kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

glas

Glas

Harde broze doorschijnende stof verkregen door de samensmelting van zand, gewoonlijk met nog andere stoffen vermengd om er bijzondere hoedanigheden aan te geven: in fysische zin is glas een onderkoelde vloeistof en niet kristallijn.

Glas is een product dat bewerkingen kan ondergaan. Soms ontstaat daarbij een ondoorzichtig glas. De meest voorkomende bewerkingen zijn etsen, zandstralen en slijpen.

Glas veroudert zeer langzaam en bij normaal gebruik zal het nauwelijks slijten. De meest voorkomende schade aan glas is breuk, meestal het gevolg van externe factoren. Een breuk kan echter ook ontstaan door spanning in het glas zelf. Dit komt het meeste voor bij dik, gegoten glas. De breuk is dan het gevolg van het te snel afkoelen van het glas in de productie. Daarnaast kan schade ontstaan door inwerking van vervuild vocht. Het glas kan daardoor worden geëtst en verliest zijn helderheid en glans. - (ABC
Agaatglas (gemarmerd glas)
Bij deze 15de eeuwse techniek werd geblazen met meerdere kleuren glas waardoor gemarmerde, op agaat lijkende glaswanden ontstonden.

Albastglas
Glas waarbij gebruik is gemaakt van tinoxide.

Alla lume
Bij de lamp geblazen glas. Voor zeer fijn werk gebruikt men een glasblazerslamp die heet wordt gestookt met behulp van een blaasbalg.

Almorrata
Een glazen kruik met een lange hals en vier sproeituitjes bestemd voor besproeiing met rozenwater. Een almorrata lijkt op de Kuttrolf en vindt zijn oorsprong in het 14de eeuwse Catalonië waardoor het ook islamitische invloeden heeft. Almorrata’s waren vooral in de 17de eeuw zeer populair en bij voorkeur versierd à la façon de Venise.

Altare (Ligurië, Italië)
In dit centrum van glasindustrie, in de middeleeuwen gesticht door Franse immigranten, werd al in 1282 glas gemaakt. Door een toevlucht van weggelopen Venetiaanse glasblazers is er nauwelijks verschil tussen Venetiaans glas en glas uit Altare. Door het decreet van het glasmakersgilde ‘L’Università dell’arte vitrea’ (1495) waarin glasblazers de plicht opgelegd kregen te emigreren om de façon de Venise door heel Europa te verspreiden hebben zich vooral in Frankrijk (Nevers) en Vlaanderen veel Altaristen gevestigd.

Annagelb en Annagrün (Du.)
In de eerste helft van de 19de eeuw door glasfabrikant en -handelaar Joseph Riedel ontwikkelde fluorescerende glaskleuren.

Apostelglas
Een drinkglas met afbeeldingen van één of meer apostelen. In de de 16de en 17de eeuw werden in Duitsland cilindervormige glazen gemaakt waarop in twee boven elkaar geplaatste rijen 12 apostelen - dikwijls samen met de Salvator mundi - zijn geschilderd in email. In de 18de en 19de eeuw werd op deze manier een bekervormig geslepen apostelglas gedecoreerd.
In de 16de en 17de eeuw was in Duitsland ook het apostelservies met twaalf geëmailleerde glazen, elk met één apostelfiguur beschilderd, zeer geliefd.

Astralietglas
Glasmassa die er na het slijpen bijna zwart uitziet, maar bij directe inval van zonlicht een rode kristallijne fonkeling vertoont.

Aventurijnglas
Een op aventurijn gelijkend glas. Aventurijn is een opake, glinsterende, rode of groene edelsteen. Vanaf het eerste kwart van de 17de eeuw werd een goudeffect verkregen door aan het glasmengsel koperoxide toe te voegen.

Balusterglas
Drinkglas op balustersteel. Een baluster is een speciaal voor zijn doel vormgegeven, sterk geprofileerde zuil of spijl.

Barilla (Salsola soda)
Barilje: Barilla, of ‘salsola sativa’, is een waterplantje waaruit Spaanse soda werd bereid, een soda die als de beste werd geroemd. Het aan de kust van de Middellandse zee groeiende plantje werd gedroogd en vervolgens in een toegedekte kuil gebrand tot een harde steen, die, in brokken geslagen, de eigenlijke soda opleverde. Soda was een grondstof bij de produktie van onder meer zeep, glas en loog.

Beatty & Sons
Glashut opgericht in 1850 in Steubenville (Ohio), door Alexander J. Beatty voor de fabricage van geblazen en geperst glazen serviesgoed.

Beenglas (of beinglas)
Door het toevoegen van beenderas ondoorzichtig opaak dus wit glas, veel gebruikt voor emailbeschildering. Het Beinglas kwam uit Bohemen.

Boheems glas
In Bohemen waren alle benodigde grondstoffen voor de glasfabricage ruim voorhanden. De eerste glashutten dateren hier uit de late 14de eeuw. Zie Waldglas en noppenglas. Bohemen vierde triomfen met: prachtig geëmailleerd glas (17de eeuw), geslepen reliëfs in dik glaswerk (17de eeuw), geslepen kristal (18de eeuw) en gekleurd glas (19de eeuw).

