kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 29-07-2008 voor het laatst bewerkt.

Pander

H. Pander & Zonen

Reclameplaat gemaakt door Willy Sluiter voor meubelfabriek Pander, ca.1930, met meubelen naar ontwerp van Henk Wouda.

Nederlandse meubelfabriek en vliegtuigbouwer in Den Haag, gesticht door en vernoemd naar Klaas Pander (1819 - 1897) in 1855. Na 130 jaar sloot deze fabriek in 1985 zijn deuren.

De vormgeving van de Haagse Stijl heeft als middelpunt de stad Den Haag, met zijn koopkrachtige cliëntèle, waar de stijl zich het eerst manifesteert bij de grote meubelfirma H. Pander en Zn. met zijn belangrijke hoofdontwerper Henk Wouda en diens leerlingen Cor Alons en J. Brunott.

Historie
Pander werd opgericht door Klaas G. Pander in 1855 in Den Haag, voornamelijk voor de handel in matten vanaf een schip in de Brouwersgracht.

Na overlijden van Klaas Pander nam zijn zoon Hendrik (1842-1893) het over. Hij begon in 1887 een meubelwerkplaats aan de Zuid Westsingelsgracht (Zuid West Binnensingel, thans Buitenom). Een enorm fabriekscomplex waar 'klassieke' meubels werden gemaakt, volgens de reclame-uitingen van die tijd. In navolging van de Franse magasins liet Pander voor het eerst in Nederland compleet ingerichte modelkamers in verschillende stijlen zien. De tot in detail ingerichte kamers in de trant van de Franse salons, maar ook Oud-Hollandse en moderne Engelse stijlen, maakten grote indruk op potentiële kopers.

In 1889 werd Pander een VOF waar ook Harmen Pander (1871-?) deel van uit maakte.

In 1893 nam de zoon van Hendrik, Klaas Gerard (1866-1938), de zaak over. Hij was al directeur van de Amsterdamse vestiging sinds 1885.

Rond 1900 was Pander een van de grootste meubelfirma's van ons land met meer dan vijfhonderd medewerkers die zowel historisch getint meubilair als meubelen geïnspireerd op de moderne art nouveau en Jugendstil produceerden, waarvoor de directie de wereldtentoonstelling van Parijs in 1900 bezocht. De zaken gingen voortvarend. Er kwam koninklijk bezoek langs en belangrijke opdrachten stroomde binnen. Zoals de inrichting van het Vredespaleis in Den Haag.

In 1907 opende men een houtwerf in Rijswijk.

Na de Eerste Wereldoorlog opende men een vestiging in Rotterdam en kreeg men goede naam voor wat betreft binnenhuisarchitectuur. Men had vooraanstaande ontwerpers in dienst zoals Henk Wouda en Paul Bromberg op freelance basis. De 'Haagse School' was populair in die tijd en er werden derhalve ook meubels in die stijl (rechte en kubistische vormen) ontworpen en gemaakt.

In de jaren '20 van de vorige eeuw ontstond er in Den Haag een stijl in architectuur en meubelontwerpen die bekend zou worden onder de naam De Haagse Stijl. Soberder dan de fantasierijke Amsterdamse School en eleganter en luxueuser dan de De Stijl spreekt men hier wel van een Nederlandse Art deco. Na de Eerste Wereldoorlog ontwikkelden jonge ontwerpers als Henk Wouda, Cor Alons en J. Brunott een eigen moderne vormgeving voor het interieur. Verrassend genoeg kozen zij als belangrijkste voorbeeld het werk van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. Ze combineerden daarbij hun eigenzinnige voorkeuren met de commerciële eisen van de Haagse meubelfabriek H. Pander & Zonen.

Henk Wouda (1885 Leeuwarden - 1946 Wassenaar), werkte van 1917-1937 bij meubelfabriek Pander. Wouda had zich in 1917 in Den Haag gevestigd als architect, waar hij ook tot hoofd van de afdeling Moderne Interieurkunst van de meubelfabriek H. Pander & Zn werd benoemd. In 1917 kwamen onder zijn leiding ook Cor Alons samen met J. Brunott werken bij de nieuwe afdeling Moderne Interieurkunst van de firma. Tussen 1917 en 1925 lieten zij zich inspireren door de kunstnijverheid van de jongste Britse Arts and Crafts ontwerpers als Charles Ashbee en Charles Rennie Mackintosh en het werk van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright.
Met de meubelen van Pander nam Wouda deel aan enkele belangrijke tentoonstellingen als de 'Exposition des Art Décoratifs' te Parijs in 1925 en presentaties van de BKI. Wouda's dienstverband met Pander duurde tot 1933, hoewel hij in 1937 nog een Pander interieur ontwierp voor het luxe passagierschip 'Nieuw Amsterdam'.

Alons begon als tekenaar en ontwikkelde zich bij Pander tot een veelzijdig ontwerper van meubelen en kleine interieurs. Halverwege de jaren twintig verlieten Alons en Brunott de firma.

