kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 08-02-2011 voor het laatst bewerkt.

Louis Comfort Tiffany

Amerikaanse glaskunstenaar, ontwerper en schilder, geboren 18 februari 1848 New York - overleden 17 januari 1933 in New York.

Tiffany is met name bekend om zijn gebrandschilderd glas. Hij was bij uitstek een kunstenaar van de Art Nouveau, een term die door zijn vriend Siegfried Bing werd geïntroduceerd toen hij bij de opening van zijn nieuwe Parijse winkel 'La Maison de l'Art Nouveau', ook werk van Tiffany exposeerde.

Tiffany had een matig succes als schilder, maar was een inventief pionier op het terrein van de glas-chemie. Zijn enorme succes berustte echter op zijn kwaliteiten als leider. Hij wist zich te omringen met talentvolle vaklieden en ontwerpers die zelf op de achtergrond bleven en trok zonder acht te slaan op de individuele prestaties alle eer toe naar zichzelf.

In drie genres verwierf zijn bedrijf een unieke reputatie; gebrandschilderd glas, Favrile-glas en glas-in-lood.
Wat het gebrandschilderd glas betreft hield Tiffany zich voornamelijk bezig met de techniek. Zijn eigen ontwerpen waren of zuiver geometrisch of landschapsthema’s in de trant van zijn schilderijen. Ook voerde hij met zijn nieuwe technieken ontwerpen van andere kunstenaars uit, wat hij bijvoorbeeld deed voor de ramen die in 1895 werden geïnstalleerd in Bings Parijse Galerie La Maison de l’Art Nouveau die waren ontworpen door schilders uit de groep Les Nabis. - (Biografie
Louis Comfort Tiffany werd in New York geboren als oudste zoon van Harriet en Charles Lewis Tiffany (1812-1902), in 1853 de oprichter van de bekende juwelier en zilversmederij Tiffany & Co. Niet in het minst door zijn levensstijl en familiebanden met de artistieke wereld in Europa en Amerika, maar zeker ook door zijn talent, groeit Louis Tiffany uit tot een leider in de Art Nouveau beweging.

Louis Tiffany werd in zijn jeugd sterk beïnvloed door Edward C. Moore, een meester-edelsmid die een groot vakman, ontwerper en kunstkenner was en Louis zeer wist te enthousiasmeren. Moore had een grote verzameling Oosterse glaskunst en raadde Louis aan zich vooral te oriënteren op islamitische en Perzische kunst.

Louis doorliep de Militaire Academie. Tot verrassing van zijn ouders koos Louis Comfort Tiffany voor een kunstenaarsloopbaan. Hij nam in 1866 lessen bij de Amerikaanse landschapschilder Georges Inness (1825-1894) die in de stijl van de School van Barbizon werkte en Samuel Coleman in New York. In 1867 exposeerde hij met een van zijn schilderijen in de National Academy of Design in New York. Het jaar daarop vertrok hij naar Parijs om verder te studeren onder Leon Bailly, waar hij voornamelijk exotische landschappen en genrestukken in de modieuze oosterse stijl maakte. Hierdoor geïnspireerd maakte hij ook reizen naar de bronnen in Afrika, Spanje en Egypte. Hij bleef schilderen, maar zijn interesse breidde zich steeds uit en hij besloot het gehele terrein van de decoratieve kunsten tot zijn beroep te maken.

Tiffany had een passie voor mooie voorwerpen en verzamelde deze niet alleen om zich er aan te laven, maar ook om het vakmanschap en de techniek waarmee ze gemaakt waren te doorgronden. Hij had een passie voor 'doen' en wierp zich al snel op het ontwerpen en vervaardigen van decoratieve kunstvoorwerpen, met name de binnenhuisarchitectuur.