Berijpt glas
Glas kan ook worden ‘berijpt’. Hiervoor brengt men op een gematteerde plaat glas aan één zijde een laag sterk hechtende beenderlijm aan. Deze lijm krimpt sterk tijdens het drogen en veroorzaakt het loslaten van kleine glasdeeltjes. Hierdoor worden imitatie-ijsbloemen gevormd. Het glas wordt daarom 'ijsbloemen-' of 'ijsglas' genoemd.

Berkenmeier
Klokvormige roemer. Van oorsprong was de berkenmeier een houten drinkbeker met deksel gedraaid uit de berkenmei, een tak van een berk, waarbij de ruwe schors intact bleef.

Bombard
Een kruik of fles in een leren etui. Wordt sinds de middeleeuwen gebruikt.

Bouquetière (Fr. bloemenmeisje)
Een vroeg Venetiaans glas met een wijde kelk en gegolfde rand op een stam met voet, versierd met opgelegde ribbels en mascarons, dat in Frankrijk in de 18de en begin 19de eeuw veel werd nagemaakt.

Bouwglas
Naast het voor doorzicht bedoelde blanke vensterglas waarmee ramen en deuren zijn bezet, is glas ook in allerlei andere vormen en soorten toegepast in de architectuur. Te denken valt bijvoorbeeld aan glazen bouwstenen of zelfs glas waardoor geen licht naar binnen komt, maar dat is gebruikt als bouwmateriaal.
Glas kent vele toepassingen. De technische mogelijkheden van de negentiende en de twintigste eeuw maakten het mogelijk meer glazen producten voor de bouw te ontwikkelen dan alleen het tot dan toe gebruikelijke vensterglas. Opmerkelijk is dat veel producten zijn ontwikkeld in Amerika. Zo kwamen er speciaal gevormde glazen vloertegels om kelders te verlichten, glazen bouwstenen waarmee hele muren konden worden gemetseld en glasplaten, die werden gebruikt als reclameborden en gevelbekleding. Verdere technische ontwikkelingen hebben er echter voor gezorgd dat het materiaal glas voor een deel van die producten is vervangen door andere materialen. Reclameplaten, daklichten en soms glazen dakpannen worden tegenwoordig uitgevoerd in kunststof.

Bristolglas
Onder het begrip 'Bristol' glas valt een breed scala van blauwe en anderskleurige glazen produkten. Het is vooral bekend van het 18de eeuwse porselein nabootsende gebrandschilderde melkglas én het doorzichtige donkere Bristol blue.

Bronzietglas
Het glasoppervlak wordt voorzien van een zwarte of bruine laag met een zwakke metaalglans. Vervolgens wordt het ornament met lak bedekt en de blootliggende fond met vloeizuur geëtst, zodat de tekening zwart of bruin op een matte glasgrond komt te staan.

Bumping glass of firing glass
Engels glas uit de 18de eeuw met een kegelvormige of rechtwandige kelk, een korte steel en verzwaarde voet waardoor het bestand was tegen de flinke stoot (bump) tegen de rand van de tafel bij het uitbrengen van een toost. De glazen zijn meestal onbewerkt, soms gegraveerd met vrijmetselaars- of Jacobitische symbolen.

Cántaro (Spaans voor drinkkruik)
Glazen of aardewerk fles voor wijn of water van ronde of ovale vorm op een breed uitlopende voet, voorzien van twee tuiten, een zeer nauwe om te drinken, de andere om te vullen. Bovenop zit vaak een ringvormig handvat, versierd met een bloem of een kip.
Vanaf begin 17de eeuw werden de kruiken in veel delen van Spanje gemaakt, veelal versierd met latticinio-decoratie.
Tijdens het drinken wordt de fles in de hoogte gehouden om de inhoud met een boog in de mond te schenken, waarbij de duim op de grootste opening wordt gehouden. Bij het weghalen van de duim spuit de drank in een boog door de lucht en kan het opgevangen worden in de opengesperde mond om uitsluitend met de keel te drinken.

Clichy
Glasfabriek, opgericht in 1837 in de Parijse voorstad Billancourt, waar voornamelijk goedkoop exportglas werd gemaakt. De fabriek specialiseerde zich in filigraan-, Überfang-, millefiori- en gekleurd en beschilderd opaalglas. Vooral de bontgekleurde boules met gedraaide slingers raakten bekend. In 1844 verhuisde de fabriek naar Clichy-la-Garenne een gemeente in het Franse departement Hauts-de-Seine (regio Île-de-France), 6 kilometer van het centrum van Parijs. In 1875 fuseerden ze met de glasfabriek van Sèvres.

Clutha-glas
Groen, turkoois of grijs gekleurd glas dat met slierten, strepen en belletjes doortrokken is. Het dankt zijn naam aan de Schotse rivier de Clyde, ('Clutha' in het Oud-Engels) waarvan het troebele water lijkt op dit met koperkristallen vermengde glas.

Craquelé (IJsglas, Eisglas, Ghiaccio)
Een fijn netwerk van haarbarsten in het glas die - bewust of door een fout - ontstaand door de hete glasmassa te snel in water te laten afkoelen (schrikken), of door het warme glas door glassplinters te rollen en het opnieuw te verhitten.

Cristal dichroïde
Kristal met groene of gele kleur. Dit in Baccarat in het tweede kwart van de 19de eeuw ontwikkelde glas ijkt veel op Annagrün of Annagelb van Joseph Riedel.

Cristalleries de Saint-Louis,
De in 1767 opgerichte Verrerie Royale de Saint-Louis was naast Baccarat een van de meest vooraanstaande glasblazerijen in Frankrijk tijdens de 18de eeuw.

