kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-02-2009 voor het laatst bewerkt.

Keramiek

De keramiek (v)(of ceramiek)

1. product(en) van aardewerk, porselein enz.
2. de techniek en de kunst van de vervaardiging van aardewerk, porselein, plateel, enz.

keramieken (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) == van keramiek

Keramiek is in feite een materiaal wat zowel geen metaal als polymeer is. Het kan worden omschreven als een materiaal wat wordt gevormd door verhitting (in bijvoorbeeld een oven) en soms ook druk, waarbij minimaal twee elementen aanwezig zijn. Eén ervan is non-metallisch en de ander mag zowel metallisch als niet-metallisch zijn.

Het woord keramiek komt van het Griekse keramos, wat drinkvat of aardewerkvat betekent en wordt voornamelijk gebruikt voor voorwerpen die van gebakken klei gemaakt zijn. Traditioneel zijn keramieken dan ook op klei (ofwel silicaten) gebaseerd. Hiervan zijn er zeer veel en ze worden gemaakt van uiteenlopende kleisoorten, diverse toeslagstoffen en allerlei procedés (bijvoorbeeld een verschillende oventemperatuur). Technische keramieken gebruiken ook andere elementen en worden voor verschillende mechanische toepassingen gebruikt (zie onderaan de pagina).

Keramiek valt, afhankelijkheid van de temperatuur van stoken, uiteen in drie groepen naar hardheid: het relatief zachte aardewerk, het harde porselein en een tussenvorm, steengoed. Enkele voorbeelden worden hieronder genoemd.

Soorten (Traditioneel)
. Aardewerk wordt gebakken van klei, tussen 800 en 1100°C, waarbij geen sintering of verglazing optreedt.
. Terracotta is ongeglazuurd aardewerk echter van roodbakkende klei.

In de zestiende eeuw ontstond in Japan raku, dat vaak voor eenmalig gebruik was bestemd, en werd gestookt doordat men een (thee)kom in een vuurtje legde, waardoor die werd gebakken. In de Middeleeuwen ontdekten de Arabieren hoe ze met tinglazuur majolica konden maken. De naam die wij ervoor gebruiken, is afgeleid van "Majorca", maar de oudere antieke majolica is vooral afkomstig uit Italië (15e-16e eeuw en later). Vanaf de 17e eeuw werd het ook in Delft gemaakt.

. Steengoed of gres wordt gemaakt van een kostbare kleisoort - gresklei- die kan worden afgebakken bij hogere temperaturen (1200-1300°C); hierbij versintert de klei, nadat keukenzout of soda aan het bakproces is toegevoegd; het product geschikt is voor het bewaren van vloeistoffen.

Een bekend voorbeeld van steengoed zijn de Duitse bierpullen die rond 1500 tot ontwikkeling kwamen; bekend zijn de baardmankruiken: kruiken met daarop in reliëf een gezicht met een baard. Ook in Frankrijk en Engeland werd overigens steengoed gemaakt; in Engeland ging het aanvankelijk om Duitse import, en het duurde nog meer dan een eeuw voordat er inheems steengoed werd gemaakt. In China was steengoed al veel eerder bekend: hoogtepunten komen al voor in de Sung-periode (10e-13e eeuw).

. Porselein, gebakken van een speciale witte kleisoort, gemengd met kwarts en veldspaat, gebakken bij 1200-1400ºC, waarbij het geheel verglaast. De basisgrondstof is kaolien of pe-tuntse, afkomstig uit China.

Het bekendste Oosterse porselein is waarschijnlijk dat uit de Chinese Ming-periode. Ook T'ang, Yüan en andere perioden brachten porselein voort. Soms was dit blauw-wit, soms polychroom, terwijl ook allerlei andere kleuren en patronen voorkomen. Vanaf de 17e en 18e eeuw produceerden ook vele Europese landen porselein.

