kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Frits Lensvelt

Nederlands binnenhuisarchitect, beeldend kunstenaar; Schilder en graficus, lector in de costuumkunde aan de Rijksacademie en de Toneelschool te Amsterdamen industrieel ontwerper (o.a. glasfabriek Leerdam), geboren in Rijswijk 7 maart 1886, overleden in Middelburg 23 juli 1945.

Lensvelt ontwierp decors, lampen en werkte daarnaast ook als binnenhuisarchitect en boekversierder.

Na zijn opleiding aan de Central School of Arts and Crafts in Londen, die hij in 1907 afrondde, begon hij zijn professionele loopbaan als illustrator en vormgever van boeken.

BOEKEN
In 1908 ontwerpt Frits Lensvelt de boekband en het binnenwerk van de bundel Onze Dichters voor uitgeverij Meulenhoff. Het is zijn eerste opdracht na zijn opleiding aan de Central School of Arts and Crafts in Londen. Het vormgeven van boeken is hij – met tussenpozen - zijn hele loopbaan blijven doen. Tot nu toe zijn er zestien boeken getraceerd, waaraan zijn naam verbonden of te verbinden is. Soms ontwerpt hij alleen de band, soms alleen de illustraties. In enkele gevallen neemt hij de gehele boekversiering voor zijn rekening. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval bij Middelburg’s Overgang uit 1925. Lensvelt ontwerpt de band, kalligrafeert de tekst en maakt de afbeeldingen. Zijn stijl kenmerkt zich door gevoel voor detail, gecombineerd met het gebruik van grote vlakken.

TONEELDECORS
In 1908 kon Lensvelt echter ook als decorontwerper aan de slag. Frits Lensvelt heeft in de periode 1908 – 1921 met zijn gestileerde, sobere en functionele decors een grote reputatie opgebouwd. In een tijd waarin ook het theater een overgang maakte van ‘afbeelding’ naar ‘verbeelding’, werd hij beschouwd als een van de allerbesten. Zijn naam ontbreekt dan ook in geen enkele publicatie over Nederlandse theatergeschiedenis.
Lensvelt erkende in navolging van Alphonse Appia, als een van de eersten in Nederland het belang van een optimale toneelbelichting.
De meeste van zijn in totaal 25 gerealiseerde decors maakt hij in dienst van de N.V. Het Tooneel, het gezelschap van de toneelvernieuwer, regisseur en acteur Willem Royaards. Ook de kostuumontwerpster Nell Bronger, met wie Lensvelt in 1914 trouwt, is aan dit gezelschap verbonden.
In samenwerking met Royaards en Bronger realiseert Lensvelt bij de N.V. Het Tooneel een vernieuwing van het toneelbeeld. In plaats van de op dat moment gangbare realistische benadering, kiest hij voor stilering. Hij maakt daarbij vaak gebruik van een vast, driedimensionaal kader, dat eenheid in de enscenering brengt en waarbinnen steeds op eenvoudige wijze gevarieerd kan worden. Lensvelts decors zijn doorgaans zeer sober, zowel qua vorm als qua kleurgebruik. Daardoor kan alle aandacht naar de acteurs uitgaan. In de ogen van Lensvelt waren zij het centrum van de dramatische handeling. Alles moest zich in en door hen voltrekken.
De belichting van het toneel is voor Lensvelt van cruciaal belang. In navolging van de theatervormgever Adolphe Appia, die in 1899 zijn baanbrekende Die Musik und die Inszenierung publiceerde, probeert hij met behulp van licht vormen te accentueren en de juiste sfeer op het toneel te creëren. Hij wordt daarbij overigens ernstig gehinderd door de nog beperkte technische uitrusting van de Nederlandse theaters.

BINNENHUIS
Nadat hij het toneel in 1921 definitief de rug had toegekeerd, werkte hij – met de kennis die hij in het theater had opgedaan - achtereenvolgens ook als ontwerper van lampen (1926-1941) en binnenhuisarchitect (1929-1936).
In 1926 wordt Frits Lensvelt esthetisch adviseur van ‘Het Ex- en Interieur’, een woonwinkel met toonkamers aan de Van Baerlestraat in Amsterdam. Dit betekent het begin van zijn carrière als binnenhuisarchitect.

LAMPEN
Het is in deze jaren dat in de meeste woonhuizen de gaslamp plaats maakt voor de gloeilamp. Er ontstaat dan ook grote behoefte aan een nieuw assortiment ‘verlichtingsornamenten’. Lensvelt introduceert de indirecte verlichting, die hij weet te realiseren met gematteerde buislampen aan de wanden. Ook ontwerpt hij in deze jaren zijn eerste hanglamp, een voorloper van de latere ‘Lensvelt lamp’.
Lensvelt gaat werken voor Glasfabriek Leerdam (1927/28) en ontwerpt lampen waarbij het elektrische licht gereflecteerd en diffuus gemaakt wordt door het gebruik van mat glas. Een goed voorbeeld is de zogenaamde ‘Lensvelt lamp’, een eetkamerlamp voor de consument. Daarnaast krijgt hij opdrachten voor de verlichting van monumentale en representatieve ruimtes. Voorbeelden zijn het Stadhuis in Enschede, het Stadhuis in Amsterdam, en de First Church of Christ, Scientist in Amsterdam. Ook werkt hij voor welgestelde particulieren.
De stijl van zijn lampen loopt uiteen van decoratief tot strak en functioneel. Centraal staat echter steeds het streven van Frits Lensvelt om door het gebruik van matte glazen schalen en indirecte verlichting ruimte en sfeer te creëren.

In 1928 beëindigt Lensvelt zijn adviseurschap voor ‘Het Ex- en Interieur’. Als zelfstandig binnenhuisarchitect richt hij in de periode 1929-1936 vervolgens een groot aantal particuliere woonhuizen (opnieuw) in. In zijn voorkeur voor strakke boeken- en vitrinekasten, lichte, bijna effen kleden, gecombineerd met simpele, stalen buismeubels, sluit Lensvelt aan bij het streven naar versobering dat in die tijd in de mode is. Meubels, verlichting en stoffering moeten daarbij op een smaakvolle manier één geheel vormen.

Bron: www.theaterinstituut.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 852.

Tweets by kunstbus