kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-03-2010 voor het laatst bewerkt.

Rene Lalique

Frans edelsmid en en glaskunstenaar, geboren 6 april 1860 L'Hay-les Roses - overleden 5 mei 1945 Parijs.

Het werk van René Lalique wordt tot de Jugendstil en Art Deco wordt gerekend. Veel van zijn juwelen maakte hij in opdracht voor bijvoorbeeld Sarah Bernhardt en zijn belangrijkste opdrachtgever: Calouste Gulbenkian.

De juwelier van de Art Nouveau
Nadat hij in 1876 de Turgot-school op zijn zestiende had verlaten gaat René Lalique in de leer bij de Parijse juwelier Louis Aucoc en volgde hij lessen aan de École des Arts Décoratifs in Parijs. Daarna studeert hij tussen 1878 en 1880 aan het Sydenham Art College in Londen.

Na zijn terugkeer in Parijs in 1880 werkt hij korte tijd bij juwelier Petit Fils.

In 1882 begon hij met zijn vriend M. Varenne een eigen atelier. Hij maakte zelfstandig sieraden voor verschillende huizen, w.o. Cartier, Boucheron, Destape en Aucoc, ontwierp behang en stoffen en studeerde beeldhouwkunst bij Lequien.

In 1886 nam hij de studio van Jules Destape over. Het atelier ontwierp sieraden voor andere gevestigde juweliers en breidde tot tweemaal toe uit. Lalique toonde zijn werk regelmatig op de Parijse salons.

In 1890 geldt Lalique als een van de belangrijkste juwelenontwerpers van de Franse Art Nouveau. Hij maakt bij de innovatieve ontwerpen voor o.a. de Parijse winkel van Samuel Bing: La Maison de l'Art Nouveau gebruik van ivoor, hoorn, halfedelstenen en email die men als ware objets d'art beschouwde. Ook vervaardigde hij meerdere stukken voor actrice Sarah Bernhardt (1844-1923).

Flora, fauna en de vrouwelijke vormen zijn de grote inspiratiebronnen van de Art nouveau. Lalique maakt sieraden met een natuurlijke invloed die zijn gebaseerd op pauwen, libelles, slangen... . Hij gebruikt daarbij materialen die tot op dat moment ongebruikelijk zijn in de haute joaillerie: glas, emaille, leer, hoorn (materiaal) en schelpen. Ook geeft hij vaak de voorkeur aan halfedelstenen boven edelstenen; hij kiest stenen op hun kleur, glans en vorm, en niet noodzakelijkerwijs op hun exclusiviteit. Zijn getekende ontwerpen worden uitgevoerd door een groep ciseleurs, emailleurs en beeldhouwers die hij rekruteert.

Hij experimenteerde met helder en gekleurd, gegraveerd glas waarmee hij in 1900 met succes op de Parijse 'Exposition Universelle et Internationale' exposeerde.

In 1902 begint hij een klein glasatelier in Clairefontaine.

Parfumflacons
De parfum flacons van Réne Lalique waren, en zijn, een perfect huwelijk tussen de hoogste design standaards en de goedkope massaproductie. Door de ontdekking van chemicaliën te gebruiken voor parfum kon het goedje in meerdere, dus goedkopere, oplage verschijnen. Wat zijn neerslag had op de massaproductie van flacons.

In 1907 kreeg hij van François Coty, een gekende apotheker in Parijs, opdracht voor het ontwerp van parfumflesjes, die werden geproduceerd door glasfabriek Legras & Cie.
Één van Laliques eerste parfum flacons was aldus "Ambre Antique"-1906. Toch is de overeenkomst niet zo snel tot stand gekomen want F. Coty had eerst alleen gevraagd om de naametiketten te ontwerpen maar Lalique wou het volledige flesje ontwerpen, een geliefd flesje dat een geliefde geur vasthield.

Eerst werden de begeerde flesjes geproduceerd in Legras, St-Denis. In 1909 kocht Lalique de Verrerie de Combs-la-Ville, een glasfabriek in Seine-et-­Marne voor de productie van parfumflesjes die hij ondermeer produceerde voor Worth en Roger & Gallet.

