kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-09-2014 voor het laatst bewerkt.

Philips

Nederlands elektronicaconcern, opgericht 15 mei 1891.

Koninklijke Philips Electronics N.V., kort gezegd Philips, ia de producent van onder andere consumentenelektronica, lampen, mobiele telefoons en medische apparatuur. Philips is ook de oprichter van voetbalclub PSV (Philips Sport Vereniging).

  Zie ook Historie De basis voor een van ’s werelds grootste ondernemingen op het gebied van gezondheidszorg, lifestyle en technologie, werd in Eindhoven gelegd door Gerard Philips die daar met de financiële hulp van zijn vader een oud fabriekje aan de Emmasingel kocht. Op 15 mei 1891 richtten zij de firma Philips & Co op, die kooldraadgloeilampen "en andere elektro-technische artikelen" ging maken.
Afkomstig uit Zaltbommel, besloot Gerard Philips in 1891 om uitgerekend hier zijn geluk te beproeven met de fabricage van gloeilampen, een produkt waarvoor hij een grote toekomst zag weggelegd. De redenen waarom hij voor Eindhoven koos waren overigens vrij toevallig. Hij kon er voor een redelijk bedrag de hand leggen op een leegstaand fabrieksgebouw, maar belangrijker was dat goedkope arbeidskrachten, met name meisjes uit de omliggende dorpen, ruimschoots voorhanden waren voor het "priegelwerk" dat een belangrijk deel uitmaakte van het vervaardigen van een lamp. Het ging in die jaren niet zo goed met de economie in ons land en het achtergebleven zuiden leed daar extra onder.

Vanaf 1895 voegt op aandringen van vader ook de jongere broer Anton Philips zich bij het bedrijf die een gedreven koopman bleek te zijn die met een koffertje lampen de Europese markt ging verkennen. Nu kon niets de expansie van het bedrijf meer in de weg staan.

Op 9 oktober 1907 werd de NV Philips' Metaalgloeilampenfabriek opgericht, die gloeilampen met een metaaldraad ging maken, en per 29 augustus 1912 brachten de broers alle activiteiten onder in de NV Philips' Gloeilampenfabrieken.

In de beginjaren werd elektrisch licht maar spaarzaam toegepast. De geheel met de hand vervaardigde lampen waren duur en verbruikten veel kostbare elektriciteit. Men vond het vooral in luxe winkels en restaurants, in het theater en ook wel in de industrie.
Pas na de Eerste Wereldoorlog werden de olielamp en het gaskousje voorgoed uit de huiskamer verdrongen, maar hierdoor steeg de vraag naar gloeilampen dusdanig dat mechanisatie van het productieproces de enige uitweg was.

Aangejaagd door de industriële revolutie opende Philips in 1914 een onderzoekslaboratorium wat leidde tot innovaties op het gebied van radio, röntgen en vele andere soorten technologie. In 1918 bracht Philips een medische röntgenbuis op de markt. Dit vormde de aanzet tot diversificatie van het productassortiment en tot de bescherming van innovaties door middel van octrooien op terreinen variërend van röntgenstraling tot radio-ontvangst.

In 1925 raakte de onderneming betrokken bij de eerste experimenten met televisie en in 1927 werd begonnen met de productie van radio’s, waarvan de omzet in 1932 al één miljoen stuks bedroeg. Een jaar later werd de mijlpaal van 100 miljoen radiobuizen bereikt en begon de onderneming met de productie van medische röntgenapparatuur in de Verenigde Staten. In 1939, toen het eerste elektrische scheerapparaat op de markt werd gebracht, had Philips wereldwijd 45.000 mensen in dienst.

Vormgeving
Tijdens de jaren twintig ontstond er een behoefte naar nieuwe producten en vormgeving. Men richtte zich meer op het ontwikkelen van producten voor de consumentenmarkt zoals scheerapparaten. Hierbij groeide tegelijkertijd het belang van design binnen de productie. In 1925 werd daarom voor het eerst een vormgever in dienst genomen: de architect en grafisch vormgever Louis Kalff. Door het enorme succes van zijn werk groeide de afdeling van Kalff uit tot de eerste industrieel ontwerp afdeling in Nederland. De ontwerpen waren compact degelijk en gemakkelijk te bedienen, en dat was de kracht van het designontwerp.

