kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-08-2008 voor het laatst bewerkt.

Plateelbakkerij-Rozenburg

NV Haagsche plateelbakkerij Rozenburg

Nederlandse aardewerkfabriek te Den Haag, opgericht in 1883 - opgeheven in 1917.

In het begin werd er Oud-Delfts gelijkend plateel geproduceerd, later prachtig sieraardewerk. De Haagsche Plateelbakkerij werd vooral bekend door het zogenoemde eierschaalporselein. Rozenburg-aardewerk is een zeer geliefd verzamelobject waarvoor forse prijzen worden betaald.

Geschiedenis
In 1883 richtte de uit Duitsland afkomstige Wilhelm Wolff von Gudenberg de N.V. 's Gravenhaagsche Kunstaardewerk fabriek in een pakhuis aan de Boekhorststraat op, die zich als oud-werknemer van De Porceleyne Fles voorgenomen had het traditionele blauw en gekleurd Delftse aardewerk nieuw leven in te blazen.

Colenbrander
De ondernemer werd al gauw ook door eigentijdse artistieke motieven gedreven. Een bondgenoot vond hij in de excentrieke persoon van Th.A.C. Colenbrander (1841-1930) die van 1884 tot 1889 als esthetisch leider het gezicht van de aardewerkfabriek bepaalde. De ontwerpen die hij maakte waren revolutionair en gelden nog steeds als hoogtepunten in de Nederlandse aardewerkindustrie. Het assortiment van Colenbrander kenmerkte zich door grillige vormen en decors, veelal geabstraheerd naar de natuur en in een expressionistisch kleurenpalet. Critici waren vol lof over zijn wandborden, pullen, vazen en andere voorwerpen, die grillig gedecoreerd waren met kleurige florale of fantasie ranken - geïnspireerd op keramiek uit Iznik, een stad ten zuidoosten van Istanboel.

Voor zijn modellen greep hij terug op oosters aandoende vormen als pagode en tulband, terwijl de decoraties waren geïnspireerd op motieven ontleend aan de natuur die geabstraheerd, tweedimensionaal op een witte ondergrond waren aangebracht. Hoe overdonderend zijn kleurgebruik toen werd ervaren, illustreert het citaat van de uitgever en kunstcriticus L. Simons die de kleuren in 1888 als volgt karakteriseerde: '(...) [een] wild en woest bacchanaal van opspringende en terugwijkende tinten, die daar neergeworpen zijn op de mooiglanzende vlakken: een groen rood, een opflitsend groen, een schaterend geel, een stroef in zichzelf gekeerd bruin, en, tusschen deze rustend een ernstig grijs, een vriendelijk lichtgroen, een innig verleidelijk, kussend roomgeel (...)'.
Het is niet helemaal duidelijk hoe Colenbrander tot deze volstrekt unieke ontwerpen kwam. Wat we weten, is dat hij in 1867 de wereldtentoonstelling van Parijs heeft bezocht waar hij onder meer kennis kon maken met de op het tentoonstellingsterrein opgetrokken nationale bouwwerken als het paleis van de Bey van Tunis, een Indiase tempel, een minaret en een pagode. Zijn belangstelling zal echter in het bijzonder zijn uitgegaan naar de inzending van Japan dat toen voor het eerst met een eigen afdeling was vertegenwoordigd. De wijze waarop hij zijn tweedimensionale versieringen op het platte vlak aanbracht, roept in elk geval onmiskenbare associaties op met de Japanse prentkunst.
Hoe populair en commercieel succesvol de ontwerpen van Colenbrander waren, blijkt uit het feit dat de vele, rond 1900 opgerichte sieraardewerkfabriekjes zich in eerste instantie toelegden op de imitatie van Rozenburg-keramiek.

