kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 26-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Koninklijke-Fabriek-F.W.-Braat

Koninklijke Fabriek F.W. Braat (1844-1983)

In 1844 kondigt Frederik Willem Braat Sr. in een advertentie aan “zich alhier te vestigen als Mr. Loodgieter en zijn Affaire op den 13de Mei 1844 te openen” (Delftsche Courant 10 Mei 1844). Het Delftse loodgietersbedrijf van Frederik Willem Braat (een van de eerste in Nederland dat zink in plaats van het gebruikelijke lood toepast voor het bedekken van daken. De firma leverde deze zinken dakbedekking o.a. voor de eerste stations van de Nederlandse spoorwegen.

Frederik Willem junior werd eerst naar de Parijse firma Ed. Coutelier gestuurd, een innovatief bedrijf waar zinken producten werden gemaakt, om de kneepjes van het vak te leren alvorens hij in 1877 in het familiebedrijf kwam te werken. Met de komst van Braat junior begon de firma Braat zelf met het produceren van zinken ornamenten, zoals balustraden, lantaarns en fonteinen, waarvoor het bij internationale tentoonstellingen diverse onderscheidingen ontving. Commerciële erkenning kreeg het bedrijf door opdrachten vervaardiging van zinken ornamentiek voor opdrachtgevers als het nieuwe concertgebouw in Amsterdam.

Op advies van architect A.L. van Gendt ging de inmiddels 'Koninklijke Stoomfabriek van Zinkwerken' zich in de jaren tachtig steeds meer toeleggen op kunstsmeedwerk. Vanaf 1888 was, naast P.G. Duchóteau, beeldhouwer Karel Cramer als artistiek ontwerper en constructeur verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan. Hij ontwierp lampen en smeedijzeren hekken in golvende, lineaire art nouveau-stijl. Ook gerenommeerde kunstenaars en architecten als Willem Kromhout, Johan Muiters, Theodorus Sluyterman en Jan Verheul lieten hun ontwerpen door de Koninklijke Fabriek F.W. Braat uitvoeren.

Kozijnen
De Koninklijke Fabriek F.W. Braat N.V. uit Delft had zich in het begin van haar bestaan vooral toegelegd op siersmeedwerk, maar verruiming van werkzaamheden en producten resulteerde in de bronzen kozijnen. Louis Cordonnier, de architect van het Vredespaleis in Den Haag, zal in 1908 zo ongeveer de eerste zijn geweest die zijn ontwerp uitgevoerd zag met de bronzen kozijnen van de firma Braat.
De vraag naar dit metaal groeide tijdens de Eerste Wereldoorlog toen de prijs van brons daalde. Complete kozijnen, inclusief het hang- en sluitwerk werden in brons gegoten. De fabrikant prees de voordelen als volgt: "het licht wordt door geen plompe stijlen tegengehouden, doch kan vrijelijk toetreden".
In het 139-jarig bestaan van de fabriek was de verkoop van maatwerkkozijnen een goede bron van inkomsten. Het bedrijf verwierf echter zijn sterkste marktpositie met de productie van stalen kozijnen in standaardmaten en de toepassing van roestwerende behandelingen.
In 1913 werd een nieuwe roestwerende metaalbehandeling ontwikkeld. Met een spuitpistool met daarin vloeibaar metaal kon een beschermende laag worden aangebracht. De firma Braat vroeg in 1923 een licentie aan voor toepassing van het procédé. Ook de kozijnen werden voortaan op deze manier behandeld. Met 26 pistolen had Braat de grootste werkplaats voor roestwerende behandelingen ter wereld.
In samenwerking met het Engelse bedrijf Crittall besloot de firma zich te specialiseren in de vervaardiging van stalen kozijnen.
In 1928 liet de firma een speciale werkplaats bouwen om een order van de architecten Brinkman en Van der Vlugt te kunnen realiseren. Deze hadden bij Braat de kozijnen besteld voor de door hen ontworpen Van Nelle fabriek.
De productie van kozijnen bereikte zijn hoogtepunt rond 1959. In standaardmaten uitgevoerd werden deze op grote schaal geplaatst in woonwijken tijdens de naoorlogse wederopbouw.

In 1971 werd de firma overgenomen door OGEM. (www.wolterendros.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 57.