kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 16-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Siegfried Bing

Siegfried (Samuel) Bing (1838-1905)



Franse kunsthandelaar van Duitse afkomst die werkte in Parijs, geboren 1838 in Hamburg - overleden september 1905 te Vaucresson. Na zijn naturalisatie tot Fransman liet hij zich Samuel noemen.

biografie
Siegfried Bing stamde uit een Hamburgse handelsfamilie, gespecialiseerd in internationale im- en export van porselein en andere ,,luxegoederen voor een welgestelde cliëntèle''.

Siegfried Bing werkte tot het uitbreken van de Frans-Duitse Oorlog in een keramiekfabriek in Hamburg. In 1854 verhuisde Bing naar Frankrijk, waar hij een porseleinfabriek begon met een ambachtelijk keramiek-atelier.

Op de Parijse Wereldtentoonstelling van 1867 kreeg een porseleinen servies van zijn firma een hoogste onderscheiding. Met dit elegante, ingetogen gedecoreerde ensemble wilde Bing aantonen dat decoratieve kunst ook in grote aantallen kon worden gefabriceerd. De Nieuwe Kunst moest niet aan de elite voorbehouden blijven, vond hij, maar massaproductie ging hem te ver. Hij bleef trouw aan de belangrijke rol van kunstenaar en ambachtsman.

1876 Bing kreeg het Franse staatsburgerschap.

Japonisme
Bing bleef vanuit Parijs de commerciële productie van hoogwaardige toegepaste kunst najagen. Naast nieuwe technologieën zocht hij ook naar nieuwe artistieke ideeën buiten de Franse cultuur. Gefascineerd door de natuurlijke bezieling van de Japanse cultuur had hij, voor dit doel, zijn oog op Japan laten vallen. Hij was niet de enige in die tijd: een ware Japan-rage trok over de westerse, mondaine wereld, maar Bing bleef niet steken in het importeren van snuisterijen en prullaria. De omvang en kwaliteit van zijn verzameling Japanse prenten was in de Parijse kunstwereld beroemd.

Twee jaar na Arthur Liberty in Londen opende hij in 1877/78 een oosters warenhuis in Parijs vanwege de vraag naar Oosterse waren en met name Japanse kunst, die in de mode was geraakt door de esthetische beweging.

Al in 1880 reisde Bing naar Japan en kocht hier tijdens zijn rondreis een ongekende hoeveelheid Japanse voorwerpen. Om de kennis over Japan en haar kunst bij het westerse publiek te vergroten publiceerde hij tussen mei 1888 en april 1891 zelfs het in drie talen uitgegeven tijdschrift Le Japon artistique, met essays door kenners van Japanse kunst en afbeeldingen van Japanse kunstvoorwerpen.

Zijn winkel werd een plaats waar kunstenaars regelmatig kwamen en kennis maakten met een ongekend aanbod aan Japanse prenten en andere objecten. Bing leende voorwerpen uit aan tentoonstellingen, verkocht Japanse kunst aan de verschillende musea voor kunstnijverheid in Europa en had zelfs het in 1883 geopende Museum van Volkenkunde in Leiden als klant, waar alle Japanse verzamelingen van Nederland waren samengevoegd.

Met het verzamelen en verhandelen van Chinese kunst en Japanse kunst had Bing een grote invloed op de kunstenaars in Frankrijk in de 19e eeuw, waaronder de Nederlandse Vincent van Gogh, maar ook Pierre Bonnard, Paul Gauguin en Henri Toulouse-Lautrec werden sterk door de Japanse beeldtaal beïnvloed.

Van Gogh
Vincent van Gogh bezocht in zijn Parijse jaren (1886-1888) regelmatig de galerie van Bing om inspiratie op te doen. De prenten van Utagawa Hiroshigi die model stonden voor de schilderijen De bloeiende pruimenboom en Brug in de regen kwamen bij Bing vandaan. Vincent van Gogh was zeer onder de indruk van de Japanse prentkunst. Volgens een brief aan zijn broer Theo van Gogh waren er op de zolder bij Bing 10.000 Japanse prenten, die hij voor een vriendenprijs mocht kopen. 500 van deze prenten bevinden zich in het Van Gogh Museum in Amsterdam. Aan de hand van deze collectie wordt duidelijk hoezeer de Japanse kunst - die met prachtige voorbeelden is vertegenwoordigd, van kimono's, waaiers en maskers tot keramiek en prenten - invloed heeft uitgeoefend op de ontwikkeling van de Art Nouveau.

