kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Mozaiek

(lat.: mosaicus) vlakversiering die bestaat uit een groot aantal kleine, ingelegde stukjes gekleurd glas, steen of ander geschikt materiaal in een bed van cement samengevoegd. Mozaïeken werden vooral in de Romeinse tijd en de vroeg-christelijke periode veel toegepast ter versiering van vloeren, muren (zowel binnen als buiten) en plafonds.

Geschiedenis
Omstreeks 3000 vC kende men in Oeroek (het tegenwoordige Warka, Irak, of bijbelse Erech) in Soemerië een decoratietechniek die nauw aan het mozaïek verwant was. Men versierde de muren en zuilen van paleizen door kleistaafjes, waarvan de bovenkant beschilderd (in rood, zwart en wit) en gebakken werd, in een natte laag leem te drukken, zodat er allerlei decoratieve patronen (vooral de zigzag) ontstonden. Dergelijke inlegtechnieken waren bij meerdere oude culturen bekend, onder andere in het precolumbiaanse Amerika, waar de Maya's met mozaïek decoreerden.

De Egyptenaren kenden een simpele vorm van glasmozaïek, zoals bijv. in de tempel van Ramses II (1290-1224 vC) in Heliopolis te zien is.

In Olynthos (5e eeuw vC) en Pella (4e eeuw vC), beide gelegen in Macedonië, maakte men mozaïeken van gepolijste kiezelstenen.

In de Romeinse tijd werd het mozaïek tot bloei gebracht en ontwikkelden zich verschillende technieken. Op de vloeren maakte men hoofdzakelijk mozaïeken in zwart-wit, maar ook wel in kleur. Een beroemd gekleurd vloermozaïek is het Alexandermozaïek (75 nC) uit Pompeii (Huis van de Faun). Het heeft het gevecht tussen Alexander de Grote en Darius in de slag bij Issus (333 vC) tot onderwerp en werd waarschijnlijk gemaakt naar een schilderij uit ca 300 v.C.

Ook in de vroeg-christelijke periode werden veel mozaïeken gemaakt; uit deze tijd dateren de eerste geschreven bronnen, o.a. een edict van Diocletianus betreffende het mozaïek maken. Men ging de kerken op grote schaal decoreren met mozaïeken van religieuze voorstellingen; de kleuren waren intens en vooral goud werd veel gebruikt om de heiligen een bovennatuurlijke achtergrond te geven.

In het Oost-Romeinse Rijk was een zelfde ontwikkeling gaande, al zijn er als gevolg van het iconoclasme (de beeldenstorm in het Byzantijnse Rijk in de 8e en eerste helft 9e eeuw) weinig vroeg-christelijke mozaïeken bewaard gebleven.

Ook in de wereld van de islam werd het mozaïek veel toegepast; in de moskeeën werkten vooral Griekse mozaïekmakers. Omdat het geloof de afbeelding van de menselijke figuur verbood, werkten zij decoratief. Vooral een gestileerd plantenmotief kwam veel voor. De overheersende kleuren waren goud, blauw en groen. Beroemd zijn o.m. de mozaïeken in de Koepel van de Rots in Jeruzalem (ca 690) en in de Omajjadenmoskee te Damascus (ca 700).

Na een terugval van de mozaïekkunst in het westen, veroorzaakt door binnenvallende barbaren, werden er tijdens de Karolingische renaissance weer mozaïeken gemaakt. In het oosten bereikte de mozaïekkunst na het iconoclasme een periode van grote opbloei (tweede helft 9e tot 11e eeuw). De mooiste voorbeelden uit de 11e eeuw zijn de mozaïeken in de kloosterkerk van Daphni (bij Athene) en Hosios Lucas in Phocis, eveneens in Griekenland. Men trok het hele interieur van een kerk samen in één groot decoratieschema, waarbij de belangrijkste figuren steeds op de hoogste plaatsen kwamen. Het exterieur bleef onversierd. Verhalende scènes werden vrijwel nooit afgebeeld; dat gebeurde pas in de Byzantijnse kerken uit de 12e tot 14e eeuw, toen episoden uit het leven van Christus (vooral geboorte, doop en kruisiging) en dat van Maria werden afgebeeld, bij voorkeur in de narthex.

Met de kruistochten verspreidde ook de mozaïekkunst zich over geheel Europa; een der mooiste voorbeelden, daterend uit de 12e-14e eeuw, is de S. Marco in Venetië.

In de 15e en 16e eeuw werden er enkele verbeteringen in de techniek aangebracht (o.a. de vinding van een sterker en lichter cement), terwijl men bleef zoeken naar een steeds groter aantal kleuren en kleurnuances, zodat men steeds dichter de schilderkunst kon benaderen. Helaas ging hiermee ook het eigen karakter van de mozaïekkunst verloren en devalueerde zij steeds meer tot een schilderkunstimitatie. De mozaïekmakers werkten nu bijna uitsluitend naar kartons (uitgewerkte voorbeelden op ware grootte) van beroemde schilders, zoals Rafaël en Titiaan, van wie de meesten geen enkele echte ervaring op het gebied van de mozaïekkunst hadden. Zo bleef in feite alleen het principe van deze kunst bestaan.

Aan het eind van de 19e, begin 20e eeuw vond er weer een opleving plaats. De Spaanse architect Antonio Gaudí (1852-1926) ontwikkelde een unieke methode om zowel grote vlakken als ruimtelijke structuren met mozaïekwerk te bedekken. Zijn werk is bijvoorbeeld te zien in de Sagrada Familia (vanaf 1883) en het Park Güell (begonnen in 1898) in Barcelona.

Ook in Mexico, een land met van oudsher een mozaïektraditie, is veel belangrijk werk te vinden. Een van de voornaamste moderne kunstenaars op dit gebied was Diego Rivera (1886-1957), die de buitenkant van een aantal gebouwen met mozaïeken decoreerde.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 106.