Dalle de Verre
Dalle de Verre staat voor een met de hand gegoten glastegel van circa 20 x 30 x 2,5 centimeter, maar ook voor een techniek die was ontwikkeld voor zesde- en zevende-eeuwse kerken in Europa. Gehakte stukken glas werden gevat in steen of klei om daarmee een soort pre-glas-in-lood te maken. Rond 1920 is de techniek geherintroduceerd in Frankrijk als glas-in-beton, in de jaren vijftig van de twintigste eeuw ook uitgevoerd als glas-in-epoxy. Het glas-in-beton heeft als kunstvorm in de jaren zestig en zeventig een enorme vlucht genomen en was destijds een serieuze concurrent voor het glas-in-lood. Dalle de Verre is nog steeds te koop in vele kleuren.

Decanter
Flesvormige karaf met stop.

Diamantgravure
Versiering aangebracht door een diamantje (hardheid 10) te bewegen over het glasoppervlak (hardheid 7 en minder). Deze Venetiaanse uitvinding verbreidde zich in de loop van de 16de eeuw over Europa.

Diamantstipwerk (gestipt glas of stiptechniek)
Een in de 17de eeuw in Holland ontwikkelde vorm van glasdecoratie samengesteld uit talloze uiterst fijne putjes die met een diamantstiftje en een klein hamertje werden aangebracht.

Doorlopers
Lichte, sierlijke, smalle en hoge glazen waarbij de holle voet en holle stam zonder overgang overloopt in de kelk. De doorloper werd vanaf de 16de eeuw in Venetië gemaakt waarvanuit het zich verspreidde naar andere landen in Europa.

Draadglas
Draadglas is een veiligheidsglas dat een wapening bevat van metalen draden, die bij de fabricatie in het glas aangebracht zijn om glasscherven vast te houden in geval van breuk. In de meest bekende vorm is dit een gaas, vroeger wel in de vorm van kippengaas. Tegenwoordig wordt het gemaakt met vierkante, gepuntlaste mazen; de maaswijdte is circa twaalf millimeter. Om een optimaal doorzicht te krijgen is er ook een soort ontwikkeld met enkelvoudige draden in één richting, het zogenaamde ‘chauvelglas’, met op vijftig millimeter van elkaar evenwijdig lopende metaaldraden.
Productiemethode: Vanuit een behoefte om versterkt glas te maken werden rond 1857 de eerste pogingen gedaan om draadglas te vervaardigen. Men probeerde een draadnet tussen twee uitgewalste glasplaten te brengen volgens de zogenaamde sandwichmethode.
Tegenwoordig wordt het metaalgaas in rollen op een afspoelinrichting boven de walsinstallatie geplaatst en via een spanrol naar een speciale wals geleid. Dit is een dunne, van rillen voorziene en met water gekoelde wals, die zich vlak voor de twee normale walsen bevindt. Deze dunne wals drukt het draadweefsel in het gloeiende glas. Het wordt door de walsen uitgewalst en het draadweefsel wordt dan door het glas volledig omhuld.
Soorten draadglas: Draadglas is door de wijze van produceren in onbewerkte vorm ondoorzichtig. Men spreekt dan van ‘bruteglas’. Is doorzicht gewenst, dan wordt het geslepen en gepolijst en spreken we van ‘spiegeldraadglas’ of ‘draadspiegelglas’. Draadglas was verder verkrijgbaar als prismaglas onder de naam ‘draadglas N.P.’, als figuurdraadglas en als golfplaat.
Het draadglas N.P. ontleent zijn naam aan de vervaardiging volgens een gepatenteerde methode, het zogenaamde Nervura Patent. Het is aan één zijde voorzien van prismavormige ribben, die het licht beter verspreiden. Het Portugese woord ‘nervura’ betekent rib. Verder bevat het zeshoekig gaas.
Het figuurdraadglas is aan één zijde glad en aan de andere zijde meestal ‘gehamerd’.
De golfplaten werden voor zowel daken als wanden gebruikt.
Draadglas wordt nog gemaakt, maar alleen met het vierkante gaas of als chauvelglas. Het is onder meer leverbaar als brute-, spiegel- en figuurglas. Draadglas N.P. en gegolfd draadglas worden voor zover bekend niet meer gemaakt.

Duimglas of Daumenglas
Tonvormig glas uit de zeventiende eeuw waarbij het glas op enkele plaatsen naar binnen is gedrukt om de vingers in te steken.

Fichtelbergs glas
Duitse bekers en bokalen van ca. 1660 tot 1678 gedecoreerd met voorstellingen van het Fichtelgebergte in de Duitse deelstaat Beieren, met name van de op één na hoogste berg de Ochsenkopf (Ochsenkopfgläser).

Figuurglas
Figuurglas is van oorsprong gemaakt door glas uit te gieten en uit te walsen op een tafel die was voorzien van een ornament. Tegenwoordig wordt het gemaakt door half gesmolten glas tussen twee rollen door te voeren, waarvan er een is voorzien van het gewenste patroon in spiegelbeeld. Aan één zijde verkrijgt het glas zo een patroon. De andere zijde blijft relatief glad. De holle rollen worden van binnenuit intensief gekoeld met water, waardoor het glas afkoelt tot circa 700 °C. Er zijn en waren tientallen soorten figuren, elk met hun eigen naam, zoals ‘gehamerd glas’, ‘marteléglas’ en ‘waterglas’. Ook waren enkele soorten specifiek afkomstig van één firma, bijvoorbeeld ‘geribd’ of ‘Engels geribd’, dat naar zijn producent ook wel ‘Hartleyglas’ is genoemd. Figuurglas is gebruikt in buitengevels, maar ook in tochtdeuren en in deuren en binnenramen naar vertrekken waar inkijk niet gewenst is.