In 1873 begon hij te experimenteren met glas en in 1879 begon hijin New York met enkele kunstenaars een interieurzaak: Louis C. Tiffany and Associated Artis. Naast meubilair heeft hij de nodige ontwerpen gemaakt voor onder andere complete koffieserviezen tot en met accessoires voor op een bureau. Daarin werkte hij samen met textielontwerpster Candace Wheeler, schilder en decorateur Samuel Colman en meubelontwerper Lockwood de Forest.
Het bedrijf creëerde een stijl die bekendheid kreeg om zijn onafgeleide, individuele gedaante. De zaak ontwierp interieurs met een kleurrijk en exotisch karakter en de meest heterogene ontleningen, zowel aan de oosterse als de middeleeuwse kunst, zoals hanglampen in moskee-stijl en gebrandschilderde ramen. Het bedrijf kreeg veel opdrachten, waaronder in 1890-91 de inrichting van het huis van Mark Twaine en zijn meest eervolle opdracht in 1883 met de herinrichting van het Witte Huis. Vooral dit soort opdrachten van schatrijke cliënten gaven hem de kans zijn ideeën uit te leven waarbij zijn aandacht zich meer en meer richtte op de vervaardiging van het sierglas dat hij in zijn interieurs gebruikte.

Tiffany werd erg beïnvloed door het glaswerk dat hij op zijn reizen door Europa zag. Met name het glas dat in Frankrijk werd gemaakt door Gallé en in Oostenrijk door onder andere Lötz. Ook het Romeinse en Egyptische glas, zoals dat op dat moment in Noord Afrika en het Midden Oosten werd opgegraven, boeide hem zeer. Hij was geïmponeerd door de prachtige gebrandschilderde ramen die hij in Europa had gezien en die zo'n stralend licht doorlieten, en door het vakmanschap dat sprak uit de tegelkunst in Turkse en andere moskeeën en paleizen.

Op grond van zijn al van de vroege jeugd daterende belangstelling voor glas ging hij er mee experimenteren. Tiffany voerde zijn proeven uit in het Heidt Glasshouse in Brooklyn. Daar werkte in die tijd ook John La Farge, naast Tiffany de belangrijkste glazenier uit die periode. Eerst wisselden zij ideëen en ervaringen uit, totdat zij als felle rivalen tegenover elkaar kwamen te staan. In 1880 probeerde Tiffany een eigen glaswerkplaats op te zetten, waarvoor hij een meester-glasblazer in dienst nam die bij Salviati op Murano had gewerkt. Na twee felle branden gaf Tiffany zijn pogingen op en keerde terug naar het Heidt Glasshouse; pas na de stichting van de fabriek in Corona op Long Island in 1893 zou hij weer een eigen glasoven bezitten. Voor die datum hield Tiffany zich hoofdzakelijk bezig met het gebrandschilderde glas en de overige vormen van sierglas die hij in zijn interieur-ontwerpen kon toepassen, zoals glazen tegels en lampehouders, vlak gerond of gefacetteerd, die in verlichtingsornamenten werden verwerkt en tezamen met het nieuwe wonder van het elektrische licht een boeiend spel van glans- en schittereffecten opleverden. Veel hiervan vertoonden landschappen en afbeeldingen van bloemen, bomen, water en vogels.

Bij het brandschilderen wordt op glas een oplossing van metaaloxyden aangebracht en vervolgens ingebrand. Gebrandschilderde ramen bestaan uit stukjes die door loodzomen worden verbonden. Deze loodlijsten vormen een essentieel onderdeel van het onderwerp. Dit werd later vervangen door het glas schilderen, hetgeen Tiffany verafschuwde.
Hij wilde niet alleen de kleur in het glas verwerken, maar in het glas ook de toon en stofuitdrukking weergeven, en met kleur diepte creëren. Zo werd hij in feite glas-in-lood ontwerper. De mozaiekstukjes die hij gebruikte hadden geen effen kleur maar hadden gespikkelde, streperige of gevlekte structuur die in het glas zelf waren aangebracht. De vensters die hij maakte leken daardoor op schilderijen. En hij had er enorm succes mee. Hij nam zelfs de uitdaging aan om een schilderij van Toulouse de Lautrec in een glasmozaiek uit te beelden.

Tiffany ontwikkelde een nieuwe techniek, waarbij op opaak glas tipjes of draden van gekleurd glas werden gelegd, die vervolgens met een kam of een haak werden uitgetrokken tot kam- of nerfpatronen. In 1881 vroeg Tiffany patent op deze techniek aan. Zijn experimenten leidden tot steeds nieuwe kleur- en glanseffecten. Met stukjes goud- en zilverfolie in het glas ontstonden motieven als pauwenveerogen, aronskelken en bladeren van de waterlelie.

