kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Hector Guimard

Frans architect van de art nouveau, geboren 10 maart 1867 te Lyon – overleden 20 mei 1942 in New York.

Hector Guimard heeft net als Antoni Gaudi in die tijd gebroken met de gevestigde normen van het academisch classicisme alvorens zich met hart en ziel aan het 'modernisme' te wijden. Hij kwam met nieuwe vormen, ontleend aan de natuur en hield zich bezig met alle onderdelen van zijn gebouwen waarbij hij alles tot in de kleinste details op papier uitwerkte.
Kenmerkend voor Guimards stijl zijn de gebogen vensters, weelderige kraagstukken, natuurstenen gietwerk en overhangende daklijsten. Zijn stylistisch vocabulaire is duidelijk afkomstig uit de plantenwereld, terwijl het toch abstract blijft. Wilde omlijstingen en drukke wervelingen overdekken zowel steen als hout; in twee dimensies maakte Guimard werkelijk abstracte composities, die zich net zo gemakkelijk aanpassen aan glas-in-lood (hôtel Mezzara, 1903), als aan keramische panelen (maison Coilliot, 1898) als aan smeedijzer (Castel Henriette, 1899), behang (Castel Béranger, 1898) en weefsels (hôtel Guimard, 1909).

Biografie
Hector Guimard was van 1882 tot 1885 leerling bij Eugène Train en Charles Génuys aan de École Nationale des Arts Décoratifs te Parijs, waar hij in 1885 zijn diploma behaalde. Vanaf 1885 studeerde hij aan de Ecole des Beaux Arts waar hij les kreeg van de architecten Vaudremer en De Baudot en in 1889 van Gustave Gaulin. Tijdens zijn architectuurstudie ontdekte Guimard de theorieën van Eugène Emmanuel Viollet-le-Duc uit 1863, die de basis legden voor de toekomstige structuurprincipes van de art nouveau. Hector Guimard raakt in deze periode beïnvloed door de architectuur uit de Engelse Domestic Revival.

1889 Wereldtentoonstelling in Parijs: pavillon de l'électricité
1891 Guimard wordt docent aan de Ecole des Arts Décoratifs. Hij blijft er tot 1900
1891 Hôtel Roszé (rue Boileau, XVIe arrondissement van Parijs)

Het interieurontwerp van het restaurant 'Au Grand Neptune' in Parijs was een van zijn eerste projecten. Na verscheidene opdrachten voor particuliere woningen in en rond de stad Parijs ontwierp hij in 1893 interieur en exterieur van de villa van Charles Jassedé (rue Chardon-Lagache) als Gesamtkunstwerk.

1894 Hôtel Delfau (rue Molitor), Ontmoeting met Paul Hankar, Chapelle Devos-Logie et Mirand-Devos op het cimetière des Gonards in Versailles

In 1894 reisde hij door Groot-Brittannië, Nederland en België, waar hij de eerste voorbeelden van de Jugendstil leerde kennen.

Guimards vroege Parijse bouwwerk zijn rechtstreeks geïnspireerd door het werk van Viollet-le-Duc en zijn leermeester De Baudot. Vooral in Ecole du Sacré Coeur (1895) is deze invloed goed herkennen.

1895 Atelier Carpeaux (boulevard Exelmans, Parijs), ontmoeting met Victor Horta, begin van de bouw van Castel Béranger (rue La-Fontaine, Parijs).

Castel Béranger
De bekering van Guimard tot de art-nouveau was nogal plotseling: het gebeurde tijdens een reis naar Brussel in 1895, waar hij een bezoek bracht aan het Hôtel Tassel van Victor Horta. Hij veranderde direct zijn ontwerp voor het flatgebouw 'Castel Béranger' (1894-1898) in Parijs, voornamelijk beïnvloed door de Neogotiek en de Henry II-stijl, waar nu ook bloemenmotieven werden gebruikt die doen denken aan Horta. Het gebouw kreeg een levendige compositie waarin Gotische elementen gecombineerd werden met rococo en Japanse effecten. en werd een van de eerste belangrijke bouwwerken van de Art Nouveau.
Horta's gebruik van stengelachtige zuilen die uitliepen in slingerende tentakels, leidde tot het ontstaan van de term 'Hortalijn'. In Frankrijk werd dezelfde stijl bekend als 'Style Guimard'. Het karakteristieke werk uit deze tijd illustreert het overgangsmoment waarop twee stijlen elkaar ontmoeten: de middeleeuws geïnspireerde geometrische volumes van de ruwbouw zijn overdekt met de uit België geïmporteerde organische lijn, de “zweepslag”.

