kunstbus









Zelfportret, 1931, foto collectie Nederlands Fotomuseum Rotterdam

Piet Zwart

Nederlandse fotograaf, typograaf en industrieel ontwerper, geboren 28 mei 1885 Zaandijk - overleden 24 september 1977 te Wassenaar.

Piet Zwart (1885-1977) dankt zijn bekendheid vooral aan zijn ontwerp van de Bruynzeelkeuken in 1938 en aan zijn vooruitstrevende grafische ontwerpen voor bedrijven als de PTT en de Nederlandsche Kabelfabriek. Zijn oeuvre is beduidend breder dan dat. Hij werkte als binnenhuisarchitect, industrieel vormgever, reclametypograaf, fotograaf, criticus en docent en speelde in al deze hoedanigheden een belangrijke rol in het Nederlandse ontwerpklimaat van de twintigste eeuw. Door zijn veelzijdigheid en zijn invloed op huidige vormgevers riep de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers hem in 2000 uit tot ďOntwerper van de eeuwĒ.

Piet Zwart noemde zichzelf liever vormingenieur of vormtechnicus dan ontwerper. Hij geloofde in functionaliteit, standaardisatie en machinale productie en profileerde zich als een van de eerste industriŽle vormgevers van Nederland. In zijn ogen moest een ontwerp zowel rekening houden met ergonomie en gebruiksvriendelijkheid als met massaproductie.

In het grafische werk van Piet Zwart is eenzelfde vernieuwingsdrang te herkennen. Zijn ontwerpen zijn strak en functioneel, maar bezitten tegelijkertijd een speels karakter. Voor al zijn opdrachtgevers leverde Zwart zowel producten, grafische vormgeving als architectuur, waardoor hij zich typo-tect ging noemen. In zijn vroege grafische werk is de elementaire opvatting van De Stijl nog in volle glorie te zien. Later gebruikte Zwart soms op een verbluffende manier ook (zelfgenomen) foto's.

Een Ďgroepsmaní was Zwart niet. Hij maakte geen deel uit van de Amsterdamse School en De Stijl, maar werd er wel door beÔnvloed. Tegelijkertijd richtte hij zich op de internationale avant-garde, met name op het Russische constructivisme.

Biografie
Piet Zwart werd geboren in Zaandijk en volgde van 1902 tot 1907 in Amsterdam de Rijksschool voor Kunstnijverheid waar hij uiteenlopende lessen volgde op de afdelingen tekenen en schilderen, bouwkunst en toegepaste kunst.
Vanaf 1908 gaf Zwart enkele jaren teken- en kunstgeschiedenis lessen aan de Industrie- en Huishoudschool te Leeuwarden.
In 1913 keerde hij terug naar de Randstad en vestigde zich in Voorburg. Hij studeerde in 1913-1914 nog een jaar aan de TH in Delft.

Piet Zwart werd opgeleid als kunstnijveraar in de beste tradities van de Engelse Arts and Crafts en de Gemeenschapskunst, zoals die omstreeks 1900 in Nederland tot bloei waren gekomen. In de periode rond 1910 tekende hij zijn eerste stoere en eenvoudige houten meubelen. Nog net voor de Eerste Wereldoorlog nam Zwart kennis van de moderne sierkunst uit Duitsland en Oostenrijk, waardoor een veel luxueuzere en verfijndere vormgeving in zijn werk de boventoon voerde.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte Zwart aan diverse kunstnijverheidsprojecten zoals woninginterieurs en ontwerpen voor stoffen en behang. Ook maakte hij decoratieve ontwerpen voor geborduurde kleden, theemutsen en kinderkleding. De sociale omwentelingen na de oorlog en de nieuwe artistieke ideeŽn van de avant-garde brachten andere opvattingen over de taak van de kunstenaar en betekenden voor Zwart een ingrijpende heroriŽntering. Ambachtelijke, traditionele vormgeving was vanaf toen voor hem een gepasseerd station en alles stond in het licht van vernieuwing en een sobere, functionele stijl.

De Stijl
Met Piet Zwart werd afscheid genomen van de Art Nouveau-beweging. De consequentie van het radicaal socialistische gedachtegoed dat Zwart na de Eerste Wereldoorlog omarmde, betekende dat hij afscheid nam van de kostbare kunstnijverheid en zich toelegde op industrieel te vervaardigen ontwerpen. Hij voelde zich in eerste instantie sterk aangetrokken tot de radicale ideeŽn van Theo van Doesburg en De Stijl, waar een abstracte utopische wereld werd gepropageerd. De ijdele Zwart wenste zich niet volledig aan De Stijl over te geven, al zijn sommige van zijn beste ontwerpen zoals de niet uitgevoerde beursstand voor Bruynzeel uit 1921 ondenkbaar zonder het werk van Gerrit Rietveld uit deze tijd.