Louis Kalff
1 januari 1925 begint Louis Kalff bij de reclameafdeling van Philips in Eindhoven te werken, een paar maanden later gevolgd door de jeugdige Mathieu Clement. Vanaf dat moment is er dan ook sprake van een reclamestudio (als onderdeel van de reclameafdeling) waar Kalff de leiding van had. Kalff probeert een samenhang te creëren tussen het ontwerp van een product, het bijbehorende reclamemateriaal en de inrichting van etalages en tentoonstellingen. Kalff was ook de ontwerper van het Philips-beeldmerk.
Onder zijn leiding werd in 1929 het Lichtadviesbureau (LIBU) opgericht. Kalff wil zich meer gaan bezighouden met lichttechnische zaken en het ontwerpen van producten.
Bij Philips werkte Kalff ook als architect aan objecten zoals: het Dr. A. F. Philips Observatorium (1937) in Eindhoven, de Diamantboorderij (1948) in Valkenswaard en enkele landhuizen in Eindhoven en Waalre voor directieleden van Philips.
Na de Tweede Wereldoorlog hield Kalff zich bij Philips actief bezig met de industriële vormgeving. Na zijn pensionering in 1960 bleef Louis Kalff bij Philips als adviseur en architect.
In 1961 kreeg hij de leiding en uitvoering van het Evoluon. Het was het laatste werk van de lichtarchitect die bijna veertig jaar de reclame verzorgde van het Philips-concern.

De vertrouwde golflijnen en sterren van Philips verschijnen voor het eerst in 1926 op de verpakking van de Miniwatt-radioklep en op de Philigraph, een van de eerste audiorecorders. De golven symboliseerden radiogolven en de sterren stonden voor de ether van de nachtelijke hemel waardoor de radiogolven werden verzonden.
Pas in 1930 kwamen de vier sterren en de drie golven voor het eerst samen in de inmiddels bekende cirkel. Op radio’s en grammofoons ging de cirkel– compleet met sterren en golven – deel uitmaken van het ontwerp. Het cirkelembleem werd daarna geleidelijk aan ook toegepast op reclamemateriaal en andere producten.
Rond deze tijd groeiden onze bedrijfsactiviteiten snel uit en wilden we een handelsmerk dat uniek zou zijn voor Philips, maar waarmee we geen juridische problemen zouden krijgen met de eigenaars van andere bekende cirkelvormige emblemen. Deze wens heeft geleid tot de combinatie van de Philips-cirkel en het woordmerk binnen het nu zo vertrouwde logo.
Het Philips-logo zag voor het eerst het licht in 1938 en hoewel het door de jaren heen wat aanpassingen heeft ondergaan, is het basisontwerp sindsdien ongewijzigd gebleven. Samen met ons woordmerk vormt het de kenmerkende identiteit waar we tot de dag van vandaag profijt van hebben. - (De geschiedenis van het Philips-logo wetenschap en technologie een enorme ontwikkeling door. In deze periode vond Philips Research de roterende scheerkop uit, die leidde tot de ontwikkeling van het elektrische scheerapparaat Philishave. Ook werd toen de basis gelegd voor het latere grensverleggende werk op het gebied van transistoren en geïntegreerde schakelingen. De onderneming speelde verder een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het opnemen, uitzenden en weergeven van televisiebeelden.

ir. R.W.J. Veersema, hoofd vormgeving bij Philips
Veersema was erin geslaagd een deel van het ontwerpbureau van Philips los te maken van het “Licht Adviesbureau en het Artistieke Ontwerpbureau” waar Lo (Louis) Kalff sinds 1925 de scepter zwaaide.
In 1960 werd Frans van der Put, direct onder directeur Veersema, industrial design manager bij het ontwerpbureau van Philips, dat inmiddels Philips Corporate Industrial Design Centre heette en zeventien medewerkers telde.

Rein Veersema (ontwerper van de bekende Philipsmixer) had als vuistregel: 'dat een goed industrieel ontwerp niet direct het belang van de ontwerper diende maar het prestige van de Philipsproducten.'

