kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 03-01-2010 voor het laatst bewerkt.

Serge Mouille

Franse ontwerper, geboren 24 December 1922 te Parijs - overleden in 1988 in Monthiers, Frankrijk.

Serge Mouille is voornamelijk bekend door zijn werk als ontwerper van lichtornamenten.

Biografie
Als jongetje van dertien werkte Serge Mouille vanaf 1935 als leerling in het atelier van beeldhouwer en zilversmid Gilbert Lacroix, een vaardig ambachtsman, die ongeëvenaarde diersculpturen uit één plaat metaal wist te drijven. Vanaf 1937 volgt hij een opleiding tot zilversmid aan de École des Arts Appliqués (School van Toegepaste Kunsten) in Parijs. Hij voltooide zijn studie in 1941 en vier jaar later, toen hij zelf docent was aan zijn oude school, begon hij zijn eigen atelier in metaalbewerking. De meeste opdrachten betrof het vervaardigen van trapleuningen, luchters en muurlampen.

In 1953 begon hij lichtornamenten te ontwerpen voor architect en binnenhuisarchitect Jacques Adnet (1900 - 1984), die vanaf 1928 directeur was van La Compagnie des Arts Français van Suë en Mare. Deze kunst zou hij voor de rest van zijn leven blijven beoefenen. Zijn eerste prototype van een lamp was een schemerlamp met drie lichten aan armen, die om een standaard met drie poten waren gedraaid. Zijn karakteristieke metalen lampenkappen met de naam tétine (tepelvormig) waren zeer geschikt voor het weerkaatsen van licht en konden in praktische elke stand gezet worden.

Gedurende de Jaren Vijftig ontwierp Mouille grote, hoekige, insectachtige wand en staande lampen met meerdere armen en kleinere, meer gelijnde wandlampen.

Sommige van zijn meest bekende ontwerpen zijn ‘ Oeil’ (1953), ‘Flammes’ (1954) en ‘Saturn´(1958). Hij werkte aan een kinetisch, beeldbouwkundige esthetiek die een ruimtelijke beweging zou oproepen. Hij beweerde dat zijn licht ornamenten 'een reactie waren op de Italiaanse modellen die in 1950 de markt overspoelden' en waarvan hij vond dat ze 'te ingewikkeld' waren.

Naast lampen heeft hij in 1953 ook een auto ontworpen (carrosserie voor een Panhard Dyna).

In 1953 nam hij deel aan een tentoonstelling in het Musée des Arts Décoratifs in Parijs en twee jaar later werd hij lid van de Société des Artistes Decorateurs (Societeit van Decoratieve Kunsten) en de Société Nationale des Beaux-Arts (Nationale Franse Kunst Sociëteit). In hetzelfde jaar werd hem de Charles Plumet Prijs toegekend. In 1958 ontving hij een Erediploma van de Expo te Brussel.

Hij werkte met Louis Sognot (1892-1970) aan lichtsystemen. Sognot is een fijngevoelig artist vol fantasie die zijn prismatische vormen, kubistisch-versierde tapijten en driehoeklampen aan zijn grote voorganger Chareau ontleende. (avant-garde-ontwerpers, waartoe ook Jean Prouvé behoorde, wiens moderne ontwerpen tentoongesteld werden op de opening in 1956 van de Steph Simon Gallery in Parijs. Mouilles sierlijke lampen uit de jaren '50, zoals Oeil, Cocotte, Antonu, tuyau, Satume, Agrafée en Secrétaire, hadden verstelbare zwarte of witte geëmailleerde metalen kappen, die steunden op slanke metalen standaarden. Mouille lanceerde op de 'Exposition Universelle et Internationale' in Brussel twee nieuwe lampen: een driearmige wandlamp en een zesarmige hanglamp. Zijn latere ontwerpen, zoals die voor de Université d'Antony en de Cathédrale de Bizerte, waren zwaarder en architecturaler van vorm.

Tegen het eind van 1950 inspireerde de uitvinding van neon buizen Mouille tot het creëren van een serie vloerlampen, een combinatie van gloeilamp en fluorescentie. Deze ontwerpen, de 'Colonnes' debuteerden tijdens de 1962 Salon Interieur Ontwerp en zijn beter bekende latere werken.

In 1961 stichtte Mouille de SCM (Société de Création de Modeles) om jonge en opkomende ontwerpers te stimuleren. Hij werkte en doceerde de rest van zijn leven en exposeerde zijn juwelen en verlichting op verschillende tentoonstellingen. In 1963 kreeg hij een gouden medaille van de Société d'Encouragement à l'art et à l'Industrie. Door de Directie van Artiestes Professionelle werd hij geëerd met een medaille van de Stad Parijs voor zijn carrière als ontwerper en metaalsmid.

