kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-03-2009 voor het laatst bewerkt.

Jaap Gidding

Nederlands ontwerper, schilder, tekenaar, geboren 10 mei 1887 1887 - overleden 23 april 1955 te Hillegersberg.

Jaap Gidding was in zijn eigen tijd landelijk bekend vanwege zijn architectuur-gebonden decoraties. Hij speelde met elementen van Art Deco en Art Nouveau, zoals bijvoorbeeld te zien is in zijn werk aan het Theater Tuschinski in Amsterdam.

Gidding schilderde en tekende ook landschappen en bloemstillevens, maar zijn hoofdactiviteiten lagen op het terrein van de decoratieve kunst en de kunstnijverheid. Voor verschillende fabrikanten werkte hij als ontwerper van glas, aardewerk en tapijten, o.a. voor de Kon. Verenigde Tapijtfabrieken. Als decorateur werd hij ingeschakeld bij de inrichting van theaters, bioscopen, restaurants en café's. Hij produceerde behangselontwerpen, glasmozaïeken, wand- en plafondschilderingen en glas-in-loodpanelen. Ook vervaardigde hij panelen van eterniet waarin hij voorstellingen etste. Deze panelen werden in rijke kleuren beschilderd. Een specialiteit van Gidding was het vervaardigen van lakpanelen, die hij vaak decoreerde met afbeeldingen van dieren.

Zijn werk wordt in het algemeen gekenmerkt door vlakvullende, decoratieve composities met meestal in het centrum een hoofdthema, dat omgeven wordt door kleurige, fantasierijke ornamenten. Het hoofdonderwerp wordt vaak gevormd door gestileerde dierenmotieven, zoals herten en gazellen. Zijn werk kan strak van vorm, maar ook speels en los van karakter zijn. In het werk van Gidding is vooral de invloed van Colenbrander te herkennen. Onder invloed van het expressieve werk van de Duitse kunstenaars dat hij leerde kennen in München, gebruikte hij felle kleuren die echter nooit zo uitbundig zijn als die van zijn Duitse collega's.

Biografie
In het decorateurs- en schildersbedrijf van zijn vader, de schilder Jan Gidding (1859-1914), waar ook Willem de Kooning ooit zijn carriere begon, kreeg Jacobus Wilhelmus 'Jaap' Gidding zijn eerste lessen.

Omstreeks 1902 leerde hij de techniek van het glas in lood maken in het atelier van E. Kerling in 's-Gravenhagerde. In diens atelier raakte Gidding vertrouwd met de neorenaissancistische en Art Nouveau-opvattingen van glasschilderkunst, waarin uiterlijke schoonheid belangrijk is.

Hij studeerde vervolgens van ca 1902 tot 1908 aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen onder leiding van Adolf le Comte.

Tijdens zijn studieverblijf in München (1908-1912) werkte hij bij prof F. Ehrler, was hij werkzaam als buitenlands correspondent en maakte hij toneeldecoraties voor het Künstler-Theater. In München onderging hij vooral invloed van Johan Thorn Prikker, die Gidding niet alleen wees op de soberheid en vergeestelijkte schoonheid van de romaans-gotische kunst maar door wie Gidding ook in compositorisch en ornamenteel opzicht nogal werd beïnvloed. Mede op aanraden van Johan Thorn Prikker verdiepte hij zich in technieken als het grisaille, die de verfijning in zijn werk vergrootten.

Hij rondde zijn leertijd af in München en Parijs (1912-1913) en maakte daaarna enkele studiereizen naar Italie.

Na de dood van zijn vader werkte hij van 1914 tot 1929 naast zijn werkzaamheden als zelfstandig kunstenaar samen met zijn broer Marinus Gidding in het familiebedrijf dat hij een belangrijke plaats in de moderne sierkunst van die periode bezorgde. Giddings werk uit deze periode is uitgesproken decoratief, sterk gestileerd, met verfijnde en speelse toevoegingen, uitgevoerd in kleuren die we kennen van de Amsterdamse School. Het zijn ook deze architecten die hem regelmatig vroegen glas-in-loodwerk, decoratiebeschilderingen en mozaïeken, maar ook gedecoreerde stoffen of geëtste platen voor hen te ontwerpen.

Jaap Gidding beschikte in Rotterdam ook over een eigen atelier voor de vervaardiging van glas-in-lood waarin hij zich toelegde op de glasschilderkunst naar voorbeeld van de middeleeuwse techniek. Hij was zuinig met grisaille, vermeed het gebruik van emailverf en liet het lood samenvallen met de contouren van de tekening. Hij streefde naar eenvoud in de voorstelling en in de vormen van het glas. Een belangrijk werk uit die tijd is het raam in het trappenhuis van de voormalige Gemeentebibliotheek te Rotterdam (1923). Gidding exposeerde ramen bij Unger & Van Mens (Eendrachtsweg) te Rotterdam (1917), op de Lentetentoonstelling in het Museum van Kunstnijverheid in Haarlem (1922) en op de Nederlandsche Nijverheidstentoonstelling (Nenijto) te Rotterdam (1928).

