kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 12-01-2010 voor het laatst bewerkt.

Hermann Obrist

Zwitsers-Duitse pottenbakker en beeldhouwer, geboren 23 mei 1863 in Kilchberg (nabij Zürich), Zwitserland – overleden 26 februari 1927 in München, Duitsland.

Hermann Obrist stond in München in de jaren 1890 mede aan de oorsprong van de Jugendstil, de Duitse variant op Art Nouveau. Zijn krachtige zweepkoordpatronen kwamen voort uit zijn onderzoek naar planten, de cel- en wortelstructuur en spiraalvormige groeipatronen. Zijn draai- en kronkelontwerpen waren niet alleen ontleend aan zijn studie van de natuur, maar waren ook het resultaat van de 'visioenen' die hij had gehad - een weerspiegeling van zijn innerlijk. Al deze vormen waren een inspiratiebron voor Jugendstil-ontwerpers als name August Endell, die ook abstracte naturalistische motieven gebruikte.

Beïnvloed door de hervormingsideeën van John Ruskin (1819-1900) en William Morris, hadden Jugendstil ontwerpers als Hermann Obrist, Richard Riemerschmid en August Endell idealistischer doelstellingen dan andere vertegenwoordigers van de Art Nouveaustijl in Europa. Ze streefden niet alleen naar hervorming van de kunst, maar pleitten ook voor een terugkeer naar een eenvoudiger en minder commerciële levenswijze. Ze bezaten een jeugdoptimisme en eerbied voor de natuur, die duidelijk tot uiting kwam in hun werk. Net als hun tijdgenoten in Parijs en Brussel werden de Jugendstil ontwerpers geïnspireerd door de werking van de natuur, die onthuld werd door vorderingen in wetenschappelijk onderzoek en technologie. De wervelende planten motieven en zweepslagvormen van August Endell en Hermann Obrist werden bijvoorbeeld direct beïnvloed door Karl Blossfeldts (1965-1932) fotografische studies van plantstructuren, die opmerkelijke spiraalvormige groeipatronen toonden, en door de plantkundige tekeningen van Ernst Haeckel (1834-­1919).

Biografie
Hermann Obrist verhuisde in 1876 van Zwitserland naar Duitsland, waar hij biologie studeerde aan de universiteit van Heidelberg.

Vanaf 1888 zat hij op de Kunstgewerbeschule in Karlsruhe en later ontwierp hij keramiek voor de fabriek van de groothertog van Sachsen-Weimar-Eisenach in Bürgel. Hij studeerde beeldhouwkunst in Parijs.

Hij begon in 1892 met Berthe Ruchet een borduuratelier in Florence. Het 'Atelier für Kunststickerei' verhuisde in 1894 naar München en in 1895 stonden zijn borduurwerken uitgevoerd door Berthe Ruchet afgebeeld in het tijdschrift Pan. Margaretha von Braunitsch, leerling van Obrist, zou een tweede ver buiten München bekend staand borduuratelier leiden waar zowel werd ontworpen als uitgevoerd.

In de jaren '1890 ging de Arts and Crafts kenmerken vertonen van de Art Nouveau. Ondanks heftig verzet van onder meer Crane, die de Art Nouveau een ‘strange decorative disease’ noemde, is de ‘zweepslaglijn’, die later als kenmerkend voor de Art Nouveau wordt genoemd, in veel ontwerpen te herkennen. Van belang is ook dat de Arts and Crafts borduurwerk ten toon stelde van Hermann Obrist, de maker van het borduurwerk Peitschenhieb, waarvan de naam en het decoratieve principe uitgebreid werden tot kenmerk van de Art Nouveau: de ‘zweepslagstijl’.

München
Toen de Secessie in Wenen plaats had, was in de Beierse hoofdstad, in artistiek opzicht het Parijs van het opstrevende Wilhelminische Duitsland, het nieuwe vuur al ontstoken. De in '94 op een tentoonstelling in München ingezonden vlammende textielontwerpen van de Zwitser Hermann Obrist waren de vonk in dit kruitvat. Zodra hij ze gezien had wierp Otto Eckmann zijn penseel weg en begon hij met zijn decoratieve tekeningen van lekkende vlampijpen op een wat sentimenteel-Duitse wijze. Ook Richard Riemerschmid liet het palet voor de sierkunst in de steek en August Endell werd de derde van het drietal voorgangers. Bernhard Pankok en Bruno Paul, Patriz Huber en Hans Christiansen, die als Eckmann zich van schilder tot kunstnijveraar bekeerden, zouden weldra volgen. De tijdschriften Jugend en in mindere mate Simplicissimus - Th.Th. Heine in de eerste plaats - maakten de nieuwe kunst spoedig populair. Die Duitse stijl was geënt op de Belgische zweepslaglijn, maar toch weer iets anders. - (1896 reisde Behrens naar Italië.

In 1897 toonde Obrist zijn stoffen op de de Internationale Kunsttentoonstelling in het Glaspalast in München.

In 1898 zetten Peter Behrens, Hermann Obrist, August Endell, Bruno Paul, Richard Riemerschmid, Margaretha von Braunitsch en Bernhard Pankok de Vereinigte Werkstätten für Kunst im Handwerk (verenigde ateliers) in München op, voor de productie van handgemaakte gebruiksvoorwerpen. Naast wandkleden en keramiek ontwierp Obrist meubilair, ijzerwaren en enkele monumenten en fonteinen.

Hij ontwierp zijn eigen huis, dat werd ingericht door Bernhard Pankok.

In 1902 opende hij samen met Wilhelm von Debschitz een school voor vormgeving in München die zich onderscheidde door z'n vernieuwende wijze van werken én het feit dat er vrouwen doceerden, wat in die tijd nog volstrekt ongebruikelijk was. - (Kirchner deze kunstschool.

De beeldhouwdecoraties voor het theater van Henry van de Velde op de 'Deutsche Werkbund-Ausstellung' in 1914 in Keulen waren ontworpen door Obrist, die een belangrijk voorstander werd van de design- hervorming en die in 1915 voorgedragen werd als directeur van de Weimarse Kunstgewerbeschule.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1684.