kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-11-2008 voor het laatst bewerkt.

Paul Bromberg

Nederlandse ontwerper, binnenhuisarchitect en publicist (12 juni 1893 Amsterdam - 11 mei 1949 aldaar)

Paul Bromberg heeft een belangrijke invloed gehad op de ontwikkeling van de interieurarchitectuur in Nederland. Hij was voorzitter van de kring Amsterdam van de Nederlandsche Vereeniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst. In de jaren twintig werkte Bromberg voor Metz & Co. in Amsterdam, waar hij meubels en interieurs ontwierp en verantwoordelijk was voor de inkoop van de kunstnijverheidsartikelen. Vervolgens was hij verbonden aan de afdeling Moderne Interieurkunst van de firma H. Pander & Zonen in Den Haag en Amsterdam.
De meubels die hij ontwierp en die over het algemeen in serie werden geproduceerd tonen door hun plastische vormgeving verwantschap met de meubelontwerpen van de architecten van de Amsterdamse School. Als zelfstandig werkzaam binnenhuisarchitect hield hij zich in de jaren dertig en veertig naast het inrichten van woningen en bedrijfsruimten bezig met het ontwerpen van meubels, toneeldecors, tentoonstellingen, stands en verbouwingen.

Bekend werd Bromberg eveneens door zijn niet aflatende pogingen de nieuwe ideeën over vormgeving onder de aandacht te brengen. Hij hield voordrachten, organiseerde tentoonstellingen en schreef talloze publikaties, onder andere over het interieur en over architectuur in de Verenigde Staten. In een boek met de titel 'City planning', geschreven in opdracht van de Nederlandse regering, gaf hij de Amerikanen een indruk van de wederopbouw.

Biografie
Na zijn studie in het meubelmakervak was Bromberg een korte periode zelfstandig werkzaam

In 1918 was de interieurontwerper Bromberg de eerste binnenhuisarchitect die door Joseph de Leeuw werd aangenomen bij de firma Metz & Co te Amsterdam die net een meubelafdeling was begonnen. Hij kreeg een aanstelling als ontwerper en hoofd van de afdeling Kunstnijverheid en Woninginrichting. Zijn ontwerpen voor meubelen en interieurs waren modern volgens de heersende mode van de Amsterdamse School: vaak conventionele indelingen van de ruimte met houten, plastisch gevormde meubelen. Zes jaar later werd hij afgelost door Willem Penaat, die dáárvoor had gewerkt voor 't Binnenhuis. Onder nauwkeurig toezicht van beiden werden hun ontwerpen onder eigen naam, op de werkplaats van Metz uitgevoerd.

In 1924 verhuisde Bromberg naar de Haagse firma H. Pander en Zn, een groot meubelbedrijf met een vestiging in Amsterdam dat zowel historische als moderne meubelen vervaardigde. In de tweede helft van de jaren twintig zou hij zich, vaak in gematigde vorm, ook richten op de meer strakke en rechte meubelen, zoals Wouda en Alons die voor Pander ontwierpen.

'Veel te veel laten we ons door die gipskrullen tyranniseren. De Weense ontwerper Adolph Loos schreef in 1908 zijn beroemde pamflet al Ornament ist Verbrechen. En daarom moeten de plafonds gezuiverd worden: ‘Als afsteken een te ingrijpende operatie is, kunnen wij toch het plafond nog wel op een andere wijze vlak maken (behangen, bezetten, met platen triplex, celotex, beaverboard of ander geschikt materiaal). De illusie van rijkdom. Dat is het allerergste. Dat is die dwaze gewoonte van de menschen altijd iets meer te willen laten lijken dan ieder weet dat het is. De gewoonte die het vurenhouten beschot der kamers in namaakeiken of nog duurder hout laat schilderen... ieder weet dat het namaak is, maar tóch meent men dat het rijker staat! De dwaze gewoonte waardoor de imitatie in onze woningen burgerrecht heeft verkregen en onze smaak voor driekwart van kind af aan al is bedorven.' - (Bromberg in de Groene Amsterdammer van 1928)

. 1934 Modelflat Pander 's-Gravenhage

Bromberg schrok niet terug voor het hanteren van verschillende, altijd moderne stijlen, zodat in de jaren dertig zowel Amsterdamse School-meubelen als veel zakelijkere inrichtingen met verchroomde buismeubelen door hem werden gepresenteerd.

Midden in de economische crisis van de jaren dertig kreeg de goedbetaalde Bromberg bij Pander zijn congé, omdat hij niet de verwachte omzetten maakte.

. Nederlands paviljoen Wereldtentoonstelling New York 1939 (ontwerp D.F. Slothouwer)
Voor het Nederlands paviljoen op de Wereldtentoonstelling in New York (New York World's Fair) in 1939 werd een meervoudige opdracht onder zeven architecten uitgeschreven. Slothouwer werd er door een regeringscommissaris aan toegevoegd en kreeg de opdracht. In het blad De 8 en Opbouw werd gesuggereerd dat de uitkomst al van tevoren vaststond. Slothouwer ontwierp een paviljoen in classicistische trant. De 25 meter hoge toren was geïnspireerd door het voorbeeld van het raadhuis van Stockholm. In de toren bevond zich een klokkenspel van de firma Van Bergen in Heiligerlee. De tentoonstellingshallen hadden zogenaamde sheddaken, zoals die ook in de fabrieksbouw werden toegepast. Voor het paviljoen was een terrein van ongeveer 150x60 meter beschikbaar.

Op rondreis door de Verenigde Staten, waar hij in opdracht van de regering de montagebouw bestudeerde, werd hij in 1940 overvallen door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en was hij gedwongen er tot 1945 te blijven. Hij bestudeerde er de moderne Amerikaanse architectuur, die inmiddels de nieuwste Duitse inzichten in zich opgenomen had. Gedurende zijn verblijf in Amerika schreef hij het boek: 'Doelmatig bouwen en wonen'. Terug in Nederland zou de veel publicerende Bromberg verslag doen van zijn Amerikaanse periode en de Nederlandse ontwerpwereld weer kennis laten maken met onder andere het prefab-huis. Ook zou hij meewerken aan de ontwikkeling van nieuwe multiplexmeubelen.

. 1948 Inrichting toonzaal Goed Wonen Rokin 56 Amsterdam

Zijn laatste werk was de voorbereiding van de tentoonstelling 'Jeugd in Nederland', die in de zomer van 1949 in het RAI-gebouw te Amsterdam werd gehouden.

Websites: www.bonas.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 74.