kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 03-03-2009 voor het laatst bewerkt.

Lakwerk

(Oosters) Lakwerk

Japans lakwerk is een type lakwerk dat in ieder geval rond de 16de en 17de eeuw in Japan gemaakt werd in daarin gespecialiseerde ateliers.

Lak, de hars van de Rhus vernicifera of lakboom, werd gebruikt voor versiering van houten voorwerpen in Japan en China. In veel gevallen werd het lakwerk gecombineerd met kleurstoffen en parelmoer. De lak wordt in laagjes aangebracht, soms tientallen over elkaar heen. Soms worden patronen in het lakwerk gesneden. Dit 'echte' lakwerk overtreft alle westerse nabootsingen in glans, duurzaamheid en taaiheid.

Het Japans lakwerk vormde in de 16de en 17de eeuw een belangrijk deel van de handel tussen Japan en Nederland door de VOC. Al in 1610 werden imitaties van oosters lakwerk gemaakt in Amsterdam.

vorm van een kraanvogel, 18de eeuw, lak op hout, ingelegd met parelmoer, h. 40,5 cm, Rijksmuseum Amsterdam.
Het lichaam van deze kraanvogel is hol; het bovenste deel ligt er los op, en dient als deksel. De houten doos is bedekt met zeer dunne laagjes lak, een typisch product van Oost-Azië. Het lakwerk is ingelegd met stukjes parelmoer, die zó gerangschikt zijn dat ze nauwkeurig het verenkleed van de vogel nabootsen. Zo heeft de kunstenaar roodgekleurde stukjes gebruikt om de typische rode vlek op de kop van de kraanvogel aan te geven. De kostbare lakdoos werd in Japan vervaardigd, in de 18de eeuw, waarschijnlijk als onderdeel van een bruidsschat.
Bruidsschat: In Japan werd lak vaak gebruikt voor dozen waarin kleding, make-up, wierook en schrijfbenodigdheden werden bewaard. Sets van een vastgesteld aantal dozen werden vaak als bruidschat gegeven. De arbeidsintensieve productie maakte dat aanvankelijk alleen de adel en hooggeplaatste krijgers zulke sets konden bestellen. Vanaf de 16de eeuw waren er steeds meer welgestelde kooplieden, die zich lakwerk konden veroorloven. Ook deze kraanvogel is waarschijnlijk een huwelijksgeschenk geweest. De kraanvogel wordt in Japan gezien als een teken van lang leven, én als symbool voor huwelijkstrouw: de vogel is monogaam en blijft zelfs trouw aan een zieke partner.

Het lakwerk kwam tot stand door een speciale Japanse methode voor het aanbrengen van lak op houten voorwerpen. De lak wordt verkregen door het sap van de Rhus Vernicifera, een boom die in China en Japan groeit, in het Nederlands bekend als de Japanse lakboom. Het sap wordt urushi genoemd. Het wordt getapt als rubber en is, als het vers is, transparant, wat grijs van kleur en erg kleverig. Wanneer het eenmaal met zonlicht en lucht in aanraking komt wordt het al snel donker van kleur, wat dikkig en troebel.

Er zijn minstens vijftien verschillende kwaliteiten, die elk hun eigen toepassing hebben. Een belangrijke eigenschap van het lak is, dat het in een vochtige atmosfeer kan drogen maar wel bij kamertemperatuur. Na elke stap in de bewerking van het lakken worden de voorwerpen uren, dagen en soms weken in een houten kast met kommen water of vochtige doeken gezet, om de lak te laten harden. De allereerste laktechnieken werden gebruik om een voorwerp waterdicht te maken. De lak werd vermengd met klei, slik, boombast en droge bladeren. Dit noemt men kanshitsu of drooglak. In het begin waren de voorwerpen van klei gemaakt, later van hout bedekt met textiel was nog later was de kern papier-maché. Tegenwoordig gebruikt van allerlei materiaal dat kan variëren van hout, naar metaal, ivoor, glas enz.

