kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 28-12-2009 voor het laatst bewerkt.

Monotype-Corporation

Monotype is een bedrijf dat zich bezighoudt met drukken en het ontwerpen van lettertypes. Het bedrijf is verantwoordelijk voor een aantal belangrijke ontwikkelingen in de moderne druktechniek. De belangrijkste bijdragen zijn de Monotype zetmachine en het ontwerp en de productie van lettertypes zoals Times New Roman.

Geschiedenis
Eeuwenlang sinds de uitvinding van het boekdrukken door Gutenberg werkten de drukkerijen met houten drukpersen. In de negentiende eeuw begon daarin met de mechanisatie verandering te komen. De in die eeuw ontwikkelde machines werden in de vorige eeuw verbeterd maar er kwamen geen wezenlijke veranderingen meer. Wel nam de vraag naar drukwerk enorm toe.
Omstreeks 1810 vonden Kónig en Bauer de cilinderpers uit. Met deze nieuwe rotatietechniek kon men tot tienmaal zoveel productie aan, vandaar de naam snelpers.
Het tempo van het zetten kon dat van de persen niet meer bijhouden; vooral bij krantendrukkerijen was dat een probleem: een ervaren handzetter deed een uur over een kolom tekst. Er moest een zetmachine ontworpen worden die tegelijkertijd het zetten en het gieten van de letters kon automatiseren.

Hoewel in 1822 in Engeland een zetmachine was gepatenteerd door William Church, kon pas de eveneens Engelse zetmachine van Young en Delcambre uit 1840 gezien worden als de eerste praktisch toepasbare zetmachine. Deze laatste machine, evenals de in 1857 door Thomas Hattersley en de in 1869 door Charles Kastenbein gepatenteerde zetmachines, werkten alle met kanaalvormige magazijnen, waaruit na een aanslag op een toetsenbord een letter werd bevrijd. Het distribueren van de gebruikte letters werd met behulp van aparte distribueermachines gedaan. Niettemin bleef het distribueren door het nog steeds handmatige karakter ervan een tijdrovend werk. Bovendien moesten de regels net als bij het handzetten nog met de hand opgemaakt en van spaties voorzien worden.

De werkelijke doorbraak op het gebied van de mechanisering van het zetten kwam pas met de introductie van gecombineerde zet- en gietmachines aan het einde van de negentiende eeuw. In plaats van zich te concentreren op betere methoden om bestaand zetsel te distribueren, was de oplossing gevonden in het snel produceren van nieuw zetsel.

Zogenaamde ‘hete’ zetmachines bevatten geen losse letters zoals de eerdere, ‘koude’ zetmachines, maar matrijzen, een gietpot en een gietmachine. Een dergelijk systeem maakte het mogelijk snel nieuw zetsel aan te maken, dat na gebruik weer omgesmolten werd, waardoor het tijdrovende distribueren achterwege kon blijven. Hete zetmachines incorpereerden daarmee de veranderingen die in de afgelopen decennia waren opgetreden in het lettergieten, en die hadden geleid tot automatische gietmachines, die 60.000 letters per uur konden gieten. Terwijl gietmachines evenwel gebruik maakten van vaste matrijzen, waarmee in hoog tempo één bepaalde letter aangemaakt kon worden, bezaten hete zetmachines matrijzen die elkaar bij het gieten op een zodanige manier afwisselden, dat de gegoten letters in dezelfde volgorde kwamen te staan als in de kopij.

De bekendste zetmachines zijn de door de Amerikaan Mergenthaler ontwikkelde Linotype, die hele regels giet en de Monotype van de Brit Lanston die dat doet met afzonderliike letters. Beide verschenen in de jaren tachtig van de negentiende eeuw.

Hete zetmachines kwamen vanaf 1885 op de markt. In dat jaar werd in Amerika de Mergenthaler Linotype gepatenteerd, een zet-, giet- en distribueermachine ineen. Met de Linotype was het mogelijk in één uur 7200 lettertekens te zetten, wat neerkwam op circa 150 gegoten regels. De machine werd in Europa bekend door de Parijse Wereldtentoonstelling van 1889, waar de machine de Grand Prix verwierf. In de daaropvolgende jaren werden filialen van de Mergenthaler Linotype Company geopend in Manchester (1890) en in Berlijn (1896).

