kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 03-02-2011 voor het laatst bewerkt.

Gunta Stolzl

Wandtapijt 1926

Duits textielkunstenares, geboren als Adelgunde (Gunta) Stölzl op 5 Maart 1897 in München – overleden 22 April 1983 in Zurich.

Stölzl was een belangrijke textielontwerpers van Bauhaus die tijdens haar loopbaan de cruciale overstap van ambachtelijke naar industriële productie maakte.

'Vandaag de dag bestaat er op alle terreinen van design een vraag naar wetten en regels. Aldus hebben wij onszelf in de weefwerkplaats ook tot taak gesteld onderzoek te doen naar de fundamentele elementen op ons specifieke vakgebied. Bijvoorbeeld, terwijl wij in het begin van ons werk aan het Bauhaus begonnen met beeldvoorschriften een weefsel was bij wijze van spreken een schilderij gemaakt van wol weten wij nu dat een weefsel altijd een gebruiksvoorwerp is en in gelijke mate wordt voorgeschreven door het doel van het gebruik én zijn oorsprong.
Factoren die de productie beïnvloeden zijn:
- de losjes verbonden structuur, die alleen maar in een bepaalde vlakke structuur kan worden gelegd door de rangschikking waar aan deze wordt onderworpen
- een veelvoud van kruisende draden, die een 'gebeeldhouwd' oppervlak opleveren
- de kleur, die geïntensiveerd wordt of getemperd door glanzend of dof te zijn
- het materiaal waarvan de eigenschappen het gebruik beperken.
' - (Uit: Gunta Stölzl, Weven in het Bauhaus. In: Zeitschrift fur Buch und Webekunst. Leipzig, 1926. no 7 Bauhaus uitgave)

'In 1922-23 hadden wij een wezenlijk andere voorstelling van wonen dan nu. Onze stoffen en weefsels mochten nog zwaarwichtige dichterlijke fantasieën zijn, een bloemenpatroon, een individuele beleving. (...) Geleidelijk trad een verandering in. Wij voelden hoe pretentieus deze op zichzelf staande afzonderlijke produkten waren. De rijkdom aan kleur en vorm werd ons te overheersend. De producten lieten zich niet meer inpassen en waren niet ondergschikt aan de woning. Wij probeerden eenvoudiger te werken, onze middelen gedisciplineerder te gebruiken, meer gericht op het materiaal, en doelmatiger te worden. Daarmee belandden wij bij de stoffen aan de meter, die ondubbelzinnig ten dienste stonden aan de ruimte en het woonprobleem.' - (Uit: Gunta Stölzl, Die Entwicklung der Bauhausweberei. In: Bauhaus 2, 1931)

Biografie
Gunta Stölzl studeerde van 1913 tot 1917 aan de Kunstnijverheidsschool in München. Tussen 1917 en 1918 werkte ze in een veldhospitaal en na W.O.I hervatte ze haar studie aan het Staatliches Bauhaus in Weimar.

Na een opleiding bij Paul Klee (1879-1940) en de 'Vorkurs' van Johannes Itten sloot zij zich aan bij het weefatelier, waar ze een geweven zitting en leuning voor de African Chair (1921) en stoffen voor de Slatted chair (1922-1924), beiden van Marcel Breuer, ontwierp. Voor het Sommerfeld-huis (1921-1922) van Walter Gropius ontwierp ze eveneens stoffen. Rond 1923 slaagde ze voor haar examen.

In 1924 nam ze lessen verven en productiemethoden aan de Fachschule für Textil-lndustrie in Krefeld.

In 1924 opende ze de Ontos-weefateliers in Herrliberg bij Zürich, die ze negen maanden runde.

In 1925, kort na de verhuizing van de school naar Dessau, werd ze lerares in het weefatelier van Bauhus, vanaf 1927 in de functie van 'Meister'. De handwevers moesten vrijheid krijgen om te experimenteren om vooruitgang te kunnen boeken. Er was een opleiding voor de techniek van het weven en het verven van de garens. Er werden lichtweerkaatsende en geluidsabsorberende materialen ontwikkeld. Er kwamen veel nieuwe ideeën van weefafdeling die ook werden overgenomen door de industrie. Stölzl legde contacten met andere bedrijven om Bauhaus-producten en -textiel te verkopen en de weefwerkplaats werd een commercieel succes.

