kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 01-04-2010 voor het laatst bewerkt.

Ettore Sottsass

Oostenrijks-Italiaanse architect, designer, schrijver en kunstenaar, geboren 14 september 1917 te Innsbrück in Oostenrijk - overleden 31 december 2007 in Milaan.

Sottsass werd door ontwerpcriticus en levenspartner Barbara Radice (geb. 1943) wel omschreven als een 'cultuurnomade'. Zijn design werd beïnvloed door andere volksculturen en was geïnspireerd op zijn persoonlijke ervaringen. In de jaren '70 was hij de leidende figuur van de Radical Design-beweging en tijdens de jaren '80 was hij de belangrijkste representant van de postmodernistische ontwerpers.

Biografie
Ettore Sottsass werd in 1917 in het Oostenrijkse Innsbruck, toen nog een deel van het Oostenrijkse en Hongaarse imperium, geboren.

Sottsass studeerde net als zijn vader architectuur aan de afdeling architectuur van de polytechnische hogeschool van Turijn vanaf 1935 waar hij afstudeerde in 1939. Tijdens zijn studie schrijft hij artikelen over kunst en binnenhuisarchitectuur samen met de Turijnse ontwerper Luigi Spazzapan.

In samenwerking met zijn vader Ettore Sottsass sr. die als architect een belangrijke figuur was in het Italiaanse rationalisme begon hij zijn professionele carriere.

Van 1942 tot 1945 zit Sottsass in het Italiaanse leger.

In 1945 werkte hij voor de 'Giuseppe Pagano groep van Architecten', waarna hij zijn eigen ontwerpburo voor architectuur en design 'The Studio' begon in 1947 in Milaan.

In 1956 Werkte hij in 'The New York Office' van architect George Nelson met wie hij werkt aan het ontwerp van The Experimental House, een systeem van productarchitectuur. Voor de New Yorkse handelaar William Hunter ontwierp hij keramiek.

Na een tijdje verhuisde hij terug naar Italië en richtte in Milaan zijn eigen studio op en wordt benoemd tot artistiek leider van Poltronova waar hij verantwoordelijk is voor het ontwerpen en produceren van verschillende Anti-Design meubels en verlichting, zoals de Mobili Grigi-tafel en -stoelen van glasvezel (1970).

Vanaf 1957 werkte hij 20 jaar lang als consultant in vormgeving voor Olivetti waar hij kantoorbenodigdheden- en meubilair ontwierp. Voor deze werken kreeg hij ook vier maal het Compasso d'Oro. Hij ontwierp diverse bekende producten, waaronder de opmerkelijke Elea 9003-computer uit 1959 waarvoor hij een Compasso d'Oro kreeg, calculator Logos 27 (1963), de schrijfmachines Tekne 3 (1964), Praxis 48 (1964), in 1969 samen met Perry King de schrijfmachine Valentine, het kantoorsysteem Synthesis (1973) en de elektrische schrijfmachine Lexicon 90 in 1975. Zijn ontwerpen voor Olivetti worden permanent tentoongesteld in musea als het MOMA in New York, Centre George Pompidou in Parijs, The Denver Art Museum en The Israel Museum in Jerusalem.

Als Etorre Sottsass in 1961 terugkeert van een reis door India maakt hij een tijd lang keramiek geïnspireerd door oosterse vormen en het transcendentalisme, zoals Cemamiche della Tenebre (1963), Offerta a Shiva (1964), Yantra (1968), Tantra (1969) en de enorme totemachtige Indian Memories (1972).

anti-design
Sottsass hield zich in de jaren zestig bezig met antropologie, psychologie, poesie, literatuur, kunst, schrijven, maken van tekeningen, fotografie en eindeloze debatten. Het waren de jaren van het anti-design of radical design, 'Architettura Radicale' of contradesign, een beweging die door Sottsass geïnspireerd werd.

In tegenstelling tot het Modernisme was de anti-design beweging gegrond op het geloof in het belang van de sociale en culturele waarde van het object evenals zijn esthetische functie. Al de design-waarden die door het Modernisme waren verworpen, werden nu toegepast. Zo werd er hulde gebracht aan waarden als : kortstondigheid, ironie, kitsch, hevige kleuren en schaalvervormingen met de bedoeling de zuiver functionele waarden van een object te ondermijnen en de opvattingen over smaak en “good design” in vraag te stellen. Sottsass was de voorloper van verschillende kleinere individuele groeperingen die in 1980 in de Memphis-beweging samensmolten.

In 1967 stelde hij met Fernanda Pivano en de dichter Allen Ginsberg het tijdschrift 'Pianeta Fresco' samen.

In 1967 Domus publiceerde een aantal foto's van Sottsass onder de titel Memoires di panna montata, die een beeld schetsten van 'swinging Londen'.

Sottsass gaf enkele gastcolleges aan universiteiten in Engeland en kreeg een eretitel van het Royal College of Art in Londen.