1896 La Hublotière in Vésinet.
1897 Hector Guimard neemt zijn intrek in Castel Béranger, een gebouw met woningen voor bemiddelde huurders.
1898 Castel Béranger is voltooid en krijgt van zijn tijdgenoten de bijnaam “dérangé” (“misplaatst” of "gestoord").

Hoewel hij het bekendst was om zijn ontwerpen voor de Métro, was Guimard's meesterwerk de concertzaal 'Humbert de Romans' uit 1898-1900, waarvoor hij speciaal meubilair en toebehoren met een opmerkelijk organisch uiterlijk ontwierp. Na zeven jaar werd het echter al gesloopt toen Art Nouveau uit de mode raakte. Het glorieuze hoogtepunt van dit gebouw was een gewelfd dak van stalen ribben, die een koepel droegen met gele, gebrandschilderde ramen. Vernieuwingen op het gebied van structuur ontbreken bij Guimard ook niet, zoals in de bijzondere concertzaal Humbert-de-Romans, waar een ingewikkelde constructie de geluidsgolven breekt, met als gevolg een perfecte akoestiek.

Van 1899 tot 1901 voerde Guimard veel architectonische opdrachten uit, waaronder het Maison Coilliot in Lille (1898-1900) en Castel Henriette in Sèvres (1899-1900). Guimard doet niet onder voor Horta in zijn verbazingwekkende ruimtelijke experimenten met de volumetrie van zijn constructies. Met name bij het Coilliot-huis en bij zijn dubbele façade van la Bluette (1998) met zijn prachtige volumetrische harmonie, en vooral het Castel Henriette.

1899 Villa Bluette (Hermanville, Calvados), muziekcafé Au grand Neptune (quai d'Auteuil, XVIe arrondissement van Parijs).
1900 Maison Coilliot (14, rue Fleurus in Rijsel), bouw van de metro-ingangen en – stationsgebouwen in Parijs.

Paris Métro
Ongetwijfeld had Guimard een scherp oog voor reclame en gebruikte hij elke kans op publiciteit. Hij wist ook dat zijn naam stond voor de geduldige ambachtsman die elk detail ontwierp maar ook voor de uitvinder van een nieuwe architectuurtaal. Een unieke kans kreeg hij in 1899 toen de Compagnie du Métropolitain een prijsvraag uitschreef voor de ingangen van de metrostations. De winnaars die afkomstig waren van de Ecole des Beaux-Arts werden afgekraakt, waarna Guimard van de gemeenteraad de opdracht kreeg en die tot een goed einde bracht. Het was een overwinning op de Académie en een kans om iedereen de Guimard-stijl te laten zien.
In tegenstelling tot Horta werkte Guimard zowel in giet- als in smeedijzer. Hij gebruikte gietijzer als het basismateriaal voor de metro ingang en loketten die hij vanaf 1900 ontwierp. De toegangen waren briljante uitingen van fantasie. Ze bestonden uit een poort waarop het woord 'metropolitain' stond, aan elke kant ondersteund door enorme stelen met bloemvormige lampen erop. Het contrast dat dit werk vaak vormde met de historische gebouwen, riep vele verontwaardigde reacties op. Deze kwam vooral op gang naar aanleiding van het station Opéra met zijn glazen baldakijnen en daken, die rustten op rijk bewerkte gietijzeren elementen.

Style Métro
Guimards ingangen voor de Parijse Métro-stations moeten zo typerend zijn geweest voor de Art Nouveau, dat de gehele stroming in die tijd ook wel Style Métro werd genoemd. Tegen de tijd echter dat een grote overzichtstentoonstelling in het Louvre Guimard een plaats gaf tussen de pioniers van de 20ste eeuw, ging het proces van de ontmanteling en vervanging van zijn stations nog steeds door, zodat de weinige die bewaard zijn gebleven verbannen lijken naar de voorsteden.

Net zoals zijn architectuur als geheel, komen de ontwerpen van zijn objecten in wezen voort uit hetzelfde ideaal van de continuïteit van de vorm (dat de mogelijkheid biedt alle praktische functies in een enkel object samen te brengen, zoals in de Vase des Binelles, uit 1903) – en van de lijn, zoals in de ontwerpen van zijn meubels, met hun ranke en evenwichtige omtrekken.

