kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 15-07-2008 voor het laatst bewerkt.

Koninklijke-Verenigde-Tapijtfabrieken

Koninklijke Verenigde Tapijtfabrieken (KVT)

De Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken te Moordrecht (K.V.T.) werd op 25 maart 1919 opgericht. Dit was het resultaat van een fusie tussen de Koninklijke Deventer Tapijtfabriek te Deventer, de 's-Gravenhaagsche Smyrnatapijtfabriek te Den Haag en de Koninklijke Kralingsche Tapijtfabriek 'Werklust' van de firma W. Stevens & Zn. te Rotterdam.

De firma Stevens bezat tevens twee fabrieken (Zuidplas en IJsselvrucht) te Moordrecht. De firma Stevens was bij de oprichting van de KVT veruit de belangrijkste fusiepartner. Het hoofdkantoor werd dan ook in Rotterdam gevestigd en de leiding kwam grotendeels in handen van de familie Stevens.

De KVT produceerde tapijten, lopers, karpetten en matten van wol en kokos. Er waren zowel machinaal geknoopte producten (o.a. Darrab) als handgeknoopte (Smyrna, Deventer Handgeknoopt).

De oudste van de drie, de al in 1797 opgerichte Deventer Tapijtfabriek, was gedurende de hele 19de eeuw al een belangrijke onderneming. Met zijn kleurrijke, handgeknoopte kleden was het een van de weinige Nederlandse fabrieken die geregeld deelnam aan internationale tentoonstellingen.

Aan het eind van de 18e eeuw probeerde het stadsbestuur van Deventer de grote werkloosheid die er in die tijd heerste te bestrijden. Er werd in 1797 met hulp van het stadsbestuur door George Birnie en Philippus Sauret een textielfabriek ingericht, deels op de plek waar in die tijd de Armenschool stond. De Armenschool werd verplaatst en in de fabriek gingen vijftig armen en hun kinderen werken. De fabriek gaf in 1816 werk aan ruim 150 arbeiders en in 1846 aan 226.

In 1816 kwam de echtgenote van de raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck met een beschadigd oosters tapijt naar de fabriek van tapijten en zeildoek van Birnie en Sauret aan de Nieuwstraat. Zij vroeg of het zou lukken om het tapijt te maken. Dat lukte. Het tapijt werd gerepareerd. Door dit voorval is men op het idee gekomen om naar het voorbeeld van originele oosterse tapijten soortgelijke tapijten te gaan knopen. De tapijtfabriek is zich daarna gaan specialiseren in het maken van zogenaamde Smyrnatapijten, genoemd naar de stad Smyrna, dat in het huidige Turkije ligt. Deventer tapijten zijn ondermeer geleverd aan het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam, in 1903-1904 werd er een Deventer tapijt geleverd aan de Ridderzaal, het oude gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag.

Het bedrijf aan de Nieuwstraat groeit uit tot een flinke fabriek. Als het gebouw te klein wordt bouwt men in 1904 een nieuwe fabriek aan de rand van de stad, de straat wordt later de Smyrnastraat genoemd.
Een onderdirecteur van de fabriek, H.J. Peters, begint in 1907 voor zichzelf en sticht een nieuwe fabriek van mechanisch geweven tapijten met een ververij. Deze tapijtfabriek van Peters was gevestigd aan de Lange Zandstraat.
In 1919 gaat de tapijtfabriek aan de Smyrnastraat in Deventer samen met twee andere tapijtfabrieken over in de 'Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken' (K.V.T.).

In de literatuur van de Nederlandse vormgevingsgeschiedenis komt men de KVT meestal tegen in verband met twee kunstenaars: T.A.C. Colenbrander en Jaap Gidding. Behalve met Colenbrander en Gidding werkte de KVT samen met bekende architecten en ontwerpers als H.P. Berlage, K.P.C. de Bazel, Theo Nieuwenhuis en C.A. Lion Cachet.

