kunstbus
Test je algemene kennis op YaGooBle.
Dit artikel is 18-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Marianne Brandt



Duitse schilder, beeldhouwer, fotograaf en ontwerper Marianne Brandt, geboren 1 oktober 1893 in Chemnitz - overleden 18 juni in Halle.

Marianne Brandt studeerde aan het Bauhaus waar ze in 1928 de leiding kreeg over de metaalwerkplaats. Haar lampen, asbakken en theeserviezen worden beschouwd als de voorlopers van modern industrieel design.

Biorgafie
Brandt was geboren in Chemnitz als Marianne Liebe. Haar vader Franz Bruno was muzikaal begaafd, reisde menigmaal naar Italië en zorgde in de stad voor kunstverzamelingen. De drie zussen (Marianne was de jongste) hadden vaders muzikaliteit overgeërfd. Ze bespeelden ieder een ander instrument zodat samen musiceren tot het alledaagse leven ging behoren. De meisjes leerden Frans en Duits, gingen een jaar in pension naar Engeland en Frankrijk zoals toen voor dames van de gegoede stand gebruikelijk was.

Marianne volgde in Weimar de Hochschule für Bildende Kunst, iets wat voor meisjes toen zeker niet gebruikelijk was. In 1919 trouwde ze met de Noorse schilder Erik Brandt met wie ze reisde in Noorwegen en Frankrijk. Voor haar studie aan het Bauhaus in 1924 beoefende zij zich in de schilderkunst.


Naast de Hochschule waar zowel Marianne als haar man Erik Brandt studeerden was er in Weimar ook nog de 'Grossherzogliche Kunstgewerbeschule' onder leiding van Henry van de Velde. De scholen waren zelfs ruimtelijk met elkaar verbonden. Toen hij in 1914 zijn ontslag gaf werd hij door Gropius opgevolgd die in samenspraak met Van de Velde en de toenmalige direkteur van de Hochschule Fritz Mackensen in 1919 uit de versmelting van de twee scholen het "Staatliches Bauhaus Weimar" oprichtten. Na haar huwelijk en haar reizen kwam Marianne in 1923 bij dat Bauhaus terecht en werd ze de student van de Hongaarse modernist, theoreticus en designer László Moholy-Nagy in de Metallwerkstatt waar ze de enige vrouw was. Daarnaast werkte zij aan eigenzinnige fotocollages.

Na haar examen werd Brandt onderdirecteur van het atelier en organiseerde ze projecten in samenwerking met de verlichtingsfabrikanten Körting & Mathiesen AG (Kandem) in Leipzig, en Schwintzer & Gräff in Berlijn. Aan het Bauhaus werkte ze samen met de metaalbewerkers Christian Dell en Hans Przyrembel (1900-1945). Ze ontwierp in 1928 met Hin Bredendieck (geb. 1904) de lamp Kandem in het kader van een klassen project. Van 1928 tot 1929 was Brandt assistent-meester van het metaalatelier van het Bauhaus in Dessau.