Van kwaliteit waren de flesje vrij van bubbels en andere narigheden. Het kristal was eigenlijk demi-cristal; het bezat twaalf procent loodoxide terwijl voor kristal vierentwintig procent gevraagd is. Na de uitvinding en uitvoering van een metalen mal hadden de flesjes een hogere kwaliteit en productiekwaliteit. Twee gedeeltelijk automatische technieken hiervoor waren één: pressé soufflé, waarbij de hete glasmassa tegen de mal wordt geblazen, ten tweede heb je de aspiré soufflé techniek. Hierbij creëert de mal zelf een vacuüm.

Eén van de flacons, voor zijn grootste cliënt Worth, 'Dans la Nuit', omvat het parfum met zijn mysterieuze blauwe kleur als een koele koude mist die over het geurende water zweeft. Het doet denken aan oude Grieks, Romeinse geur flacons die zeker in de smaak zouden gevallen zijn van de voorafgaande neo-classicistische periode. Alhoewel het flesje gemaakt is in 1920, doet het denken aan een ontwerp die het midden houdt tussen de art-deco periode en het neo-classicisme.

In zijn volgende veel grotere fabriek in Wingen-sur-Moder (Elzas) past hij naast de traditionelere technieken als cire perdue en glasblazen moderne industriële productietechnieken toe. Zo ontwikkelde de fabriek een stempelpers waarmee haut-reliëfs konden worden geproduceerd.

De invloed van het japonisme had ook zijn neerslag op enkele ontwerpen: Le Corail Rouge, (voor Farvil, c. 1925), Muguet Flacon, (c. 1930), ... . Het laatste ontwerp was zodanig moeilijk om uit te voeren, omwille van de drie dimensionale uitwerking van lelietjes-van-dalen, dat er daarna een nieuw ontwerp is gekomen: Clairfontaine. (c. 1930). Het Mugeut flacon was glashelder als flesje, doodéénvoudig, maar de stop was als een boeket lelietjes-van dalen die het parfum opslurpten. De Clairfontain flacon had vele gelijkenissen met het vorige maar was daar in tegen als stop, vlak. Deze techniek zou later veel gebruikt worden voor andere flesjes: Bochon, Cassis, Bochon fleurs de pommier, Leur Ames (D'Orsay). Buiten Coty, Worth en D'Orsay heeft Lalique één of meerdere flacons ontworpen voor d'Herraud, Forvil, Grése, Molinard, Jay Thorpe, Arys, Corday, Morabito, Raphael, Godet, Vigny, Haubigant, Roger et Gallet, Gres, ... .

Lalique produceerde een zeer grote verscheidenheid aan glaswerk, van verfijnde en naturalistische art-nouveauontwerpen tot zeer gestileerde en ruwe art-decostukken. Hoewel hij veel verschillende kleuren gebruikte voor zijn kommen, mascottes, knopen, verlichting enz., was hij vooral beroemd om zijn opaalglas, dat op grote schaal door andere fabrikanten werd nagebootst, die Laliques kwaliteit bij lange na niet konden benaderen.

1925 'Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes' in Parijs
Het paviljoen van Lalique was versierd met bas-reliëfs in glas, en binnenin was een overzicht van zijn werk te zien, variërend van drinkglazen en parfumflesjes in serieproduktie tot pièces uniques. Gebeeldhouwde glaspanelen van Lalique waren in de Porte d'Honneur verwerkt, en op de Esplanade des Invalides stond een fontein in de vorm van een glazen obelisk, die 's nachts werd verlicht. Voor het Sèvres-paviljoen creëerde Lalique een eetkamer met een plafond van glazen cassettes, en op de stand van de Parfumerie Française in het Grand Palais stond een glassculptuur in de vorm van een fontein.

Lalique maakt in 1929 voor de Oriënt-Express glazen panelen, ramen voor de sainte-Nicaise in Reims en een glazen interieur voor de St Matthew's Church op Jersey: The Millbrook glass church, een kerkje in Millbrook, Jersey. In de kerk bevinden zich onder andere een glazen doopvont en vier enorme glazen engelen. Ook de plafondbalken zijn gemaakt van glas.

Op het hoogtepunt heeft de fabriek van Lalique in Wingen-sur-Moder factory meer dan 600 werknemers in dienst.

De fabriek werd in 1937 gesloten, maar na zijn dood blies zijn zoon Marc Lalique het bedrijf nieuw leven in.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Ren%C3%A9_Lalique
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 5351.

Tweets by kunstbus