Flacon
Kleine dikwandige fles voor bijzondere dranken of parfum met een edelmetalen omhulsel voor de stop.

Fluitglas
Een fluitglas of flute is een hoog en smal, naar onderen spits toelopend wijnglas op een veelal balustervormige stam, dat vaak voorzien was van versieringen die met behulp van diamantgravure aangebracht waren. De stam van het glas is relatief gedrongen en hol. Het glas heeft een platte voet. Fluitglazen waren van Venetiaanse oorsprong, kwamen vanaf 1550 in de mode, en waren tot ongeveer 1740 wijdverbreid. Vooral in Nederland in de 17de eeuw was het populair.
Tegenwoordig ziet men ook bierglazen die hoog zijn en taps toelopen. Een dergelijk glas wordt ook wel fluitje genoemd.

Fondi d'oro
Decoratie in medaillonvorm met bladgoud of bladzilver, aangebracht tussen twee lagen glas. De techniek was in de oudheid al bekend. Er zijn medaillons gevonden met fondi d'oro die ingemetseld waren in Romeinse grafkelders uit de 4de eeuw voor Christus.
In de 16de eeuw kwam Venetië de techniek opnieuw in de mode. Zowel het 18de eeuwse Zwischengoldglas uit Bohemen als het Franse verre eglomisé is een voortzetting van de ontwikkeling van deze oude techniek.

Fopglas of schertsglas (Du.: Narrenglas, Vexierglas)
Drinkglas gemodelleerd in de gedaante van mensen, dieren of voorwerpen (doedelzak, laarzen, pistolen, hoorns, trompetten enz. zie ook drink-uit). Soms is het moeilijk drinken uit een fopglas. Bij een Nederlandse 17de eeuwse variant van het fopglas kun je alleen drinken door aan een van de 'rietjes' in de stam te zuigen. De wijn komt dan door de holle beugel in de kelk via de stam in de mond terecht. Vervolgens stopt de wijn door het heveleffect niet meer met stromen: je moet het glas in één keer leeg- drinken of de wijn stroomt over je heen.

Gegoten glas
Glazen werkstukken kunnen net als bij brons volgens de cire-perdure-methode gegoten worden, waarna het wordt afgewerkt door het te slijpen. Een groot deel van de glasproducten wordt of werd met de hand gegoten op een vlakke tafel of in een vorm. Het op deze wijze geproduceerde glas is niet of nauwelijks doorzichtig.

Gegraveerd glas
Bij gegraveerd glas wordt gebruik gemaakt van de diamantgravure, radgravure of stiptechniek.

Geïriseerd glas
Het glas kan ook zeer oppervlakkig worden aangetast door een mengsel van zwakke basen en sterke zuren. Dit laat een film achter, die door lichtbreking de kleuren van de regenboog vertoont. Het glas wordt zodoende geïriseerd.
Door het verblijf in de bodem is veel glas aangetast. Het glasoppervlak is gaan verweren en verkleuren door chemische reactie met stoffen in de grond. Soms vertoont het schilferende verweringslaagje op het glas alle kleuren van de regenboog, een verschijnsel dat daarom ook wel irisering wordt genoemd.

Gekleurd glas
Glas wordt door aan de grondstoffen metaalpigmenten toe te voegen: kobaltblauw, kopergroen, ijzerrood, chroomgeel, tinwit enz. Tinoxide maakt het glas opaak.

Gemarmerd glas
Door verschillende gekleurde glasdelen samen te smelten ontstaat op marmer gelijkend glas zoals het zgn. agaat en het kornalijnglas.

Geperst glas
Hierbij wordt vloeibaar glas onder druk volgeperst in een holle metalen vorm.

Geslepen glas
Door het glaswerk tegen een snel ronddraaiende metalen of stenen schijf te drukken waarop een met zand vermengd waterstraaltje vloeit worden delen weggeslepen en kunnen bijvoorbeeld facetten worden aangebracht. De meest voorkomende vorm van slijpen is het aanbrengen van facetranden langs glas, maar het kan ook, eventueel in combinatie met etsen of stralen, worden gebruikt om in plaquéglas figuren aan te brengen. In dat geval noemen we het rillen. Bij rillen wordt het glas geslepen met een V-vormige slijpschijf. Geslepen glas wordt gepolijst op schijven van hout, lood, kurk, tin, vilt of leer.

Gezandstraald glas
Het stralen gebeurde vroeger met zand, maar hierbij kwam zeer fijn kwartsstof vrij, dat de longziekte silicose veroorzaakt. Om die reden worden al decennialang metaaloxiden in plaats van zandkorrels gebruikt. Soms wordt gestraald glas nabehandeld met zuur om het enigszins ruwe oppervlak gladder te maken. Zo ontstaat ‘gesatineerd glas’. Voor het etsen of stralen van een figuur worden de niet te bewerken delen afgedekt met een zuurbestendige pasta. Vroeger werd in plaats van de pasta schellak of bitumenlak gebruikt. Wordt voor het stralen of etsen een zinken mal gebruikt met een zich herhalend motief, bijvoorbeeld een bloemmotief, dan spreken we van ‘mousselineglas’ of ‘mopjesweefsel’. De mal wordt op het glas gelegd en daaroverheen gaat de pasta. Na het verwijderen van de mal wordt het glas geëtst of gestraald.