Hij maakt een 'House Environment' voor de tentoonstelling 'Italy; The New Domestic Landscape' (1972) in het Museum of Modern Art in New York, waarbij hij een prototype van het systeem van grijze 'containers' van glasvezel gebruikte: fornuis met oven, gootsteen met vaatwasser, douche, toilet, opbergkasten en -planken, stoel/bed en kasten.

Global Tools
In 1973 richtte hij Global Tools op - het alternatieve design-college - samen met Archizoom, Superstudio en andere vertegenwoordigers van de radicale Italiaanse avant-garde-beweging.

In 1976 had hij in het Cooper Hewitt Museum of Design in New York een fototentoonstelling van gebouwen in woestijn- of berggebieden, die zijn opvattingen over design en architectuur weergaven.

Het internationale designcentrum in Berlijn organiseerde een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk, die vervolgens naar Venetië, Parijs, Barcelona, Jeruzalem en Sydney reisde.

Op verzoek deed hij voorstellen voor de verbouwing van het Museum voor Moderne Kunst in Berlijn.

In 1979 deed hij mee aan de Bauhaus I-collectie van Studio Alchimia en ontwierp hij meubilair met plasticlaminaat.

Studio Alchimia
In 1979 raakte hij betrokken bij Studio Alchimia. Studio Alchimia omschreef zichzelf als “post-avant-garde”. In vele opzichten was Alchimia de voorloper van het meer commerciële Memphis.

Seggiolina 1980
door het gebruik van geindustrialiseerd gefabriceerde componenten werd deze stoel gezien als een ironisch commentaar op design. Door het gebruik van plastric laminaat werd deze met kitsch uit de jaren '50 geassocieerde stoel gezien als voorloper van de latere Memphis ontwerpen.

In 1980 richtte hij samen met Aldo Cibic, Marco Zanini en Matteo Thun, Sottsass Associati, een groep van bevriende designers op, waarin Ettore Sottsass jr. vandaag nog actief is.

Sottsass Carlton 1981

Memphis
In 1981 begon Ettore Sottsass samen met Renzo Brugola, Mario en Brunella Godani, Ernesto Gismondi (geb. 1931) en Fausto Celati de Memphis-groep, een post-moderne design groep in de toegepaste kunsten die poogde Radical Design nieuw leven in te blazen. In deze groep die vooral bestond uit jonge, pas afgestudeerde ontwerpers zaten verder o.a. Andrea Branzi, Michele de Lucchi, Michael Graves, Hans Hollein, Arata Isozaki en Shiro Kuramata.
Memphis was de vrucht van verschillende jaren van research die als doel had om onze leefomgeving en onze gebruiksvoorwerpen door een radicale iconografische vernieuwing van de beeldentaal opnieuw een symbolische en emotionele waarde te geven, ver van alle rationele eigenschappen.
Memphis wees op het stijgende belang van de communicatiemaatschappij en vond dat een modern object moest functioneren als een medium dat een boodschap overbrengt. Daardoor werden de praktische eigenschappen ondergeschikt aan het belang als overbrenger van uitdrukkingen.
De Memphis-ontwerpen kenmerkten zich door hun kleurrijke avant-gardistische karakter en met name het materiaalgebruik was vernieuwend: doodordinaire materialen werden gebruikt, als aanklacht tegen het absurdisme van andere ontwerpen.
De eerste Memphisexpositie werd in 1981 gehouden in de toonzaal van Arc '74 in Milaan. Hier werden diverse monumentale en kleurrijke ontwerpen van Sottsass getoond, zoals de kasten Casablanca (1981) en Carlton (1981).
Aan de Memphis-periode, met haar radicale ontwerpen, variërend van decoratieve objecten en keramiek tot meubels en textiel, komt in 1985 alweer een eind.

In 1981 richtte hij samen met de Memphis-leden Aldo Cibic (geb. 1951), Matteo Thun en Marco Zanini het ontwerpadviesbureau Sottsass Associati in Milaan op met wie hij in nauwe samenwerking met Michele De Lucchi werkte aan het interieur van de Fiorucci-winkels. Sottsass Associati nam diverse bouwkundige opdrachten aan, zoals Maison Wolf in Ridgeway, Colorado (1987-1988), Esprit House in Wels, Oostenrijk (1987-1988), Bar Zibibbo in Fukuoka, Japan (1988), en Maison Cei in Florence, Italië (1989-1992).

In 1986 zette hij het agentschap Italiana di Communicazione op.

In de jaren '80 maakte hij behalve voor Memphis ook ontwerpen voor andere bedrijven, zoals sieraden voor Cleto Munari, metselwerk, servies, bestek, horloges en andere keukenaccessoires voor Alessi, meubilair, glas en keramiek voor Design Gallery Milano en serviesgoed voor Swid Powell. Ook maakte hij vrij werk.

In 1994 werd in het Centre Georges Pompidou een overzichtstentoonstelling van zijn werk gehouden.

Sottsass Associati ontwierp in 2000 het vernieuwde Malpensa Airport in Milaan.

Websites:
. http://www.dside.yucom.be/
. the ide virtual design museum

Zie ook tentoonstelling nieuwe aanwinsten Groningermuseum op www.kunstkanaal.net


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 27.