De industriemarkt van het Bauhaus
De Duitse verlichtingsindustrie deed in de jaren '20 geavanceerde research naar verlichting van fabrieken en kantoren. De introductie van bedrijfsmatige technieken en vormen voor de huishoudelijke markt was daarom niet moeilijk, hoewel er ontwerpers van het kaliber van een Marianne Brandt voor nodig waren om aan te tonen dat de esthetiek van de fabriek ook van belang kon zijn voor de huishoudelijke markt. Marianne Brandt die tegen die tijd het gezicht van de metaalwerkplaats bepaalde (zelfs zozeer dat de in allerlei standaardwerken afgebeelde metaalproducten uit Dessau bijna uitsluitend van haar zijn) heeft de interactie beschreven tussen ontwerpers en industrie. 'Geleidelijk kwamen we, door middel van bezoeken aan fabrieken en onderzoek en interviews ter plekke, tot ons belangrijkste doel: industrieel ontwerpen. Twee verlichtingsbedrijven leken bijzonder geïnteresseerd in onze doelstellingen. Zij hielpen ons enorm met een praktische introductie in de regels van de verlichtingstechniek en de productiemethoden, wat niet alleen ons maar ook de firma's hielp bij het ontwerpen. We probeerden ook een functionele maar esthetisch verantwoorde assemblagelijn op te zetten, kleine voorzieningen om afval te lozen enzovoort, overwegingen die mij achteraf niet langer voorwaarden lijken voor een optimale lamp'.
Ook Moholy-Nagy was in de metaalwerkplaats meer gericht op de praktijk dan op abstracte concepten. Hij probeerde ook in de werkplaatsen van het Bauhaus zelf een soort functionele assemblagelijn op te zetten. Dit kon in Dessau omdat de outillage up-to-date was: persen en draaibanken, boor-machines en grote snij-apparaten. De in Weimar gevestigde, meer ambachtelijke vervaardiging van zilver- en aardewerk ging ook in Dessau door, maar er was duidelijk geen substantiële afzetmarkt voor avantgarde design op dit gebied. Lichtarmaturen leverden de school echter royalty's op en tussen 1926-1928 ontwikkelde het Bauhaus verstelbare plafondlampen, bijpassende wandar-maturen en natuurlijk de alom bekend geraakte 'Kandem' tafellamp die Marianne Brandt in 1928 ontwierp. (...) De uitstraling van het ambachtelijk ontwerpen was vervangen door de anonimiteit die impliciet aanwezig is in het Bauhausideaal van massa-productie. - ( Vorkurs in de metaalwerkplaats terecht kwam, was men daar al begonnen seriematig, nog volledig handgemaakte objecten, te produceren. De opzet was de serieproductie zo in te richten dat arbeid gespaard kon worden, en het zo in te kleden dat er toch recht werd gedaan aan het uitgangspunt van praktische en esthetische objecten. Ik werd niet met open armen ontvangen. Een vrouw hoorde niet in de metaalwerkplaats, was de algemene mening. Om dit duidelijk te maken droeg men mij de moeizame en vervelende klussen op. Hoeveel halve bollen weerbarstig alpaca (Legering van koper met nikkel) ik niet door stug volhouden heb gedreven .... Ik legde me daarbij neer met de gedachte 'alle begin is moeilijk'. Later hebben we de zaken wat beter op elkaar afgestemd. Uiteindelijk kwamen we door bedrijfsbezoeken dichter bij ons streven naar industrialisering. Iets wat Maholy-Nagy enorm inspireerde. Twee firma's uit de verlichtingsbranche hielpen ons op weg: Köting en Mathiessen(Kadem), Leipzig-Leutzsch, hebben ons zeer geholpen de wetten te doorgronden die ten grondslag liggen aan lichttechniek en om bedrijfsmatig te produceren.
Deze ontdekkingstocht kwam onze ontwerpen maar tenslotte ook de bedrijven ten goede. We zochten naar een montage die geen afbreuk zou doen aan de esthetische kwaliteiten. Hadden bijvoorbeeld oog voor de mate van stofophoping, enz. Zaken waarmee naar mijn mening, tegenwoordige lampontwerpers niet meer zoveel consideratie hebben. We bezochten de beurs in Leipzig en kwamen doodmoe van alle indrukken, met duizend plannen en onze tassen volgepropt met prospectussen weer thuis. Of we toen al in aanraking zijn gekomen met plexiglas, of andere kunststoffen, weet ik niet meer. Welke utopie ons destijds in zijn macht had, het doet er niet toe, de generatie na ons moet ook nog wat te doen hebben.