Met zijn nieuwe moderne ideeŽn was hij wel een van de eersten die een belangrijk docentschap bekleedde. Hij was van 1919 tot 1933 docent aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen.

1919- lid VANK
1920- lid Opbouw

Jan Wils
De in Zaandijk geboren Piet Zwart was van 1919 tot 1922 in dienst als tekenaar bij Jan Wils en droeg bij aan verschillende, belangrijke bouwprojecten. In 1919 ontwierp hij voor de CoŲperatieve Woningbouwvereniging Tuinstadwijk 'Daal en Berg' 68 eensgezinswoningen en 60 verdiepingwoningen rondom 'De Papaverhof'. De ontwerpen werden op 1 februari 1920 d.m.v. een presentatie met 'lichtbeelden' besproken met de directeur van Stadsuitbreiding van Den Haag. De bouw werd op 2 oktober 1920 aanbesteed aan de firma Voormoolen en Bongers, eveneens in Den Haag.
In 1920 ontwierp Wils in opdracht van de N.V. Hollandsche Deurenfabriek C. Bruynzeel en Zonen de nieuwe deurenfabriek van dit bedrijf in Zaandam, alsmede in samenwerking met Vilmos Huszŗr de bungalow Stormhoek voor directeur Cornelis Bruynzeel Jr., eveneens in Zaandam. Zwart ontwierp vervolgens onder meer catalogi en ander reclamemateriaal voor Bruynzeel. Zwart bleef, ook na zijn vertrek bij Wils, voor Bruynzeel werken.- (http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Wils)

Dat Piet Zwart van vele markten thuis was, blijkt uit een stand voor de vijfde Utrechtse Jaarbeurs die hij in 1921 ontwierp voor de Eerste Nederlandsche Celluloidwarenfabriek. Deze stand die eenvoudig en pretentieloos was, illustreert vooral zijn architectonische aspiraties. Korte tijd later nam hij de ontwerptekening nog eens opnieuw ter hand en bouwde hij een open constructivistisch bouwsel van diagonale, horizontale en verticale latten.

H.P. Berlage
Na enkele jaren bij Jan Wils werkte hij tot 1927 als tekenaar op het Haagse bureau van H.P. Berlage. Aan het begin van zijn loopbaan hield Piet Zwart zich veelvuldig bezig met interieurontwerpen, vaak samen met zijn werkgever Berlage of met leden van De Stijl zoals Huszar en Wils (die ook op het Voorburgse kantoor van Berlage werkte).
Een van zijn eerste opdrachten bij Berlage betrof het ontwerpen van een ontbijtservies (1922-1923) in geel persglas voor mevrouw Kroller-Muller op het landhuis De Hubertushoeve. Zwart koos voor eenvoudige basisvormen van cirkel en zeshoek. Niet alleen was deze vereenvoudigde vorm functioneel voor de fabricage, ook deed hij hiermee een principiŽle uitspraak over de mogelijke harde vorm van een dagelijks gebruiksvoorwerp. Een voorwerp zonder decoratie maar toch rijk aan visuele informatie.
Zwart werkte bij Berlage aan diverse projecten zoals het Haags Gemeentemuseum, het Mercatorplein in Amsterdam en een persglazen servies voor de Glasfabriek Leerdam. Een van de belangrijkste projecten waar Zwart aan meewerkte was het interieur van de Christian Science Church in Den Haag (1925-1926) waar Zwart het spreekgestoelte, het orgel en de kerkbanken heeft ontworpen. Ook de toepassing van glazen bouwstenen die de kerk van extra daglicht voorzien was een idee van Zwart.

'Typotect' Zwart is vooral bekend door zijn grafisch ontwerpen. De eerste typografische werken van Zwart dateren van eind 1921 en betroffen briefpapier voor Vickers House en reclame voor IOCO rubbervloeren in Den Haag.