Na zijn dood nam zijn vrouw Gin de zakelijke belangen waar, met als resultaat dat de ontwerpen van Mouille wereldwijd zeer gewild en zeer kostbaar zijn … Gin Mouille is 18 juni 2009 overleden.


In juni 2007 verkocht Sotheby’s een van zijn zeldzame driepotige lampen voor 156.000 dollar (110.000 euro). SmartMoney, het zakenmagazine
van The Wall Street Journal, catalogiseerde Mouille prompt bij de ‘10 designers om nu in te investeren’. ‘De designmarkt is vergelijkbaar met die van de hedendaagse kunst: prijzen zijn erg onvoorspelbaar, vooral als iemand tot elke prijs een topstuk wil binnenhalen.’ Is een Serge Mouille kopen volgens haar dan een goede investering? ‘Zijn ontwerpen zijn van zeer hoge kwaliteit. Ze zullen altijd veel waard blijven. Momenteel haalt hedendaags design de hoogste prijzen op veilingen. Maar met fiftiesdesign van belangrijke artiesten doe je zeker geen miskoop.’
Mouille mag zich zeker rekenen tot die ‘belangrijke artiesten’: hij wordt in één adem genoemd met notoire tijdgenoten als Alexandre Noll, Charlotte Perriand, Isamu Noguchi en Jean Prouvé. Niet toevallig staan ook die allemaal in de shortlist van SmartMoney.

Vraag en aanbod
Het succes van Serge Mouille valt economisch simpel te duiden: de wet van vraag en aanbod. De Fransman maakte in zijn piepkleine atelier even buiten Parijs tussen 1945 en 1963 al zijn ontwerpen met de hand. Een echte ambachtsman dus, geschoold als zilversmid, die een grote productie simpelweg niet aankon. En dat ook niet wilde. Het gevolg laat zich raden: vanaf 1953, toen zijn populariteit zienderogen steeg, overtroffen de aanvragen ruimschoots zijn creatieve output. Naar verluidt was de Amerikaanse acteur Henry Fonda zo onder de indruk van Mouilles werk dat hij op de dorpel van diens atelier kampeerde om hem te ontmoeten en een ontwerp te bestellen. Ook modernistische architecten en decorateurs als Jacques Adnet en Louis Sognot stonden in de rij om met hem samen te werken. Nadat Mouille in 1964 zijn productie stopte om les te geven aan de Parijse Ecole des Arts Applicées, is de vraag naar designstukken van zijn hand alleen maar gestegen. Vooral de sensuele lichtsculpturen die hij tussen 1952 en 1958 maakte, zijn bijzonder gewild. Zijn lichtzuilen (met de eerste neonlampen!) uit zijn latere periode, scoren nu iets minder.

De designmeubelproducent Knoll probeerde zijn ‘Colonnes’ op grote schaal heruit te geven, maar Mouilles karakter botste naar het schijnt met dat van Florence Knoll. ‘Ook Vitra ving bot’, weet Martin Nerbel, een goede vriend van Serge Mouille en zijn weduwe Gin Mouille. ‘Mouille wilde de productie niet uit handen geven, zelfs niet als hij er veel geld mee zou verdienen’, vertelt Nerbel. Bij Vitra horen we - begrijpelijk - het omgekeerde verhaal: ‘Mouille had gevraagd met Vitra samen te werken, maar hij geraakte niet binnen’, stelt persattaché Moniek Bucquoye. ‘Trouwens, in de Vitra-catalogus zitten al genoeg klassiekers à la Eames en Panton. We hebben Mouille niet nodig.’

Geen verkooptruc
‘Mouille was niet geïnteresseerd in massaproductie. Zijn ‘limited editions’ waren geen verkooptruc om de prijzen kunstmatig de hoogte in te jagen. Hij was daar simpelweg niet mee bezig. Al wat hem interesseerde, was creëren en ontwerpen in zijn tempo. Hij had de mentaliteit van een kunstenaar’, vertelt Martin Nerbel. Ook in zijn privéleven was Serge Mouille een bijzonder integer mens, herinnert hij zich. ‘Hij liet zich niet opjagen, door niemand. Als ik er vroeger langsging, nam hij ruimschoots de tijd om me zijn werkprocedé tot in de details uit te leggen. Een van zijn eerste creaties die hij me toonde, was een metalen Nautilus-schelp. Hij vertelde me toen hoe enorm die vorm hem inspireerde om lampen te maken.’ Nerbel hield ook na Mouilless dood in 1988 een goed contact met Gin Mouille, zijn weduwe. ‘Ze zegt ‘zoonlief’ tegen mij. Serge heeft twee dochters, maar hij had altijd liever twee zoons gehad, vandaar.’ Dat verklaart waarom Nerbel, en niet bijvoorbeeld de dochters van Mouille, via zijn bedrijf ESM (Editions Serge Mouille) heruitgaves van Mouilles designobjecten verkoopt.

