kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 22-01-2010 voor het laatst bewerkt.

Louis Grosse

Louis Grossé

Vlaams textielkunstenaar, goudborduurder, zijdekweker en fabrikant van liturgische gewaden, geboren 4 februari 1811 in Brugge - overleden 14 augustus 1899.

Beginjaren van het Huis Grossé
In 1791 trouwde de Gentenaar Jean-Baptiste Grossé (1767-1844) in Brugge met Maria Quique (1746-1813), dochter van de meester-garentwijnder Willem Quique en nam diens handel over. Hij begon ook met een handel in 'galonnen'. De ouders Grossé, Jean-Josse Grossé (1743-1820) en Marie-Jeanne Van Hecke waren in 1866 getrouwd en begonnen toen waarschijnlijk hun gelijkaardige handel in Gent.

Enkele jaren later kwam een broer van Jean-Baptiste, Jean-François Grossé (1774-1848) hem bijstaan. Hij trouwde met Isabelle Rooman (1780-1841). Ze kregen twaalf kinderen. In 1810 verhuisde de handel van de Garenmarkt naar een groter pand op de Eiermarkt. Na 1813 bleef Jean-François alleen aan de leiding. Het aangegeven beroep was galonwever.

Het echtpaar werd in 1848 opgevolgd door het echtpaar Charles Cocquyt - Jeanne Grossé, in 1878 op hun beurt opgevolgd door het echtpaar Alphonse Cocquyt - Grossé, die even voor 1900 de zaak beëindigde. Zes andere kinderen van Jean-François Grossé bleven in hetzelfde beroep actief:
. Louis Versavel - Marie-Cristine Grossé, namen de leiding over van de Gentse familiehandel.
. François Grossé opende in Brussel een handel in liturgische gewaden en borduurwerk.
. Henri Grossé - Van Houtte werd lakensnijder, fabrikant van kerkgewaden en restaurateur van oude broderieën op de Grote Markt in Brugge.
. Remi D'Hont - Elisabeth Grossé hadden in Brugge een winkel van kinderconfectie, witgoed en breigoed en lingerie.
. Jacques Versavel - Isabelle Grossé zetten de lijnwaadzaak Versavel verder.
. Louis Grossé-Coucke, die hierna volgt.

Louis Grossé: eerste jaren
In de jaren 1820 studeerde Louis Grossé aan de Kunstacademie in Brugge. Hij verbleef nadien verschillende jaren in Lyon (circa 1829 tot 1833) waar hij het beroep van galonwever grondig aanleerde. Vanaf 1835 nam hij aan het actieve leven in Brugge deel, als luitenant van de Burgerwacht en als lid van de schuttersgilde Sint-Sebastiaan. Hij begon ook aan een kunstcollectie en schafte zich onder meer een werk aan van Jacob van Oost. Vanaf 1850 was hij lid van het bestuur van de Brugse Kunstacademie. Vanaf 1848 was hij lid van de katholieke kiesvereniging La Concorde en was hij bij herhaling kandidaat bij gemeenteraadsverkiezingen. In 1864 stichtte hij samen met Guido Gezelle, Adolf Duclos en een paar Engelsen de Heilige Beeldekensgilde, voor de bevordering van liturgisch correcte prenten. In 1865 werd hij lid van de Société archéologique en werd er later ondervoorzitter van.

In 1840 had hij een eerste kind bij Coleta Coucke (1822-1886), zus van Samuel Coucke. Hij trouwde met haar in 1843 en ze kregen nadien nog twaalf kinderen. Hij opende in 1843 een handel als concurrent van de familiale zaak en begon er in 1846 met het fabriceren van zwarte zijde. In 1848 vestigde hij zich op de Simon Stevinplaats in 'De Gouden Leeuw'.

In 1847 nam Grossé stadsgrond in concessie buiten de Smedenpoort en plantte er moerbeziebomen voor het kweken van zijderupsen. De zijdeteelt werd nog tot in de jaren 1880 verder gezet.

De goudborduurder
Naast zijderupsenteelt en fabrikatie van zijde, was Louis Grossé vooral ook goudborduurder en maker van liturgische gewaden. Hij had stilaan een uitgebreide ploeg van medewerkers en vooral medewerksters in huis. Hij maakte ook vlaggen en banieren, baldakijnen, enz. Tegelijk dreef Grossé handel in een uitgebreid gamma aan liturgische voorwerpen. Hij verzorgde goed zijn publiciteit in de lokale kranten en was weldra een bekende Bruggeling.

In de jaren 1840 maakte Grossé kennis met August N. Pugin (1812-1852) en knoopte vriendschap aan met zijn zoon Edward Welby Pugin (1834-1875). Hij leerde wat later ook James Weale kennen, alsook Thomas Harper King, die in zijn geschriften het werk van Grossé lovend zou bespreken. Als gevolg sloot Grossé zich aan bij de Gothic Revival of neogotiek, waarvan hij op het vlak van de liturgische gewaden één van de belangrijke adepten werd. In aantekeningen uit 1853, onder de titel Instructions pour la Fabrique et la Maison. Projets d'amélioration, beschreef Grossé de werkwijzen voor het verkrijgen van het meest hoogstaande resultaat.

Stilaan leverde Grossé over gans België. In 1866 produceerde hij een volledig stel zwarte gewaden voor de kathedraal van Luik. Er werden kazuifels geleverd aan Mgr. Grant in Southwark en een feestelijke mijter aan Mgr Freppel in Angers, gevolgd door mijters voor een half dozijn Franse bisschoppen. Vele bestellingen gebeurden door particulieren die schenkingen deden aan parochies, aan nieuw gewijde priesters en tot aan de paus zelf.

Louis Grossé werd opgevolgd door zijn dochter Antoinette-Emilienne Grossé (1862-1954), die werd opgevolgd door een neef van haar, Jozef Van Hauwermeiren. De zaak werd in 1989 overgenomen door Michel Vernimme en werkt verder onder de naam Arte/Grossé.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Louis_Gross%C3%A9
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1427.