kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 08-08-2008 voor het laatst bewerkt.

Slothouber-en-Graatsma

Jan Slothouber en William Graatsma

De architecten / vormgevers Jan Slothouber (Boskoop, 1918) en William Pars Graatsma (Burght, 1925) onderzochten de wiskundige regelmaat van de kubus, toegepast in diverse constructies van verschillende materialen. Zij ontwikkelden onder meer een kubisch rooster maar ook straatmeubilair en meubilair met kubusvormen die de gebruiker op verschillende manieren aan elkaar kon groeperen. Het meest bekend werden Slothouber en Graatsma echter met een kinderpostzegel waarop een op de punt gekantelde kubusvorm te zien was.

Later gaan beiden naar de Afdeling Vormleer van de faculteit Bouwkunde aan de TU/e. Slothouber wordt in 1980 hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven, Graatsma wordt directeur van de Jan van Eyck Academie in Maastricht.

DSM
Na een bouwkundige opleiding werkten Jan Slothouber en William Graatsma vanaf 1955 voor de voormalige Nederlandse Staatsmijnen (later DSM). Hier hadden ze als taak, met de vormgeving van verpakkingen, producttoepassingen, advertenties en tentoonstellingen, het bedrijf een herkenbaar gezicht te geven. Jan Slothouber en William Graatsma ontwikkelden voor de Staatsmijnen een kubistisch vormgevingssysteem. Met dit schijnbaar beperkte idioom werd een grote rijkdom aan vormen en toepassingen bereikt: van relatiegeschenken en gebruiksvoorwerpen tot verpakkingen en tentoonstellingen. Deze 'Cubische Constructies' oogstten veel waardering en leverde hen behalve veel tentoonstellingen meerdere prijzen op.

Met de kubus en de eenheid van 700 milimeter als grondvorm, bouwen ze hun specifieke vormenwereld, die vele toepassingsmogelijheden kent. Slothouber: "Dat betekent niet dat alles vierkant moet worden. Je kunt meerdere vierkanten aan elkaar leggen en als je de eenheid maar klein genoeg neemt, kun je ieder formaat bereiken." Slothouber en Graatsma maken bollen, torens en cilinders van kubische cellen. Die passen ze toe in vitrines van perspex of in zitkussens die, met ritssluitingen, aan elkaar te schakelen zijn. Ook maken ze hexagons in gekleurd perspex, die zijn opgebouwd uit 4, 16 of 64 gelijkvormige ruiten.

Naast de voor DSM ontworpen zaken die deel uitmaakten van een – zeker voor die tijd – opvallend coherente corporate identity, ontstonden uit experimenten ook andere, soms meer autonome, objecten. Hiertoe behoren onder meer reliëfs gebaseerd op vijf verschillende constructieprincipes, grote schaal- cel- rooster- en netwerkconstructies uit kunststof en staal alsmede gewelfde trottoirs en meubels uit diverse materialen. De ontwerpers streefden in de geest van het functionalisme naar ‘eenvoudig en economisch te realiseren oplossingen met universele gebruiksmogelijkheden' die bovendien theoretisch voor iedereen bereikbaar waren.

Bijna per ongeluk verzeilden Slothouber en Graatsma in de wereld van de moderne beeldende kunst. Dat had waarschijnlijk te maken met de belangstelling die destijds voor serialisme, concept en minimal art ontstond. Medewerkers van het Stedelijk Museum in Amsterdam boden het duo de tentoonstelling ‘vier kanten: maat vorm, kleur, letter’ aan, waarna zij het Centrum voor Cubische Constructies (CCC) oprichtten. Onder deze naam onderzochten Slothouber en Graatsma de wiskundige regelmaat van de kubus, toegepast in diverse constructies van verschillende materialen. CCC ontwikkelde onder meer een kubisch rooster maar ook straatmeubilair en meubilair met kubusvormen die de gebruiker op verschillende manieren aan elkaar kon groeperen.

Behalve voor de strikt wiskundige en beperkende mogelijkheden van de kubus, had deze vorm voor Slothouber en Graatsma, als ‘anonieme’ ontdekkers ervan, ook een sociale betekenis. Zich verzettend tegen het persoonlijk individualisme van de Cobra-schilders verkozen zij een meer democratische kunstvorm, waarbij de kubus als universele vorm voor iedereen begrijpelijk en hanteerbaar was. CCC trok daarbij de uiterste consequentie dat zij zich ook niet om het copyright van hun ontwerpen bekommerde.
Zo ontwikkelde zij een universeel frame, bestaand uit twaalf gelijke delen die uit elkaar gehaald kon worden en verschillende toepassingsmogelijkheden bood. Met kubussen in andere maatvoeringen erbij kon men spelenderwijs een geometrische (meubel)constructie bouwen. Een dergelijk principe paste ccc toe bij hun kubische meubelbouwpakketten. Deze voor die tijd nieuwe werkwijze greep terug op de socialistische/democratische idealen om kunst en vormgeving in de samenleving te integreren.

In 1966 kreeg ccc met Peter Struycken en Johannes Itten een Sikkensprijs uitgereikt voor hun vernieuwende rol in kunst en vormgeving.