Glasdraad
Glas kan tot uiterst dunne draden worden getrokken (gesponnen) waardoor allerlei decoratietechnieken mogelijk zijn. Zelfs de fabricage van textiel uit glasdraden is mogelijk. In draadglas worden meerdere (gekleurde) glasdraden samengesmolten, vaak toegepast in de stammen van drinkglazen.

Glasets (geëtst glas)
Het decoreren van een glas door middel van de etstechniek. Hierbij worden figuren getekend in een met was bedekt glas, waarna het wordt geëtst in een bad van het zwaar giftige en agressieve fluorwaterstofzuur (waterstoffluoride). De onbeschermde getekende delen krijgen hierdoor een mat aanzien.

Glashuis of glashut
Werkplaats van een glaskunstenaar.

Glass Excise Acts
Om de oorlogen met Frankrijk te financieren heft de Engelse regering in 1745, als een van de onderdelen van de beruchte Excise Act, een belasting van bijna 10 shilling (!) per 100 pond (gewicht) grondstoffen voor de glasindustrie. Aan deze belasting werd streng de hand gehouden; in 1777 en 1787 werd de belasting zelfs verhoogd. Dit betekende een zo zware slag voor de Britse glasindustrie, dat Engelse fabrikanten en glasblazers er toe overgaan hun bedrijven te verplaatsen naar lerland, respectievelijk daar te gaan werken, omdat lerland buiten deze belasting valt.
De maatregel had grote invloed op de ontwikkeling van het Engelse glas. De zware, traditionele vormen maakten plaats voor kleinere, lichtere en dunner geblazen glazen. Als versiering gebruikte men oppervlakkig slijpwerk, rococo-beschilderingen en graveerwerk. Flessenglas werd nu vaker gebruikt voor gebruiksvoorwerpen, dikwijls gemarmerd om het aantrekkelijker te maken (Nailsea-glas).
In 1825 worden de bepalingen van de Excise Act ook van kracht in lerland. In Ierland wordt zelfs een verbod ingevoerd voor alle export van glas. De Engelse fabrikanten, blazers en handelaren keren naar het moederland terug en de Ierse glasindustrie lijdt lange tijd slechts een kwijnend bestaan.
In 1845 werden de Acts herroepen.

Glastranen
In glas ingesloten luchtbellen. Tranenglazen zijn in de 18de eeuw geliefde wijnglazen met massieve stam waarin één of meer luchtbellen waren ingesloten.

Glazen bouwsteen
Ongeveer gelijktijdig met de opkomst van de prismategel in de bouw kwam de glazen bouwsteen. Ook deze stenen werden in mallen gegoten of geperst, maar ook in mallen geblazen.
De doorschijnende, ondoorzichtige stenen worden gebruikt voor lichtdoorlatende wanden en plafonds. Naar verluidt zou de vinding in verband staan met een prijsvraag van de Amerikaanse regering om lichtdoorlatende muren te ontwerpen. Het oudst bekende patent voor een glazen bouwsteen in Amerika dateert uit 1881 en staat op naam van C.W. McLean. Hij ontwierp een rechthoekige, massieve steen met geruwd oppervlak. In de steen bevonden zich twee ronde gaten om materiaal en gewicht te besparen.
In 1886 kreeg de Zwitserse architect Gustave Falconnier in Frankrijk als eerste patent op een zeshoekige, glazen, holle bouwsteen, die bekend zou worden onder de naam ‘brique Falconnier’. De stenen zijn onder meer toegepast in een serre bij een villa in Kollum.
Berlage heeft voor de First Church of Christ, Scientist uit 1926 aan de Andries Bickerweg in Den Haag speciale glazen bouwstenen ontworpen, die hij liet persen in de glasfabriek te Leerdam. Ondanks het feit dat Falconnier al holle bouwstenen ontwikkelde, werden nog heel lang massieve glazen bouwstenen gebruikt, ook in de bekende vierkante vorm, zoals in het trappenhuis van het voormalige PTT-hoofdkantoor in Den Haag uit 1920, waar acht centimeter dikke stenen zijn toegepast.
Rond 1930 zijn er ook dunne glazen bouwstenen, of eigenlijk meer tegels, toegepast. Bijvoorbeeld in de Derde Ambachtsschool van Jan Duiker te Den Haag en het dr. A.F. Philips Observatorium van Louis Kalff in Eindhoven. Beide gebouwen bevatten het model ‘Nevada’ van Saint Gobain. Vanaf 1935 produceerde de Owens Illinois Glass Company een holle, glazen, vierkante bouwsteen, bestaande uit twee helften, die via een speciaal procedé aan elkaar werden gesmolten. Deze stenen, onder de naam ‘Insulux’ op de markt gebracht, zijn de voorlopers van de huidige glazen bouwstenen.
Tegenwoordig zijn glazen bouwstenen nog steeds te koop, echter alleen de holle. Zij zijn leverbaar in verschillende vormen, formaten en kleuren. Massieve bouwstenen van acht centimeter dik zijn niet meer te koop. Wel zijn er stenen van acht centimeter dik die aan één zijde open zijn. Als alternatief voor de dunne bouwstenen kunnen dunne glazen vloertegels worden toegepast. Namaken is mogelijk. Voor de restauratie van Sint Hubertus zijn de uit Leerdam afkomstige glazen bouwstenen bijvoorbeeld nagemaakt in een fabriek in Zweden. Het gaat hier echter wel om een zeer kostbare reproductie.
Naast de hier genoemde bouwstenen zijn er in het verleden ook gegoten glazen bakstenen gemaakt.