Haagsche Plateelbakkerij Rozenburg
Het bedrijf dat later onder de naam "Rozenburg" bekendheid heeft gekregen, is ontstaan in 1885. Klachten van buurtbewoners leidden tot verhuizing naar de voormalige buitenplaats Rozenburg, waaraan de fabriek zijn nieuwe naam ontleende: Haagsche Plateelbakkerij Rozenburg.
Op 3 october 1883 kreeg de Duitse edelman Wilhelm Wolff, Preiherr von Gudenberg, van het gemeentebestuur van 's-Gravenhage vergunning voor een inrichting tot het glazuren van porcelein en aardewerk aan de Boekhorststraat 1. De statuten van deze N.V. 's-Gravenhaagsche Kunstaardewerkfabriek werden goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 24 october 1883, no. 28. Al spoedig kwamen er bij het gemeentebestuur klachten binnen van buurtbewoners over de hinder die zij hadden van roet en rook. Daarom stelde de gemeente alsnog strengere eisen aan de inrichting van de fabriek. Wellicht is dit een der redenen geweest waarom Wolff von Gudenberg zijn bedrijf verplaatste. Op 12 januari 1885 kreeg hij van het gemeentebestuur vergunning voor een fabriek van porcelein en aardewerk in het huis "Rozenburg" aan de toenmalige Zuid-Binnensingel 216, nu Buitenom geheten. Aan dit huis ontleende de onderneming haar nieuwe naam.

Waarschijnlijk vooral dank zij het feit dat aan de fabriek kunstenaars verbonden waren als Colenbrander, Henkes, Willem de Zwart en W.B. van Horssen, wist Wolff von Gudenberg andere kunstenaars en kunstminnaars voor zijn onderneming te interesseren én hun financiële steun te krijgen. Het waren de jaren dat de zeeschilder H.W. Mesdag en de literator Carel Vosmaer tot de aandeelhouders van Rozenburg behoorden. Het was een flamboyante, maar weinig winstgevende start.

Eind 1886 ontstond de N.V. Haagsche Plateelbakkerij "Rozenburg". De akte van oprichting werd gepasseerd voor notaris J. Dietz op 29 april 1887. In deze akte werd ook de overdracht geregeld van het huis "Rozenburg" met bijbehorend terrein. De eigenaar H.M. Horrix, meubelfabrikant te 's-Gravenhage, bracht huis en terrein in als betaling voor zijn aandelen in de nieuwe N.V.

Het personeel bestond uit twee groepen: de "werklieden" en de "schilders." De laatste groep bestond grotendeels uit jongeren, die als leerlingschilders werkzaam waren o.l.v. een ervaren kracht. Zij waren verplicht 's- winters de Tekenacademie te volgen en kregen bovendien op het atelier van de fabriek nog les van de oudere schilders. De schildersafdeling stond onder leiding van Theodoor Adriaan Christiaan Colenbrander.

De verkoop der produkten vond officieel plaats in twee eigen depots ('s-Gravenhage en Parijs) en in diverse winkelbedrijven waarmee de firma een depotovereenkomst had gesloten. In de correspondentie treft men overigens herhaaldelijk klachten aan van deze "depothouders" over de direkte verkoop vanaf de fabriek.

De eerste jaren waren zeer moeilijk. De ovens deugden niet, waardoor vele baksels mislukten. In september 1887 brak een brand uit in het oude huis "Rozenburg", die een verbouwing noodzakelijk maakte. Deze verbouwing, de aanleg van nieuwe ovens én de noodzakelijk gebleken aanschaf van een zwaardere stoommachine, die in een apart gebouw opgesteld moest worden, plaatsten de onderneming voor zeer zware financiële problemen.
Daarbij kwam nog dat de inkomsten tegenvielen. Wolff von Gudenberg had meer beloofd dan hij kon waar maken. Zijn berekeningen werden zelden of nooit door de uitkomsten bevestigd. Bovendien kocht hij, naar het oordeel van de Raad van Commissarissen, al te gemakkelijk nieuwe machinerieën in, die later ondeugdelijk bleken of niet nodig voor het bedrijf. In 1889 verliet Wolff von Gudenberg de fabriek.

Colenbranders' ontwerpen zijn zeer vernieuwend en trekken de aandacht, maar worden nooit populair. Het bedrijf kan er niet van bestaan, bovendien zijn er problemen van technische aard. Na het ontslag van Von Gudenberg in 1889 weigert Colenbrander elk compromis en na voortdurende moeilijkheden met de directeuren en de Raad van Commissarissen over Colenbranders bemoeiingen met zaken die buiten het schildersatelier vielen verliet deze de fabriek. Daar hij weigerde zich te schikken naar de orders van de directie, werd zijn ontslagaanvrage in augustus 1889 door de commissarissen ingewilligd. Hij trekt zich boos terug en houdt zich daarna vooral bezig met interieurdecoratie en boekillustraties. Tegelijkertijd verdiept hij zich in het ontwerpen van tapijten.

