kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Pierre Chareau

Franse architect, meubelontwerper en interieurontwerper, geboren 1883 in Bordeaux - overleden 1950 in New York.

Biografie
Nadat zijn inzending voor de inschrijving aan de École Nationale de Beaux-Arts werd afgewezen ging Chareau in 1903 zonder enige opleiding van ca. 1899 tot 1914 als tekenaar aan de slag in de Parijse afdeling van het Engelse meubel- en decoratiebedrijf Warring & Gillow.

In 1919 opende Chareau zijn eigen ontwerpbureau in Parijs. Hij richtte zich op meubeldesign, interieurinrichting en architectuur, waaronder een slaap- en studeerkamer voor het Parijse appartement van Annie Dalsace die met zijn speciaal ontworpen meubilair tentoongesteld werd in de Salon d'Automne. Andere meubelen en interieurs waren te bezichtigen tijdens de Salon d'Automne van 1920 en werden enthousiaste ontvangen.

In 1922 exposeerde Chareau zijn werk voor het eerst bij de Salon des Artistes Décorateurs. Hij ging kunstwerken van onder anderen Modigliani, Braque, Klee, Raoul Dufy, Ernst en Mondriaan verzamelen. chareau hoorde nu bij de Parijse Avant-garde en ontwierp in 1923 met Fernand Léger (188l-1955) en Robert Mallet-Stevens decors voor Marcel L'Herbiers film L'inhumaine.

In 1924 opende Chareau zijn winkel 'La Boutique' en werkt samen met metaalbewerker Louis Dalbert, wiens gezamenlijke werk te zien was op de tentoonstelling 'Groupe des Cinq' van dat jaar.

In 1925 kreeg hij voor zijn bijdrage aan de 'Exposition internationale des Arts décoratifs et industriels' het Légion d' Honneur toegekend. Op deze tentoonstelling ontmoette hij ook de Nederlandse architect Bernard Bijvoet die naar Frankrijk verhuisde en waar hij mee ging samen werken.

Het eerste werk van Chareau en Bijvoet was het Club-House in het Zuid-Franse Beauvallon. Een helderwit gebouw van gewapend beton met vloeiende lijnen, ronde kolommen en een terras met uitzicht over de Middellandse Zee.
Chareau construeerde een homogeen gebouw aan de Azurenkust, waarin het meubilair geïntegreerd is in de architectuur. Op vraag van bouwpromotor Emile Bernheim ontwierp hij tussen 1926 en 1928, samen met de Nederlandse architect Bijvoet, het clubhuis van het Domaine de Beauvallon (Grimaud). Dit clubhuis, midden in een 18 holes-golf die trouwens nu nog zeer in trek is doet dienst als sociale ontmoetingsplaats: après-golf, zeg maar. De gevel is half-cirkelvormig en een brede open ruimte geeft uit op het terras. Maar het is vooral in het geïntegreerd ontwerp en het meubilair dat Chareau zijn versie van het modernisme heeft ontwikkeld: speeltafels, rechthoekige tafels, barkrukken, plooistoelen in metaal en stof, bolle stoelen met volle rugleuning: het staat allemaal fel in contrast met het bourgeois comfort van de clubzetels van die tijd.
Voor dezelfde opdrachtgever verbouwden ze het Grand Hotel de Tours met gedetailleerde, abstracte interieurs: een rooksalon, een bar en een feestzaal.

Pierre Chareau richtte samen met onder andere Le Corbusier in 1928 de CIAM op en in 1930 waren zij betrokken bij de oprichting van de UAM.

Animation of the House of glass "Maison de vere in Paris"

Het woonhuis Dalsace 'la Maison de verre', rue Saint-Guillaume, Parijs. Pierre Chareau en Bernard Bijvoet, 1927-1931.
Het onbetwiste hoogtepunt van Pierre Chareau 'Het Maison de Verre' ligt verscholen op een binnenplaats aan de Parijse Rue Saint Guillaume 31, op een steenworp van de Boulevard Saint Germain. Chareau is er met de hulp van Bernard Bijvoet in geslaagd het woonhuis met praktijkruimte voor de progressieve vrouwenarts Jean Dalsace en zijn gezin, tot een zinderende detailschatkamer te verheffen.

Dit woonhuis betekende in die tijd voor velen een aanslag op de oorspronkelijke gevels van een bestaand 18e eeuws gebouw en een inbreuk op de compositie door zijn bijzondere inpassing tussen en boven een binnenhof. Een en ander was het gevolg van het feit dat de opdrachtgever niet over het geheel kon beschikken vanwege een onwrikbare plaatsgebonden bewoonster.

De onderste twee bouwlagen van een vierlaags woonblok werden namelijk weggehaald, er voor in de plaats kwam een staalconstructie van drie lagen. Bovendien werd in deze luxe stadswoning voor het eerst het staalskelet om esthetische redenen in het zicht gelaten.

De woning voor de familie D'Alsace is, vanwege het veelvuldige gebruik van glazen bouwstenen, briques de verre Névada, in de gevel, beter bekend als het 'Maison de Verre'. 's Nachts wordt de gevel door sterke lampen van binnen uit beschenen waardoor een warm diffuus licht in het interieur ontstaat en tegelijkertijd voor de buitenwereld het interieur en zijn bewoners onzichtbaar blijven achter het lichtscherm.