Glazen dakpan
Glazen dakpannen zijn gemaakt om daglicht te brengen in ruimten die bijvoorbeeld te onbelangrijk waren om daar echte daklichten toe te passen of waar het gebruik van daklichten niet gewenst was. De pannen worden in een mal geperst of in een vorm gegoten.
Ze zijn gemaakt in vrijwel alle vormen die ook als gebakken, keramische pan bestaan. Bij de glazen Hollandse pan, die erg dun was, bestond het risico dat deze pan van het dak waaide door gebrek aan voldoende eigen gewicht. Zij laten echter wel het meeste licht door. Bij bijvoorbeeld de glazen muldenpan is de hoeveelheid licht die wordt doorgelaten geringer door de dikte en de sterk geprofileerde vorm van de pan. Naast glazen dakpannen zijn er ook glazen leien. Voor zover bekend alleen in rechthoekige vormen voor de zogenaamde maasdekking.
Glazen dakpannen worden in onder meer Frankrijk en Engeland nog steeds gemaakt in een vrij grote variëteit, zoals de muldenpan, echter niet meer de Hollandse pan. Die wordt, mede door zijn geringe dikte, waardoor hij snel breekt, steeds zeldzamer.

Graniver
Graniver, ook wel ‘glasgraniet’ en ‘steenglas’ genoemd, is een rond 1920 in de glasfabriek te Leerdam ontwikkelde, gekleurde glassoort voor geperste tegels voor vloer-, wand- en mozaïektoepassingen. De vloertegels zijn onder meer door de architect H.P. Berlage toegepast in het jachtslot Sint Hubertus op de Veluwe en door G.C. Bremer in het hoofdpostkantoor in Rotterdam.

Hochschnitt (Duits)
Vorm van glasgravure waarbij het glas rondom de decoratie wordt weggeslepen of weggedrild, in tegenstelling tot tiefschnitt waarbij de decoratie in het glaswerk wordt geslepen. In Duitsland en Bohemen werd de Hochschnitt vooral in de 18de eeuw toegepast, o.a. door Franz Gondelach.

Hyaliet
Op Wedgwood gelijkend zwart of rood ondoorzichtig glas dat tijdens de eerste helft van de 19de eeuw in Bohemen in gebruik was.

Karaf
Sierfles met min of meer dikke buik en al dan niet hoge hals, of glazen kan met oor, eventueel met stop om aan tafel wijn of water te schenken. Karaffen zijn vaak fraai vormgegeven en worden ook wel gegraveerd. Vaak behoort bij een karaf ook een set glazen.

Kathedraalglas
Kathedraalglas is een ondoorzichtig glas met een onregelmatige bobbelstructuur, dat wordt verkregen uit het met de hand gieten van gesmolten glas op een watergekoelde, volledig vlakke, stalen tafel. Tijdens het gieten en spreiden van het glas ontstaat de structuur door een reactie van het hete glas op de veel koelere tafel. Het is met name in het begin van de twintigste eeuw in woonhuizen veel in bovenlichten toegepast in de kleuren groen, oranje en geel.
Het glas was een goedkoop alternatief voor het veelkleurige glas-in-lood dat in dezelfde tijd in bovenlichten is toegepast. Het gaat dan om het ‘Tischkathedral’, omdat er tegenwoordig ook meerdere soorten en uitvoeringen machinaal vervaardigd kathedraalglas worden gemaakt, waarin het patroon wordt gedrukt, zoals in het hierna genoemde figuurglas.
Kathedraalglas is ontwikkeld door de Engelsman James Hartley, die in 1838 een patent voor vijftien jaar kreeg op het zogenoemde ‘rolled plate glass’.

Kit kat glass (Engels)
Kelkvormig wijnglas op rechte steel met lage baluster.

Klarschnitt en Mattschnitt (Duits)
Klarschnitt is een in glas gedrilde of geslepen versiering die in tegenstelling tot Mattschnitt helder is gepolijst.

Koude-verf-techniek
De koude-verf-techniek op glas bestaat al sinds de vijftiende eeuw. Om de geschilderde decoraties te beschermen werd deze beschermd met een laag vernis of overtrokken met een tweede glaslaag.

Krijtglas (sodakalkglas)
Door het toevoegen van krijt aan de glasmassa een zeer sterk glas, waardoor het ook beter geschikt is om in te graveren.

Kunckelglas (of robijnglas)
Robijnglas is een roodgekleurd glas, gebuikt voor onder andere gebrandschilderd glas. Het robijnglas wordt gemaakt door kleine hoeveelheden goudpoeder (koningswater) bij het gesmolten glas te voegen.

Lithyalinglas
Ondoorzichtige, gekleurde glassoort, uitgevonden rond 1830 door Friedrich Egermann in Noord-Bohemen om marmer en sierstenen na te bootsen.

