kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-01-2016 voor het laatst bewerkt.

ivoor

Ivoor (of oud-Nederlands elpenbeen) is het harde, witgekleurde materiaal afkomstig van de slagtanden van landdieren zoals de olifant, nijlpaard of mammoet, of zeedieren zoals de walrus of narwal. Deze tanden kunnen tot drie meter lang worden en wel 100 kilogram wegen. Ook zou de mythologische eenhoorn een ivoren hoorn dragen. Het meeste ivoor is afkomstig uit de binnenlanden van Afrika.

Ivoorsnijkunst
Ivoor is uit concentrische lagen opgebouwd om een harde kern, die men het hart noemt. Omdat het materiaal gevoelig is voor temperatuurverschillen, holde men al in de middeleeuwen de figuren die men eruit sneed, van binnen uit. Als het hart verwijderd is, heeft de overige massa voldoende speelruimte om niet te splijten. De ivoorsnijkunst omvat alle mogelijke kleine voorwerpen (de omvang is uiteraard aan die van de olifants-, walrus-, nijlpaard-, mammoet- of narwaltanden gebonden).

Al in de oudste beschavingen werd ivoor gebruikt voor de vervaardiging van beeldjes of om erop te tekenen. In de tijd van de Feniciërs was de ivoorsnijkunst van hoog niveau. Een godin die op een dergelijk opgegraven ivoorplaket staat afgebeeld was Ishtar of Potnia. De stijl van de kunstvoorwerpen verraadt de internationale invloeden vanuit alle windstreken. Op dat punt is de rol van de stad Ugarit vergelijkbaar met die van huidige drukke handelssteden als Hongkong.

In China (Kanton) ontstond een bijzondere tak van ivoorsnijkunst, waar bij men er in slaagde een massieve bol op te delen in 3 tot 21 elkaar omsluitende, opengewerkte bollen.

Vroegchristelijke kunst of oudchristelijke kunst is de beeldende kunst van de christenen uit de eerste eeuwen van het christendom, die in de 5de en 6de eeuw versmolt met de Byzantijnse kunst. Van betekenis was de vroegchristelijke ivoorsnijkunst, waarvan de lipsanotheek (reliekschrijn, zie relikwieën) van Brescia en de cathedra van bisschop Maximianus te Ravenna de beroemdste voorbeelden zijn.

Karolingische kunst slaat op de periode van culturele bloei in de achtste en de negende eeuw in het rijk van Karel de Grote. Toentertijd werd de grondslag gelegd voor de Romaanse kust. In die Karolingische kunst vinden we een samensmelting van laat-antieke, Byzantijnse en Germaanse elementen. Vooral de boekverluchting (bijv. het evangeliarium van Ebbo en het Kroningsevangeliarium), de ivoorsnijkunst (bv. het boekband van het Evangeliarium uit Lindau), de edelsmeedkunst en de schilderkunst kwamen tot bloei.

De Karolingische ivoorsnijkunst vond vooral haar toepassing in de versiering der boekbanden. De ivoren reliefs werden meestal omgeven door gouden filigraankruisen met antieke steenen belegd. In de samenwerking dezer beide kunsten ontstond menig prachtwerk. - (Karel de Grote, lieten zich sterk inspireren door ivoren plaatjes met snijwerk uit de laatklassieke periode, uit Byzantium of Ravenna. Die invloed der antieken is duidelijk merkbaar in de afbeelding van de de menselijke gestalte, de houding en kleding van de figuren en de ornamentale motieven. Deze platen met religieuze voorstellingen werden ingelegd in de wanden of het deksel van reliekkistjes en in de kaften van evangelieboeken. Het meest voorkomende tema was de triomferende Christusfiguur (Majestas Domini), een verchristelijkte weergave van de verheerlijking van de keizer op laatklassieke ivoorstukken.
Vanaf de tweede helft van de 9de eeuw werd de Ottoonse ivoorsnijkunst uit het gebied van Moezel, Rijn en Maas meer volks, waarbij de oudere voorbeelden werden herwerkt naar eigen aard, met voorstellingen van plaatselijke legenden en gebeurtenissen uit meer recente tijd of uit heiligenlevens. De compositie en de uitwerking van figuren, planten en dieren werd vlotter en decoratiever. Aan het einde van de 10de eeuw zou deze Ottoonse ivoorsnijkunst op schitterende wijze de aanzet geven voor de romaanse beeldhouwkunst. - (romaanse periode werd vooral beoefend in Duitsland en Lotharingen (inclusief het Maasland). Het gaat vooral om voorwerpen voor liturgisch gebruikn zoals boekdeksels, reliekenhouders en kruisbeelden. Maar ook profane voorwerpen (jachthoorns en kistjes) werden met kunstig ivoorsnijwerk versierd. Terwijl in de karolingische tijd antieke modellen invloed hadden, ondergingen de voorstellingen op romaanse ivoren voorwerpen vooral Byzantijnse invloed, al getuigen sommige ivoorplaten in het Maasbekken van een meer vrijgevochten stijl. - (beeldhouwkunst in ivoor lag in de 14e eeuw.