Verschillende fascinerende presentaties volgden, onder andere bij Art & Project (1968).


In 1970 vertegenwoordigen zij Nederland zelfs op de Biënnale van Venetië. Het cubisch gewelfd trottoir, dat evenals het Cubisch Gewelfd Kruis op de Biënnale van Venetie staat, is aangekocht door de gemeente Eindhoven en is te zien op de Luxemburglaan in Woensel.
Het Cubisch Gewelfd Kruis is speciaal gemaakt voor de Biënnale van Venetië in 1970. DSM schenkt het beeld aan de faculteit Bouwkunde, die het in 1977 aan de TU/e schenkt, ter gelegenheid van het zesde lustrum. Een bijzondere rol is weggelegd voor de materiaalkeuze, gekleurd perspex. De lichtwerking geeft als het ware een inwendig leven aan de constructie. - (idee voor het cubisch gewelfd trottoir is ontstaan in 1969 naar aanleiding van de kunstmanifestatie C(ommunicatie)70 om een plan te bedenken voor de inrichting van het toen nog braakliggende schouwburgplein te Rotterdam. Het ontwerp van William Graatsma en Jan Slothouber is in Rotterdam nooit gerealiseerd, maar een deel van het trottoir is in 1970 alsnog uitgevoerd voor de Biënnale in Venetië. Het thema van de Biënnale, 'democratisering van de kunst', sloot goed aan op het werk van Graatsma en Slothouber. Uitgevoerd in beton vormen de cubisch gewelfde blokken een ruimtelijke uitbreiding van de in Nederland gangbare vlakke betonnen trottoirtegels.
Na Venetië was de tentoonstelling, waaronder het cubisch gewelfde trottoir, in zijn geheel of in onderdelen te zien in verschillende musea en galeries in Duitsland, België, Zwitserland en Nederland. Uiteindelijk wordt in 1982 een deel van het in beton uitgevoerde trottoir door de gemeente Eindhoven geplaatst aan de Luxemburglaan in Eindhoven.

1970 kinderpostzegels
De in 1970 uitgegeven kinderpostzegels hebben als thema 'Het kind en de kubus'. Voor dit thema is gekozen omdat het kind, zoals het aan het begin van het leven staat, elementair van vorm is. Ook de kubus heeft een elementaire vorm die vele variaties mogelijk maakt. De ontwerpers van de kinderpostzegels, de architecten William Graatsma en Jan Slothouber van het Centrum voor Cubische Constructies, zijn gefascineerd door de combinatie kubus-en-kleur. In hun ontwerp voor de zegel symboliseert het ogenschijnlijk simpele blokje de kleuren van levenslicht en de oervorm van de jeugd. - (Slothouber en Graatsma met slechts artistiek succes. Ondanks twee grote museumtentoonstellingen kochten musea hun werk niet aan. Slothouber en Graatsma verruilden het ontwerpersbestaan voor docentschappen in het kunstonderwijs en tenslotte scheidden ook hun wegen.

Vanaf 1970 tot aan zijn emeritaat in 1983 was Jan Slothouber lector en vervolgens gewoon hoogleraar Vormleer aan de T.H. Eindhoven. William Graatsma gaat les geven in het architectuur- en kunstonderwijs. Hij wordt in 1983 benoemd tot directeur van de Jan van Eyck Academie te Maastricht. Deze functie zal hij tot 1990 vervullen.

Vanaf 1983 werkt Slothouber verder aan kubistische vormgeving. Deze 'Nieuwe Kubiese Konstrukties' (NKK) leverde hem eveneens veel waardering op en in 1989 een IKEA Award.

In 2004 kwam het werk van de vergeten pioniers van de Nederlandse, na-oorlogse vormgeving opnieuw in de belangstelling door een tentoonstelling bij galerie VIVID te Rotterdam van 2 november 2003 t/m 4 januari 2004 (Museum Amsterdam.

Het Stedelijk ontvangt in 2006 een omvangrijke schenking van het werk van Slothouber & Graatsma. Het gaat hierbij om materiaal betreffende de ‘cubische constructies' die zij in de jaren zestig maakten: objecten, grafiek en documentatie. Ter gelegenheid hiervan werd op 9 februari 2006 een discussieavond georganiseerd 'SMCS op 11'. Nog voordat deze schenking gerealiseerd was gebruikten Jeroen de Rijke en Willem de Rooij een replica van de kubusbank in hun film Mandarin Ducks (inzending Biënnale Venetië 2005 ) die in 1970 het centrum van het Venetiaanse Rietveldpaviljoen was geweest.

Jan Slothouber is donderdag 29 november 2007 op 89-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Eindhoven.

Websites:
. vormgeving 'centrum cubische constructies 1965 - 1970' (Recensie Jan Slothouber en William Graatsma (Vormgever Peter Graatsma heeft voor ’s Heeren Loo een herinterpretatie gemaakt van het cubisch gewelfd trottoir naar het oorspronkelijke ontwerp van William Pars Graatsma en Jan Slothouber uit 1969. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 711.