Luchtspiraal (spiraalglas)
Gekleurde of witte spiraalvormige luchtbellen (zoals in stam van 18e-eeuwse kelkglazen), ontstaan door een luchtbel in de glasmassa uit te rekken en te draaien.

Moncrieffs Glass Works
Onder de naam North British Glass Works door John Moncrieff in 1864 opgerichte glasfabriek te Perth in Schotland waar flessen, glazen en later ook laboratoriumglas werd geproduceerd.

Mozaïekglas
Naast smalti worden ook kleine, vierkante, glazen steentjes gebruikt voor het maken van mozaïek. Zij zijn onder meer toegepast in de architectuur van de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. De steentjes zijn verkrijgbaar in verschillende maten, meestal tien bij tien of twintig bij twintig millimeter en zijn circa vier millimeter dik. De bovenzijde is glad en de onderzijde geribbeld voor een betere hechting. De steentjes komen onder meer uit Italië, China en Mexico.

Muntenglas
Glas op baluster met een muntversiering in de holle nodus van de stam.

Nodus (Latijns: knoop)
Bolvormige verdikking/versiering op de stam van glazen of de schacht van kelken en bokalen.

Prismaglas
Prismaglas is een glas dat geschikt is om daglicht ver en verspreid in een ruimte te brengen door reflectie en breking. Het wordt, meestal in de vorm van tegels, in mallen gegoten of geperst. De vroegst bekende toepassing van prisma’s dateert al uit de zeventiende eeuw, toen men probeerde lichttoetreding in schepen te krijgen zonder hulp van bijvoorbeeld olielampen, die brandgevaarlijk waren voor zowel schip als lading. Het vroegst bekende patent voor een prismaglas dateert uit 1684 en is van Edward Wyndus. De prisma’s vonden hun weg naar toepassingen op land in stoepen, voor de verlichting van kelders en souterrains.
Vanaf ten minste de vroege negentiende eeuw zijn prismaglazen ook toegepast in of aan gebouwen, daar waar lichttoetreding problematisch was of vlakglas niet mogelijk of niet gewenst. Al snel resulteerde dit in glazen tegels met prisma’s aan de onderzijde, die in Engeland vanaf 1871 werden gemaakt door Hayward Brothers en in Amerika vanaf 1897 door de Luxfer Prism Company. ‘Lux’ is latijn voor ‘licht’, en ‘fer’ voor doorgeven’. Varianten op de Luxfer Prism Tiles waren ‘Vera-Lux’, ‘Translux’ en ‘Vaculith’. Met name Vera-Lux is in Nederland toegepast. De tegels werden niet alleen met prisma’s aan de onderzijde gemaakt, maar ook met verschillende andere vormen, al naar gelang de gewenste lichtspreiding.
Prismaglas is ook gemaakt in platen en bijvoorbeeld gebruikt in Berlages Haagse Gemeentemuseum uit 1935 voor verlichting van tentoonstellingsruimten. Dit glas is destijds ook wel ‘reflex-’ of ‘refraxglas’ genoemd.
Prismaglas wordt nog steeds gemaakt, vooral in de vorm van tegels voor toepassing in kelderlichten. Vaak worden ze met meerdere in beton gegoten en als prefab kelderlicht geleverd. De huidige tegels komen soms sterk overeen met de holle glazen bouwstenen, maar er zijn nog steeds massieve, dunne tegels te koop.

Radgravure (gedrild glas)
Het graveren van een glas met een sneldraaiend koperen wieltje i.p.v. met een diamantstiftje zoals bij de lijngravure.
Het verschil tussen gedrild en geetst glas is moeilijk te zien door de fijnheid van het werk, maar wel met de vingertop te voelen. Het verschil is dat bij gedrild glas de matte delen zijn uitgehold, dus onder het glasoppervlak liggen, terwijl deze bij geëtst glas zonder uitbolling op het oppervlak liggen. Bij gedrild glas vangen de matte delen het licht dus op andere wijze dan bij de geëtste exemplaren.

Ranftbecher (Duits Ranft = homp)
Glazen gegraveerde, beschilderde of vergulde beker uit de Biedermeier-tijd met een wijde kelk, die naar het midden toeloopt en eindigt in een brede, zware, dikwijls geribde of gefacetteerde voet.

Ringelbecher (Duits)(ook pasglas of Ringenglas)
16de en 17de eeuwse trechtervormige beker van Waldglas op geribde voet, waarvan de kelk is versierd met opgelegde glazen ribben met lussen waarin glazen ringen hangen.

Russisch glas
In 1760 werd in Moskou door de koopman Thomas Maltzov de eerste glasfabriek opgericht. Zijn broer Jakob, die de glashut overnam haalt de bekendste russische glasgraveur Soebanov binnen. In dezelfde periode werd een tweede glashut door de familie Bakhmetev opgezet waar tot 1917 glas van uitstekende kwaliteit in Europese stijl werd vervaardigd. In 1777 stichtte vorst Potemkin de Manufacture Impériale de Cristal in St.-Petersburg, waar zowel gewoon glas werd gemaakt als glas dat voor het hof bestemd was. Het Russische glas uit de 18de eeuw komt overeen met dat van het Europese.

