kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 29-09-2013 voor het laatst bewerkt.

Mart Stam

Nederlandse architect en ontwerper, geboren 5 augustus 1899 in Purmerend - overleden 23 februari 1986 in Goldbach (kanton Zürich, Zwitserland).

  Zie ook Stam was architect, interieurontwerper en industrieel ontwerper van de 'Nieuwe Zakelijkheid' / het 'Nieuwe Bouwen' en leraar aan het Bauhaus. Stam was van mening dat de functionaliteit en de uitvoerbaarheid van een gebouw voorop stonden. Het gebouw moest de mens dienen.

Mart Stam is de ontwerper van de eerste achterpootloze, verende, stalen buisstoel: de cantileverstoel, die een radicale verandering teweeg bracht in de structurele vorm.

Hij heeft gevangen gezeten wegens dienstweigering en was communist. Van 1930 tot 1934 werkte hij in de Sovjet-Unie van Stalin.

Mart Stam hoort thuis in het rijtje met illustere figuren uit de begindagen van de moderne architectuur. Zijn oeuvre omvat relatief weinig gebouwde werken, maar des te meer onuitgevoerde plannen, prijsvraaginzendingen, 'tegenontwerpen', commentaren en gepubliceerde artikelen. Ook was Stam actief binnen verschillende architectenverenigingen en tijdschriftredacties (o.a. 'de 8 en Opbouw' en ABC). Door zijn (internationale) contacten en vele publicaties werd hij reeds op jonge leeftijd één van de stuwende krachten achter het Nieuwe Bouwen en een bekende naam binnen de Europese avant-garde. Mede door zijn betrokkenheid bij verenigingen als 'de 8' en 'Opbouw' kende Stam mensen zoals Jacobus Oud, Gerrit Rietveld, Jo van de Broek, Jaap Bakema, Ida Lieferinck, Cornelis van Eesteren en Piet Mondriaan. Hij stond echter ook in contact gestaan met de internationale spelers zoals Mies van der Rohe, Ernst May, Walter Gropius, Le Corbusier en El Lissitzky door zijn verblijven in het buitenland en deelname aan CIAM. - (Biografie
De in Purmerend geboren architect Martinus Adrianus Stam genoot een opleiding aan de plaatselijke stadstekenschool.

Na een opleiding als meubelmaker volgt hij op advies van J.J.P. Oud, eveneens uit Purmerend, van 1917-1919 de opleiding Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers te Amsterdam waar hij zijn akte m.o. bouwkunde behaalt. Bij zijn vertrek uit Purmerend schreef Stam in een brief: 'We hebben een nieuwe wereld te scheppen'.

In 1919 begon hij als tekenaar op het architectenbureau van Granpré Molière, Verhagen en Kok in Rotterdam, waar hij werkte aan Vreewijk in Rotterdam. Mart Stam was lid van de Jeugd Geheelonthouders Bond en christelijk. Wat dat betreft was het niet verwonderlijk dat Stam het goed kon vinden met de architect Granpré Molière, die ook christelijk was. Granpré Molière werd later als traditionalist beschouwd, maar Stam is hem nooit afgevallen. Zijn belangstelling voor de in Nederland nog nauwelijks ontwikkelde sociale woningbouw werd op het traditionalistisch ingestelde bureau flink aangewakkerd.

Zijn overtuigd anarchisme en als gevolg hiervan een principiële militaire dienstweigering, brachten hem in 1920 een half jaar in de gevangenis. In 'Brieven uit de cel' Schrijft Mart Stam niet over het dienstweigeren, maar over zijn vrijheid die werd beknot. Hij schrijft over de eenzaamheid en hoe de staat hem datgene afneemt wat de mooiste tijd van het leven is.

Zijn eerste zelfstandige wapenfeit was een stedenbouwkundig plan uit 1922 naar aanleiding van een prijsvraag voor Den Haag-Zuidwest. Het is opvallend dat de hoofdwegen van het plan allemaal schuin naar het strand lopen. Het is niet bekend of hij het heeft ingestuurd. Dat is trouwens van veel plannen van hem niet bekend. Vaak was hij ook te laat.

Toen Stam in 1922 naar Berlijn vertrok had hij al gewerkt op twee bureau's, n.l. op het bureau Granpré Molière en bij Van der Mey.

