kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 03-03-2009 voor het laatst bewerkt.

Meubels

Meubels zijn inrichtingsvoorwerpen voor in en om het huis, een kasteel of een kerk. Meubilair wordt ontworpen door meubelontwerpers en gemaakt door meubelmakers en meubelfabrikanten.

Meubilair wordt wel gezien als verlengstuk van de architectuur, zij het dat meubels dan het beweeglijke deel vormen. (Het Latijnse mobilis, "beweeglijk", verwijst wellicht naar die verplaatsbaarheid, hoewel ook wel is verondersteld dat het herinnert aan de reiskisten die hooggeplaatsten in de Middeleeuwen op hun reizen meenamen om hun bezittingen te vervoeren.)

Voorbeelden van meubilair:
. bank, een meubel met rugleuning bedoeld voor meerdere personen om op te zitten.
. fauteuil, zetel, een luxueus meubel met rugleuning bedoeld voor één persoon om op te zitten.
. kast, een meubel voor het opslaan van gebruiksvoorwerpen.
. kist, een meubel voornamelijk om kleding en beddegoed in op te bergen. Tegenwoordig nog zelden gebruikt.
. kruk, een meubel zonder rugleuning bedoeld voor één persoon om op te zitten.
. sofa, een meubel met één armleuning bedoeld voor meerdere personen om op te zitten of voor één persoon om op te liggen
. stoel, een meubel met rugleuning bedoeld voor één persoon om op te zitten.
. tafel, een verhoogd plateau op knie- of heuphoogte waar gebruiksvoorwerpen op gelegd kunnen worden.

Kerkmeubilair is de verzamelnaam voor alle meubels die in een kerk gebruikt worden. Hieronder vallen bijvoorbeeld de knielbanken, de kerkstoelen, de biechtstoelen, de communiebanken, de preekstoel, het doophek en de lessenaars. Ontrwerpers: Willem Kerricx (1652 - 1719) en Theodoor Verhaegen (1700 – 1759).

Geschiedenis van het meubilair
De eerste meubels waren soms weinig meer dan mooi bewerkte kisten, zogenaamde tuugkisten die dienden als tafel, bank en kast tegelijk.

Aangezien meubels vaak van hout zijn gemaakt, waren zij vergankelijk. De meeste stammen uit de Gotiek of uit later perioden.

De periodisering van meubilair is deels afhankelijk van het land van herkomst: zo spreekt men in Engeland van stijlen als Regency of George III, terwijl op het vasteland van Europa stijlen als Louis XVI bekender zijn. Ook moet nog de Amerikaanse koloniale stijl worden genoemd. Die benaming zou verwarring kunnen wekken: zij verwijst naar de periode waarin de huidige Verenigde Staten zelf nog een kolonie waren.

Oudere meubelen zijn vaak zwaar, ze werden aanvankelijk zelfs uit een enkele stuk hout vervaardigd, en er kwam nog geen metaal aan te pas. In de 17e eeuw deden gevorderde technieken hun intrede: het houtraaien maakte lichtere uitvoeringen mogelijk, bekledingen werden geïntroduceerd, en versieringen (vergulden, lakken) werden toegepast.

De gebruikte houtsoorten zijn, met name tot 1750, vaak inheems geweest. In Nederland werd veel eikenhout gebruikt, in de Scandinavische landen lag het accent veeleer op vuren. Dit maakt het determineren van de herkomst van een meubel makkelijker. Allengs werd echter ook hout uit de koloniën gebruikt, wat uiteraard vooral voor duurdere stukken gold. Het hout kan op allerlei wijzen bewerkt zijn, maar vaak is het patina, de diepe tint die het materiaal in de loop der eeuwen kreeg, van grote waarde.

Zitmeubels kunnen variëren van eenvoudige houten krukjes tot stoelen, banken en sofa's; bekleding en versiering worden in de loop der eeuwen vaak verfijnder en kostbaarder.

Een tafel kon gebruikt worden om er aan te eten, maar ook om te schrijven. Vanaf het middeleeuwse begin, met de eenvoudige schragentafels, via kloostertafels, ontstaan ingewikkelde soorten. Een hangoortafel is veelal ovaal, en de uiteinden kunnen worden neergeklapt; een gatelegtafel heeft draaiende pootconstructies. In de achttiende eeuw deed zich een tendens naar intimiteit voor: eettafels, die voorheen nogal groot waren geweest, werden nu juist in kleinere uitvoeringen vervaardigd.
Naast de genoemde vormen bestaat er nog een veelheid aan variatie, van toilet- tot dien-, bijzet- en schaaktafels.