Schmelzglas (Duits of Engels: calcedonia)
Glas, waarbij twee kleuren glas gedeeltelijk zijn versmolten en daardoor het uiterlijk van een siersteen krijgt, doordat de kleuren op grillige wijze dooreenvloeien zoals bij onyx, agaat en chalcedon. De techniek stamt uit de Oudheid, maar is vooral beroemd geworden door de Venetianen, die in de 15de en 16de eeuw zeer fraai en dunwandig Schmelzglas maakten. In de 19de eeuw opnieuw toegepast in Bohemen en Engeland.

Selderieglas
Hoge ronde vaasachtige houders, normaal gesproken vervaardigd van glas, die worden gebruikt op de eettafel voor het serveren van stengels bleekselderie. Ze lopen naar de rand toe wijder uit, hebben een korte stam en platte voet. Meestal gegraveerd. Zeer populair in de 18de eeuw in Engeland en Amerika.
Voor relatief lage en smalle schalen voor het serveren van bleekselderie wordt 'selderieschalen' gebruikt. Voor soortgelijke vaasachtige houders die ook worden gebruikt op de eettafel maar die vaak een geschubde rand hebben en bedoeld zijn voor lepels wordt de term 'lepelvaasjes' gebruikt. Voor vaasachtige houders die vaak vervaardigd zijn van glas maar soms van hout of been en die bedoeld zijn om spaanders, stukjes hout of gedraaid papier te bevatten om een vuur aan te maken, gebruik 'spaanderhouders'.

Slingerglazen
Glazen waarvan de stam is versierd met één of meer gedraaide of geslingerde of in elkaar gevlochten witte of gekleurde glasdraden. De techniek ontstond in de tweede helft van de 16de eeuw in Venetië (latticinio) en verspreidde zich met de façon de Venise over heel Europa, waar deze glazen vooral in de late 17de en 18de eeuw veel werden gemaakt.

Smalti
In woningen uit met name het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw komt men een glassoort tegen die niet voor vensters wordt gebruikt: smalti. Smalti is een door en door gekleurde, ondoorzichtige glassoort, die in Italië wordt gemaakt. Het glas wordt net als Dalle de Verre gegoten in de vorm van een tien millimeter dikke tegel, piastra of pizza genaamd, die in kleine rechthoekige stukjes van ongeveer vijftien bij zes à zeven millimeter wordt gesneden: tesserae. Deze tesserae worden gebruikt als onderdeel van terrazzo om daar mede kleur aan te geven. Zie onze brochure Herstel en onderhoud van terrazzovloeren. De stukjes gebruikt men ook voor het maken van mozaïeken. Een variant op smalti is ‘piastrina’, gegoten in dunne platen en ongeveer half zo dik als reguliere smalti, circa vier millimeter. Piastrina wordt op dezelfde manier gesneden als smalti in stukjes van tien bij tien of twintig bij twintig millimeter, maar men gebruikt de bovenkant van de stukjes in plaats van het snijvlak. Dit geeft een vlak oppervlak als resultaat. Smalti en piastrina zijn nog steeds in vele kleuren verkrijgbaar.

Sodaglas
Wanneer voor de fabricage van glas als smeltpuntverlager soda (sodiumcarbonaat) is gebruikt, spreekt men van sodaglas. Wanneer dun gebruikt is soda glas doorzichtig en kleurloos. Sodaglas is een kenmerkend produkt voorhet Middellandse-Zeegebied, waarbij de soda, gewonnen uit het barilla-zeewier, gebruikt werd als smeltmiddel. Soda geeft een doorzichtig, kleurloos glas, waarvan de Venetiaansc produktie Europese faam genoot. Slechts na de invoer van het basisprodukt, het zeewier zelf, was een produktie à la façon ie Venise in Noordwest-Europa mogelijk.

Überfangglas (zie ook cameeglas)
Meerwandig glas; de glasmassa wordt door onderdompelen in gesmolten gekleurd glas met een of meer glaslagen bedekt en vervolgens uitgeblazen. Men onderscheidt Außenüberfang (binnenste glas helder, buitenwand gekleurd) en Innenüberfang (binnenste glas gekleurd, buitenwand helder).

Ventilatieglas
Glas is ook gebruikt voor de ventilatie van ruimten. Hiervoor gebruikte men geperforeerd glas, met tal van kleine, trechtervormige gaten. Deze zijn er in aangebracht door het glas uit te gieten en te walsen op een tafel met kegelvormige pinnen. De kleinste opening wordt er dan later in geboord. Het doel van de trechtervorm was om de binnenkomende lucht direct te verspreiden, zodat er geen tocht ontstond.
Omdat de mate van ventileren zo niet kon worden geregeld en het effect ook niet bijzonder groot was, ontwikkelde men glasjaloezieën: smalle strookjes glas, gevat in een metalen frame. Geperforeerd glas is ook gebruikt voor de afsluiting van bijvoorbeeld loketten. De vergaande isolatie-eisen aan gebouwen hebben ervoor gezorgd dat ventilatieglas vrijwel volledig is verdwenen en ook niet meer wordt gemaakt. Reden om erg zuinig te zijn op dit type glas. Glasjaloezieën worden nog wel gemaakt.

Vitrificatie
Een van buiten opgebracht geleurd poederglas, dat ingebrand maar niet nogmaals onder een andere glaslaag bedekt wordt.

Vrijmetselaarsglas
Glas uit de tweede helft van de 18de eeuw waarop vrijmetselaarsymbolen zijn aangebracht.

Websites:
. glasstudium


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 417.