In Europa en vooral in onze gewesten zou de ivoorsnijkunst, al dan niet gecombineerd met metaal, een laatste bloeiperiode beleven in de 17de eeuw met kunstenaars als Duquesnoy, Faydherbe, Van Opstal en het geslacht Pompe. In Vlaanderen werkten de beeldhouwers van 'Kleinplastik' vaak nog aan opdrachten met een religieus karakter. Matthieu van Beverens klassieke, ivoren Madonna vormde bijvoorbeeld ooit het middendeel van een klein altaar, waarschijnlijk bestemd voor privé-devotie.

Ivoor 12 x 32 x 2 cm, Rijksmuseum Amsterdam
Het vrolijke tafereel met saters (half mens, half bok) en naakte amortjes stelt een bacchanaal voor, een feest ter ere van Bacchus. In de 17de eeuw was dit een geliefd thema. De maker van het stuk, Gerard van Opstal, werkte enige tijd in Antwerpen. In deze periode ontstond waarschijnlijk dit ivoorsnijwerk. Kenmerkend voor zijn stijl is het van boven opengewerkte reliëf. De figuren zijn daar los van de achtergrond gesneden. De zeer mollige knaapjes en de weke lichamen van de volwassen saters wijzen op invloed van de beroemde Antwerpse schilder Peter Paul Rubens.
Ivoorsnijders vervaardigden, door de aard van het materiaal, altijd kleine beeldhouwwerken. Een olifantstand heeft nu eenmaal beperkte afmetingen. Dit soort ivoren snijwerk werd door verzamelaars gekocht om in hun pronkkast, hun 'kunstkabinet', te plaatsen.

Venus en Adonis, ca. 1675, François van Bossuit, Ivoor, 18,1 x 12,5 cm, Rijksmuseum Amsterdam
Het kleine, ivoren reliëf stelt Venus voor, de godin van de liefde, en de stervende Adonis. Venus was zeer onder de indruk geraakt van Adonis' schoonheid en verliefd op hem geworden. Maar de knappe Adonis werd aangevallen door een wild everzwijn en raakte dodelijke verwond. Het everzwijn is achter Venus nog te zien. Rechtsboven komt een verdrietige Amor aangevlogen. Hij wrijft de tranen uit zijn ogen. Het ivoren beeldhouwwerkje is vervaardigd door François van Bossuit, waarschijnlijk omstreeks 1675. Hij was een gespecialiseerde ivoorsnijder, maar hij maakte ook werken in marmer en in hout.
De Vlaming Frans van Bossuit (1635-1692), die een geruime tijd in Italië verbleef alvorens zich in Amsterdam te vestigen, was de belangrijkste specialist in ivoorsnijkunst in Nederland. Hier vond hij een aantal kunstverzamelaars die zijn internationale stijl zeer waardeerden. In het kunstkabinet van de koopmansvrouw Petronella Oortmans-De la Court was Bossuits werk ruim vertegenwoordigd. Zijn monumentale Mars vormde de blikvanger in dit kabinet, maar ook het miniatuurreliëf met Venus en Adonis stamt uit haar collectie. Verschillende van Bossuits composities werden naderhand door de Leidse kunstschilder Willem van Mieris verwerkt in zijn schilderijen.
Het kunstenaarschap van François van Bossuit werd in de 17de en 18de eeuw bewonderd omdat 'hij het harde Yvoor door zijn beytelslagen, dat de stukken om her vloogen, in een teedre sachtigheyt' (Mattys Pool). In 1727 publiceerde Mattys Pool het boek 'Beeldsnijders Kunst-kabinet', dat geheel was gewijd aan de ivoorsnijder François van Bossuit. De prenten in dit boek hebben vele kunstenaars in de 18de eeuw tot inspiratie gediend. veranderde'. Dit boek met een inleiding in het Nederlands, Frans en Engels is een van de vroegste voorbeelden van een monografisch kunstboek bestemd voor een internationale markt.