Voor de Nederlandse Kabelfabriek in Delft maakte hij tussen 1923 en 1933 baanbrekende ontwerpen voor affiches en folders. Voor de vooruitstrevende Nederlandsche Kabelfabriek in Delft kon hij voor het eerst vrijelijk experimenteren met grote en kleine letters, lijnen, cirkels en rasters. Hij maakte gebruik van alliteraties, de visuele werking van lettervormen, herhalingen en combinaties van cijfers en letters. Zo creŽerde hij een geheel eigen en nieuwe stijl die tot op de dag van vandaag een grote invloed heeft.
Al snel incorporeerde Zwart ook foto's in zijn reclamedrukwerk. Zijn fotografische werk kenmerkt zich eveneens door een zakelijke benadering, een voorliefde voor lijnen en vlakken en een bijzonder oog voor detail.
De toepassing van fotografie en het gebruik van diagonale richtingen en witte vlakken gaf zijn advertenties een ruimtelijke, architectonische uitstraling. De vergelijkbare experimenten aan het Bauhaus en in Rusland deden de Nieuwe Typografie ontstaan die zich kenmerkt door schreefloze letters en dynamische effecten.
Veel reclamewerk van Zwart werd uitgevoerd bij drukkerij Trio in Den Haag. In 1930 maakte hij een reclameboek voor de drukker waarin hij ook zijn opvattingen over typografie onder woorden bracht. De nadruk lag daarbij op zakelijkheid, functionaliteit en precisie in plaats van op schoonheid.

Naast reclamefotografie maakte hij een tijdlang opnamen van oppervlaktestructuren van hout, metaal en textiel en close-ups van organische gegroeide vormen. Vaak bezitten deze foto's een bijna machinaal element van repetitie, waaruit Zwarts grote bewondering voor structuur en evenwicht blijkt.

In 1933 werd hij van de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappenontslagen, nadat hij zich vrij expliciet had uitgesproken over de herinrichting van het kunstonderwijs. In 1933 werd hij er ontslagen nadat hij zich vrij expliciet had uitgesproken over de herinrichting van het kunstonderwijs. Zijn vooruitstrevende ideeŽn sloten nauw aan bij de vernieuwende methoden en doelstellingen van het Bauhaus in Dessau waar hij in 1929 was gevraagd om een aantal gastlessen te geven. Maar aangezien het conventionele Rotterdamse establishment niet met de progressieve plannen van Zwart overweg kon werd hij om een futiliteit van de Academie ontslagen.

Bruynzeel
Vanaf 1930 ontwierp Zwart voor de Zaanse firma Bruynzeel maandelijks kalenders en ander reclamemateriaal. In de loop van de jaren dertig tot na de Tweede Wereldoorlog hield hij zich ook met andere facetten van het bedrijf bezig zoals het ontwerpen van doelmatige keukens en onderdelen van keukeninterieurs (kasten, meubels en deuren) en de verzorging van de inrichting van toonkamers. Ook ontwierp hij verpakkingsmateriaal zoals een driehoekige bus voor olie en was of houten kleurpotlooddozen. Met vindingrijkheid en op originele wijze wist hij goede oplossingen te vinden, ook al begaf hij zich met zijn achtergrond, op vrijwel onbekend terrein.


1938 'Bruynzeelkeuken'
Piet Zwart was de eerste die een keuken ontwierp met het oog op massaproductie. Ze bestond uit gestandaardiseerde elementen die door machines konden worden gemaakt. Alle elementen waren ontwikkeld volgens logische maatverhoudingen. De onderdelen: kastjes..., konden op verschillende manieren worden gemonteerd zodat de klant enige inspraak had in het ontwerp van de keuken. Voor het eerst konden huishoudelijke apparaten als ijskast en fornuis op een praktische manier worden geÔntegreerd in de vormgeving. Handige snufjes als glazen voorraadschuitjes, een uittrekbare broodplank en proviandrekjes maakten de keuken tot een schoolvoorbeeld van comfort en efficiency.
Piet Zwart integreerde de toestellen als koelkast, fornuis etc. in het ontwerp van de keuken, waar anderen open ruimte lieten voor deze toestellen. Zwart vond het nodig esthetische kwaliteit te koppelen aan sobere doelmatigheid. In 1938 werd zijn 'Bruynzeelkeuken', na 3 jaar onderzoek, in productie genomen.
Het werk dat Zwart verrichtte bij het ontwerpen van een efficiŽnte keuken sloot aan bij de avant-garde ontwikkelingen binnen de architectuur in de jaren twintig en dertig. De standaardisatie die een betaalbare woning moest opleveren die voldeed aan de nieuwe inzichten op gebied van hygiŽne (dus licht en lucht) werd ook bij het ontwerp en de inrichting van de keuken toegepast.

Voor de PTT ontwierp hij onder meer de eerste serie postzegels met een foto afdruk en het prachtige boekje 'Het boek van PTT' uit 1938 waarin de schooljeugd kon leren hoe het van de diensten van de PTT gebruik kon maken.

