kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 28 01 2018 14:42 voor het laatst bewerkt.

Joe Colombo

Italiaanse ontwerper, geboren in 1930 in Milaan - overleden 30 juli 1971 door een hartaanval.

Joe Colombo was een van de grote namen eind jaren zestig. Een van zijn bekendste ontwerpen is het 'smoke glass', zo gevormd dat je het slechts met de duim hoeft vast te houden en de overige vingers vrij hebt om een sigaret te roken.

De creaties van de Italiaanse designer Joe Colombo (1930-1971) lijken rechtstreeks geplukt uit een James Bond-film van de jaren zestig. Zijn ontwerpen dragen de kenmerken van die dolle jaren '60 en zijn tegelijk indrukwekkend door hun functionaliteit en merkwaardige vormen. Colombo, één van de beroemste Italiaanse ontwerpers van zijn tijd, heeft verschillende designklassiekers ontworpen waaronder de zetel “Elda”, de stoel “Universale” of de lamp “Alogena”.

Dankzij de plooibaarheid van kunststof en de ontwikkeling van nieuwe schuimstoffen kan men in de jaren zestig naar hartelust experimenteren met vormen en kleuren. Het was de tijd van het plastic meubilair. Er kwamen stoelen, lampen, asbakken, trolleys en tafeltjes van kunststof. Het liefst in knalkleuren als oranje en groen. Zoals ook het interieur in die tijd werd opgefleurd met oranje muren. De voornaamste vertegenwoordigers van deze op de pop-art geïnspireerde vormgeving zijn Verner Panton en Joe Colombo. In korte tijd ontwierp de Italiaan een enorme hoeveelheid producten die in vele landen hun weg vonden naar de huiskamer en kantoor. Ook bedacht hij verplaatsbare units voor in huis.

Zijn mini-keuken is te zien in het Museum of Modern Art in New York. Het beroemde Colombo-glas is opgenomen in de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Een deel van zijn ontwerpen is nog steeds in productie. Colombo kreeg ADI-prijzen (Associazione per il Disegno Industriale) toegekend in 1967 en 1968, evenals een Premio Compasso d'Oro in 1970.

Biografie
Cesare 'Joe' Colombo werd als de tweede van drie broers geboren in 1930 in Milaan.

Na een wetenschappelijke studie volgde hij tot 1949 een kunstopleiding aan de Accademia di Belle Arti di Brera in Milaan en daarna tot 1954 architectuur aan de Politecnico di Milano, maar verliet de opleiding zonder diploma.

Colombo begon zijn in de vroege jaren vijftig als abstract expressionistisch schilder en beeldhouwer. Als zodanig werd hij een van de spilfiguren van het Movimento Nucleare die net was opgericht door Sergio D'Angelo (1931) en Enrico Baj (1924), een groep kunstenaars die de wereld afbeeldden in een voortdurende staat van verandering. Colombo exposeerde met de andere groepsleden in Milaan, Como, Brescia, Turijn, Palermo, Verviers, Venetië en Brussel. In 1955 is hij één de oprichters van de Art Concret Group (beton kunst).

In 1954 documenteerde hij voor de tiende Triënnale van Milaan de keramische ontwerpen uit de International Meetings in Albisola. Ook ontwerpt hij zijn Edicole Televisione, drie zitruimten met daarin een altaarachtige verzameling televisietoestellen die hij her en der in de stad opstelde en waarin het volk televisie kon kijken.

Zijn vader Guiseppe had een lintenfabriek geërfd die hij ombouwde tot een fabriek waar elektrische apparaten en kabels werden gemaakt. In 1958 namen Joe en zijn broer Gianni het familiebedrijf over en liet Joe Colombo het schilderen voor wat het was. Hij ging de fabriek gebruiken om te experimenteren met de nieuwste productieprocessen en de nieuwe soorten plastic. Hij ontwierp interieurs voor zijn vrienden; bedacht meubels, lampen en decoratiestukken voor de woningen op zijn tekentafel. Hij kon een gebouw ontwerpen op één nacht. Hij was bezeten door nu en straks, geobsedeerd door de toekomst. Hij had een optimistische visie: zijn bedoelingen waren gebaseerd op het idee dat veel problemen konden worden opgelost door het gebruik van nieuwe materialen, in het bijzonder plastic. Met plastics, in de vorm van ABS, polyethyleen, PVC, vezelglas of methacrylaat, kon hij vormen schapen die onmogelijk konden worden uitgevoerd met traditionele materialen, zoals hout of staal.

