kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-08-2008 voor het laatst bewerkt.

Henri Breetvelt

Nederlandse sierkunstenaar, geboren 5 november 1864 Delft - overleden 28 augustus 1923 Gouda.

Ontwerper en plateelschilder Henri Breetvelt is met zijn creatieve talent en zijn meesterlijke hand van schilderen van grote betekenis geweest voor de vernieuwing van het Nederlandse sieraardewerk rond het jaar 1900. Begonnen als schilder van traditionele decors maakte de stijl van Henri Breetvelt een stormachtige ontwikkeling door, die leidde tot de krachtige abstracte composities en explosies van kleur waarmee hij zijn naam voorgoed vestigde.
Zijn wandborden en vazen met 'kleurige fantasieën', zoals een tijdgenoot het expressionistische werk van Henri Breetvelt omschreef, genoten een grote populariteit. Het feit dat zijn ontwerpen ook na zijn dood nog lang als 'decor Breetvelt' werden uitgevoerd was een bevestiging van zijn kunstenaarschap.

Biografie
Henri Leonardus August Breetvelt, was de zoon van Abraham Breetvelt, koopman en fabrikant, en Alida Elisabeth Frederika Klei).

Breetvelt ontving rond 1885 te Delft tekenonderwijs aan de Polytechnische School o.a. van A. le Comte, die aldaar leraar in de decoratieve kunsten was en bovendien als ontwerper verbonden aan de aardewerkfabriek "De Porceleyne Fles". Van 1883-1885 was Breetvelt als leerling ingeschreven aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten.

Breetvelt begon zijn carrière ook bij de alom bekende plateelbakkerij De Porceleyne Fles in dezelfde stad. Zijn eerste opdracht bestond uit het beschilderen van tegels met voorstellingen van de toen in zwang zijnde Haagsche School en met het kopiëren van details uit schilderijen van oude meesters als Frans Hals en Rembrandt.
In 1888 trad hij voor het eerst in het openbaar door met een grote inzending tegelplaten en wandborden, beschilderd in sepia en duurzaam gemaakt volgens een door hemzelf uitgevonden procédé, voornamelijk met afbeeldingen naar werken van bekende meesters als Bosboom, Eerelman, Apol, Bisschop alsmede de bekende officier van Rembrandt, deel te nemen aan de Nationale Tentoonstelling van Kunstnijverheid in de Koekamp te 's-Gravenhage, die de gehele zomer duurde. Hij deed dit te zamen met zijn toekomstige echtgenote, die er een vijftal zelf ontworpen ornamentschotels exposeerde welke volgens sommige critici al het andere beschilderde aardewerk in de schaduw stelden. De jury van de tentoonstelling kende echter van hen beiden alleen aan Breetveld een eervolle vermelding toe ; de prijzen werden uitgereikt aan het in die dagen algemeen bewonderde werk van de fabrieken "Rosenburg" en "Thooft & Labouchère" (De Porceleyne Fles).

Gehuwd sinds 2-9-1891 met Cornelia Elisabeth Maria du Mée. Uit dit huwelijk werden 3 zoons en l dochter geboren.

Van 1891-1900 woonde Breetvelt in Vrijenban (nu Delft), waar hij zich verder in de decoratieve kunst bekwaamde en een aantal aquarellen schilderde.

In 1900 werd hij als ontwerper aangetrokken door de Plateelbakkerij "Zuid-Holland" te Gouda van Egbert Estié & Co., waar hij patronen ontwierp voor naar Delfts voorbeeld in blauw op witte ondergrond beschilderd aardewerk, echter volgens een eigen stijl met nieuwe en voor zijn werk karakteristieke decoratieve elementen. Ook hier schilderde Breetvelt tegelplaten maar daarnaast decoreerde hij wandborden en siervazen. Hoewel hij in het begin nog wel trouw bleef aan zijn ‘Delftsche’ stijl, viel in zijn werk de liefde voor de Japanse prentkunst, inspiratiebron voor veel Art Nouveau-kunstenaars, te onderkennen. Met name de houtsnedes van de Japanse kunstenaar Kono Bairei (1844 -1895) inspireren hem.

Van 1902 tot 1906 woonde Breetvelt in Maastricht, waar hij voor de "Société Céramique" zonder er een vast dienstverband te sluiten decoraties voor vazen ontwierp en ook zelf een aantal vazen in een vlotte en trefzekere penseelvoering beschilderde waarvan zich thans nog enkele zeer grote exemplaren, o.a. één met een portret van de jonge koningin Wilhelmina, in het depot van de N.V. Koninklijke Sphinx-Céramique bevinden.

Porceleinfabriek de Kroon in Noordwijk
Toen met de directie van de - op massafabricage gerichte - fabriek een artistiek conflict ontstond, brak hij met deze firma. Als zoon van tamelijk welgestelde ouders was Breetvelt financieel onafhankelijk. Bovendien was E. Estié inmiddels uit de Goudse Plateelbakkerij Zuid-Holland weggewerkt en naar Noordwijk verhuisd, waar hij een beroep deed op Breetvelt om geld te steken in een nieuwe aardewerkfabriek aldaar en hiervoor ontwerpen te maken.
Reeds in Maastricht had Breetvelt een aantal decoraties ontworpen en uitgevoerd volgens ingewikkelde geometrische patronen, die een mengeling waren van de uitbundige Art Nouveau uit België en Frankrijk en de meer gereserveerde en geconstrueerde vormen die men in de Oostenrijkse Sezessionsstil maar ook in de decoratieve kunst in Amsterdam tegenkomt. Deze decoraties werden ook in Noordwijk ten uitvoer gebracht, naast patronen bestaande uit deels met passer en lineaal geconstrueerde bloemen; hier openbaart zich een sterk gevoel voor ritme dat echter voortdurend op aan de natuur ontleende vormen is gebaseerd. Met grote artistieke vrijheid ontwierp hij gestileerde bloemmotieven en geometrische patronen in verrassend heldere kleuren.

