kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-01-2016 voor het laatst bewerkt.

jugendstil

Jugendstil

Jugendstil (Ned: jeugdstijl) verwijst naar de tak van Art Nouveau die in de jaren 1890 in Duitsland ontstond. De term was afgeleid van het satirische tijdschrift 'Die Jugend', dat sinds januari 1896 door Georg Hirth in München werd uitgegeven en de nieuwe stijl aanzienlijk populariseerde. De randillustratie werd verzorgd door Otto Eckmann, Bernhard Pankok en Bruno Paul. Al in het eerste hoofdartikel brak Hirth een lans voor de kunstvernieuwing. De term Jugendstil verscheen in een tekst van de revue Insel van Rudolf Schröder, in hetzelfde jaar.

Die Jugend was een door Georg Hirth (1841-1916) opgericht kunst- en literatuurtijdschrift, dat van 1896 tot 1940 in München verscheen.
Die Jugend was de naamgever van de kunststroming Jugendstil. Het blad viel op door de eigenzinnige opmaak in wat Jugendstil zou gaan heten en droeg bij aan discussies over esthetica. Naast de moderne illustraties en opmaak schonk het blad vooral aandacht aan satirische en kritische bijdragen over actuele maatschappelijke vraagstukken. Vaste auteurs waren onder meer Georg Bötticher, Franz Kunzendorf en de ook voor Simplicissimus werkzame Ludwig Thoma.
Al voor de Eerste Wereldoorlog werd Die Jugend toenemend vatbaar voor nationalistisch standpunten en verwerd steeds meer tot een provinciaal blad. Sedert het midden van de jaren 20 van de 20e eeuw kon het echter opnieuw een jongere generatie aantrekken.
In 1927 werd Franz Schoenberner, die eveneens publiceerde in Simplicissimus, aangetrokken als redacteur. In die periode werden bijdragen van Kurt Tucholsky, Erich Kästner en tekeningen van George Grosz in het blad gedrukt en deed het zich weer gelden als een intellectueel scherp en kritisch tijdschrift.
Vanaf de machtswisseling in 1933 sloeg het blad, net als het weekblad Simplicissimus, een serviele koers ten opzichte van de nationaal-socialisten in. Desondanks werd de verschijning in 1940 verboden. - (Oostenrijk
In Wenen werd in 1897 de Wiener Sezession (afscheiding) opgericht door de dissidente architectenontwerpers Josef Hoffman, Kolo Moser en Joseph Maria Olbrich. Deze laatste bouwde in 1898 voor de beweging een tentoonstellingsgebouw dat nu beschouwd wordt als een van de hoogtepunten van de Jugendstil-architectuur. Uit de Wiener Sezession kwam in 1903 de befaamde 'Wiener Werkstätte' voort, een atelier waar alle disciplines van de toegepaste kunst werden beoefend. De vormgeving was eerst geometrisch, met gebruik van het zogenoemde schaakbordmotief. Rond 1910 zou dat veranderen in een wat barokkere vormgeving. Maar de vroege geometrische stijl zou rond 1920 een sterke invloed hebben op de vormgeving van de Franse 'art deco'. - (Munchen
Toen de Secessie in Wenen plaats had, was in de Beierse hoofdstad, in artistiek opzicht het Parijs van het opstrevende Wilhelminische Duitsland, het nieuwe vuur al ontstoken. De in '94 op een tentoonstelling in München ingezonden vlammende textielontwerpen van de Zwitser Hermann Obrist waren de vonk in dit kruitvat. Zodra hij ze gezien had wierp Otto Eckmann zijn penseel weg en begon hij met zijn decoratieve tekeningen van lekkende vlampijpen op een wat sentimenteel-Duitse wijze. Ook Richard Riemerschmid liet eveneens het palet voor de sierkunst in de steek en August Endell werd de derde van het drietal voorgangers. Bernhard Pankok en Bruno Paul, Patriz Huber en Hans Christiansen, die als Eckmann zich van schilder tot kunstnijveraar bekeerden, zouden weldra volgen. De tijdschriften Jugend en in mindere mate Simplicissimus - Th.Th. Heine in de eerste plaats - maakten de nieuwe kunst spoedig populair. Die Duitse stijl was geënt op de Belgische zweepslaglijn, maar toch weer iets anders. - (Hermann Obrist, Richard Riemerschmid en August Endell waren beïnvloed door de hervormingsideeën van John Ruskin en William Morris en hadden dan ook idealistischer doelstellingen dan andere vertegenwoordigers van de art-nouveaustijl in Europa. Behalve hervorming van de kunst, pleitten zij ook voor een terugkeer naar een eenvoudiger en minder commerciële levenswijze met eerbied voor de natuur. Net als hun tijdgenoten in Brussel en Parijs werden de jugenstilontwerpers geïnspireerd door de werking van de natuur, die onthuld werd door vorderingen in wetenschappelijk onderzoek en technologie. De wervelende planten motieven en zweepslagvormen van August Endell en Hermann Obrist werden bijvoorbeeld direct beïnvloed door Karl Blossfeldts (1965-1932) fotografische studies van plantstructuren, die opmerkelijke spiraalvormige groeipatronen toonden, en door de plantkundige tekeningen van Ernst Haeckel (1834-­1919).