Na het vertrek van Colenbrander in 1889 borduurde de fabriek voort op zijn ontwerpstijl, met dat verschil dat de kleuren donkerder werden, waardoor de decors min of meer dichtslibden. De dan ontstane voorwerpen missen dan ook de intensiteit en frisheid die zo kenmerkend is voor de ontwerpen van Colenbrander.

Om aan de financiële problemen het hoofd te kunnen bieden had men bij de oprichting der nieuwe N.V. gemeend om de fabrikage van kunstaardewerk als bijzaak, de fabrikage van industrietegels als hoofdzaak te moeten nemen. De tegelfabrikage was echter bij het vertrek van Wolf von Gudenberg nog niet begonnen. Ook zijn opvolgers bereikten niet het gewenste resultaat. Daarom zag men zich genoodzaakt nieuw kapitaal aan te trekken. Dit lukte pas in 1891 door een obligatielening onder hypothecair verband te sluiten. Daarna ging het beter. Tijdens het directeurschap van Alexander Vosmaer werkte de fabriek voor het eerst zonder verlies.

J. Jurriaan Kok
De in 1892 aangetreden directeur Alexander Vosmaer zorgde weliswaar spoedig voor technisch en artistiek veel betere producten, maar zag in dat alleen een echt artistiek talent de tijden van Colenbrander zou kunnen doen herleven. Twee jaar later trok hij daarom J. Jurriaan Kok (1861-1919) als esthetisch adviseur aan. Toen Vosmaer in 1895 wegens fraude was ontslagen, werd Jurriaan Kok tot algemeen directeur benoemd. Al gauw wist hij de fabriek tot artistieke en financiële bloei te brengen.

Zowel de keramische kwaliteit als de decoraties werden beter. Deze decors waren levendiger, met vogels, vissen, soms in combinatie met bloemen, dit in tegenstelling tot de voorgaande donkere bloemendecors.
De bloeitijd van Rozenburg kwam onder de langdurige directie (1895 - 1913) van Jurriaan Kok (bij K.B. van 1-4-1899: Jurriaan Jurriaan Kok). Had men voorheen de winsten verwacht (maar niet verkregen) van de fabrikage van tegels voor de bouwnijverheid, onder zijn bewind keerde men terug naar het uitgangspunt en vervaardigde men weer uitsluitend kunstceramiek, weliswaar met gebruikswaarde, maar géén massaproduktie.

In de periode Jurriaan Kok werd de schildersafdeling geleid door Dominicus Petrus Johannes de Ruiter, zeker vanaf juni 1897 mogelijk al vanaf augustus 1896.

In de jaren negentig laveerde Rozenburg tussen kunst en commercie, tussen bouwkeramiek en gebruiksaardewerk. De fabriek maakte onder meer tegeltableaus voor het Stedelijk Museum in Amsterdam en liet zich sterk inspireren door de Britse arts and crafts-stijl. Vazen, pendules, schotels en kruiken werden gedecoreerd met landelijke idylles waarin watervogels en kikkers, zonnebloemen en klaprozen. De decors werden door meesterschilders en hun gezellen ontwikkeld. Inspiratie en kennis werd gevonden in het open veld, aan de Haagse academie of door studie van internationale plaatwerken.

Eierschaalporselein
Directeur J. Jurriaan Kok trad na jaren van experiment plotseling naar buiten met eierschaalporselein, dat zo verfijnd en zo dun was, dat het nauwelijks nog gebruikswaarde had. Theepotdeksels namen de vorm aan van zeepschuimvlokken en handvatten groeiden als grillige stengels uit de doorschijnende vormen omhoog. Stoere decoraties maakten plaats voor vederlichte scènes met volièrevogels en disteltakken.
Dit porselein werd voor het eerst tentoongesteld op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900. De belangstelling was enorm, en verschillende musea gingen over tot aankoop.
Geïnspireerd door de zweepslaglijn van de Belgische art nouveau, heeft Jurriaan Kok allerlei keramische vormen ontwikkeld in een sierlijk lijnenspel dat van een on-Hollands karakter getuigt. De decoratie bestaat uit naturalistische, veelal gestileerde motieven als bloemen, vogels en bijvoorbeeld draken die tweedimensionaal tegen een roomwitte achtergrond zijn aangebracht en daarmee contrasteren. Het succes van dit roomwitte porselein zorgde voor veel navolgers als de Goudse plateelbakkerijen Regina en Zuid-Holland.