Ivoor, voetje en kleding van hout, ogen van glas, h. 35 cm
Kunstenaar: Simon Troger
De twee in gescheurde lompen geklede bedelaars proberen druk gebarend de aandacht te trekken. Ze zijn gemaakt van ivoor, vermoedelijk door een navolger van Simon Troger, die vanaf 1726 in München werkte. Om het ivoorsnijwerk wat extra accenten te geven, maakte de snijder gebruik van een ander materiaal, hout, voor de kleding en de hoeden. De ogen van de bedelaars zijn opmerkelijk levendig, omdat ze van glas zijn gemaakt. Simon Troger vervaardigde vele bedelaars als deze. Hij combineerde het ivoor altijd met hout en glas, zodat de zeggingskracht van het eenkleurige ivoor werd vergroot.

Chryselefantiene beelden
Dat België een koloniaal verleden heeft, behoort tot het collectieve geheugen. Dat dit wingewest een enorme invloed uitoefende op de Belgische decoratieve kunsten, is minder bekend. Zo sprak men niet over art nouveau: de stijl die omstreeks 1900 hoogtij vierde, werd in de volksmond Style Congo genoemd. Absoluut hoogtepunt daarvan was de chryselefantiene sculptuur, die een kortstondige maar ongeziene top bereikte. - (Belgische ivoorsculpturen uit de art-nouveauperiode. Een ensemble van een 25-tal beelden van ivoor, vaak in combinatie met zilver of brons, staat opgesteld in de middelste vitrine van de Wolferswinkel. De kortstondige heropleving van de ivoorsnijkunst aan het einde van de 19de eeuw is een Belgisch fenomeen. Om de internationale kritieken van wanbeleid in Kongo te fnuiken, werd de Belgische beeldhouwers gratis ivoor ter beschikking gesteld voor hun creaties. Enige voorwaarde was dat zij hun gesneden ivoren zouden inzenden voor de koloniale tentoonstelling van Tervuren in 1897. Die had tot doel aan te tonen dat Kongo België voorspoed bracht. Meer dan 80 ivoren stonden opgesteld in de eresalon van deze koloniale tentoonstelling.
In de loop van de expositie selecteerden de gezagsdragers van de Onafhankelijke Kongostaat de mooiste werken voor de collectie van het Afrikamuseum, dat weldra zou worden opgericht. Een van deze sculpturen was de Mysterieuze Sfinx van de beeldhouwer Charles Van der Stappen (1843-1910), dat algemeen wordt beschouwd als een van de meesterwerken van het Jubelparkmuseum. Andere hoogtepunten uit deze bijzondere art-nouveaucollectie zijn De Bruidskoffer van Fernand Dubois (1861-1932), Naar het Oneindige van Pieter Braecke (1858-1938) en het monumentale werk, De Zwanenstreling van Philippe Wolfers (1858-1929).
In 1967 werd deze collectie ivoorsculpturen van het Afrikamuseum overgebracht naar het Jubelpark. In 2002 werd zij uitgebreid met twee zeer belangrijke werken van Philippe Wolfers: Beschaving en Barbarij en het Album Congolais. Zij blinken uit door hun esthetische kwaliteiten en door hun geschiedenis en symboliek zijn zij het materiële sluitstuk van een koloniale episode.

Door de grootscheepse handel in ivoor uit Belgisch Congo werd Antwerpen in de late 19de eeuw het centrum van de internationale ivoorhandel. De Belgische regering stelde gedurende enkele jaren het kostbare materiaal ter beschikking aan kunstenaars ter stimulering van de nationale beeldhouwkunst, wat vooral in de jaren '90 van de 19de eeuw leidde tot een ongekende bloei van Belgische ivoorsnijkunst. Ook internationaal werd dit Art Nouveau ivoorwerk van de Belgische beeldhouwers zeer gewaardeerd, niet in de laatste plaats omdat het goed was vertegenwoordigd op de grote koloniale tentoonstellingen. Een klein aantal beeldhouwers, zoals Van der Stappen, Wolfers en Samuel, zette de toon bij deze 'ivoor-renaissance'.