Duitsland 1922 - 1925
In Berlijn ontwierp Stam voor Max Taut, de broer van Bruno Taut, de gevel voor het drukkershuis in Berlijn. Ook onderhield Stam hier contacten met het tijdschrift Frühlicht.

In Berlijn leerde naast avant-gardistische architecten als Hans Poelzig (1869-1936), ook de befaamde Russische ontwerper Lissitzky kennen. Geïnspireerd door diens 'Wolkenbügel' tekende hij twee varianten op dit 'zwevende' kantoorgebouw.

Zwitserland 1923 - 1925
Toen Lissitzky naar Zwitersland vertrok ging Stam hem achterna. Hier richtten ze, samen met Hans Schmidt en Emil Roth, in 1924 de linkse ABC-groep op die haar modernistische denkbeelden propageerde in het tijdschrift ABC: Beiträge zum Bauen. De reputatie van Stam als architect van de Nieuwe Zakelijkheid werd er mee gevestigd.

Het is in deze periode dat Stam Cornavin, het station van Genève, ontwerpt. Bij dit ontwerp is een volkomen open station ontstaan zonder voorgebouw en waarbij de behoeften van het verkeer het gebouw bepalen. Dit typeert ook de gedachte dat een gebouw de mens moet dienen en vanuit dat oogpunt moet worden ontworpen. In tegenstelling met veel Russische plannen, die vanuit dezelfde idealen ontstonden, is dit gebouw nuchter en ook uitvoerbaar. Stam heeft als het ware zijn vorm gevonden en wordt terecht beschouwd als een van de belangrijkste architecten van dat moment.

Mondriaan.

Vlak voordat hij bij Brinkman en Van der Vlugt in dienst zou treden om als projectarchitect aan de Van Nellefabriek te gaan werken, kreeg Stam zijn eerste zelfstandige opdracht. Het betrof een monumentale (zit)bank die ter ere van de plaatselijke huisarts J.J. Maats in 1926 in Purmerend werd gebouwd. Het monument is inmiddels al weer afgebroken, maar de tekeningen laten zien dat Stam in die tijd behoorlijk beïnvloed was door De Stijl. Het monument in Purmerend ziet er transparant uit en bestaat uit verschillende volumes die in elkaar zijn geschoven.

Ook ontwierp hij een groot gebouw voor De Dam in Amsterdam waarop een monorail uitkwam die boven het Rokin liep.

Van 1925 tot 1928 is hij werkzaam bij het architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt, waar hij meewerkte aan het ontwerp voor de Van Nelle-fabriek in Rotterdam. Het is onduidelijk wat zijn rol is geweest. Er komen elementen in het gebouw voor die duidelijk niet van zijn hand zijn. Toch heeft hij grote invloed op het ontwerp gehad. Een onvoorzichtige claim op het gehele ontwerp van de fabriek kostte hem in 1928 zijn baan, maar Stam was inmiddels gevormd als functionalistisch architect.

In zijn monument voor Vught is nog weinig te zien van de strenge functionalist die hij enige jaren later bleek te zijn. Wellicht dat dit ontwerp de discussie over het auteurschap van de van Nellefabriek weer enigszins relativeert. Wie ziet wat Stam vlak voor het ontwerp van Van Nelle presteerde en dat vergelijkt met wat van der Vlugt in diezelfde tijd deed (het ontwerp voor de MTS in Groningen), kan toch moeilijk volhouden dat Stam de eigenlijk enige ontwerper van de Van Nellefabriek zou zijn.

Het functionalisme in de architectuur, zoals dat zich in het interbellum ontwikkelde, staat ook bekend als de Internationale Stijl. De modernistische architectuur vond via onderlinge kruisbestuiving in alle uithoeken van Europa ingang. Als íemand daar een bijdrage aan heeft geleverd dan wel Mart Stam. Gedurende zijn leven bracht hij zijn werk en ideeën in verschillende landen aan de man. Hij heeft de ideeën van de Nieuwe Zakelijkheid naar het buitenland geëxporteerd en heeft deze ook weer mee teruggenomen naar Nederland.
Door het tijdschrift ABC had hij internationale bekendheid. Hij werd gezien als één van de voormannen van de moderne beweging. De kracht van zijn werk is dat de constructie erg belangrijk is. Het geraamte van een gebouw staat bij hem voorop.