Zijn bedrijf in binnenhuisarchitectuur werd in 1883 opgeheven en in 1885 vewrvangen door de Tiffany Glass Company. In 1892 werd het bedrijf dat na 1900 Tiffany Studio zou heten, hernoemd tot Tiffany Glass & Decorating Company. Tiffany begon met een eigen glasfabriek in Corona op Long Island waarvoor hij de Engelsman Arthur Nash aantrok. Deze Engelsman was in Stourbridge, Worcestershire, met Thomas Webb mede-eigenaar geweest van de Whitehouse glasfabriek, en in 1892 naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Hij bezat grote technische kennis van moderne Engelse glasfabricage en van het traditionele ambacht. Nash hield toezicht bij de bouw van de fabriek, waar hij de rest van zijn loopbaan zou doorbrengen.

Favrile glaswerk
Uit de samenwerking met Arthur Nash werd het "favrile" glas geboren. De naam is afgeleid van een 17de eeuws Engels woord fabrile, (= of or belonging to a crafstman or his craft)(van of thuishorend bij een vakman of zijn vak). Het wordt tegenwoordig wel opalescent of colorescent glas genoemd.

De inspiratiebronnen van Tiffany voor dit glas met zijn metaalachtige glans en fascinerende regenboogkleuren waren ongetwijfeld het archeologische Romeinse glas (oorspronkelijk helder glas, bedekt met een flinterdun laagje irisatie, het gevolg van de inwerking van de grond waaruit het is opgegraven) en het oude glas en de lusterceramiek uit het Nabije Oosten. Bovendien kon Tiffany voortborduren op de eerste voorbeelden van geïriseerd glas die de Hongaarse glasfabriek Zahn van Zlatno in 1873 op de wereldtentoonstelling in Wenen had laten zien. Andere glasfabrieken in Europa waren daarna ook met de productie van dit soort glas begonnen, onder meer Lobmeyer in Wenen, Lötz in Klostermühle (Bohemen) en Thomas Webb & Sons in Engeland. Het lustereffect werd bereikt door het glas bloot te stellen aan metaaloxidedampen en zuren of het te behandelen met een laag van geïriseerd glazuur voordat het de oven in ging.

In 1894 vroeg Tiffany een patent aan op zijn beroemde favrile glass, een versmelting van normaal opaliserend wit glas en helder "antique" gekleurd glas (het type glas dat al eeuwen gebruikt wordt in glas-in-loodramen). Na veel experimenteren is Tiffany er in geslaagd tot wel vijf verschillende kleuren te mengen waardoor zijn werk tot op heden de kijk op de glaskunst heeft veranderd.
Het glas heeft door elkaar vloeiende kleuren en een uniek satijnen oppervlak. Hiermee werden vazen geblazen, waarbij soms wel in 20 ovengangen lagen op bepaalde punten glas van verschillende kleur en structuur werden toegevoegd, waarmee de vaas structuur kreeg en motieven zoals een pauwenveer, ipomoea, bladrank, etc. De vaas behoefde dus geen enkele bewerking meer, het was geheel het product van de glasblazer. Hiermee onderscheidt het zich bijv. van het werk van Gallé, waarbij veel werd geëtst, of van anderen die versiering met emaille aanbrachten.

Ook maakte Tiffany iridiserend glas, waarmee het patina van Romeins glaswerk werd benaderd. Of lavaglas, waarbij dikke kronkelende lijnen van glas werden aangebracht op donker opaalglas. Ook werden zeer subtiele voorstellingen in halfdoorschijnend glas aangebracht, zoals vissen, bladeren. Zo zijn er meer varianten.

Het eerste glaswerk dat de fabriek produceerde stuurde Tiffany al meteen op naar Samuel Bing (later Siegfried Bing) voor de opening van diens galerie l'Art Nouveau en op de 'World's Colombian Exposition'in Chicago presenteerded hij zijn 'Byzantijnse'kapel - een duizelingwekkende serie glas-in-lood-ramen, glazen mozaïeken, lampen en kroonluchters.

Vanaf 1896 werd de productie groter en commerciëler, waardoor Tiffany nog maar weinig stukken persoonlijk kon signeren. In de periode 1892-1905 produceerde het bedrijf ook meubelen die waren overladen met versieringen van glazen bollen, houtmozaïeken en metalen onderdelen die met Art Nouveau nog maar weinig van doen hadden.