Werkstätten
In Duitsland tartte de nieuwe ahistorische stijl het officiële rijkskunstbeleid in Berlijn, en regio's die hun gevoel van culturele autonomie wilden uiten, zoals Dresden, München, Darmstadt, Weimar en Hagen, grepen de Jugendstil met beide handen aan. Er werden veel ateliers opgericht die hun hervormde ontwerpen gingen produceren; de belangrijkste hiervan waren de Vereinigte Werkstätten fur Kunst im Handwerk in 1897 die door Bruno Paul en anderen in München werden opgericht en de Dresdner Werkstätten fur Handwerkskunst in 1898 met hoofdontwerper Richard Riemerschmid.

De Darmstädter Künstlerkolonie
In '99 haalde de laatste groothertog van Hessen op de wijze der verlichte despoten een zevental moderne kunstenaars aan zijn hof. Groothertog Ernst Ludwig was de kleinzoon van de Britse Koningin Victoria. De vormgeving is dan ook sterk Engels beïnvloed, strak en geometrisch. De voornaamste vormgevers zijn de Wener Joseph Olbrich, die bij het Sezessionshuis betrokken was geweest, en Peter Behrens, die uit München was overgekomen. De nieuwe kunst bracht Behrens mee, de sociale kritiek liet hij thuis. Op een tentoonstelling in 1901 gaf de kolonie haar eerste demonstratie. Deze verdient inzover vermelding dat hier zich het verzet tegen de krullen en kronkels van de florale Jugendstil al begint te openbaren. Zijn bewogen en gespannen golflijn is in de vormtaal der Darmstädter al vervangen door strakkere, geometrische elementen.
Het einde van de Art Nouveau was inderdaad nabij. We hebben al gehoord dat Berlage in '98 verzet aantekende tegen van de Velde en deze zou op zijn beurt in 1902 bij de dood van Eckmann diens puur emotionele lijn afwijzen. De roes was over, maar de impuls die haar veroorzaakt had bleef, omdat zij diep uit de maatschappij dier dagen was opgeweld. De weg terug naar historische stijlen was voorgoed gesloten. - (Weimar
In Weimar werd de promotie van Jugendstil eveneens aangezet door zowel burgertrots als economische noodzaak en kreeg ook hertogelijke steun. In 1860 financieerde groothertog Karl Alexander van Saksen-Weimar particulier de oprichting van een kun­stopleiding in Weimar. Hij werd in 1901 opgevolgd door zijn kleinzoon, die door graaf Harry Kessler werd overgehaald om de Belgische architect Henry van de Velde als kunstadviseur aan zijn hof aan te stellen. De overtuiging dat de plaatselijke economie door kunstonderwijs gestimuleerd zou worden, leidde er uiteindelijk toe dat Van de Velde in 1904 opdracht kreeg de Weimar Kunstgewerbeschule (School voor toegepaste kunsten) te ontwerpen. Hij was tot 1914 directeur van deze instelling en produceerde in deze periode veel jugendstilontwerpen voor zilver en keramiek, die opmerkelijk waren door hun eenvoud van vorm.

Deutsche Werkbund
De Jugendstil bereikte zijn hoogtepunt rond 1900 en werd kort daarna opgevolgd door het industriële Rationalisme van in 1908 opgerichte Deutscher Werkbund, een samenwerkingsverband van kunstenaars, industriëlen, politici en intellectuelen, die kunst, architectuur en vormgeving wilden afstemmen op de moderne industriële productie van goederen en op de moderne bouwtechnieken.

De Werkbund was een uiting van verzet tegen de op het verleden gerichte kunst van de neostijlen en zocht naar een eigentijdse identiteit en functie voor de kunst. Via de Deutscher Werkbund evolueerde de Jugendstil zich tot het modernisme en expressionisme waardoor het een enorme invloed op de Duitse industriële vormgeving had. Uit de Deutsche Werkbund zou later het opleidingsinstituut 'Das Bauhaus' voortkomen.

De leden van de Deutscher Werkbund hadden zich ten doel gesteld de machinale reproducties van gebruiksvoorwerpen waarop de ondernemers tot in het monotone ornamentjes uit vervlogen tijden aanbrachten te stoppen. Er werden dus afspraken gemaakt om motieven op gebruiksvoorwerpen en de gebruiksvoorwerpen zelf te vormen naar de principe's van zakelijkheid, eenvoud en degelijkheid. Nu waren juist in de Deutscher Werkbund de Jugendstil-kunstenaars sterk vertegenwoordigd. En Jugendstil was wel degelijk, maar niet zakelijk en eenvoudig. En zo ligt de Deutscher Werkbund mede aan de basis van het uitsterven van de Jugendstil. - (duits.skynetblogs.be)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 5444.

Tweets by kunstbus