Zijn reputatie was inmiddels zo wijdverbreid dat hij een rijtje huizen mocht ontwerpen voor de belangrijke Werkbundtentoonstelling in de wijk Weissenhofsiedlung te Stuttgart, waar de ideeën van de modernisten grootscheeps ten uitvoer werden gebracht. Bekende Bauhaus-architecten als Mies van der Rohe en Gropius, en andere modernisten als Le Corbusier en Oud namen deel aan dit project.
Mart Stam ontwierp een rijtje kubusachtige woonhuizen in staalskeletbouw voor het 'bestaansminimum'. De werkelijke uitvoering was minder revolutionair, namelijk in baksteen met stalen verbindingen. Het idee om met behulp van schuifdeuren de woning naar behoefte te kunnen aanpassen, was wel vernieuwend. Mart Stam toonde dat werkelijk zakelijk en doelgericht bouwen zo modern moest zijn dat massaproductie in principe mogelijk was.

In de modelwoning van het rijtje had hij het uitgangspunt van moderne massafabricage ook toegepast in het interieur, waarvan de meubelen gemaakt waren uit naadloze stalen buizen. Niet alleen het gebruikte materiaal en de voorgenomen fabricage waren revolutionair, ook het technische principe van de achterpootloze, verende stoelen zou nadien door vele bekende en minder bekende ontwerpers worden nagevolgd.

Mart Stam 1931

Achterpootloze Buisstoel (1926)
Buiten de vakwereld is Stam vooral bekend om zijn achterpootloze buisstoel. In 1926 bouwde hij het prototype van zijn revolutionaire cantileverstoel van aan elkaar gelaste gasleidingen waarvan hij tekeningen liet zien op een in Stuttgart gehouden bijeenkomst van architecten die de organisatie van de Weissenhof-tentoonstelling voor het jaar erop moesten bespreken. Deze inspireerden Ludwig Mies van der Rohe tot het maken van zijn eigen versies -de stoelen MR10 en MR20 (1927)- en die ook Marcel Breuer en Heinz en Bodo Rasch inspireerden. Lange tijd was onduidelijk wie de geestelijk vader was van deze stoel. In Duitsland zijn er vele rechtszaken over gevoerd, maar Stam heeft het patent.
. Tijdens het diner in het Stuttgarter hotel Marquart op 22 november 1926 maakte hij met blauwe stift een schets van zijn idee op de achterkant van de huwelijksannonce van de schilder Willy Baumeister, in het bijzijn van onder anderen Ludwig Mies van der Rohe. Deze annonce zou zich nu bevinden in het Mies van der Rohe-archief van het MoMA te New York. In 1927 toonden zowel Mart Stam als Mies van der Rohe hun verschillende versies van dit idee in hun woningen in de Weissenhofsiedlung te Stuttgart.
. Het eerste model: De eerste achterpootloze stoel met stroken bekleding van canvas, maakte Stam in 1926 uit gasbuizen en fittingen voor zijn zwangere vrouw Lotte. Het meubel werd aan het publiek gepresenteerd in de modelwoning die Stam ontwierp voor de internationale woningbouw-tentoonstelling 'Die Weissenhofsiedlung' in Stuttgart. Deze buizenconstructie had één doorlopende lijn. Door het ontbreken van de achterpoten werd de veerkracht van het buizenmateriaal optimaal benut. Daaraan ontleende de stoel zijn zitcomfort.
. Stam wilde de kleinst mogelijke buigradius in combinatie met de dunste buis toepassen. Het ging hem om de lijnvoering van de buis, die zo strak en fragiel mogelijk moest zijn om zo weinig mogelijk de aandacht van de architectuur af te leiden. Het verende effect was blijkbaar veel minder belangrijk, want in zijn eerste modellen liet Stam massief rondijzer binnen de buis brengen, om het geheel zo dun en stevig mogelijk te maken.
De stoel werd in 1927 als eerste in productie genomen door de Duitse firma Lorenz. In 1931 neemt Thonet varianten van deze stoel in productie: S43, S32, S33, S64...

In 1927 richtte Stam samen met onder anderen Gerrit Rietveld en Hendrik Petrus Berlage de Congrès Internationaux d'Architecture (CIAM) op.