De samenwerking met Estié duurde niet lang; van 1909 tot 1916 was Breetvelt in Den Haag gevestigd waar hij een groot aantal ontwerpen voor vazen in waterverf schilderde, waaruit blijkt dat hij als een der eersten volstrekt abstracte kunst produceerde. Nog steeds vormen ritmische patronen van bloemen en bladeren de basis voor zijn tekeningen, maar allengs is het alleen nog een spel van grillige lijnen en kleuren, soms zó tegen elkaar gezet dat het lijkt alsof de kleuren met fluorescerende verf zijn aangebracht.

In de loop van 1914 probeert Breetvelt aan de slag te komen bij de Koninklijke Porcelein- en Aardewerkfabriek Rozenburg in zijn woonplaats 's-Gravenhage maar dit mislukt vanwege de sluiting in augustus 1914. Hij gebruikt de gouaches als referentiemateriaal en daarmee lukt het hem medio 1916 opnieuw bij de NV Plateelbakkerij Zuid-Holland in Gouda te gaan werken. Daar kan Breetvelt gezien worden als de opvolger van Theo Colenbrander die in 1912 was uitgenodigd om ontwerpen te maken voor de nieuwe techniek van het zogenaamde 'op de voorbrandschilderen' en het bijpassende matglazuur. Helaas vertrok Colenbrander na ruim een jaar. Breetvelt op zijn beurt, kreeg 'çarte blanche' van de directie.

Het talent van Breetvelt kwam volledig tot ontplooiing komen toen hij in 1916 door de Plateel-bakkerij "Zuid-Holland" te Gouda in de gelegenheid werd gesteld om er volgens een in die fabriek uitgevonden nieuw matglazuur-procédé een groot aantal unica te vervaardigen die hij voorzag van zijn volledige naam. Dit procédé stelde de kunstenaar in staat om sterkere kleureffecten te bereiken dan tot dusver mogelijk waren, en ook grotere vlakken vrijwel egaal van intense kleuren te voorzien.
Een nadruk op de vorm van het geheel, waarbij de opbouw ervan uit kleurvlakken essentieel is en niet de nauwkeurige weergave van het detail, is kenmerkend voor het expressionisme. De krachtige, doelbewuste omtreklijnen die Breetvelt neerzette op de stukken - veelal grote - die hij maakte, voldoen geheel aan de expressionistische karakteristiek van het zich beperken tot het essentiële. Geen kleur was hem in feite fel en hartstochtelijk genoeg om daarna zijn forse contouren in te vullen.
In tegenstelling tot zijn collega-plateelschilders had Breetvelt de beschikking over een eigen atelier, mocht hij zelf zijn decors en kleuren samenstellen en werkte hij vanaf 1920 zelfs met een assistent, Dirk van der Starre. Bovendien produceerde Breetvelt alleen maar unica die hij voorzag van zijn karakteristieke signatuur' Breetvelt'. Zijn wandborden en veelal grote vazen worden goed verkocht. De eerste decors die hij in Gouda in zowel glanzend als matgeglazuurde uitvoering maakte, betreffend vooral florale motieven maar al snel worden de decors vrijer en daarmee abstracter. De eerdergenoemde gouaches voorspelden deze ontwikkeling al enigszins, hoewel geen van deze werken op papier ooit zijn uitgevoerd. Rond 1920 begint Breetvelt zelfs te experimenteren met stroom- of lusterglazuren die hun definitieve uiterlijk pas krijgen in de oven. Daarmee is het werk van Breetvelt volledig abstract geworden.

Eind augustus 1923 overlijdt Breetvelt na een langdurig ziekbed, nauwelijks 59 jaar oud.

Vele bekende schilders hebben zich ooit wel eens voor korte tijd met het decoreren van aardewerk beziggehouden, maar van geen van hen kan worden gezegd dat het aardewerk hun belangrijkste kunst vormt. Op deze wijze zou men kunnen concluderen dat Breetvelt in feite wellicht de enige expressionist ter wereld is geweest die zich vrijwel uitsluitend in aardewerk heeft geuit. Breetvelt was een eenzelvig man, die weinig sprak en zich nimmer op de voorgrond stelde. Hierdoor, en uit het feit dat hij door zijn financiële onafhankelijkheid ook nooit in de noodzakelijkheid verkeerde aan de weg te timmeren, bleef hij nagenoeg onbekend, hoewel zijn werk door het publiek grif werd gekocht en na zijn dood ook door de plateelfabriek op grote schaal werd gekopieerd door details uit zijn borden en vazen uit te werken tot patronen voor het decoreren van een deel van de fabrieksproduktie.

© ING - Den Haag. Bronvermelding: R. Hageman, 'Breetvelt, Henri Leonardus August (1864-1923)', in Biografisch Woordenboek van Nederland. URL:http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn1/breetvelt [13-03-2008]


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 10.