Invloedrijke keramisten in het Nederlandse taalgebied zijn onder andere Chris Dagradi (1954), Johan van Loon (1934), Jan Snoeck (1927) en Jan van der Vaart (1931-2000).

Het terracotta (terracotta’s; terracottaatje) (Italiaans: terra cotta, 'aarde gebakken' = gebakken klei)
1. (geen meervoud) verglaasde gebrande pottenbakkersklei
2. stuk aardewerk van terracotta gemaakt

terracotta (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1. van verglaasde gebrande pottenbakkersklei gemaakt
2. licht bruinrood

Terracotta is poreus, ongeglazuurd aardewerk van meestal rood, ook wel geel of bruinbakkende klei. Wit aardewerk wordt biscuit genoemd.
Terracotta wordt op diverse manieren toegepast, zoals bij bloempotten en goedkoop servies. Ook wordt het wel eens gebruikt voor beelden. Hierbij gaat het vooral om het ontwerpen van beelden, waarbij de beelden later in duurder materiaal worden uitgewerkt.

Het aardewerk
1. vaatwerk uit aarde, leem of klei gevormd en gebakken
2. gebakken aarde

aardewerk(en) (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) == van aardewerk

Aardewerk is een verzamelnaam voor potten, schalen, drinkbekers en kruiken, bedoeld als vaatwerk en tegels, gebakken uit klei.

Onder aardewerk in eenvoudige vorm worden voorwerpen verstaan, die gemaakt zijn van leem of klei, veelal gehaald langs rivieren. Deze worden na droging gebakken en daardoor hard. De grondstof zal dan niet meer door water worden verweekt en uiteenvallen. Door de hoge temperatuur bij het bakken zijn de kleideeltjes aan elkaar geklit of gesinterd. Goede klei voor deze producten is: kaolien (China-clay), een fijne witbakkende kleisoort.

Bij gebruik van mindere soort klei kan men niet met hoge temperaturen bakken en blijft het werkstuk poreus. Deze moet dan met een glazuurlaag worden bedekt om waterdicht te worden. Voor glazuur, een glassoort, gebruikt men lood- of tinglazuur. Deze smelt bij niet te hoge temperatuur en vloeit over het oppervlak van het product. Deze glazuur kan transparant of dekkend van kleur zijn. Tevens worden glazuren gebruikt om het aardewerk van diverse kleuren te kunnen voorzien.

Aardewerk voor bouwkundige doeleinden wordt wel aangeduid met bouw- of woonkeramiek.

Aardewerk heeft gedurende vele duizenden jaren een belangrijke rol gespeeld in de menselijke geschiedenis. Omdat het materiaal slecht verweert zijn overblijfselen van aardewerken voorwerpen een belangrijke bron van informatie. De stijl en de technologie van het aardewerk veranderden in de loop der jaren, waardoor aardewerken scherven en voorwerpen ook goed gebruikt kunnen worden voor het dateren van een bepaalde vindplaats of laag. Er zijn dan ook allerlei culturen naar aardewerkvormen genoemd, zoals de klokbekercultuur en de urnenveldencultuur.

Ook de afbeeldingen die op het aardewerk aangebracht werden geven soms inzicht in de cultuur, we kennen bijvoorbeeld de Suzannakruik die een bijbels verhaal vertelde, de baardmankruik en de uilenbeker in de vorm van een uil. Dit soort voorwerpen was gedurende een bepaalde tijd populair. Luxe aardewerken goederen vertellen een verhaal omtrent de welstand van de bezitter.

Hiernaast is het van belang dat er bepaalde plaatsen waren waar aardewerk in grote hoeveelheden werd geproduceerd. Het van een dergelijke plaats afkomstig aardewerk had specifieke kenmerken. Dit alles geeft ons inzicht omtrent de toen gebruikte handelsroutes.