Frankfurt 1928 - 1934
Mede als gevolg van het succes van de tentoonstelling kreeg Stam de gelegenheid om enige grote bouwprojecten uit te voeren, onder meer bij zijn vriend Ernst May in Frankfurt (de Hellerhofsiedlung). Het idee heerst dat Stam weinig gebouwd heeft, maar dat is een misvatting. Zo zijn in Frankfurt in de Hellerhofsiedlung 1600 woningen van zijn hand gerealiseerd. Bijzonder aan dit project was dat hij de wijk voorzag van stadsverwarming. Hij was zijn tijd ver vooruit. Zo was hij ook één van de eersten die zich opwierp voor flexibele gebouwen.

Rusland 1928 - 1934
De idealistische Stam ging begin jaren dertig met Ernst May naar de communistische Sovjet-Unie. Daar hielp hij mee aan het ontwerpen van nieuwe steden als Magnitogorsk, Makejevka en Orsk. Hun compromisloze functionalistische ontwerpen stuitten echter op groot verzet; in 1934 keerde Stam daarom gedesillusioneerd naar Nederland terug. Overeenkomstig zijn socialistische ideologie bleef hij functioneel meubilair ontwerpen.

Terug in Nederland werkte hij met zijn vrouw Lotte Stam-Beese en Willem van Tijen mee aan drive-in woningen in Amsterdam en ontwierp in 1937 nog enkele nieuwe meubelen uit multiplex voor de firma Metz & Co.

In 1939 werd hij directeur van het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, School voor Toegepaste Kunst in Amsterdam (de latere Rietveld Academie), waar hij weinig geliefd was wegens zijn autoritaire optreden. Het lesplan van de school vormde hij om van een kunstnijverheidscursus voor nette meisjes tot een verlichte opleiding waar moderne en liefst industriële producten werden bedacht. Stam bleef er niet lang.

Na de oorlog kreeg hij een nieuwe kans om stedebouwkundig bij te dragen aan de opbouw van een socialistische samenleving. In 1948 werd hij directeur van de nieuwe Akademie der Bildenden Künste und Hochschule für Werkkunst in Dresden. Dat werd geen succes: na een keihard gevecht om de macht met de zittende staf werd Stam in 1950 overgeplaatst naar Berlijn om Direktor van de Kunsthochschule Berlin-Weißensee te worden.

De intenties van het regime werden steeds duidelijker: Stam moest helpen kunst en industrie te onderwerpen aan het gezag van de communistische partij. Zijn vrouw Kitty hielp hem lange tijd de partijlijn te volgen, maar het steeds rigider klimaat benauwde de bohemien Stam. Op Oudjaarsdag 1952 keerde hij gedesillusioneerd terug naar Nederland, waar hij echter met gemengde gevoelens werd ontvangen.

In Nederland werden onder zijn architectuur nog vele woningen gebouwd, maar zijn ontwerpen vielen niet meer op tussen die van zijn collega-architecten: de Nieuwe Zakelijkheid was een volledig geaccepteerde bouwvorm geworden. In deze tijd heeft hij veel gebouwd, maar is de kracht van het experimentele eruit.

Gedesillusioneerd trekt hij zich in 1966 terug in Zwitserland, waar hij nog twee eigen huizen bouwt. Verder laat hij niets meer van zich horen.

Op zijn oude dag bekeerde hij zich nog tot het rooms-katholicisme. De laatste jaren van zijn leven bracht hij door in volstrekte anonimiteit en onder voortdurend toezicht van zijn religieuze echtgenote. Hij stierf op 23 februari 1986.

Ook in de volgende eeuw zal Mart Stam, De 'fantasielooze' was de geuzennaam waarmee Stam zichzelf tooide, bekend blijven vanwege zijn inbreng tijdens de avantgarde-periode. Hij heeft een duidelijk stempel gedrukt op de ontwikkeling van de twintigste-eeuwse architectuur. Zijn grootste bijdrage aan de vernieuwing in de architectuur leverde hij op papier, in avant-gardistische tijdschriften als i10 en Open oog, en voor verenigingen als De 8 en Opbouw.

Websites:
. www.bonas.nl
. www.elseviermaandschrift.nl

  Zie ook vintage Mart Stam op de website van Galerie Kunstbus  


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 762.