De eerste bergmeubels waren waarschijnlijk opbergkisten, die allengs poten kregen. Vervolgens werden deze kasten hoger uitgevoerd, of kregen ze een opbouw; verplaatsing was niet langer een doel. Het gebruik werd specialistischer: er ontstonden linnen- en garderobekasten, vaak met deuren, maar daarnaast kwamen ladekasten in zwang, waarvan de tafelachtige commode een voorbeeld was. Kabinetten werden ontworpen voor het opbergen van waardevolle papieren of kostbaarheden. Wilde men die kostbaarheden ook nog laten zien, dan deed een vitirinekast dienst: vaak bevond zich alleen in deuren, aan de voorkant, glas. Aan de wand van een eetkamer bevond zich een dressoir (Engels: dresser); daarin werd serviesgoed bewaard, maar het dressoir diende ook als serveertafel. Boekenkasten konden deel uitmaken van een groter geheel (dan hadden ze bijvoorbeeld een onderstel van laden); de bovenkast was vaak van glas voorzien. In 1808 werd een variant uitgevonden die om zijn as kon draaien en daardoor vier rijen boeken kon tonen: de boekenmolen.

Schrijfmeubelen ontstonden in de 17e eeuw. Zij kunnen een schuin opstaand blad hebben, dat in neergeklapte positie beschrijfbaar is (schrijfkist); maar er zijn ook modellen (de zogenaamde escritoires of secretaires) waarvan het blad verticaal naar boven klapt, en dus ogenschijnlijk een deel van de staande wand van het meubel vormt.

Ook voor de 17e eeuw werd er uiteraard al geschreven, en de gewone tafels ontwikkelden zich in de 16e eeuw tot speciale schrijftafels, vaak met een licht hellend blad en met laden onder dat blad. Ze stonden, zoals andere tafels, op vier poten. Later kwam het bureau zoals wij dat kennen: een blad dat aan weerszijden werd gestut door een ladenkolom.

Naast de genoemde hoofdgroepen valt nog aan een grote verscheidenheid andere meubels te denken. Bedden konden zeer fijn bewerkt zijn, en bekende vormen aannemen, zoals het hemelbed en het bootbed (dat laatste werd zo genoemd vanwege de zijkanten, die cirkelsegmenten vormden: het midden daarvan was lager dan hoofd- en voeteneinde). Etagères, (muziek)standaards, dienbladen, spiegels, wastafels, kamer- en haardschermen zijn enkele andere voorbeelden van meubilair.

ABC
Jardinière (Fr.)
Een kostbare bloemenvaas of bak ontstaan in de 18de eeuw. Ook de tafeltjes of piëdestals met een ingebouwde bloembak ontstaan in de 19de eeuw worden wel jardinière genoemd.

Schoorsteenspiegel
Toen begin 18de eeuw de haard werd verlaagd waardoor daarboven een ruimte ontstond kwam de schoorsteenspiegel in de mode. De lijsten volgen de heersende meubelstijl.

Straatmeubilair
Straatmeubilair of wegmeubilair zijn voorwerpen die in de openbare ruimte staan zoals verkeerszuilen, afvalbakken, banken, urinoirs, verlichting, parkeermeters en parkeerautomaten. Maar ook portalen met wegaanduidingen en richtingaanwijzers, evenals verkeersborden, praatpalen en wegmarkeringen (A1, N310, enz.) rekent men daartoe.
De gemeente is verantwoordelijk voor het straatmeubilair in de kommen en op die wegen die binnen haar verantwoordelijkheid vallen. De andere vallen onder Rijkswaterstaat, ANWB en de provincie.
Het straatmeubilair kan ook bedoeld zijn om het autoverkeer af te remmen, zoals bloembakken die op de weg worden geplaatst of obstakels aan een of beide zijden van de weg. Maar er is ook decoratief straatmeubilair, zoals vlaggenmasten.

Tuinmeubel
Tuinmeubels zijn meubels die vooral in de tuin gebruikt worden. Ze zijn er in vele soorten materialen zoals kunststof, hout of metaal en van eenvoudig tot zeer luxe. Tuinmeubilair kan bestaan uit een: tuinstoel al of niet voorzien van een tuinkussen, tuintafel, ligbed, serveerwagen, tuinbank etc.. Vaak wordt een parasol of zonnescherm gebruikt als bescherming tegen de zon. Een andere tuinaccessoire is een tuinlamp.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Meubel
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 758.

Tweets by kunstbus