Bauhaustextiel - (Uit: Mildred Constantine/Jack Lenor Larsen. Beyond Craft: The Art Fabric. NewYork 1973)
De eerste producten van de weefwerkplaats van het Bauhaus waren figuratieve wandtapijten, beïnvloed door de schilder Paul Klee. Het duurde echter niet lang voor de architectonische uitgangspunten van Gropius doordrongen. De nadruk kwam steeds meer op materialen en constructie te liggen. Kleur werd minder belangrijk. In deze geest werden buitengewoon mooie wandkleden gemaakt door onder andere Anni Albers en Gunta Stölzl. Deze kunstenaars werden aangemoedigd ontwerpen voor speciale opdrachten te maken en te experimenteren met gebruikstextiel. Gunta Stölzl werd docent en meester van de weefwerkplaats van het Bauhaus in Dessau. Zij en andere weefsters legden in het begin meer nadruk op ambachtelijkheid en intuïtie.
Er was zeker geen volledige eensgezindheid wat betreft uitgangspunten en praktijk. Toen George Muche directeur van de textielwerkplaats was, benadrukte hij vooral de mechanisatie. Vooral in de latere jaren speelde de decoratieve en zelfs de esthetische functie een ondergeschikte rol. De weefwerkplaats van het Bauhaus ging nieuwe synthetische materialen als cellofaan en rayon onderzoeken. Sterker nog, voor zowel docenten als studenten, werd het een laboratorium waar werd geëxperimenteerd hoe met machines anonieme, rechttoe rechtaan ontwerpen voor een groeiende markt konden worden geproduceerd. Misschien nog belangrijker waren de conclusies over stijl en schoonheid van die producten. Toen in het Bauhaus het accent werd verlegd van schilderkunst en ambacht naar de sociale en technologische eisen van twintigste-eeuwse architectuur en industriële ontwerpen, deed een nieuwe stijl zijn intrede. Er kwam minder aandacht voor intuïtieve en emotionele aspecten door de introductie van nieuwe materialen en procédé's. .
Tegelijkertijd was men zeer gericht op ethische en intellectuele aspecten. Dit resulteerde in goed gefundeerde filosofische uitspraken over doelstellingen en beperkingen van de moderne weefsels. Niet alleen was het Bauhaus de eerste die de uitdrukkingskracht van textuur, structuur en gebroken kleur herontdekte, evenals patronen afgeleid van de verticale-horizontale draden van een geweven lap, maar vooral door de lessen en, belangrijker nog, de geschriften van Anni Albers, Gunta Stölzl en anderen, is de invloed wereldwijd geweest. Tegen de tijd dat het Bauhaus zijn deuren sloot, stond de textielkunst geheel ten dienste van het ontwerpen voor massaproductie. Door de brede verspreiding van de Bauhaus voorschriften en het geloof dat er gedurende dertig jaar (1930-1960) aan werd gehecht, ontnam de toegepaste vorm het zicht op weefsels zonder praktische functie, de autonome textielkunst.

In 1931 verliet ze Bauhaus en emigreerde ze naar Zwitserland. Samen met haar oud-student Gertrud Preiswerk richtte ze het bedrijf 'Handweberei S-P-H-Stoffe' in Zürich op, die tot in 1933 bleef bestaan. Met Heinrich Otto Hürlimann stichtte ze de Werkstatt S+H-Stoffe. In dit atelier maakte men tapijten en bekledingen voor onder andere Wohnbedarf. Vanaf 1937 runde ze het atelier als 'Sh-Stoffe' alleen en in 1939 toonde ze haar werk op de zwitserse Nationale Expositie.

In de jaren '50 maakte ze gobelins en in 1967 sloot ze het atelier. Daarna maakte ze vooral Beeldtapijten.

Stölzls jongste dochter, de in Groningen woonachtige Monika Stadler, heeft in 2009 een boek gepubliceerd over haar moeder.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1958.