kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 23-12-2009 voor het laatst bewerkt.

Memphis

Memphis was de ontwerpstudio en een ontwerpersgroep (1980/81-1987/88), die door Ettore Sottsass werd opgericht met het doel de Radical Design-beweging nieuw leven in te blazen. De naam is als grap op een feestje bedacht, maar refereert aan de Amerikaanse geboortestad in Tennessee van Elvis Presley en aan de oude Egyptische hoofdstad waar de tempel van Ptah stond, de god der kunsten.

In 1981 verliet Sottsass Studio Alchimia waar Italiaanse ontwerpers als hijzelf, Andrea Branzi, Alessandro Mendini met alternatieve artistieke en intellectuele benaderingen van design experimenteerden. Samen met een aantal jonge Milanese architecten en designers een nieuwe groep op: Memphis. Bij Alchimia voerden Mendini's herontwerp en banaal ontwerp echter de boventoon. Deze benadering werd echter door Sottsass creatief gezien te beperkend bevonden.

11 december 1980 ontving Sottsass ontwerpers als Barbara Radis (1943), Michele de Lucchi, Marco Zanini, Aldo Cibic (1955), Matteo Thun en Martine Bedin om een nieuwe creatieve benadering van design te bespreken. Met deze groep zou hij richtte hij het samenwerkingsverband memphis op, genoemd naar het nummer 'Stuck Inside of Mobile with the Memphis Blues Again' van Bob Dylan dat ze die hele avond hadden gedraaid.

In Februari 1981 kwam de groep aangevuld door Nathalie du pasquier en George Sowden in februari 1981 weer samen. De leden hadden inmiddels al meer dan honderd krachtige en kleurrijke ontwerpen gemaakt, geïnspireerd op futuristische thema's en decoratieve stijlen als de Art deco en de jaren vijftig kitsch waarmee zij draak staken met de pretenties van het Good Design. Uitgekeken op het uniforme, 'bon goute - bon genre' panorama geprojecteerd door de heersende producenten, begonnen zij met het promoten en het mogelijk maken van meer up-to-date levensstijlen en design van de leefomgeving. Bij Memphis stond alles ter discussie, de materialen alsook de betekenis. Memphis is de eerste stroming in de 20ste eeuw die zich onttrekt aan het begrip toegepaste kunst.

Op de agenda van Memphis stonden o.a.: meubel- en keramiekfabrikanten vinden die de ontwerpen in massaproductie wilden maken; Abet ervan overtuigen nieuw laminaat te maken, bedrukt met opvallende patronen geïnspireerd op Pop Art, Op-Art en elektronische beeldspraak; reclamemateriaal ontwerpen en produceren, enzovoort. De leider van Artemide, Ernesto Gismondo, werd voorzitter van Memphis.

18 september 1981 exposeerde de groep voor het eerst op de Arc'74 in Milaan. Het meubilair, de verlichting, de klokken en het keramiek die door Memphis werden getoond, waren ontworpen door een internationaal gezelschap van architecten en ontwerpers, onder wie Hans
Hollein
, Shiro Kuramata, Peter Shire, Javier Mariscal, Masanori Umeda en Michael Graves. De producten van de groep zorgden voor veel opschudding - niet in de laatste plaats door de schreeuwerige anti-designagenda. In 1981 werd ook het boek Memphis, The New International Stile gepubliceerd, als reclame voor hun werk. Artemide, die Memphis-ontwerpen uit 1982 produceerde, gaf de groep de mogelijkheid de producten tentoon te stellen in de toonzaal van het bedrijf op de Corso Europa in Milaan.

Boekenkast Carlton van Sottsass 1981

De 'Carlton' van Sottsass uit 1981 is symbolisch voor de manier van denken bij de groep. De 'Carlton' steunt op een voetstuk, is vervolgens opgebouwd uit een soort nachtkastje en waaiert uiteen als een boom om te eindigen in een cubistische kruin. De boodschap is onmiskenbaar, deze kast dient niet het boek, maar dient zichzelf. Het is een dominant meubelstuk dat een totem wil zijn in de kamer. Memphis predikte een creatieve bandeloosheid, waarin een kast geen kast meer hoefde te zijn en marmer zich niet hoefde te schamen gecombineerd te worden met kunststof en triplex. De persoonlijke expressie van de designer ligt er duimendik bovenop. De meubels dulden elkaar ook moeilijk, narcistisch en egoïstisch als ze zijn.