In 1963 werd de compactcassette op de markt gebracht en in 1965 maakte de onderneming haar eerste geïntegreerde schakelingen.

In 1964 kreeg Veersema problemen met de Raad van Bestuur van Philips. Verschillen in opvattingen over onder andere de functie van industrieel ontwerpen in de Philips organisatie, hetgeen leidde tot zijn vertrek, overigens op eigen verzoek.
Daarom werd Van der Put van 1964 tot 1966 ad interim general manager. Maar er werd tevens gestart met het zoeken van een nieuwe directeur. Van der Put: “Bij Philips vond men dat dat een bekende ontwerper van internationale allure moest zijn. In die tijd waren Scandinavische ontwerpen en ontwerpers zeer populair, dus het moest een Scandinaviër worden. Het ironische is dat Finland, Denemarken en Zweden de grote design naties waren en dat Philips koos voor een Noor, terwijl Noorwegen toen een land zonder enige designreputatie was. In 1966 werd deze Noor, Knut Yran, aangesteld. Het was een kunstenaar met groot commercieel gevoel en een veelheid aan activiteiten. Zo had hij een bedrijf dat agenda’s produceerde, een bedrijf dat Noorse truien maakte en ontwierp hij cruiseschepen. Maar hij was geen industrieel ontwerper, wel een creatief, veelzijdig man met grote tekenvaardigheid. Hij had behoorlijk dictatoriale opvattingen: ‘Every product design that leaves my department should be designed in such a way that it can carry my signature’. Maar hij had ook een enorm charisma. Als hij binnen kwam, vulde hij de kamer. In onze design stafbijeenkomsten, waar alle ontwerpen in alle stadia van ontwikkeling kritisch bekeken werden, zei hij: ‘I have the right to veto’, hetgeen betekende dat hij soms een product afkeurde terwijl de matrijzen al klaar waren.” Frans van der Put voegt daaraan toe dat dergelijke producten dan “via een achterdeurtje” toch op de markt kwamen. “Ik heb veertien jaar met hem in een groot professioneel spanningsveld gewerkt. Als eerste en tweede man hebben wij elkaar (op zijn gezag) nooit getutoyeerd. De laatste tien jaar van mijn werkzame leven bij Philips heb ik daarentegen perfect samengewerkt, zowel in menselijke omgang als in professionele opvattingen en inzichten, met Yran’s opvolger, de Amerikaan Bob Blaich.” - Design Centre’ werd genoemd met de komst van de Noorse Knut Yran. Hij werd de chef van deze ontwerpafdeling in 1965, en liet zich door de Japanse professional look inspireren. Er werd een huisstijl gecreëerd, waarbij sprake was van een standaardstijl waarbij alle aspecten van design benut konden worden. Het doel was een image te creëren voor het bedrijf, waarbij efficiëntie en de positie van het bedrijf gehandhaafd bleven. Het design moest de klanten aantrekken en voor tevredenheid binnen het gebruik zorgen.

Ook in de jaren zeventig hield de stroom aantrekkelijke nieuwe producten en vindingen aan. Onderzoeksactiviteiten op het gebied van verlichting leverden een bijdrage aan de ontwikkeling van de nieuwe spaarlampen PL en SL, terwijl Philips Research verantwoordelijk was voor grote doorbraken op het gebied van de verwerking, opslag en overdracht van beeld, geluid en data. Dit leidde tot de uitvinding van de optische disk LaserVision, de compactdisc en optische telecommunicatiesystemen.

In 1972 richtte het concern PolyGram op, de uiterst succesvolle muziekmaatschappij. In 1974 en 1975 werden in de Verenigde Staten respectievelijk Magnavox en Signetic overgenomen. In de jaren tachtig werden onder andere het televisieconcern van GTE Sylvania en de lampenactiviteiten van Westinghouse overgenomen. Vervolgens zag in 1983 de compactdisc het levenslicht– een technologisch wapenfeit. Andere mijlpalen waren de productie van de 100 miljoenste televisie in 1984 en de 300 miljoenste Philishave in 1995.

