kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 04-03-2009 voor het laatst bewerkt.

Kandelaar

De kandelaar is een houder voor kaarsen, een kolom- of balustervormig gestel met verbrede voet en een schaaltje of bekervorm aan de bovenzijde (bobèche) om een kaars op of in te plaatsen: in de vorm van een pin waarop de kaars gestoken wordt, of uit een ronde huls waarin een kaars geplaatst kan worden. Aan de stam kunnen meer armen zitten voor meer kaarsen.

De term kandelaber wordt meestal gebruikt voor een kandelaar met meerdere armen. Een kandelaber is ook een grote kaarsenstandaard of houder van een olielamp met een driedelige voet. De kandelaber is meestal uitbundig van versieringen en vorm. De term kandelaber wordt ook gebruikt om een motief in de vorm van een kandelaar aan te duiden.

Geschiedenis van de kandelaar
De kandelaber was een statussymbool bij rijke Romeinen. In huizen in Pompeii en elders zijn hoge bronzen kandelabers staande op een drievoet gevonden, waarop een uiterst dunne, soms gecanneleerde schacht werd aangebracht. Deze bronzen kandelaars zijn een voortzetting van de Etruskische toreutiek (drijfwerk van goud/zilver/brons) (Gr. Toreuein = ciseleren).

Uit de Romaanse periode kennen we de zevenarmige kandelabers (ca. 1200) van brons. Uit ongeveer dezelfde tijd dateren de vroegste met Limoges-email versierde kandelaars.

Kandelaar in de vorm van Simson die een leeuw temt, 1250, Brons of messing 34 x 20,5 cm
De langharige jongeman op de leeuw is Simson, de legendarische held uit de bijbel. Hij draagt de kaarsenhouder op zijn rug. De bronzen kandelaar is omstreeks 1250 vervaardigd in de Maasstreek. Het beeldje is gegoten. De details, zoals de zigzag gestreepte kousen van de held en de maanhaartjes van de leeuw, zijn in het brons uitgestoken.
Simson was een krachtpatser die veel heldendaden verrichtte. Een van zijn wapenfeiten was het gevecht met de leeuw. Als jongeman werd hij aangevallen door een leeuw. Hij doodde de leeuw door met blote handen diens kaken open te sperren. Het geheim van zijn geweldige kracht lag in zijn haardos, die nooit geknipt mocht worden. Daarom wordt Simson altijd afgebeeld met lange haren. Het gevecht is speels weergegeven: de held oogt eerder sierlijk dan gespierd. De doodsnood van de leeuw is alleen te zien aan zijn tong, die hij ver uit zijn bek laat hangen.

In de 15de eeuw werd het ronde type op leeuwenpoten of op een zwaar rond basement ontwikkeld met een schacht die door talrijke geprofileerde ringen werd onderbroken. In het land van de Maas treft men in de Dinanderie een veelheid van vormen aan. Vooral de kandelaar waarin een mannenfiguur in iedere hand een kaarsenhouder draagt is bekend.

Kandelaar, 1450, Geel koper, h. 32,7 cm; diam. 15 cm, Rijksmuseum Amsterdam
De kandelaar is gegoten in geel koper. Van binnen is hij hol. Hij is versierd met fijne gegroefde ringen. In de voet en in de vetvanger (een schaaltje aan een kandelaar om afdruipend vet op te vangen) zijn patronen van telkens vijf gaatjes uitgestoken. Dit versieringsmotief, de vijfpas, kwam veel voor in de gotiek. Op de pin kon de kaars worden gestoken. De kandelaar is vervaardigd in het midden van de 15de eeuw. Kandelaars als deze werden gebruikt in de kerk. Ze stonden op het altaar bij het opdragen van de mis. Maar ook welgestelde burgers hadden zulke kandelaars om hun huis te verlichten.

De renaissance grijpt terug naar de klassieke ornamentiek; behalve de voet gaat de in verschillende verdiepingen opgebouwde schacht, die naar boven toe steeds dunner wordt, haast onder de vele siermotieven schuil. Het hoogtepunt van deze ontwikkeling is de grote bronzen kandelaar door Andrea Riccio uit Padua (1510).