1928, gelakt eikenhout, 124,50 x 180,50 x 56,50, ontworpen door Hendrik Wouda, vervaardigd door fa. H. Pander & Zonen, MuseumgoudA.
Het hier vertoonde buffet bestaat uit een harmonieus ontwerp van een opvallend asymmetrisch blad en enkele primaire kleuraccenten die enige verwantschap met De Stijl vertonen. Wouda was lid van de Haagse Kunstkring (1891-1944) alwaar na de Eerste Wereldoorlog een nieuwe stijl ontstond die werd aangeduid als Haags rationalisme. Wouda's werk is toonaangevend voor deze vormentaal van strakke, sobere ontwerpen die werden geassocieerd met De Stijl. In de loop van de jaren zijn op het buffet nieuwe verflagen aangebracht die het aanzicht hebben beïnvloed. Omdat het kleurgebruik van Wouda een essentieel onderdeel is van zijn ontwerp, verrichtte het ICN in 2002 materiaal-technisch onderzoek. Hierdoor werd het mogelijk het oorspronkelijke uiterlijk van het buffet te determineren en is teruggegaan naar de oorspronkelijke helder blauwe kleur door de bovenlagen zorgvuldig te verwijderen.

Nederlandse Fabriek van Vliegtuigen H. Pander & Zonen
. Tussen 1924 en 1934 had Pander ook een eigen vliegtuigfabriek. Vliegtuigen waren in die tijd van hout gemaakt met dezelfde houtbewerkingstechnieken die Pander al kende van de meubelbouw.
. Harmen Pander was oud-directeur van de Pander meubelfabriek en nam in 1924 de failliete inboedel van de Vliegtuig Industrie Holland (VIH) over, inclusief constructeurs Theo Slot en Van der Kwast. Hij richtte de Nederlandse Fabriek van Vliegtuigen H. Pander & Zonen op, samen met zijn zoon Henk (1903-1973). Ze begonnen met de bouw van een verbeterde versie van de VIH Holland H.2. Dit werd de Pander D. Daarna kwamen er nog een aantal toestellen, waaronder de redelijk succesvolle Pander E (17 exemplaren).
. Het bekendst is de fabriek, en ontwerper Theo Slot, geworden met de Pander S.4 "Postjager". De bouw van dit toestel werd in gang gezet door Dick Asjes, nadat er kritiek kwam op de traagheid van de postvluchten. Hij bewoog Pander om een speciaal vliegtuig te maken voor de post. Dit werd de S.4 bekend als de Postjager of Panderjager (maar later ook als Pechjager). In oktober 1933 zou dit vliegtuig zijn recordvlucht hebben moeten maken naar Nederlands-Indië, maar begon zijn vlucht pas in december van datzelfde jaar. Het moest een noodlanding maken in Italië. Uiteindelijk kwam het aan in Batavia na 72 uur en 20 minuten. Eenmaal terug in Nederland vloog het vliegtuig mee in 1934 in de Melbourne race. Bij de tussenlanding in Allahabad (India) klapte een deel van het landingsgestel in elkaar. Nadat dit gerepareerd was, raakte het toestel bij de start een tractor en brandde het volledig uit. De inzittenden konden zich in veiligheid brengen.
. Voor de zweefvliegerij was Pander ook van historisch belang. Nadat de Duitse zweefvliegtuigbouwer Alexander Lippisch in 1929 in Nederland de situatie kwam bestuderen m.b.t. de zweefvliegerij, was het Pander (Theo Slot) die in 1930 één van de eerste Nederlandse zweefvliegtuig bouwde. De Pander P-1 Zögling. Een kopie van de Stamer en Lippisch Z-12 Zögling. In 1960 werd op initiatief van de heer Oyens een replica van dit zweefvliegtuig gebouwd voor het Aviodome (tegenwoordige Aviodrome). Dit exemplaar is hier nu ook te bewonderen.
. De Panderfabriek kwam het Postjager fiasco niet te boven en moest in 1934 de deuren sluiten. De inboedel en constructeur Theo Slot vertrokken naar De Schelde Scheepswerf in Vlissingen.

. Tijdens de Tweede Wereldoorlog blies Henk Pander, inmiddels enthousiast lid van de NSB, de vliegtuigfabriek nieuw leven in. De fabriek bouwde 555 zweefvliegtuigen van het type SG-38 voor het paramilitaire Nationalsozialistische Fliegerkorps NSFK en repareerde Duitse toestellen. Na de oorlog werd Henk Pander wegens zijn collaboratie opgepakt. Het enige nog bestaande Pander vliegtuig is een SG-38 in bezit van het Suomen Ilmailumuseo (Fins Luchtvaart Museum) in Helsinki. - (Wouda en Bromberg opgezegd. Voor hen in de plaats werden de Belgische sierkunstenaar Fer Semey en later E. Dubourcq aangetrokken wiens ontwerpen duidelijk geïnspireerd waren op de moderne Franse interieurkunst.

In 1937 werd Pander een NV.

Na de oorlog leverde het bedrijf wederom historische of 'klassieke' meubelen van ontwerper P.C. Eversteijn, maar ook een lijn moderne ontwerpen waarvoor Pander de interieurarchitect C.C. de Lathouder in dienst had. In de jaren zestig zou Pander steeds meer producten van Nederlandse en buitenlandse fabrikanten buiten het bedrijf verkopen.

Na de oorlog ontstond in 1955 na vele fusies de N.V. Verenigde Meubeleringsbedrijven, waar Pander deel van uitmaakte. Daarna ging het slechter en sloot Pander in 1985 definitief de deuren.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1217.