kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-01-2016 voor het laatst bewerkt.

inktstel

Inktpot / Inktstel

De inktpot komt alleen of in combinatie met een inktstel voor. Een inktpot is een potje waarin inkt zit, voor gebruik met een kroontjespen of een vulpen. Een inktstel bestaat uit een inktkoker of inktpot, zandstrooier, pennenmes en blaadje.

Een inktpot heeft om omvallen tegen te gaan meestal een brede basis en een smalle hals. Sommige inktpotten hebben daarnaast aan de binnenkant een door een apart wandje afgescheiden deelreservoirtje van geringere diepte, dat met inkt kan worden gevuld door de inktpot in gesloten toestand even om te keren voor men de dop losschroeft; hierin kan dan de pen tijdens het schrijven worden gedoopt zonder het gevaar te diep in te dopen.
In de tijd van de kroontjespennen hadden lessenaars waaraan kinderen op school zaten vaak een ingebouwd inktpotje met een schuifje als deksel. Kinderen op school kregen later wel een klein inktpotje op hun tafel, dat werd bijgevuld vanuit een grote inktpot met schenktuit die de onderwijzer beheerde.

Na de uitvinding van de balpen en de vulpennen met voorgevulde patronen, raakten inktpotten in onbruik.
De heilige Isidorus van Sevilla wordt afgebeeld met een inktpot.

Geschiedenis
Mensen schrijven al heel lang. Hebben we niet allemaal eens, als we de kans kregen, iets in het zand bij de zee geschreven, om dan te ervaren dat het water de tekens wegwast als de golven het strand bereiken? Vroege volken krasten tekens, petrogliefen, in steen. Of ze tekenden afbeeldingen op de rotswand van grotten. Helaas kon je deze berichten niet versturen. Wel de kleitabletten waarin het spijkerschrift werd gegrift, of de papyrusrollen met hiërogliefen uit het oude Egypte. In de Middeleeuwen gebruikten de scribenten in Europa vooral perkament om op te schrijven: de gespleten huid van kalveren of lammetjes. Schrijven werd voornamelijk in kloosters gedaan, het overschrijven van de dikke boekwerken was dan ook een waarlijk monnikenwerk. Papier werd aanvankelijk van lompen gemaakt en was nog erg vezelig en duur. Pas rond zestienhonderd werd papier veelvuldiger gebruikt, na de uitvinding van de drukpers. Men zou verwachten dat mensen door deze uitvinding minder gingen schrijven. Maar meer lezen wakkerde juist ook de schrijflust aan. Het materiaal dat men voor het schrijven gebruikte werd steeds gevarieerder, mooier en luxer van uitvoering.

Aanvankelijk bewaarde men het schrijfmateriaal in een schrijfkist, met vaak een schuine bovenkant om het papier op te leggen. De schrijfkist is verdeeld in enkele vakken voor het bergen van schrijfbehoeften. In sommige streken werd het tot in de 19de eeuw gebruikt. In de 16de eeuw werden deze kisten gecombineerd met een onderstel; in de 17de eeuw werd het deksel met trijp bekleed.

Vanaf rond 1700 werden er meubels gebouwd, speciaal om aan te schrijven. Bureaus voor in de open ruimte en secretaires of schrijfkabinetten om tegen de wand te plaatsen. Op zo'n schrijftafel stond dan het inktstel. Dit stel bestond uit verschillende onderdelen zoals een onderschotel, een inktpot, de onderlegger voor de pen en een zandstrooier. De schrijver strooide zand op de natte inkt om het sneller te laten drogen. De chique uitvoeringen van het inktstel omvatten soms ook nog een tafelbel of een kaarsenhouder. De inktpotjes zijn door de tijd heen van allerlei materialen vervaardigd. Van glas, aardewerk, tin of zilver en later van bakeliet of plastic.

De inkt was een zure vloeistof gemaakt van galnoten. Later gebruikte men koolstof in olie. Deze inkt werd in een hol buisje gedaan, gemaakt van riet of een veer van de kalkoen, gans of eend. Van de vogelveer is ook ons woord pen afgeleid. Deze pennen moesten steeds geslepen worden met een scherp mesje, een tijdrovend en secuur karwei. Een dwarse inkeping in het afgeplatte uiteinde zorgde ervoor dat de pen flexibel was. Dit was ook het principe van de metalen kroontjespennen, waarmee je alleen op vrij glad papier kon schrijven. Zo werd er steeds aan de verbetering van schrijfwaar gewerkt. De uitvinding van de vulpen werd in 1870 enorm verbeterd door de Franse heer Waterman. Hij bedacht een reservoirtje voor de inkt, waardoor je veel langer kon doorschrijven met de vulpen. De Hongaar Biro ontdekte in 1945 de ballpoint, een schrijfpen waarin een rollende kogelpunt was bevestigd waardoor de olieachtige inkt beter werd verdeeld. Het knoeien met pen en inkt is nu alleen nog aantrekkelijk voor mensen die de kunst van het schoonschrijven beoefenen: de kalligrafie.