1901 Salle Humbert-de-Romans (Parijs), Castel Henriette (rue des Binelles, Sèvres, Hauts-de-Seine).
1903 Castel Val (4, rue des Meulières, Auvers-sur-Oise), Villa La Sapinière (Hermanville).
1904 Castel Orgeval à Villemoisson-sur-Orge, Hôtel Léon Nozal (XVIe arrondissement van Parijs), Chalet Blanc (2, rue du Lycée, Sceaux), Castel Orgeval (2 avenue de la Mare-Tambour, Villemoisson-sur-Orge).

Castel d’Orgeval (1905) is een radicale uiting van een “vrije plattegrond” sterk en asymmetrisch, vijfentwintig jaar voor de leer van Le Corbusier. Symmetrie is overigens niet verboden bij Guimard: in het prachtige hôtel Nozal, uit 1905, gebruikt hij weer de rationele indeling met een rechthoekige plattegrond, zoals Viollet-le-Duc die voorstond.

1905 Hôtel Deron Levet, Chalet Blanc (Sceaux)
1909 Trémois-gebouw, rue Agar, Hector Guimard trouwt met Adeline Oppenheim, Hôtel Guimard op een driehoekig perceel.

De harmonie en in het bijzonder de stylistische continuïteit (een van de grote idealen van de art nouveau), leidt bij Guimard tot een bijna totalitaire opvatting van de inrichting, die zijn hoogtepunt bereikt in 1909 met het hôtel Guimard (een huwelijksgeschenk aan zijn rijke vrouw) waar de ovale kamers zo hun eigen eisen stellen aan de meubels die voor een deel geïntegreerd zijn in het gebouw. In het hôtel Guimard geven de kleine afmetingen van het perceel de architect de mogelijkheid geven af te zien van het gebruik van dragende buitenmuren en zo een vrije indeling van het interieur mogelijk te maken – op elke verdieping weer anders.

De geniale en veelzijdige Guimard is ook een voorloper op het gebied van de industriële standaardisatie, waarmee hij de nieuwe kunst op grote schaal wil verbreiden. Daarin is hij – ondanks alle schandalen – zeker geslaagd met zijn beroemde parijse metro-ingangen, modulaire constructies waar het principe van “de versiering als onderdeel van de structuur” van Viollet-le-Duc triomfeert. Hij herhaalt dat idee – maar met minder succes – in 1907 met een catalogus met gietijzeren elementen, bestemd voor de bouw: Fontes Artistiques, Style Guimard.

1910 Hôtel Mezzara (60, rue La Fontaine, XVIe arrondissement van Parijs)
In tegenstelling tot het werk van Victor Horta zijn lichtkoepels bij Guimard vrijwel afwezig (behalve dan in zijn latere hôtel Mezzara, uit 1911).
1913 Synagogue de la rue Pavée à Paris (10, rue Pavée in het IVe arrondissement van Parijs), villa Hemsy (3, rue Crillon, Saint-Cloud).

In 1920 ontwierp Guimard zijn eerste gestandaardiseerde meubelstukken voor serieproductie en jaar later ontwikkelde hij woonruimte voor arbeiders en een flatgebouw met gestandaardiseerde elementen.

1924 Villa Flore (avenue Mozart, XVIe arrondissement van Parijs)
1926 Appartementengebouw (rue Henri Heine, Parijs)
1928 Appartementengebouw (rue Greuze, Parijs)

In 1938 emigreerde Guimard naar New York.
Ondanks zijn vuurwerk van artistieke vernieuwingen in allerlei richtingen, keerde de wereld zich snel van Guimard af: het is niet zozeer zijn werk dat irriteert, maar de man zelf. En als waardig vertegenwoordiger van de art nouveau, is hij zelf slachtoffer van de tegenstrijdigheden die eigen zijn aan de idealen van de beweging het merendeel van zijn werk is financieel onbereikbaar voor de grote massa, en ook stroken zijn pogingen tot standaardisatie niet met zijn wel zeer persoonlijke vocabulaire. En tot slot weet vrijwel niemand dat hij in 1942 in New York, waarheen hij door de angst voor de oorlog min of meer werd verbannen (zijn vrouw was Joods), is overleden.

Opnieuw ontdekt
Nadat al veel van zijn werk is vernietigd, beginnen verschillende onderzoekers (de eerste "hectorologen") in de jaren 1960-1970 zijn werk te herontdekken en zijn geschiedenis rustig te reconstrueren. Al is het grootste deel van dit werk inmiddels klaar, toch blijft, zo'n honderd jaar na het optreden van de art nouveau (Le Corbusier), het merendeel van de gebouwen van Guimard ontoegankelijk voor het publiek en er is nog steeds geen Guimard-museum in Frankrijk.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Hector_Guimard.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 3491.

Tweets by kunstbus