Koninklijke Porcelein- en Aardewerkfabriek Rozenburg
Aanvankelijk maakte men alleen aardewerk. In 1899 slaagde men er in porcelein te bakken, dat aan de wensen voldeed: geschikt voor gietvormen (en dus goed te verwerken) en voor beschildering met onderglazuurverven! De waardering voor deze vinding was groot en werd o.a. tot uitdrukking gebracht door het verlenen van het predicaat "Koninklijke" aan de fabriek op 31 october 1900. Sedertdien voerde de firma de naam N.V. Koninklijke Porcelein- en Aardewerkfabriek "Rozenburg".

Enkele jaren ging het Rozenburg voor de wind. Torenhoge investeringen, toenemend plagiaat en een gemis aan innovatieve ontwerpers maakten die roem echter broos en fragiel.

Vanaf 1904 concentreerde Rozenburg zich weer energieker op de bouwmarkt. In of kort voor 1903 wist men "veelkleurig gres" te vervaardigen (een tussenvorm tussen aardewerk en porcelein) dat tegen weersinvloeden bestand was, waarvan vooral tegeltableaus voor wandversieringen gemaakt werden. Het was vooral Jan Toorop, een goede vriend van Jurriaan Kok, die jarenlang vol enthousiasme met dit smeuïge materiaal werkte.

Het ‘eierschaalporselein’ met Japans georiënteerde decors leverde net als de creaties van Colenbrander, veel waardering op. Maar alleen aan de nieuw ontworpen producten van aardewerk werd in die periode goed verdiend. In het eerste decennium van 1900 begon de verkoop terug te lopen. Om de dalende omzet tegen te gaan, werd een nieuw product op de markt gebracht, het incruust-aardewerk. En toen dat niets opleverde in 1910 het Juliana-aardewerk. De teloorgang bleek echter niet te stuiten.

Na 1910 was de bloeitijd voorbij. Het aftreden als directeur door Jurriaan Kok in 1913 (wegens zijn benoeming tot wethouder van 's-Gravenhage) en de onmogelijkheid een geschikte opvolger te vinden, deden de commissarissen overwegen de aandeelhouders een liquidatieadvies te geven. Het besluit tot liquidatie viel op 8 augustus 1914 toen de pas uitgebroken wereldoorlog de toevoer van grondstoffen afsloot. Half augustus werd de fabriek gesloten, de voorraden en het gebouw met de grond werden verkocht. Dit laatste werd in 1915 aan de gemeente 's-Gravenhage aangeboden, maar die vond de vraagprijs (90.000,00) te hoog. In 1917 werd het pand door het Rijk gekocht voor ca. 77.000,00.

Websites:
. Archief NV Haagsche plateelbakkerij 'Rozenburg'
Al in 1917 werd het archief van de plateelfabriek door één der liquidateuren, de heer J. Jurriaan Kok, na bemiddeling van de toenmalige gemeentearchivaris van 's-Gravenhage, in eigendom overgedragen aan het Nederlands Economisch-Historisch Archief. Het archief werd in 1974 in bewaring gegeven aan het Gemeentearchief van 's-Gravenhage. In januari 1978 ontving het Gemeentearchief nog een kleine aanvulling. De kunsthistorisch geïnteresseerde onderzoeker zal veel gegevens kunnen vinden in de rubrieken "personeel", "kostprijsberekening" en "fabrikage". Daarin vindt hij o.a. wanneer bepaalde produkten gemaakt zijn en door wie ze beschilderd zijn. - (Nederlandse kunst rond 1900 (Nieuwe kunst) (www.zilverbank.nl)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 589.