kwart 16de eeuw, Tiber met Romulus en Remus, Tiziano Minio, Brons, h. 20 cm, Rijksmuseum Amsterdam
Op een verhoging rust de god van de Tiber, de rivier die door Rome (Latium, Italië) stroomt. Dit kostbare beeldje heeft in de 16de eeuw als inktpot op een schrijftafel gestaan. De riviergod steunt op een hoorn des overvloeds, waar de inkt in heeft gezeten. De kunstenaar, mogelijk Tiziano Minio, maakte dit bronzen beeldje naar een meer dan levensgroot marmeren beeld uit de klassieke oudheid.
De beeldhouwer maakte dit kleine bronsje naar een marmeren origineel uit de klassieke oudheid dat in de 16de eeuw in Rome werd teruggevonden. Hij voegde er een paar belangrijke elementen aan toe. Over de knie van de riviergod ligt een wolvin. Zij was volgens de legende de voedster van de twee broers die Rome stichtten, Romulus en Remus. Ook deze heldhaftige broers zijn afgebeeld als lachende peuters: één voor en één achter de opgetrokken knie van Tiber.
Chique, klassiek geïnspireerde bureau-accessoires waren in de 16de eeuw in zwang bij de hogere sociale klassen. Vooral bij degenen die in mythologie en geschiedenis geïnteresseerd waren. Een bronzen inktpot die de Tiber voorstelt was modieus. Het beeldje is versierd met het wapen van de welgestelde familie Della Rovere. Deze Romeinse patriciërs woonden al eeuwen in Rome en suggereerden graag een directe afstamming te zijn van de eerste Romeinen. Een vergelijkbare bronzen inktpot uit deze tijd is de 'jongeling op dolfijn' van Taddeo Landini.

Inktstel, ca. 1670-1680, Faience, zilver, 15 x 21,5 x 13 cm, Rijksmuseum Amsterdam
Dit inktstel - gemaakt van faience - is in een zilveren montuur gevat. In het bakje lag het schrijfgerei en bovenop het stel was plaats voor inktpotjes. Op het inktstel zijn drie wapens aangebracht: twee leeuwen steunen ieder op een schild met links het stadswapen van Leiden en rechts dat van Delft. Het grote wapen van prins Willem III van Oranje wordt geflankeerd door de tekst: 'vijva oranie' (leve Oranje).
De eerste eigenaar van dit inktstel was de Leidse binnenvaartschipper Jan Knotter. Aan de onderzijde staan zijn initialen 'IK'. Knotter ontving in 1675 het recht om als beurtschipper op Delft te varen. De twee kleine stadswapens van Leiden en Delft verwijzen naar de steden waartussen Knotter voer. Op de achterzijde van het inktstel staat een toepasselijke schildering: een Hollands vrachtscheepje in een waterlandschap.
In de jaren '70 van de 17de eeuw stonden twee partijen lijnrecht tegenover elkaar: de Oranjegezinden, die voor de aanstelling van prins Willem III als stadhouder waren, en hun tegenstanders, de staatsgezinden. Oranjeaanhangers lieten als blijk van hun verbondenheid borden en schotels beschilderen met het portret van Willem III. Soms lieten ze het wapen van de Oranjes op een gebruiksvoorwerp aanbrengen. Dit was ook het geval bij het inkststel van Knotter. En of dat niet genoeg was, werd een toepasselijke spreuk aan het inktstel toegevoegd: 'vijva oranie' (leve Oranje).

Het meest voorkomende model in de 17de en 18de eeuw heeft de vorm van een kaapstander, met stevige, brede voet en smalle hals. Het werd meestal voorzien van een glazen of porseleinen binnenpot en een deksel met een gat voor de ganzenpen, waardoor de kans op spatten enigszins werd verminderd. Daarnaast kwamen zeshoekige en balustervormige modellen voor. De eerste geheel van glas gemaakte inktpotten komen in Engeland in de mode in het midden van de 18de eeuw. In de eerste helft van de 19de eeuw worden glazen inktpotten in de handel gebracht die voorzien zijn van een glazen stop. Stop en bodem zijn gedecoreerd met millefioriglas. Ook inktpotten van geslepen of imitatiegeslepen glas zijn dan zeer populair.

inktstel, 'Haagsche Porcelainfabricq', Den Haag, 1776-1790, 24,6 cm hoog
Dit 'necessaire écrire' bestaat uit twee kandelaars, inktpot, zandpot, obeliskvormige penhouder en tafelbel en is gemaakt door de Haagse Porseleinfabriek. Deze fabriek werd in 1776 opgericht door de uit Duitsland afkomstige koopman Anton Lyncker en was tot 1790 actief. Oorspronkelijk verkocht Lyncker op de Haagse jaarmarkt Duits porselein dat blijkbaar zo gezocht was dat hij het plan opvatte zelf porselein te gaan vervaardigen. Hiertoe importeerde hij uit Ansbach (Duitsland) en Doornik (België) ongedecoreerde porseleinen voorwerpen die hij in Den Haag liet versieren. Omdat dit gebeurde door veelal Duitse porseleinschilders is het maar de vraag in hoeverre Haags porselein werkelijk Haags kan worden genoemd.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Inktpot
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2323.

Tweets by kunstbus