In de tijd tussen de eerste schetsen in 1927 en de voltooiing in 1932 hebben letterlijk alle bouwdelen individuele aandacht gekregen. Het leverde in alle gevallen een op maat gesneden oplossing op die originaliteit en functionaliteit combineert met ontroerende en tijdloze schoonheid. Van de verdraaibare toiletpotten, de industriële bediening van de ventilatiekleppen en de natuurrubber noppenvloer avant la lettre, tot de electriciteitsschakelaars, bijzettafeltjes en kleerhangers. Onder de bekende glazen-bouwsteengevels zijn heel subtiel lekgootjes ingebouwd voor de afvoer van condenswater en de kasten in de badkamers zijn als Chinese puzzels. De stalen kolommen van de constructie werden tomaatrood gekleurd en bekleed met platen natuursteen.

Bij het ontwerp behoorde een wereldberoemde maquette waarmee men de ruimtewerking van het interieur wilde laten zien: de Japans-achtige tuin werd aangegeven met klonten lood. Chareau was oorspronkelijke meubelmaker die in dagelijks overleg met zijn opdrachtgevers gebogen stond over en in levensgrote maquettes die dan vervolgens werden vastgelegd. Zo ontstond langzaam maar zeker een interieur waarvan je je kunt afvragen of het een woonruimte of een meubelstuk is.

De binnenwanden zijn niet dragend en hun onafhankelijkheid van de draagstructuur maakt het mogelijk de identiteit van de wand aan te passen. Zo zijn er boekenkasten die een afscheiding vormen tussen de verdiepingen als een bruikbare balustrade. In de badkamer kan het bad aan het oog worden onttrokken door een boekenkast er voor te schuiven en in de slaapkamer van de dochter vormt een mobiel scherm de afscheiding van het sanitaire gedeelte.

Het allermooiste detail is de metalen deur waardoor de dokter, na een consult, de ruimte ontsloot waar zijn receptioniste zat. De gynaecoloog ging zijn patiente voor om haar uitgeleide te doen naar zijn assistente, om bijvoorbeeld een vervolgafspraak vast te leggen. De deur zelf is in plattegrond licht gebold. Dit verleent het relatief dunne metaal de nodige stijfheid en verwijst elegant naar de dikbuikige dames die veelal de deur passeerden. Chareau heeft de deur voorzien van een opgelast railprofieltje, in aanzicht ietwat gekromd, de eigenlijke klink is een bolvormig knopje. Doordat de aanvangshoogte hiervan lager zit dan normaal, maakt de dokter automatisch eerst een beleefde afscheidsbuiging. Door de knop vervolgens naar zich toe te trekken opent hij niet alleen de deur, maar komt hij tevens rechtop staan naast de deur waardoor hij de, vaak hoogzwangere, vrouwen niet belemmert.

Chareau en Bijvoet werkten samen met de smid Dalbet, die verantwoordelijk was voor de platgeslagen metalen details, afgewerkt met zwarte verf en was. Bijvoet maakte de bouwtekeningen voor dit huis eind 1927. De samenwerking verliep gemoedelijk; in een brief aan hun vriend Hendrik Andriessen schreef mw. Co Bijvoet hierover: 'Ber heeft volop werk (...) en werk dat hem best bevalt en hij is nogal vrij, d.w.z. als hij maar zorgt dat alles af komt (...), dan komt het er niet op aan op welke uren van den dag of den nacht hij dat klaarspeelt.' (Kunstlicht, 1992, 26)

Maison de Verre is één van de voornaamste referenties voor de Hightechstijl die sinds de jaren zeventig door Britse architecten zoals Norman Foster, Richard Rogers, Michael Hopkins èn door Nederlandse architecten zoals Moshé Zwarts, Cepezed (Jan Pesman en Michiel Cohen) en Jan Brouwer tot volle wasdom is gekomen. Dankzij vooroorlogse hoogstandjes zoals het Maison de Verre, de bibliotheek St. Geneviève van Labrouste, de gevels van Guimard en de Eiffeltoren, is Parijs dé belangrijkste bedevaartplaats voor ijzer- en staalarchitectuur. Nu tegenwoordig de glazen bouwsteen is verheven tot een icoon van moderne architectuur en inderdaad nagenoeg gehele gevels in glazen bouwstenen worden opgetrokken (zie bijvoorbeeld de Academie van Bouwkunst in Maastricht, architect Wiel Arets), wekt het des te meer bewondering en verwondering dat de aanpak destijds werd geaccepteerd, ook dat het daarna zo lang duurde voordat een volwassen gebruik wederom werd gedemonstreerd.

Bronnen: Grote tekstfragmenten zijn letterlijk overgenomen uit een artikel (column) van Maarten Willems, docent Architectuur TU Eindhoven in het blad Detail in Architectuur.

In 1925 ontwierp Chareau hij voor Jacques Lipchitz meubilair voor de woning van Le Corbusier.

Zijn stijl had zich inmiddels duidelijk vam de Franse décorateur-traditie tot eind jaren dertig ontwikkeld tot het modernisme, duidelijk beïnvloed door Le Corbusier. Chareau verliet de Société des Artistes Décorateurs en werd medeoprichter van de UAM (Union des Artistes Modernes).

Tijdens de grote depressie kreeg Chareau maar weinig opdrachten.

In 1936 ontwierp hij opklapbaar schoolmeubilair dat tentoongesteld werd op de Salon d'Automne.

In 1939 had hij met zijn meubilair voor soldaten dat van pakkisten kon worden gemaakt zijn laatste Franse opdracht voltooid.

Tegen het einde van 1940 emigreerde Chareau naar New York in Amerika, een jaar later gevolgd door zijn vrouw Louise. Daar organiseerde hij tentoonstellingen over Balzac en Daumier en verbouwde hij als een van zijn laatste opdrachten een Quonset-hut tot buitenhuis voor Robert MotherweIl in East Hampton, Long Island.

Vanaf 1940 tot aan zijn dood op 24 augustus 1950 werkte en woonde Pierre Chareau in New York.

Websites: www.erzed.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 174.