Voorbewerking van het materiaal
Een houten vorm werd door speciale houtbewerkers in de juiste vorm gesneden en niet door de lakmeester (nushiya of nurishi) zelf. Alleen oude en goed gedroogde soorten die niet meer konden scheuren of kromtrekken werden gebruikt. Eerst werden de eventuele scherpe randen geschuurd en voegen opgevuld. Dit gebeurde met Kokuso, een materiaal wat is gemaakt van rijstpasta, fijngestampte hennep en lak. Daarna werd alles ondergedompeld in het bittere wrange sap van de onrijpe kaki vruchten waardoor soms lak was vermengd. Na het polijsten werden randen en andere zwakke plekkenbedekt met zijde, hennep of katoenen stof of kromtrekken en splinteren te voorkomen. Daarna werd alles opnieuw gepolijst. Soms werd er een klein stukje overgeslagen om het voorwerp oud te laten lijken. Dit werd vooral door volgelingen van de theeceremonie zeer gewaardeerd. Nu kon men pas met het opbrengen van de laklagen beginnen.

Opbouw van de laklaag
De laklaag is opgebouwd uit vijf verschillende laklagen. Deze lagen worden hieronder kort beschreven.

Somi-ji of shita-ji (onversierde ondergrond of onderlaag)
De onderlaag wordt gevormd door een mengsel van lak, poeder, van gebrande klei of houtskool, dat met een spatel werd opgebracht. Na het drogen en schuren was het voorwerp klaar voor de volgende stap. Gewone voorwerpen kregen 5 a 8 van dit soort lagen. Waardevolle voorwerpen kregen er zelfs 30 of meer, terwijl de totale dikte nog geen millimeter was.

Naki-Nuri (middelste laklaag)
De middelste laklaag bestond uit een zwart gekleurde vloeibare lak. De laag zorgde ervoor dat de daarna opgebrachte kleuren of goud, meer helderheid en diepte kregen. Ook deze laag bestond uit verschillende lagen, die ieder weer volgens een bepaalde methode moesten worden gedaan.

Ko-naka-nuri (kleine middelste laag)
De kleine middelste laklaag kreeg de kleur die de uiteindelijke kleur van het voorwerp moest gaan bepalen.

Ua-nuri (bovenste laag)
De werkmethode verschilde al naargelang de techniek (goudlak, gesneden lak, randen of burgaute) die werd toegepast. Bepaalde soorten doosjes, meestal van een klein formaat, werden stevig gemaakt met metalen randen van ton of lood. Later werd het metaal vervangen door een zilveren rand (1200-1600).

Tate (laatste bovenlaag)
Deze bestond uit transparante lak. De glans van de voorwerpen kwamen niet alleen door het lak maar ook door het steeds herhalende drogen en polijsten. De laatste laklaag werd met grote zorg en geduld met natte stukjes houtskool van een cipres of magnolia gepolijst. Dat werd weer gevolgd door een behandeling met een fijne slijpsteen. De volgende stap was het polijsten met de droge poeder van gebrande hertsthoorn op een zachte doek.

Afwerking van het oppervlak
Het hele procedé werd besloten door het te wrijven met hertshoorn poeder, tussen de duim en de handpalm. Het poeder werd van te voren iets vochtig gemaakt met plantaardige olie. Door deze langdurige en nauwgezette bewerking kreeg het voorwerp een intense diepe gloed. Het ro-iro-nuri (waskleurig lak), staat voor het prachtig glanzende diepe zwartlak die op deze wijze werd verkregen. De zachte matte en zijdeachtige gloed van een oppervlak, meestal zwart, was echter te danken aan het bewerken en polijsten met een nogal harde borstel met hertshoorn poeder. Anders dan bij het Chinees lakken is, bij de Japanse methode de delen die niet meteen zichtbaar waren toch netjes afgewerkt. Bij het Chinees lakken werden deze ruw en grof gelaten.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Japans_lakwerk
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 629.