Colenbrander, de 'nestor van de Nederlandse vormgeving', ontwierp voor de KVT en haar voorlopers tussen 1896 en circa 1915 een groot aantal kleden in een volstrekt unieke, vernieuwende stijl. In Museum Mesdag in Den Haag ligt een van zijn meest fraaie ontwerpen. Het betreft hier weliswaar een reconstructie, maar het stelt ons des te beter in staat de intensiteit van zijn kleurenpalet in volle omvang te beleven.

De veelzijdige Rotterdamse sierkunstenaar Jaap Gidding maakte in de jaren twintig en begin jaren dertig veel ontwerpen die door de KVT werden uitgevoerd. Wereldberoemd is het veelkleurige, expressionistische tapijt dat hij in 1921 ontwierp voor de hal van het Tuschinskitheater in Amsterdam.
In 1921 was het geen sinecure om een tapijt van twintig bij vijftien meter aan één stuk te laten maken. De Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken nam de opdracht aan. De werktekening die zij gebruikten was een weergave van Giddings ontwerp op geruit papier waarbij ieder ruitje één knoop voorstelde. De KVT knoopte het tapijt uit kostbare Australische wol met een dichtheid van 21.000 knopen per vierkante meter: voor het hele tapijt werden ruim 6,3 miljoen knopen gelegd. Dit prestigeobject kostte Abraham Tuschinski uiteindelijk een flinke hap uit zijn budget: vijfentwintigduizend gulden. Al was het halkleed, vergeleken bij Perzische tapijten, van mindere kwaliteit, toch is de duurzaamheid in de geschiedenis niet meer geëvenaard. Dit eerste adelaarstapijt was pas in 1954, drieëndertig jaar na de installatie, aan vervanging toe. Anno 2001 ligt inmiddels de vierde Poolse adelaar - na zestien jaar op sommige plaatsen al tot de draad versleten - te wachten op zijn opvolger. En die komt eraan, want Pathé laat een nieuw haltapijt knopen. - (Frankrijk en Indo-China op en opende toonzalen in Amsterdam en Groningen.

Bij het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 werd het fabriekscomplex aldaar grotendeels verwoest. De fabricage werd overgeheveld naar Moordrecht waar een nieuw fabriekspand naast de fabriek 'IJsselvrucht' werd gebouwd en waar na de oorlog door Bureau Kraaijvanger ook het hoofdkantoor werd gebouwd.

De jaren vijftig en zestig vormden een bloeiperiode voor de KVT. Het bedrijf speelde een belangrijke rol in het Moordrechtse leven. Een groot deel van de inwoners van Moordrecht werkte in de fabriek, het bedrijf bouwde woningen en een badhuis voor de werknemers en het bezat een bloeiende personeelsvereniging en een eigen fanfare. Regelmatig werden er open dagen, excursies en andere festiviteiten georganiseerd.

De KVT had internationaal goede bekendheid. Vanaf eind jaren zestig werd de tapijtmarkt echter krapper. De belangstelling van de consument voor tapijten, lopers en karpetten nam af en concurrentie vanuit lage lonen landen deed zich voelen.

De KVT wist zich aanvankelijk goed te handhaven doordat zij zich toelegde op kwaliteitsproducten en speciale opdrachten. In 1975 werd zij echter overgenomen door Youghal Carpets Ltd. te Cork, Ierland.

In 1978 is de fabricage van tapijten in de vestiging in Deventer gestopt. Nu worden er in Deventer alleen bij de Moquette Industrie Deventer (M.I.D.) nog tapijten gemaakt.

In 1987 werd de KVT samen met Youghal Carpets overgenomen door Coats Viyella Ltd. te Manchester, maar al in 1990 doorverkocht aan Van Besouw te Goirle. Vanaf dat moment was Moordrecht slechts nog een productievestiging. In 1995 ging Van Besouw failliet. Het fabriekscomplex in Moordrecht werd verkocht en afgebroken en heeft nu plaatsgemaakt voor woningbouw. Alleen de watertoren, die de KVT had laten bouwen en die behalve het bedrijf zelf ook lange tijd de gemeente Moordrecht van water voorzag, is blijven staan.

Websites: www.carpetgallery.eu, www.deventergeschiedenis.nl, www.groenehartarchieven.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 736.