De grote paaskandelaar die Andrea Riccio (1470-1532) tussen 1507 en 1516 voor de Sant’Antonio in Padua maakte kan als een sleutelstuk van de Italiaanse Renaissance-sculptuur worden beschouwd: elementen van dit complexe kunstwerk werden zowel door Riccio zelf als door latere kunstenaars herhaaldelijk opgenomen in hun werk. Bij deze kandelaar is sprake van een zorgvuldig uitgewerkte iconografie, waarbij Riccio mogelijk invloed heeft ondergaan van het humanistische gedachtegoed van de universiteit van de stad. In de paaskandelaar zijn verwijzingen naar de Griekse, Romeinse en Egyptische godsdiensten opgenomen. Een van de prominentste beeldmotieven van dit werk, de geketende sater, zou in het Cinquecento uitgroeien tot een waar topos. Riccio baseerde zich voor dit beeldmotief, net als voor vele van de andere elementen van de kandelaar, op de antieke kunst. In dit geval was dit mogelijk een schildering in het Domus Aurea van Nero3 of een antieke gem uit de collectie van Lorenzo de’Medici waarop Marsyas, geketend aan een boomstronk, is afgebeeld. - (Kandelaar, 1468, Andrea del Verrocchio, Brons, h. 156 cm, Rijksmuseum Amsterdam
De bijna manshoge bronzen kandelaar werd gemaakt voor de ontvangstzaal van het stadhuis van Florence. Op het voetstuk staat aan twee zijden een inscriptie: MAGGIO E GIUGNO, mei en juni, en op de derde zijde het jaartal in Romeinse cijfers: 1468. De kandelaar werd gemaakt door de beroemde Florentijnse kunstenaar Andrea del Verrocchio (1436-1488).
Carlo di Niccola de' Medici, de hoogste ambtenaar van Florence, liet de kandelaar vervaardigen. Het was een aandenken aan de vrede van mei 1468. Toen kwam er een einde aan de oorlog waarin de steden Florence, Milaan en Napels streden tegen Venetië. Door deze vrede werd de machtspositie van familie de' Medici in Florence verstevigd. De kunstenaar die opdracht kreeg de kandelaar te maken, Andrea del Verrocchio, was een veelzijdig man, die behalve beeldhouwer ook nog schilder en goudsmid was. Het is ook bekend wat hij ontving voor zijn werk aan de kandelaar: 48 florijnen.
De kandelaar is een mooi staaltje van renaissancekunst: het is één grote opeenstapeling van renaissance-ornamenten. Twee motieven komen steeds terug, in verschillende vormen. Eén is het palmblad: het is er in een langgerekte vorm en in een korte, brede variant. Ze staan omhoog of ze hangen naar beneden. Het andere motief is de rand van langwerpige lussen. Zijn ze hol, dan worden ze 'godrons' genoemd; zijn ze bol dan heten ze 'knorren'.

Tijdens de 18de eeuw ontstaan de rijke zilveren kandelabers, die in de achtereenvolgende Lodewijkstijlen worden uitgevoerd, en die tijdens de maaltijden gebruikt werden. Als verdere verlichting werden verguld bronzen wandconsoles met kaarsenhouders gebruikt.

Kandelaar met een vrouwenfiguur als stam, 1687, Adam Loofs, Zilver, h. 28,6 cm, Rijksmuseum Amsterdam
Deze kandelaar van Adam Loofs is een mooi voorbeeld van de Hollandse Lodewijk XIV-stijl. De stam heeft de vorm van een vrouwenfiguur die op haar hoofd de vetvanger en kaarsenhouder draagt en deze met beide handen ondersteunt. De nodus (knoop) waarop de vrouw staat, de vetvanger en de kaarsenhouder zijn versierd met 'knerren', blaasvormige motieven. Het zijn ornamenten die karakteristiek zijn voor de Franse hofstijl, evenals de 'palmetten' - palmbladvormige ornamenten - en acanthusbladeren die in het sierrandje op de voet zijn verwerkt. De onderkant van de vetvanger is eveneens met acanthusblad gedecoreerd.
De kandelaar is gemaakt in de Lodewijk XIV-stijl (Classicistische barok). Adam Loofs heeft de stijl leren kennen in zijn Parijse tijd, maar terug in Nederland bleef hij de nieuwste ontwikkelingen op de voet volgen, dankzij de toevloed van Franse ornamentprenten. Kenmerkend voor de Lodewijk XIV-stijl zijn de aan de klassieken ontleende motieven. De staande vrouwenfiguur die vetvanger en kaarsenhouder torst, een kariatide (zuil in de vorm van een vrouw), is daar een prachtig voorbeeld van. Niet alleen het geplooide gewaad is klassiek, maar ook de houding in contrapost, met het linkerbeen gebogen waardoor de rechterheup iets omhoog en naar voren komt, terwijl het bovenlijf of het gezicht precies de andere kant is uitgedraaid. Ook de sierrand op de voet, die een combinatie van acanthusbladeren en palmetten laat zien, is op de klassieken geënt.
Den Haag was de zetel van de stadhouder. Het hof en de kringen rond de stadhouder oriënteerden zich voor de inrichting van hun huizen van oudsher meer op het buitenland. In de tweede helft van de 17de eeuw was het vooral Frankrijk dat de smaak dicteerde in Europa, vooral na de troonsbestijging van Lodewijk XIV. Maar ook invloeden vanuit Engeland deden zich gelden. Willem II was getrouwd met een Engelse prinses, Henriëtte Maria Stuart, evenals zijn zoon, Willem III die in 1677 zijn nicht Mary Stuart huwde. In 1689 werden zij gekroond tot Koning en Koningin van Engeland.

Tijdens het Lodewijk XVI bestond er voorliefde voor cilindervormige basementen, waarop een donker gepatineerde bronzen vrouwen figuur stond - vaak een verkleinde kopie naar een bekend origineel -, die een tak met kaarsenhouders in de hand hield. De ontwikkeling in Engeland is enigszins anders; hier blijven over het algemeen de strakke vormen in de mode.

kandelabers, 1772, Johannes Schiotling, Zilver, 36 x 38 cm, Rijksmuseum Amsterdam
Deze armkandelaars of (met een mooi woord) 'kandelabers' bestaan uit een middendeel en een opzetstuk met drie kaarsenarmen. De kandelabers van Johannes Schiotling behoren tot de vroegste neo-classicistische zilverstukken in Amsterdam en worden beschouwd als hoogtepunten van deze stijl. Zij staan aan het begin van een nieuwe bloeiperiode van Amsterdams zilver, die zou aanhouden tot in de vroege 19de eeuw. De versieringen zijn ontleend aan de klassieke oudheid. De stam (poot) heeft de vorm van een korinthische zuil, met heuse voluten in het klein, en de armen en kaarsenhouders zijn versierd met acanthusbladeren.

Websites:
. www.rijksmuseum.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 753.