Van 1981 tot 1988 was Barbara Radice artistiek leider van Memphis. Ze organiseerde exposities in Londen, Chicago, Dtisseldorf, Edinburgh, Genève, Hannover, Jeruzalem, Los Angeles, Montreal, New York, Parijs, Stockholm en Tokyo.

Onderzoek van de ontwerpen die door memphis over heel de wereld werden verspreid, leidt tot de conclusie dat de memphis-idee, alhoewel populair en uitnodigend, moeilijk te imiteren is. Sommige ontwerpers dachten dat een gebroken poot of een serie pastelkleuren genoeg waren om memphis te 'maken'. Het pakkende effect van memphis komt echter niet uit de hevige en gekleurde figuren maar vanuit hun intensiteit, welke het teken is van een complex cultureel idee bereikt door de designers na jaren van onderzoek, debat, probeersels en aanpassingen.

Memphis zocht willens en wetens de vaargeul tussen sculptuur en design. Memphis is een poging om aan het meubel een functionele en symbolische autonomie te bezorgen, een geruststellende en troostende aanwezigheid, een communicatieve impact (uit een persnota van memphis in 1982). Memphis schreeuwt “Don't take design too seriously”. Memphis wees op het stijgende belang van de communicatiemaatschappij en vond dat een modern object moest functioneren als een medium dat een boodschap overbrengt. Daardoor werden de praktische eigenschappen ondergeschikt aan het belang als overbrenger van uitdrukkingen.

Memphis moest niet alleen lak hebben aan functionaliteit, maar ook aan de industrie. Die industrie hield maar met twee dingen rekening: de behoefte van de consument en rendement. De meubels van Memphis waren dan ook niet bedoeld voor massaproductie. Ze ontsnapten aan de mechanische alledaagsheid van de meeste producten. Toch werd de industrie ook weer niet buiten de deur gezet. De toepassing van zoiets industrieels als laminaat zou nooit hebben gewerkt als een fabriek zich niet in het neocommerciële avontuur had gestort.

De Milanese groep haalde het soort formica terug dat in de jaren vijftig voornamelijk gebruikt werd voor keuken- en cafétafeltjes en combineerde dat provocerend met een duur materiaal als wortelhout of marmer. In veel van de monumentale ontwerpen zijn kleurige platen van plastic verwerkt, een materiaal dat geprezen wordt om zijn "gebrek aan cultuur". Het laminaat beleefde een tweede jeugd: het bleek technisch mogelijk verschillende prints te maken, bijvoorbeeld nephout en nepmarmer, en die met hoge druk op meubelplaat te lijmen. Het brengt die ongebruikelijke combinaties tot stand waar het Sottsass om begonnen was.

De Memphis-vormgevers putten hun inspiratie vrijelijk uit de meest uiteenlopende bronnen: uit de art-deco, uit de streamline-stijl van Hollywood, uit het oude Egypte, de jaren vijftig, terwijl het kleurgebruik en de wilde dessins weer refereren aan de pop-art van de jaren zestig. Voor de decoratie ging Nathalie de Pasquier te rade bij Indiaanse en Afrikaanse motieven. Associatief mengden ze allerlei materialen, principes en patronen door elkaar en aldus kreeg de meubelkunst haar speelse mogelijkheden terug.

Memphis-ontwerpers: Ettore Sottsass, Michele de Lucchi, George Sowden, Martine Bedin, Peter Shire en Nathalie de Pasquier.

De groep heeft altijd onderkend dàt Memphis een vergankelijke 'rage' was en toen in 1988 de populariteit begon af te nemen, verliet Sottsass de groep.

Hoewel Memphis een fenomeen van korte duur was, met veel jeugdige vitaliteit en humor, stond het centraal in de internationalisering van het Postmodernisme. De levendigheid, excentriciteit en fragmentatie van de opbrengst van Memphis ontstonden vanuit een begrip van het Modernisme en vervolgens de volledige verwerping ervan. Memphis' hybridische thema's en onduidelijke 'citaten' van stijlen uit het verleden leiden tot een nieuw postmodern ontwerpvocabulaire.