Gidding was ook een van de kunstenaars die werkten aan de beglazing van het Tuschinski Theater te Amsterdam (1919-1922) waar hij ook het grote kleed in de centrale hal voor ontwierp (1921) welke als het hoogtepunt in zijn oeuvre wordt beschouwd. Andere theaters waar hij decoraties voor maakte zijn het Scala Theater (1921) en de Tivolischouwburg (1927) in Rotterdam.

Gidding werkte korte tijd, van 1923 tot 1925, in München en vervolgens in Berlijn, waar hij mozaïeken leerde vervaardigen. In München werkte hij enige tijd bij de regisseur Max Reinhardt. In 1925 exposeerde hij op de Parijse Exposition Internationale des Arts Decoratifs waar hij voor zijn decoratieve kunstwerken een zilveren medaille won. In 1937 exposeerde hij op de Wereldtentoonstelling, eveneens te Parijs, waar hij nog eens een zilveren medaille zou winnen.

Hij onttrok zich steeds meer aan het commerciële decorateursbedrijf van zijn familie wat hem een grotere vrijheid verschafte om ook voor derden te werken, zoals voor de glas-in-loodateliers 't Prinsenhof in Delft en Bogtman in Haarlem.

Gidding ontwierp tussen 1925-1928 achtien modellen (o.a. vazen en dekselvazen) en 39 decors voor de NV Plateelbakkerij Zuid-Holland. In 1925 ontwierp hij enkele dekselvazen en bijpassende decors voor de Kunstaardewerkfabriek Regina, waarvan twee decors en drie modellen in productie werden genomen. Gidding ontwierp barokke sierlijke vazen die hij soms zelf beschilderde met grillig gevormde patronen en versieringen in gekleurde emailverf. Tussen 1926 en 1930 ontwierp hij met het monogram JG voor de Glasfabriek leerdam gebruiksglas en een aantal vazen gedecoreerd in emailverf in een overeenkomende stijl.

Van de ramen die Gidding ontwierp voor Bodega Windsor House in Rotterdam (1929) en de firma P. de Gruyter & Zonen in Amsterdam (1929) is bekend dat deze werden uitgevoerd in het eigen atelier van Gidding (Gidding & Zonen, later Gidding en Tuynenburg Muys geheten). Het nog bestaande, grote glasloodraam voor het Erasmiaansch Gymnasium te Rotterdam (1936) werd uitgevoerd in het atelier van Geldermalsen te Rotterdam. Het kleurige Oranjeraam in de Nieuwe Kerk te Delft (1933) werd naar Giddings ontwerp uitgevoerd door D. Boode in het Delftse atelier 't Prinsenhof.

Vanaf ongeveer 1936 werkte hij als esthetisch adviseur in dienst van de lak-, vernis- en verffabriek Molijn & Co. te Rotterdam.

Vanaf midden jaren dertig tot in ieder geval 1947 leverde Gidding met enige regelmaat ontwerpen voor tegeltableaus, mozaïeken, wandborden en mogelijk ook een gedecoreerd theeservies aan de NV Koninklijke Goedewaagen. Behalve voor de Goudse aardewerkfabrieken werkte Gidding vóór de Tweede Wereldoorlog ook voor De Porceleyne Fles in Delft.

De ramen van Gidding vertonen vrijwel dezelfde stilistische eigenschappen als de rest van zijn werk. In verhouding tot de totale produktie vormt de glazenierskunst een klein deel van zijn oeuvre. Naast glas-in-loodramen zijn van Gidding ook gebrandschilderde en geëtste ramen bekend. Voor het nieuwe restaurant op Schiphol vervaardigde hij drie ramen in etstechniek (1937). Daarnaast maakte hij glasmozaïeken, waarvan het bekendste voorbeeld zich bevindt op het De Jongh-monument in het Rosarium van het museum Boymans-van Beuningen te Rotterdam. Dit mozaïek werd in 1935 naar ontwerp van Gidding uitgevoerd bij de Vereinigte Werkstatten Puhl & Wagner te Berlijn.

Ondanks dat de stijl van Gidding zich gedurende de dertiger jaren enigszins begon te versoberen raakte zijn werk uit de mode en zorgde de economische crisis voor het wegvallen van opdrachtgevers voor zijn dure werk. Wel werkte Gidding nog mee aan de inrichting van het lijnschip SS Nieuw Amsterdam in 1938.

Als glazenier werkte Gidding vooral in de jaren twintig en dertig. Het is niet bekend of Gidding na 1940 nog ramen heeft gemaakt.

Websites:
. Diorama Nieuwe Waterweg Diorama Nieuwe Waterweg werd speciaal voor de Wereldtentoonstelling van 1930 in Antwerpen gemaakt door Jaap Gidding ter promotie van Rotterdam en haar haven. Atelier Gidding schilderde de hele Rijnmond, van het laatste stukje IJssel in het oosten, via het vooroorlogse Rotterdam tot de Noordzee in het westen, in pasteltinten op basis van luchtfoto's.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 47.