Na Serges dood besloot zijn wedeuw Gin op even kleine schaal Mouilles fifties-lampen opnieuw te maken volgens hetzelfde ambachtelijke proces en met de originele moules. 300 stuks per jaar, niet meer. Compleet met serienummer en echtheidscertificaat ondertekend door Gin Mouille, zijn deze objecten de jongste twee, drie jaar erg populair. ‘En ze zijn vooral betaalbaarder dan de originele lampen’, zegt Nerbel. Concreet kost een ‘nieuwe’ Mouille tussen 1.200 en 4.000 euro. Nieuwe modellen worden in het postume atelier niet ontwikkeld. Ter vergelijking: de biedprijs voor een originele lamp loopt op veilingen snel op tot 10.000 à 20.000 euro. Al circuleert er volgens Gerti Draxler behoorlijk wat namaak. ‘Zelfs in de jaren 50 en 60 kopieerden malafide designfirma’s Mouilles ideeën al voor commerciëlere lampen’, weet ze. ‘Dat levert niet meteen problemen op voor de veilinghuizen. Een hereditie kan je zelfs op het gezicht van een originele of nagemaakte lamp onderscheiden.’

Erotisch
Rest ons nog de vraag wat mensen zo aantrekt in Serge Mouilles ontwerpen? Volgens Nerbel is het de erotische vorm: ‘Mouille zei altijd: mijn lampen zijn net borsten en billen. Hij haalde vaak inspiratie uit het menselijk lichaam en uit de natuur in het algemeen.’ Vandaar ook de ‘vegetale’ of ‘organische’ vormen, waar kenners Mouilles ontwerpen steevast mee typeren. ‘Zijn lampen lijken wel metalen sculpturen. Niet moeilijk dat ze zo geliefd zijn bij kunstverzamelaars’, weet Nerbel nog. Mouilles oeuvre - dat ook enkele grote sculpturen, meubilair en juwelen bevat - wordt terecht vergeleken met dat van ‘grafisch geïnspireerde’ kunstenaars als Jean Arp, Juan Miró, Alexander Calder en Fernand Léger. ‘Wat een spitsvondigheid, wat een opgewektheid! Mouille wist perfect om te springen met metaal en staalbuizen. Zijn lichtdecoraties met grafische contouren getuigen van een ongemene verfijning. De lampenkappen zijn een streling voor het oog van een exstaalplaatbewerker als ik’, liet de Franse ontwerper en tijdgenoot Jean Prouvé ooit optekenen.
Gin Mouille kan het allemaal niet veel schelen. ‘De media-aandacht die Mouille postuum krijgt, laat ze vrijwel integraal aan haar voorbijgaan’, weet Nerbel. ‘Journalisten interviews of fotoshoots toestaan, doet ze niet. Ze is even wars van belangstelling en commercie als haar man. Ze blijft hem trouw. Dat siert haar.’ Heeft Nerbel als vriend aan huis ook originele Serge Mouille-objecten in zijn persoonlijke collectie? ‘Helaas, ik heb enkel een aantal exemplaren mijn eigen reproducties’, zegt hij. ‘En nee, ik heb ook de auto niet die Serge Mouille ontworpen heeft. Er bestaat maar één exemplaar van, en geen mens weet waar die nu is.’ We dúrven zelfs niet te raden voor hoeveel Sotheby’s die zou veilen.
- (bron: Thijs Demeulemeester @ Vlaamse journalist. Hij schrijft onder meer voor de tijdschriften Weekend Knack, Focus Knack, Trends en Gentleman (allen Roularta) en de krant De Tijd. Demeulemeester begon zijn carrière met lifestyle en faits-divers maar richt zich tegenwoordig meer op design, mode en fotografie. Demeulemeester groeide op in Waregem en was daar lange tijd actief in de Chiro. Hij is een klassiek geschoold gitarist. Hij studeerde communicatiewetenschappen en journalistiek.) .)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 180.