Ivoren portretje van Nele (Rijksmuseum Amsterdam)

Samuels borstbeeld van Nele behoort tot de geslaagdste voorbeelden van deze kunsttak. Het meisje is door haar dromerige en onschuldige uitstraling karakteristiek voor het Belgische symbolisme uit het Fin-de-Siècle. Dit portretje van ivoor, perenhout en mahoniehout (BK-2004-3) stelt Nele, het vriendinnetje van Tijl Uilenspiegel, voor.
Tijl Uilenspiegel is van oorsprong een Noord-Duitse grappenmaker die in de late middeleeuwen in verschillende Hanzesteden fratsen uithaalde. In de 19de eeuw publiceerde de Vlaming Charles de Coster zijn schelmenroman 'La légende d'Ulenspiegel', waarin de hoofdfiguur in het Vlaamse Damme geboren wordt en later een belangrijke rol speelt in het verzet tegen de Spaanse overheersing. De vele korte verhalen die van Uilenspiegel in omloop zijn, zullen vaak van oorsprong Duits zijn. Doordat de auteurs simpelweg de plaatsnamen vervlaamsten (Erfurt bijvoorbeeld vervingen door Damme) lijkt het alsof de verhalen uit België komen.
In 1890 ontving de beeldhouwer Charles H. Samuel (1862-1938), zoon van een Nederlandse wisselagent in Brussel, de opdracht voor een monument ter ere van Tijl Uilenspiegel, op te richten in de Brusselse gemeente Elsene. Dit monument werd in 1894 voltooid en opgericht op de plaats waar Charles de Coster veel zat. De bronzen groep van de zittende Tijl en zijn verloofde Nele, was een groot succes. Dat leidde er mede toe dat Samuel nadien nog enkele zelfstandige beeldhouwwerken maakte, gebaseerd op onderdelen van dit monument. Zo wordt in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel een verkleinde ivoren versie van de groep van Tijl en Nele bewaard, en zo bevindt zich in het museum van Elsene een bronzen borstbeeld van Nele alleen. Het ivoren portret van Nele dat het Rijksmuseum verwierf is ook zo'n zelfstandige verwerking van de bronzen figuur die op het monument van Elsene zit.

In de 20e eeuw werd ivoor vooral gebruikt in de kunstnijverheid, in de biljartballenindustrie en in de pianobouw, waar de toetsen met ivoor werden belegd. Het ivoor had als voordeel dat het materiaal hard, duurzaam en een beetje stroef was, en dat het prettig aanvoelde onder de vingers, en zweet goed absorbeerde. Ivoren toetsen zitten nog wel op oude piano's maar het restaureren van antieke instrumenten wordt steeds lastiger, omdat 'gerecycled' ivoor (bijvoorbeeld van oude piano's) steeds moeilijker te krijgen is. Tegenwoordig past men op alle nieuwe instrumenten kunststof toe als toetsbeleg.

Naast olifanten werden ook walrussen wel gejaagd voor het ivoor. Ook het fossiele ivoor van de mammoet — vooral uit Siberië — wordt wel gebruikt. Omdat dit vaak lang in de grond heeft gezeten, is het donkerder van kleur, soms zelfs bijna zwart.

De jacht op olifanten ten behoeve van het ivoor was een van de oorzaken van een sterke daling van het aantal olifanten. Om de illegale jacht op olifanten te ontmoedigen werd in 1989 elke handel in ivoor verboden. Sinds het aantal olifanten in Afrika weer is toegenomen, is de handel in ivoor onder strikte voorwaarden weer toegestaan.

Websites:
. Karolingische ivoorsnijkunst ABC
Chryselefantin/chryselefantien: verbinding van goud en ivoor.
De term chryselefantien is een afgeleide van de Griekse woorden chrusos en elephantinos wat respectievelijk ‘in goud’ en ‘in ivoor’ betekent. In de Klassieke Oudheid kende de techniek een climax met als beroemdste werk een Phidiasvoorstelling van de oppergod Zeus, een van de zeven wereldwonderen.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Ivoor.



Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 139.