Het gres
1. dichtgesinterd aardewerk van vette klei
2. Belgische kiezelzandsteen

Het steengoed
1. verglaasd aardewerk dat op porselein lijkt

Steengoed of Gres (Duits: Steinzeug; Engels: Stoneware) is een keramisch materiaal dat gemaakt is van een kleisoort die tegen hoge temperaturen bestand is. De eigenschappen van gres zitten tussen die van aardewerk en porselein in. Het wordt gebakken bij 1150 tot 1350ºC, waarbij het versintert, waardoor het niet poreus is en ondoordringbaar wordt voor de meeste vloeistoffen. Het is ook goed bestand tegen zuren.
Reeds in de 13e eeuw werd in het gebied rondom Keulen gres, ook wel steengoed genoemd, geproduceerd. Vanaf de 14e eeuw werd dit 'Keuls aardewerk', vooral bekend door de Keulse pot. Gres kan van een zoutglazuur worden voorzien.
Door zijn grote slijtvastheid is gres ook een bijzonder geschikt materiaal voor vloertegels, traptreden en vensterbanktegels.
Gres wordt al meer dan 100 jaar gebruikt om rioolbuizen van te maken. Riolering moet bestand zijn tegen een hoge zuurgraad, en daar kan gres goed aan voldoen. Het heeft een grote duurzaamheid en is vormvast. Door het brosse karakter van het materiaal heeft het echter een beperkte weerstand tegen mechanische belastingen.
In Limburg zitten vanouds veel fabrikanten van gresbuizen, zoals bij Tegelen, Belfeld, Beesel en Swalmen.

Technische keramieken
Er zijn twee verschillende types:
. Ionaire keramiek, een verbinding van een metaal en een niet-metaal, bijv. NaCl (keukenzout), MgO, ZrO2 (zirconium); de ionen stapelen zich in een zo dicht mogelijke stapeling;
. Covalente keramiek, een verbinding van twee niet-metalen, zoals SiO2 (silicaat), C (diamant). De moleculen stapelen zich als kettingen, bladvormige structuren of tetraëdrisch.

Technisch keramische materialen worden gebruikt vanwege zeer goede mechanische eigenschappen. Zo zijn het zeer harde stoffen en bezitten ze een hoge vloeigrens. Ze zijn erg slijtvast, hittebestendig, niet elektrisch en thermisch geleidend en non-magnetisch. Uiteraard zijn hier uitzonderingen op, zo zijn sommige keramieken zelfs supergeleidend.
Een groot nadeel van dergelijke materialen is echter dat ze vaak niet ductiel of plastisch zijn. Door deze brosheid zal het materiaal snel bezwijken door het ontstaan van scheuren. Door het keramiek als een dunne laag aan te brengen op een taaier materiaal (zoals staal) kunnen de beste eigenschappen van beide worden gecombineerd (het slijtvastheid van het keramiek en de buigzaamheid van het metaal). Dit wordt bijvoorbeeld toegepast op boren.

ABC
Bakgang
Het hele proces van stoken, bakken en afkoelen dat het aardewerk in de oven ondergaat wordt de bakgang genoemd. Meestal waren er twee bakgangen: biscuit (ongeglazuurde objecten) en gladbrand.

Chinoiserie
Vanaf het begin werden motieven die aan de Chinese kunst waren ontleend in de Europese kunst gebruikt. Hiermee werd een exotische, oosterse sfeer opgeroepen. De Delftse plateelnijverheid heeft hieraan een belangrijke bijdrage geleverd, zowel in vorm als decoratie.

Chromoliet-aardewerk
Ongeglazuurd aardewerk met een gekleurde decoratie, die vóór het bakken in de nog vochtige scherf wordt ingebracht.

Draaier
De vakman die de voorwerpen op de draaischijf vormt.

Fabrieksmerk
Het merk waarmee de productieplaats (plateelbakkerij) wordt aangegeven. Hierin is of de naam van de plateelbakkerij of de naam van de eigenaar of beheerder verwerkt. Voorts werden ook figuratieve merken gebruikt.