In de Tweede Wereldoorlog bereidde Zwart zich voor op de nieuwe samenleving waarin een van overheidswege opgelegde, goede en efficiŽnte vormgeving samen met een staatsgeleide productie een belangrijke rol zou spelen. Die wens kwam al spoedig niet uit en Zwarts belang kwam steeds meer
te liggen op het vlak van propaganda van het functionalistische product, het onderwijs van de industriŽle vormgeving en de organisatie van het nieuwe beroep industrial designer.

Na de Tweede Wereldoorlog stelde Zwart, samen met zijn collega Paul Schuitema en de Amsterdamse econoom Jan Bouwman, een rapport op over industriŽle vormgeving. Het rapport was gericht aan de het commissariaat van de Wederopbouw en stelde dat de overheid een regulerende taak had. Ook werden er nieuwe ideeŽn over de inrichting van het kunst- en vormonderwijs beschreven. Met de oprichting van het GKf en het Instituut voor Vormgeving kwamen de ideeŽn enigszins terug.
Aan het eind van zijn carriŤre in 1968 kreeg Zwart nog de opdracht voor het maken van een postzegel.
Naast internationale aandacht voor zijn werk ontving hij meerdere prijzen zoals in 1959 de Quellinusprijs voor zijn typografisch werk, in 1964 de David Roellprijs voor zijn hele oeuvre en in 1966 de eervolle engelse Honory Distinction of Royal Designer for Industry.

Nieuwe Fotografie
Rond 1890 raakten fotografen in de greep van het idee dat ze het beste nostalgische quasi-schilderijtjes in de trant van de Haagse School konden maken om hun vak als kunst erkend te krijgen. Typisch fotografische eigenschappen zoals scherpte en detailrijkdom werden zo veel mogelijk onderdrukt ten gunste van een artistiek ideaal dat van elders gehaald was. Het leverde plaatjes op van feeŽrieke laantjes met slanke berkenbomen, van schaapskuddes en peinzend naar de horizon starende boeren. Dergelijke foto's ademden vůůr alles nostalgie en brachten een wereld in beeld die eigenlijk al niet meer bestond.
De reactie op dit sleets geworden vocabulaire kwam in de jaren '20. In Nederland worden altijd de namen van Piet Zwart en Paul Schuitema genoemd als degenen die voor een frisse wind zorgden. Zij wilden niet langer de schilderkunst imiteren, maar de camera gebruiken waar ze goed in was: objectieve, haarscherpe beelden maken die vol details zaten, niets weglieten en soms meer lieten zien dat het menselijk oog had kunnen waarnemen.
In tegenstelling tot hun oudere voorgangers keerden Zwart en Schuitema hun gezicht (en camera) niet af van de eigen tijd, waarin telefoon, radio en bioscoop hun intrede hadden gedaan, er steeds meer producten met behulp van machines werden vervaardigd en in Rotterdam steeds grotere oceaanstomers aanlegden. Zij Ė en andere aanhangers van de Nieuwe Fotografie, zoals deze stroming wordt genoemd Ė waren juist erg geÔnteresseerd in alles wat met machines te maken had: ze werden geÔntrigeerd door de vormen ervan (met hun koud glanzende metaal) en de producten die ze voortbrachten (de eindeloze herhaling van identieke vormen). Het onderwerp deed vaak minder ter zake: het was vooral aanleiding tot een compositie.
Fotografen als Zwart en Schuitema begonnen te experimenteren met een vormentaal die alleen in de fotografie kon worden gevonden, zoals extreem hoge en lage standpunten, close-ups, afsnijdingen, herhaling van vormen en patronen, optische vervorming, fotomontage, fotocollage en fotogram.


2000 Piet Zwart ontwerper van de (vorige) eeuw
Tijdens de nieuwjaarsreceptie 1999 heeft de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers BNO Piet Zwart uitgeroepen tot ontwerper van de (vorige) eeuw. Zwart plaatst zich daarmee naast zijn leermeester Berlage die eerder al door ArchiNed bezoekers werd uitgeroepen tot architect van de (vorige) eeuw.
Piet Zwart werd door een 'aanzienlijke meerderheid' gekozen door de leden van de BNO waarvan 200 de antwoordkaart instuurden waarop de meest gezichtsbepalende ontwerper van de 20-ste eeuw kon worden gekozen. Naast veel eigen nominaties werd er ook serieus gestemd. Piet Zwart werd op ruime afstand gevolgd door nummers twee tot en met vijf Wim Crouwel, Gerrit Rietveld, Benno Premsela en Anthon Beeke.

Websites:
. Bonas www.bonas.nl


privacybeleid