Tolbert Lanston (1844-1913) was een advocaat die uiteindelijk voor een carrière in de mechanica koos. In dezelfde periode als Ottmar Mergenthaler ontwikkelde hij een zetsysteem dat een concurrent was voor de Linotype van Mergenthaler. In 1885 kreeg hij het patent op zijn door hem ontwikkelde letterzetmachine. In 1887 richt hij de Lanston Monotype Corporation op om zijn uitvinding op de markt te brengen. Lanston stelde de eerste exemplaren van zijn systeem, de Monotype, in 1894 voor. In tegenstelling tot de Linotype, waarin de tekst regel per regel in een matrijs gegoten werd, hield de machine van Lanston de scheiding tussen de lettertekens in stand. Eventuele correcties konden daarom snel met de hand uitgevoerd worden zodat de machine efficiënter gebruikt kon worden. Hij kon echter niet genoeg financiële steun vinden en moest in 1897 in Engeland een tussenbedrijf oprichten. In 1902 opende hij tenslotte een fabriek in Salfords (Surrey).

De door Tolbert Lanston in 1887 uitgevonden en door John Sellers Bancroft tien jaar later operationeel gemaakte Monotype zetmachine was gebaseerd op een geheel ander principe. Het zetten en gieten vonden plaats in aparte machines. Met het toetsenbord van de zetmachine wordt de tekst gecodeerd op een ponsband geperforeerd. De ponsband stuurt een matrijzenraam aan in de gietmachine. Bij de doorgang van de geperforeerde papierstrook worden die matrijzen op hun plaats gemonteerd. In het matrijzenraam zit een matrijs van elke letter, leesteken, spatie of speciaal teken. Alles bij elkaar konden dat 324 matrijzen zijn. Daarvan werden losse loden letters gegoten. Deze letters werden automatisch tot een regel met losse letters samengevoegd. Zodra de regel gezet was, werd er metaal in de matrijzen gegoten die nadien opnieuw gebruikt konden worden. Nadat de opdracht gedrukt was, werd het metaal gesmolten en gerecupereerd. Zetten en gieten gebeurde over het algemeen in verschillende ruimten. In tegenstelling tot de Linotype, waar de zetter terwijl hij tikte direct een matrijs vormde, waren die handelingen op de Monotype gescheiden door de papierstrook. En dat maakte een hogere productiviteit mogelijk. In haar eerste uitvoering kon de machine van Lanston bijvoorbeeld al 7.000 karakters per uur verwerken. Het nadeel bij het maken van letter-matrijzen voor het Monotype matrijzenraam, was dat romeinen en cursieven moesten voldoen aan vaste breedtes gebaseerd op een 18-puntsysteem. Ook was het aantal ligaturen wat het systeem aan kon beperkt. - (Monotype-machine langzamer ging, was de machine geschikter voor ingewikkelde afdrukken, vooral als deze niet als een blok tekst werden gezet. Terwijl de Linotype zich, onder andere door het feit dat de losse regels zich snel en gemakkelijk lieten opmaken tot pagina's, ontwikkelde tot de krantenzetmachine bij uitstek, werd de Monotype de zetmachine voor met name het verzorgde en gevarieerde boekwerk. Beide machines - of varianten als de Monoline en Typograph - bleven tot ver in de twintigste eeuw in gebruik.

In 1912 bracht de Lanston Monotype Corporation de Imprint uit - het eerste model dat was ontwikkeld voor mechanische compositie; door de typografische helderheid kon het bedrijf uiteindelijk de strijd aanbinden met de kwalitatief goede traditionele lettergieterijen.

In 1922 kwam Stanley Morison (1889-1967) als typografisch adviseur bij het bedrijf werken. Hij herontwierp de lettertypen Garamond (1922), Baskerville (1923) en Fournier (1924) en gaf aan Eric gill de opdracht nieuwe lettersoorten te ontwerpen, waaronder de Gill Sans (1928).

In 1931 kreeg het bedrijf de naam Monotype Corporation Limited en ontwierp Morison voor de Londense krant The Times in 1932 het nieuwe lettertype Times new Romans dat een van de belangrijkste lettertypen van de 20e eeuw werd.

Websites en bronnen:
. Geschiedenis van de techniek in Nederland. (www.dbnl.org)
. http://home.planet.nl/~buism161/machinezetten.html
. nl.wikipedia.org/wiki/Monotype


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 816.