DMB 26

Het bleek voor andere gebruiksvoorwerpen zoals tafelgerei lastiger dan voor lampen om de weg naar de industrie te vinden. Slechts weinig ontwerpen werden geproduceerd. Dit leverde ons gaandeweg het stempel 'verlichtings-werkplaats' op. Wij hebben hele gebouwen van onze industrieel vervaardigde lampen voorzien, zelden hebben we echter dingen voor bijzondere, representatieve ruimten mogen maken. (...) Van de licenties die er op onze ontwerpen rustten, kreeg, als ik het mij goed herinner, het Bauhaus de helft.
De rest werd door de meester, de ontwerper en de werkplaats gedeeld. Ook voor de rondleidingen op zondag kregen wij een deel van de opbrengst. Het gevolg was dat ik meestal goed bij kas zat, helaas was ik ook regelmatig blut, wat niet wegnam dat men aan het eind van de maand driftig leninkjes bij mij kwam afsluiten. Een lange ontwikkelingstijd wat betreft het uitvoeren, werd mij niet gegund. Het was hectisch: ontwerpen, uitvoeren, helpen, en weer veranderen, en tenslotte op aandringen van Gropius en Moholy, die het Bauhaus tegelijkertijd verlieten, voor een jaar provisorisch de leiding van de werkplaats overnemen, terwijl ik er zelf eigenlijk ook mee wilde stoppen. Er werd mij door Kandem een verleidelijk aanbod gedaan om daar te werken en me tegelijkertijd bij Peterhans grondig in de fotografie te verdiepen. Tenslotte moest ik definitief afscheid nemen. - ( Marianne Brandt is een modelontwerp, dat industrieel vervaardigd kan worden. De vormgeving van het servies wordt gekenmerkt door strakke lijnen en een functionele verschijning. Het servies is gemaakt in periode dat de kunstenaar László Moholy-Nagy aan de metaalwerkplaats van het Bauhaus doceert. Hij geeft in zijn lessen een introductie in rationeel gebruik van basistechnieken en materialen. Hij staat positief tegenover samenwerking met de industrie. Door modelontwerpen en patenten te verkopen in plaats van eenmalige, ambachteijke voorwerpen voor een klein aantal rijke burgers te produceren, kan het Bauhaus bovendien financieel onafhankelijker worden van zijn geldschieters.
Bij het ontwerp van dit theekannetje ging Marianne Brandt net als vele andere ontwerpers van het Bauhaus uit van de basisvormen cirkel, kogel e n cilinder. Hoewel de industriële productie het einddoel was in de metaalwerkplaats, werd alles hier met de hand gemaakt. Omdat men nog niet zoveel verstand had van machinale productieprocédés, had men het idee dat basisvormen gemakkelijk industrieel te vervaardigen zouden zijn. Bovendien sloot het gebruik van basisvormen aan op de theoretische vormleerlessen van onder andere Kandinsky. Aangezien bijna de hele productie tot 1928 gericht was op deze toepassing van basisvormen en kleuren, ontstond er in elk geval in de ogen van anderen, zoiets als een Bauhausstijl.

Nadat ze het Bauhaus verliet in 1929 werkt zij voor Walter Gropius in zijn Berlijnse studio. Later werd zij hoofd van de designafdeling van Metallwarenfabrik Ruppelwerk in Gotha, waar zij bleef tot zij vanwege de financiele omstandigheden dankzij de depressie in 1932 het bedrijf moest verlaten.

glas, hoogte 4.5 cm
Het cilindrische potje is a-symmetrisch geplaatst op een ronde grondplaat met gleuf. Het potje heeft een plat deksel met een zwarte bolvormige dekselknop. Binnenin bevindt zich een uit twee delen bestaande glazen inktpot. Het inktpotje is vervaardigd uit rood gelakte staalplaat.
Het inktpotje is uitgevoerd door de Ruppelwerk Metallwarenfabrik GMBH uit Gotha.

Marianne leefde na de oorlog in 'Karl Marxstadt' (nu weer Chemnitz) en ging weer schilderen. In deze periode probeerde ze een aantal van haar producten te verkopen via het warenhuis Wohnbedarf.

Brandt doceerde van 1949 tot 1951 aan de Hochschule für Bildende Künste in Dresden en van 1951 tot 1954 aan het Institut für angewandte Kunst in OostBerlijn; in deze periode bezocht ze China en organiseerde daar namens de Duitse overheid een tentoonstelling over industriële vormgeving.

Websites: timelesscollection.skynetblogs.be



Test je algemene kennis op YaGooBle.

Je kunt ook zelf een opinie of encyclopedisch artikel op Kunstbus of Muziekbus plaatsen!

lexicon opinie

Test je algemene kennis op YaGooBle.

Pageviews vandaag: 307.