kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 03-02-2011 voor het laatst bewerkt.

Semiotiek

De semiotiek (v.) / semiologie

De studie van de betekenis van zowel tekens als symbolen. Semiotiek of semiologie is de studie van het wezenlijke karakter, het ontstaan (semiose) en het gebruik van tekens en tekensystemen.

De semantiek of betekenisleer is een wetenschap die zich bezig houdt met de betekenis van symbolen waarmee vooral de natuurlijke talen die voor de communicatie dienen worden weergegeven. Binnen de semiotiek wordt semantiek ook wel aangeduid als 'semasiologie'. In feite kan semantiek als een onderdeel van de semiotiek worden beschouwd.

De term "semiotiek" werd voor het eerst gebruikt door de bekende arts Claudius Galenus (2e eeuw n.C.) voor de tekens waaraan ziektesymptomen kunnen worden herkend. De theorie van de tekenleer heeft al een vroegere oorsprong: zo onderscheidden Plato en Aristoteles in de westerse filosofie van de Stoa (Athene, 3e eeuw v.C.) bij woorden al de aspecten betekenisdrager (significant) en betekenis (significaat). Als theorie werd het begrip semiotiek veel later geïntroduceerd in An Essay Concerning Human Understanding (1690) van de 17e-eeuwse politicus en filosoof John Locke (1632-1704).
Moderne ideeën omtrent de semiologie stammen vooral van de taalkundige Ferdinand de Saussure (1857-1913) (zie onderaan de pagina, bij "Saussure"), de filosoof Charles Sanders Peirce (1839-1914) en later van de antropoloog Claude Lévi-Strauss (geb. 1908). Moderne auteurs zijn naast Umberto Eco, ondermeer Michail Bachtin, Algirdas Greimas, Juri Lotman en Tzvetan Todorov.

Vormgeving
Bij de industriële vormgeving spreekt men over de semantiek van vormen, waarmee wordt bedoeld dat (een deel van) een voorwerp door zijn vorm aan de gebruiker kan laten weten welke functie het vervult of wat de gebruiker ermee kan doen. Zo wordt een cilindervormige knop met groeven aan de zijkant begrepen als draaiknop, terwijl andere knoppen meer tot indrukken of verschuiven uitnodigen.

In de loop van de gehele ontwerpgeschiedenis heeft men gebouwen, interieurs en voorwerpen versierd met symbolen om meningen en waarden over te brengen of om ze een bepaald kenmerk te geven. Ontwerpers van de Arts & Crafts Movement maakten bijvoorbeeld ontwerpen die niet alleen in functionele behoeften voorzagen, maar hadden ook een betekenis door het gebruik van bepaalde motieven, zoals doorboorde harten, cirkels en vierkanten die de liefde, het lichaam en de geest symboliseerden.

In de jaren '70 was men er op grote schaal van overtuigd dat de esthetica van het Modernisme, die gebaseerd was op zuivere geometrische abstractie, zeer vervreemdend was, want het gebrek aan ornamentatie -tekens en symbolen- ontkende de eigenlijke betekenis van culturele communicatie. Post-moderne ontwerpers als Charles Jencks herintroduceerden daarom weer symbolen in hun werken.

Roland Barthes (1915-1980) publiceerde een serie boeken, waaronder zijn beroemde boek Mythologies (1957) dat in 1972 in het Engels werd vertaald en zeer veel invloed zou hebben op de ontwikkeling van het Anti-Design.
De Italiaanse auteur en semioticus Umberto Eco, die A Theorie of Semiotics (1976) en Semiotics and the Philosophy of language (1984) schreef zag semiotiek als middel waarmee men de beeldende wereld kon analyseren en was de eerste die deze studie toepaste op de architectuur.

Over het begrip "teken" bestaan verschillende opvattingen. Men is het er niet over eens wat precies wel tot de tekens behoort en wat niet. Soms wordt het begrip uitsluitend gebruikt voor een uiting die bedoeld is als communicatiemiddel. Zo kan een bleke gelaatstint weliswaar een teken zijn van een ziekte, maar in deze galenische zin maakt het dan geen onderdeel uit van de semiotiek. In andere opvattingen is dit juist weer wel het geval; een plotselinge afwijking in de baan van een planeet "betekent" dan dat er iets aan de hand is in de interplanetaire ruimte.

Beoogde tekens, die wel bedoeld zijn als communicatiemiddel, zijn bijvoorbeeld:
. letters (het tekensysteem is dan een alfabet)
. karakters (systeem: bijvoorbeeld het Chinese schrift)
. woorden (het systeem is het totale lexicon)
. morsetekens (de geluidssignalen zijn de tekens, het morsealfabet is het tekensysteem), brailletekens
. verkeersborden, pictogrammen
. gebaren
. iconen (zie hieronder)
. voorwerpen (een witte vlag, zwarte rook, een steen door de ruit, een sluier).
. geoglief, een tekening in en/of op de aarde (door middel van lijnen, paden of gebouwen en andere structuren)

In de tekenleer bij Saussure wordt het teken gezien als een relatie: het is zowel een drager (de woordvorm bijvoorbeeld) als een "betekende" (de woordbetekenis). Die relatie is dus diadisch: er zijn twee aspecten aan het teken. Maar die relatie is voor Saussure nog niet eens de belangrijkste; belangrijker acht hij de "waarde" van het teken, en daarmee bedoelt hij zijn positie te midden van andere tekens. Het woord paard heeft op zichzelf geen waarde; het krijgt pas waarde in relatie tot andere dierennamen, die gezamenlijk een deel van het totale tekensysteem (de woordenschat) vormen. De "waarde" van het teken paard is daarmee een kwestie geworden van de distributie ervan binnen het totale tekensysteem. Dit idee van distributie is later uitgewerkt door de taalkundige Zellig Harris.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 694.