Tiffany maakte de sierlijkste en sensueelste ontwerpen, waarmee hij een rijke clientèle aansprak. Voor de vormen keek hij net als zijn tijdgenoten vooral naar de natuur. Zo kwamen de langhalzige rozenwatersprenkelaars en een hele reeks vazen in de vorm van bloemen tot stand. Een van de meest spectaculaire stukken is de bijna 45 cm grote 'Jack-in-the-pulpit' (een in Noord-Amerika voorkomende aronskelk) uit ca. 1900, die helemaal opengebloeid hoog op de steel staat en zo fragiel lijkt dat je hem nauwelijks durft aan te raken.

De eerste Tiffany-lampen, dat wil zeggen de standaard modellen met gebrandschilderd glastechnieken, verschenen kort voor de eeuwwisseling. Aanvankelijk werden ze in één stuk geblazen. Later werden stukjes glas gebruikt die bij het maken van de glas-in-lood ramen overbleven. Anders dan bij de glas-in-lood ramen, waarbij van loodstrips gebruik werd gemaakt, wordt hierbij de rand van elk stukje glas met koperfolie omwikkeld, waarna ze aan elkaar worden gesoldeerd. Het lijnenspel is zo ontworpen dat het integraal deel uitmaakt van het motief. Ofschoon al eerder door anderen dit soort lampen uit éénkleurig glas werd gemaakt, kregen Tiffany's lampen een grote faam door de warme kleuren, de zeer doordachte en vaak verstelbare armaturen, en de grote zorg waarmee de bronzen lampvoeten werden vorm gegeven. Daardoor is dit type lamp nu synoniem met Tiffany-lamp.

In 1900 exposeerde Tiffany zijn werk op de 'Exposition Universelle' van Parijs en in dat zelfde jaar varanderde hij de naam van zijn bedrijf in Tiffany Studios.

Tiffany Studio's New York
Aan het begin van de nieuwe eeuw produceerde Tiffany Studio's in New York lampenkappen met grote diversiteit. Naast geometrische patronen met Indiaanse, Moorse en andere motieven zijn er verschillende dieren- en bloemdessins afgebeeld in allerlei vormen en maten.
De ontwerpers waren voortdurend concepten, kleurenschema’s en technieken aan het verbeteren met als resultaat een botanisch correcte illustratie die tot in detail overgenomen kon worden in de lamp.
Vandaag de dag worden Tiffanylampen nog op de originele manier met de hand vervaardigd. De keuze van de kleuren en het in harmonie brengen van de verschillende soorten favrile glass is niet eenvoudig. Na het snijden van het patroon uit glas worden de stukjes gekoperfolied en op een mal aan elkaar gesoldeerd.
Het maken van Tiffany lampen is mede door de intensieve handarbeid en het favrile glass zowel moeilijk als kostbaar. Kwalitatief hoogwaardige Tiffanyreproducties zijn hierdoor een zeldzaamheid geworden.

Een van de beroemdste Tiffany-lampen was de ‘morning-glory’, met achttien losse kelkjes van haagwindebloemen op een voet van waterlelies, dat een hoofdprijs won op de tentoonstelling van Turijn in 1902.

Na de dood van zijn vader in 1902 nam Louis Comfort diens juweliersbedrijf Tiffany & Co. in New York over waarvoor hij sieraden ontwierp.

Tiffany produceerde zijn art-nouveau-ontwerpen nog tot de sluiting van de glasfabriek in Corona in 1924.

Lötz
Omdat Tiffany uitsluitend klanten bediende die voor zijn creaties veel wilden betalen, opereerde hij in het hoogste prijssegment. Daar nu rook Lötz zijn kans. Op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900 kwam deze firma concurrerend voor de dag met een collectie glas in ongeziene vormen en de zwierigste dessins in het iriserende, alle kleuren van de regenboog weerkaatsende oppervlak, het gebied waarin Tiffany een bijna onaantastbare naam had opgebouwd. Lötz mikte met lagere prijzen op een breed burgerpubliek en boekte daarmee een ongekend succes. Voortaan werd Lötz in één adem genoemd met Tiffany, en met Gallé en Daum, de belangrijkste glasmakers uit Nancy in die periode. Eigenlijk hoort in dit rijtje ook de naam van Max von Spaun (1856-1909) thuis, want hij nam in 1879 van de weduwe Lötz de fabriek in Klostermühle over en ging de uitdaging aan Tiffany te evenaren. - (www.zilverbank.nl)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2029.