In 1962 opende hij zijn eigen studio in Milaan en stortte zich volledig op de vormgeving. In zijn eigen studio ging Colombo ontwerpen maken voor 'alle sociale klassen'. Hij geloofde erin dat goed ontworpen gebruiksartikelen voor iedereen beschikbaar moesten zijn. Klanten vond hij vooralsnog in zijn eigen milieu, de gegoede middenklasse. Zijn eerste projecten waren een hotel in Sardinië, een appartementsgebouw aan de Porta Venezia, in het centrum van Milaan, en een aantal chalets in de Italiaanse Alpen, op plekken als Stelvio, in Cervinia, of Madesimo, waar zijn familie een chalet bezat en Colombo nog had gewerkt als ski-instructeur. Deze vroege ontwerpen getuigen van zijn belangstelling voor functionaliteit.

In 1964 kreeg Colombo de IN-Arch-prijs voor de interieurs van een hotel op Sardinië (1962-1964), waarvoor hij plafonds van perspex prisma's had gebruikt die het licht bogen. Met zijn broer Gianni ontwikkelde Colombo dit idee voor het ontwerp van de lamp Acrilica (1962).

Toen hij zijn design studio in Milaan opende werkte hij voornamelijk aan opdrachten van industrieëlen en winkels. Tot zijn klanten hoorden bijvoorbeeld Alessi, Boffi, Kartell, Stilnovo, Rosenthal en Zanotta. Zijn eerste ontwerp voor Kartell was de stoel Nr. 4801 (1963-1964), die bestond uit drie in elkaar grijpende multiplex elementen. De vloeiende vorm van deze stoel liep vooruit op zijn latere ontwerpen in kunststof, zoals de stoel Universale Nr. 4860 (1965-1967), de eerste stoel voor volwassenen van spuitgegoten ABS.

Vanaf het begin van zijn carrière was Colombo geïnteresseerd in huishoudelijke systeemproducten, waarvan zijn vroege schalenset Combi-Centre (1963) getuigt. Deze belangstelling voor systeemproducten leidde tot het ontwerp van zijn Additional Living System (1967-1968), en zijn stoelen Tube (1969-1970) en Multi (1970), die op verschillende manieren in elkaar gezet konden worden, zodat ze een breed scala van flexibele zitposities opleverden. Hij streefde in zijn ontwerpen naar aanpasbaarheid.

Omdat hij in 1967 een zware hartaanval kreeg, leefde Joe Colombo met het idee dat hij waarschijnlijk niet heel oud zou worden en voelde hij de noodzaak om een snellere manier te vinden om alles te kunnen doen wat hij wilde doen; hij ging alles tegelijk doen.

Colombo produceerde vernieuwende ontwerpen voor meubilair, verlichting, glaswerk, deukrukken, pijpen, wekkers en horloges. Hij ontwierp een professionele camera, de Trisystem (1969), een airconditioningsysteem voor Candy (1970), vliegtuigdienbladen voor Alitalia (1970) en een ergonomische gemotoriseerde tekentafel (1969).