Het motief voor de keus van de naam Memphis is raadselachtig, maar het was duidelijk ingegeven door Bob Dylans plaat 'Stuck inside of Mobile with the Memphis Blues again' (1966), die telkens weer gedraaid werd op bijeenkomsten van de groep. (...)
Net als de naam van de stad is 'Memphis' dubbelzinnig: het verwijst zowel naar Memphis, Tennessee als naar de stad uit de oude Egyptische cultuur. Niets past beter als naam voor een postmoderne stijl dan een vermenging van pop en oude cultuur, want, zoals we zullen zien, een revival van het klassicisme is een andere zuil in het bouwwerk van het postmodernistische design. In een verwarde tijd, waarin gevoel voor het verleden en popcultuur elkaar ontmoeten, kan Memphis misschien beschreven worden als de 'fruitsalade' die er het resultaat van is. Deze culinaire beeldspraak is niet misplaatst in een karakterisering van de 'stijl'. (...)
De objecten van Memphis lijken bijna eetbaar, geschilderd in kleuren van voedsel met verwijzingen naar cassata-ijs en tutti-frutti. De stoffen van Nathalie du Pasquier zijn zelfs te vergelijken met snoepjeswikkels. Memphis vertegenwoordigt veel verschillende gezichtspunten onder de paraplu van één naam. Het werk van Michele de Lucchi is het meest helder: hij was, net als Sottsass, lid van Alchymia en in die tijd, in 1979, herontwierp hij industrieel vormgegeven apparaten als ventilatoren, stofzuigers en strijkijzers, die hij kleurde met babyblauw, make-up roze en geel. Zijn Memphis-werk is doorgaans symmetrisch. Hij gebruikt veel 'op-art' zwartwit, in contrast met warme en koude kleuren. De Lucchi beweert dat hij met Nieuwjaar 1980 in Londen geïnspireerd was geraakt door de punkers en hun bizarre make-up. Maar hij werd ook beïnvloed door de herleving van de jaren '50 in Milaan in 1977.

Een voorbeeld van die tendens is zijn stoel 'First' met zijn blauwe cirkelvormige rugleuning en bollen als armsteunen. Kitsch of slechte smaak werd weer serieus genomen, vooral in Italië, na de publicatie van essays hierover (...) in 1969. Sottsass begon 'goedkope' materialen te gebruiken zoals laminaat en plastic. Bijna de hele Memphisgroep gebruikt gekleurd laminaat met marmer-imitatie, nep-oppervlakken die een gewetensvolle Arts & Crafts ontwerper zich om zouden doen draaien in zijn graf. Andere invloeden blijken uit kleuren gebaseerd op derde wereld-vlaggen en stoffen - deze hebben in het bijzonder de stoffen van Nathalie du Pasquier geïnspireerd - en alles van Hollywood-Deco tot asymmetrisch meubeldesign uit de jaren '50. (...) Verwijzingen naar specifiek Italiaanse materialen, zoals mozaiek en marmer komen bijzonder veel voor, terwijl wat glas betreft een lange Venetiaanse traditie gezien kan worden achter de ontwerpen van Sottsass.

Het werk van Sottsass in dit medium is opwindend: zijn asymmetrische glazen fruitschaal 'Sol' heeft een vleugje van de jaren '50 in zich, terwijl een paar van zijn vazen uit 1983 interessante mengvormen zijn van een industrieel vervaardigde elektriciteits-isolator en 'traditionele' Venetiaanse vormen van decoratie: gekleurde slinger-lijnen en uitstekende knoppen. Eén van de meest begaafde, met Memphis geassocieerde jonge ontwerpers is Matteo Thun, wiens keramiek een weerklank is van de interesse in aan mensen en dieren ontleende vormen bij Sottsass. Sottsass' bergmeubel 'Carlton' van plastic laminaat (1981) heeft als centrale figuur de gestileerde vorm van een mens; Thuns keramische werken zijn pralende vogels. Eén van de beste ervan, een geometrische vorm in grijs, roze en mauve, heet heel toepasselijk 'Strijdlustige pelikaan' (1982).
(Uit: Michael Collins, Towards Post-modernism. Boston 1987)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 52.