelijk op werkte met de mode. Van Leersum sloeg een brug tussen kunstnijverheid en beeldende kunst. (...)

Zij haalde het sieraad daarmee uit zijn isolement. Die vorm van emancipatie bleef niet onopgemerkt. Dank zij haar en haar man Gijs Bakker werd het Nederlandse moderne sieraad zelfs internationaal een begrip. (...) De invloed van Van Leersum op jonge sieraadontwerpers is na haar dood in 1984-enorm geweest. Ook al werken veel ontwerpers misschien nu theatraler en ornamenteler, de oorsprong is dat uitgebeende, tot zijn essentie teruggebrachte object. Een staafje dat door de stof heen steekt, een ronde kraag als collier en een koker als polsversiering. (...) Consequent en radicaal is het werk van Van Leersum. Consequent door de studieuze manier waarop ze eindeloos - en dan ook eindeloos - varieerde met de cilinder. De details zijn uiterst subtiel: een inkeping, een deukje, een knipje, twee verschuivende lagen, twee lagen over elkaar heen, een haarlijntje als accent. Het materiaal is vernieuwend: aluminium, roestvrij staal, plexiglas, pvc, maar ook verfijnde combinaties van wit goud met zilver. Hetzelfde object werd zowel in kostbaar witgoud als in 'ordinair' pvc uitgevoerd. (...) Van Leersum gaf zich over aan vormonderzoek. Met dunne potloodlijntjes op het platte vlak legde ze de basis voor de driedimensionale objecten. Via minimale verschuivingen werkte ze toe naar de ideale, geabstraheerde, vorm. Soms zijn de ontwikkelingen zo minimaal dat er nauwelijks verschillen zijn te ontdekken. Uit de hals- en armsieraden spreekt één grote toewijding aan het concept. - (Uit: Jaap Huisman, Sieraden van Van Leersum gedateerd en klas-siek. in: De Volkskrant 24 april 1993)

Websites:
. www.cultuurwijs.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 43.