Visiona
Zijn vernieuwendste ontwerpen waren wel zijn geïntegreerde micromilieus. Colombo was ook een denker. Hij bedacht niet zomaar iets, maar deed dat vanuit de visie dat een ontwerper de schepper van de omgeving van de toekomst is. Over die toekomst had de Italiaan duidelijke ideeën. In de jaren '60 wist hij al dat afstanden op termijn geen rol meer zouden spelen en dat mensen steeds meer vanuit huis zouden gaan werken. Zijn plannen voor massaproductie kon hij in Milaan (nog) niet kwijt. Dankzij enkele sponsors was Colombo toch in staat om prototypes te gaan vervaardigen. Een van die protoypes in 1969 was de inrichting voor een 'huis van de toekomst'. Colombo bedacht een woning in blokvorm voor Visiona 1, een futuristisch evenement van de chemiereus Bayer in Keulen. In 'Visiona' zijn alle muren die een huis normaal gesproken in kamers verdeelt weggelaten. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van 'meubelblokken' en verplaatsbare keuken- en badkamerunits. De ruimte was opgedeeld in drie 'functionele stations': de nachtcel (bed, kasten, badkamer), de keukendoos (keuken, eetkamer), en het centrale leefblok (woonkamer). Colombo in 1971: "In plaats van een ruimte onder te verdelen in sub-ruimtes, met voorafbepaalde funties (leefkamer, keuken, et cetera), kunnen we ons de ruimte inbeelden als transformabel, naargelang de behoeften van het moment (...). We zouden op die manier in kleinere volumes kunnen wonen en toch meer levensruimte hebben."

Ook in 1969 ontwierp Colombo voor zijn eigen woning de Roto-living en het cabriolet-bed, voorzien van een beweegbare kap boven het bed.

Zijn Total Furnishing Unit uit 1971, destijds te bezichtigen op de tentoonstelling 'Italy: The New Domestic landscape' in het Museum of Modern Art in New York, is een invloedrijk voorbeeld van 'Uniblock'-design. Deze was ontworpen als complete modelwoning en bestond uit vier verschillende onderdelen: keuken, kast, badkamer en slaap/woonkamer, allemaal binnen een ruimte van 28 m2.

Bekende ontwerpen van Colombo zijn:
. het klokje 'Optic', nog steeds verkrijgbaar (Alessi).
. de stoel Universale uit 1967, zijn bekendste ontwerp. Oorspronkelijk gemaakt van ABS, later van geïnjecteerd nylon (Kartell).
. de Spider, een nog steeds verkrijgbare staanlamp (O-Luce);
. de Boby trolley, een multifunctioneel rolmeubeltje uit 1970, oorspronkelijk ontworpen voor gebruik naast de tekentafel: Colombo vond dat er geen onderscheid mocht worden gemaakt tussen meubilair voor thuis en meubilair voor op kantoor (Bieffeplast, niet langer in productie);
. de Tube Chair uit 1969, gemaakt van moduleerbare rollen vinylpolychlorure (Flexform, niet langer verkrijgbaar);
. de pokertafel, een ontwerp uit '68, met het groene vilt en geïntegreerde asbak op de vier hoeken, wordt nog steeds geproduceerd.

Slechts 41 jaar oud stierf de Italiaanse ontwerper Joe Colombo in '71 een verre van roemloze dood. In de korte periode dat deze volgens velen briljante man zich op de vormgeving had gestort had hij zich weten te plaatsen op de lijst van internationaal bekende ontwerpers. Zijn werk is opgenomen in de collecties van onder meer Boijmans Van Beuningen, het Stedelijk in Amsterdam en het Museum of Modern Art in New York.

Joe Colombo, met zijn rode baard en eeuwige pijp in de mondhoek, stond bekend als een markante man met interesse voor heel veel zaken. Hij was gek van skiën, auto's en techniek. Zijn eerste ontwerpen, die overigens nooit zijn gerealiseerd, waren skibindingen, gereedschapsboxen en auto's. Een jaar voor zijn dood ontwierp hij zelfs een trailer.

Hij was iemand die sterk geloofde in de toekomst en zijn werk geeft dan ook een helder beeld van de 60-er jaren toen de toekomst plotseling dichterbij bleek te komen. Joe Colombo's toekomst was een anti-nostalgische toekomst, waarin intelligente technologie elke menselijke activiteit zou helpen en aan de basis zou staan van een compleet nieuwe en betere manier van leven. Wij weten niet wat zijn visionaire kijk zou zijn geweest op de sombere jaren, die daarop volgden. Maar zijn producten vertellen ons vandaag nog steeds het verhaal van een betere toekomst.

Websites:
. VIVID tentoonstelling 1999 Joe Colombo – de uitvinding van de toekomst www.crooze.fm
. vdm.io.tudelft.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2150.