Faience
Aardewerken voorwerpen met een dunne scherf die geheel zijn bedekt met een veelal witte, dekkende laag tinglazuur. De voorzijde is glad en op de achterkant zijn penafdrukken zichtbaar.

Gladbrand
De tweede bakgang waar bij een temperatuur van circa 1000o C de opgebrachte glazuurlaag werd vastgehecht. De voorwerpen mogen niet met elkaar in aanraking komen omdat zij anders aan elkaar bakken.

Glazuur
De glasachtige laag op ceramiek.

Grootvuurtechniek
Het bakproces waarbij de voorwerpen bij een temperatuur van circa 1000o C worden gebakken.

Kleinvuurtechniek
Dit bakproces vindt plaats bij een temperatuur van circa 600o C en doorgaans in kleine ovens (ook wel goudschilderovens).

Koker
De cilindervormige, aardewerken houder waarin aardewerk wordt gebakken. De verschillende lagen voorwerpen rusten op aardewerken, driehoekige pennen die door de wand van de koker steken. Tijdens de bakgang is de koker aan de boven- en onderkant afgesloten door een tegel zodat de voorwerpen in de koker beschermd zijn tegen rookgassen van de oven.

Kwaarten
Het aanbrengen van een doorzichtige laag loodglazuur op een voorwerp om de glans te verhogen, wordt kwaarten genoemd.

Loodglazuur
Transparant glazuur dat hoofdzakelijk bestaat uit loodoxide.

Majolica
Aardewerk dat aan de voorkant is bedekt met een dekkende laag tinglazuur en aan de achterkant met een doorzichtig loodglazuur. Bij het bakproces worden proenen gebruikt waardoor op het oppervlak de kenmerkende proenafdrukken zichtbaar zijn.

Majolicanijverheid
De nijverheid waarin het majolica werd vervaardigd. Deze werd in de zestiende eeuw door Zuid-Europese majolicabakkers in noordwest Europa geïntroduceerd.

Mergel
Door toevoeging van de mergelsoort Doornikse aarde aan het kleimengsel werd dit minder vet waardoor de lichtgele scherf minder dik kon zijn.

Plateelbakker
De producent van tinglazuuraardewerk (faience en majolica).

Plateelbakkerij
De productieplaats van tinglazuuraardewerk.

Platgoed
Is de verzamelnaam voor platte voorwerpen zoals borden en schotels.

Porceleijnbakker
Deze term is de contemporaine aanduiding in Delft voor een producent van faience dat op porselein lijkt.

Porselein
Het ceramiek met een niet-poreuze, harde scherf dat bij een temperatuur van circa 1300-1500o C wordt gebakken.

Porseleinaarde (kaolien of Chinese klei)
Deze aarde is het onmisbare element voor het produceren van porselein.

Proen
Dit driehoekige, ceramische steuntje werd bij het bakproces tussen de voorwerpen geplaatst zodat de geglazuurde stukken niet aan elkaar zouden bakken.

Proenafdruk
De proenen waarop de voorwerpen tijdens het bakken steunden, veroorzaakten oneffenheden op de voorkant hiervan.

Scherf
Hiermee wordt de gebakken klei aangeduid, die noch geglazuurd noch geëmailleerd is.

Tinglazuur
Deze witte, dekkende glazuur met tinoxide werd doorgaans wit genoemd.

Tinglazuurbad
In een kuip met tinglazuur werden de eenmaal gebakken voorwerpen (biscuit) ondergedompeld zodat deze een volledig wit oppervlak kregen. Hierin kon de plateelschilder een decoratie schilderen.

Zoutglazuur
Dunne, glasachtige deklaag door keukenzout tegen het eind van het bakproces toe te voegen in de keramiekoven. Het zout valt door de waterdamp uiteen in zoutzuur en natriumcarbonaat. Dit laatste element gaat een verbinding aan met het kiezelzuur in de scherf. In verbinding met de overige kleibestanddelen ontstaat zo echt glas, het glazuur.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Keramiek.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 82.

Tweets by kunstbus