Vanaf 1980 was de Amerikaan Robert Blaich verantwoordelijk voor CIDC. Hij was van mening dat de producten gezien zouden worden als ‘Statements about the image of the company’, en zag design als een effectief competitief instrument.

In 1991 volgde Stefano Marzano hem op en een nieuwe tijd voor Philips Design brak aan. De samenwerking met bedrijven als Douwe Egberts, Alessi, Nike en Levi’s waren een enorm succes en is een van de meest opvallende nieuwe ontwikkelingen van de laatste jaren.

‘Let’s make things better’
In 1995 introduceerde Philips ‘Let’s make things better’. Dit was het eerste wereldwijde motto en de eerste wereldomspannende campagne die stond voor ‘Eén Philips’. Dit motto werd over de hele wereld uitgedragen en verscheen op alle markten en op alle Philips-producten. Het was ook de eerste campagne die de gehele onderneming samenbracht, die werknemers het gevoel gaf erbij te horen en die de organisatie één gezicht gaf naar de buitenwereld.

De jaren negentig werden gekenmerkt door grote veranderingen voor Philips. Om de onderneming weer te voorzien van een gezonde basis werden grootscheepse herstructureringen doorgevoerd, waarbij de bedrijfsstructuur werd vereenvoudigd en het aantal activiteiten verminderd. In samenwerking met andere bedrijven werd in 1997 de dvd op de markt gebracht, die het snelst groeiende elektronicaproduct uit te geschiedenis zou worden. De dvd is de opvolger van de succesvolle compactdisc– een uitvinding van Philips, die samen met Sony werd geïntroduceerd.

Ook in de 21e eeuw blijft het concern zich richten op verandering en verdere groei. Omdat veel mensen Philips nog uitsluitend zien als een fabrikant van consumentenelektronica, wordt een nieuw en representatiever imago uitgedragen waarmee het bedrijf zich profileert als een onderneming die actief is op het gebied van gezondheidszorg, lifestyle en technologie. In het verlengde hiervan werd in 2004 onder het nieuwe motto “sense and simplicity” een grote reclamecampagne gelanceerd om aan te tonen dat Philips consumenten waar ook ter wereld wil voorzien van geavanceerde en gebruiksvriendelijke producten die beantwoorden aan hun behoeften.

De afdeling Philips Design, verantwoordelijk voor productontwerp en corporate design, heeft nu (onder leiding van Stefan Marzano) honderden ontwerpers in dienst en kantoren in 12 landen op drie continenten en is daarmee één van de grootste designafdelingen ter wereld.

In oktober 2006 verkocht Philips 80,1% van zijn belang in de divisie Semiconductors aan een consortium van private investeringsmaatschappijen. Dit heeft de basis gelegd voor een sterke en onafhankelijke nieuwe halfgeleideronderneming,NXP geheten, die kan voortbouwen op ruim 50 jaar innovatie in het hart van Philips. De verkoop is een nieuwe mijlpaal in de overgang van running cyclische activiteiten naar de opbouw van een nóg sterkere onderneming die zich primair richt op Gezondheidszorg, Lifestyleen Technologie, en zijn merkbelofte van “sense and simplicity” wil waarmaken.

In september 2007 maakte Philips zijn strategisch plan Vision 2010 bekend om de onderneming verder te laten groeien met hogere winstgevendheidsdoelstellingen. In het kader van Vision 2010 werd de organisatiestructuur per 1 januari 2008 vereenvoudigd door de vorming van drie sectoren: Healthcare, Lighting en Consumer Lifestyle. Hiermee wordt Philips nog duidelijker gepositioneerd als een marktgestuurde, consumentgerichte onderneming met een strategie en een structuur die volledig beantwoorden aan de behoeften van haar klanten. Met Vision 2010 verwacht Philips uiterlijk in 2010 de EBITA per aandeel meer dan verdubbeld te hebben (in vergelijking met het verwachte resultaat in 2007).

Websites:
• www.philips.nl
• geschiedenis.vpro.nl
• phr.franswilbrink.nl

  Zie ook Philips design op de website van Galerie Kunstbus  


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 24.