Hij raakte bevriend met ontwerper Louis Comfort Tiffany en begon diens glaswerk en andere kunstwerken te verkopen.

In 1887 werd er in New York een Amerikaans filiaal van het 'Maison de l'Art Nouveau' geopend door John Getz en in 1900 verkocht Siegfried Bing Amerikaanse ontwerpen in Europa.

In 1890 toonde Samuel Bing aan de Ecole des Beaux-Arts 725 bladen van Japanse kunst en 428 geïllustreerde boeken, waarmee hij kunstenaars uit heel Europa aantrok.

Maison Bing, l'Art Nouveau
De term Art Nouveau komt van Bings bedrijf, dat deze ahistorische en op organische vormen geïnspireerde internationale stijl steunde. 26 december 1895 opende Bing zijn als tentoonstellingsforum voor de Nieuwe Kunst gestichte invloedrijke galerie/warenhuis "Maison Bing, L'Art Nouveau" in de Rue de Provence 22, waar hij naast geïmporteerde Oosterse kunst ontwerpen van onder anderen Émile Gallé en René Lalique verkocht.

La Maison Bing, was niet als galerie of winkel ingericht, maar als een woonhuis, waar alles doortrokken was van ,,een perfecte smaak en de charme van een eenvoudige schoonheid, tot in de nietigste gebruiksvoorwerpen'', zoals een van de beginselen van de Art Nouveau luidde.

Samenhang in de nieuwe, zwierige stijl bereikte Bing door zich als opdrachtgever te gedragen. Daarmee vervaagde de grenzen tussen de autonome en de toegepaste kunst, wat ook als een kenmerk van de Art Nouveau kan worden gezien. De Belgische kunstenaar Henry van de Velde tekende het interieur van de eetkamer, met een lambrisering van licht cederhout, Edouard Vuillard ontwierp borden met elegante dames. Tot de ruim vierhonderd tentoongestelde voorwerpen behoren ook een aantal wandversieringen van de legendarische galerie. Het meest prominent zijn de twee monumentale en niet erg animerende doeken Dans en Muziek van Frank Brangwyn, die vanaf de opening in 1895 in de hal hingen. Deze schilderingen laten samen met de autonome kunstwerken (van onder meer William Degouve de Nuncques en Henri de Toulouse-Lautrec) zien dat in de Bing-collectie de beeldende kunst uitgesproken vlakke, decoratieve trekken vertoont en de toegepaste kunst, de meubelen, vazen en juwelen vooral beeldende en sculpturale kwaliteiten bezit.

De galerie moest onderdak bieden aan jonge en nieuwe kunstenaars. Bing rangschikte onder de naam Art Nouveau alle kunst die zich tot dan toe had afgezet tegen de op dat moment heersende artistieke smaak. Het idee van Bing achter het begrip Art Nouveau kreeg eerst kritiek: "Men had medelijden met Bing. Hij werd als slachtoffer beschouwd van een achterbakse aanval van revolutionaire kunstenaars die zijn naieviteit wisten uit te uiten. Edmond Goncourt, die zich als waardige heer had beheerst op de tentoonstelling, hief op straat zijn armen op ten teken van afschuw", las men in de Franse pers."

In The Studio daarentegen werd de galerie Art Nouveau beschouwd als de grote happening van het artistieke seizoen. Hier werd de man geerd die sinds 1888 de Japanse vormenrijkdom in het Duits, Engels en Frans had uitgegeven en daarmee in belangrijke mate had bijgedragen aan de verandering van de smaak. Bing kwam met een groot engagement en geenszins uit naieviteit op voor de contemporaine kunst. Bovendien steunde hij het kunstambacht en de grote Noorse schilder Edvard Munch.

Wat de gemoederen verhitte, waren de meubelen en interieurs van Henri van de Velde, door de broers Goncourt minachtend bestempeld als Yachting Style, de glazen van Karl Koepping en Louis Comfort Tiffany, het werk van Otto Eckmanns, het glaswerk van Harry James Powell en de gedaanten van de houtsnijder Francois Rupert Carabin: achteraf gezien allemaal helden van de Jugendstil.

Onder de druk van de Parijse verhoudingen deeed Bing later concessies. Hij rechtvaardigde het compromis door te proberen de 'gratie, logica en reinheid', die als essentiele elementen van de Franse kunst werden beschouwd te doen herleven. Pas met deze tendens die eigenlijk op rococo leek, stelde hij het publiek tevreden; hij stelde een Art-Nouveau-stijl tentoon die overeenkwam met de smaak van de Belle Epoque. Voortaan werd de Parijse Art Nouveau geidentificeerd met de luxueuze, ranke meubelen van Eugenen Gaillard en Georges de Feure en het nogal sculpturaal barokke werk van Georges Hoentschel. Toch (of juist daarom) liet Toulouse-Loutrec een woning in de Yachting Style inrichten.

Via zijn bedrijf verkocht Bing ook textiel en metaalwerk, dat was ontworpen door W.A.S. Benson (1854-1924) aan Liberty & Co. en Morris & Co.

1900 Exposition Universelle et Internationale de Paris
Doordat Bing veel steun krijg van kunstenaars kreeg hij toestemming in de Parijse wereldtentoonstelling van 1900 een eigen paviljoen in te richten. Bing exposeerde met groot succes zijn Pavillon de l'Art Nouveau op de 'Exposition Universelle et Internationale de Paris' in 1900.
In zijn streven naar een Gesamtkunstwerk bracht Bing drie veelbelovende, maar nog relatief onbekende designers bijeen: Georges de Feure, Edward Colonna en Eugène Gaillard.
Eugène Gaillard deed de antichambre, de eetkamer met een duizelingwekkende buffetkast en een slaapkamer met een lyrisch bed. Edward Colonna richtte de salon in met licht citroenhout en een vederlichte vitrinekast met bloemstengels in haut-reliëf. Georges de Feure ontwierp de haute couture van het interieur in een boudoir in verguld hout. ,,Een van de verfijndste en volmaakste decoratieve ensembles die in onze tijd zijn verwezenlijkt, het meesterstuk van deze Wereldtentoonstelling'' was de reactie van een vooraanstaand criticus.
Markante voorbeelden van hun uitgesproken elegante ontwerpen worden gepresenteerd als stijlkamers. Kamerschermen, sofa's, vitrines, en een compleet slaapkamerinterieur, aangevuld met porselein, glas en textiel. Ook het werk van de Belgische Henry van de Velde werd hier getoond. Met name de twee interieurs van De Feure werden geprezen in The Studio. In 1903 wijdde Bing een hele expositie aan zijn werk.

Bing verkocht werk van de kunstenaars Henri Toulouse-Lautrec (1864-1901), Rodin, Claudel en Édouard Vuillard (1868-1940) en de ontwerpers Alexandre Charpentier (1856-1909) en Auguste Delaherche (1857-1940), meubels, keramiek en sieraden van Van de Velde, Colonna, De Feure en Gaillard, evenals panelen van gebrandschilderd glas van Pierre Bonnard (1867-1947), geproduceerd door Tiffany.

In 1905 nam Bings zoon Marcel het beheer van de winkel over, zodat Bing zich kon concentreren op de antiekhandel.

Met Bings vooruitstrevende idee om sierlijke meubels te laten maken in een duidelijk Franse stijl wist hij de kloof tussen de 'hogere' beeldende kunst en de lager ingeschatte toegepaste kunst te overbruggen, en leverde hij artistieke oplossingen voor het verfraaien en esthetiseren van de woonomgeving. Met zijn dood in 1905 kwam een abrupt einde aan de onderneming, die zo bepalend is geweest voor het moderne design in de 20ste eeuw. Na het overlijden van Bing was zijn zoon, hoewel hij een begaafd edelsmid was, echter niet in staat om de kunsthandel voort te zetten.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2311.

Tweets by kunstbus