kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 12 08 2016 10:26 voor het laatst bewerkt.

Spyker

Nederlandse automobielfabriek, opgericht in 1880 (onder de naam Spijker) door de Hilversumse smeden Hendrik-Jan en Jacobus Spijker - opgeheven in 1926. De merknaam Spyker werd in 1999 opnieuw geregistreerd om onder de naam Spyker Cars exclusieve sportwagens te bouwen.

Historie
Hendrik Jan (Hilversum, 1 april 1855 - Hoek van Holland, 21 februari 1907) en zijn jongere broer Jacobus Spyker jr. (1857-?) bij hun vader Jacobus, smid te Hilversum, in de leer en begonnen in 1880 de Rijtuigenfabriek Gebr. Spijker in Hilversum. Ze waren hiermee zeer succesvol en verplaatsten hun bedrijf in 1886 naar Amsterdam.

, een geschenk van het Nederlandse volk voor de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Deze werd gebouwd in 1897 en 1898.

In datzelfde jaar kochten de gebroeders Spijker een auto van de Duitse firma Benz, en een jaar later besloten ze de Benz in licentie te gaan assembleren onder de naam Spijker-Benz. Hiervoor werd aan de Amsteldijk een nieuwe fabriek gebouwd, op de plaats van de vroegere hofstede Trompenburg van Cornelis Tromp, die in 1828 was gesloopt. De naam van het bedrijf werd N.V. Industrieële Maatschappij Trompenburg. In 1900 openden ze de nieuwe fabriek en presenteerden ze een Benz die voorzien was van een eigen carrosserie als hun eerste auto.

In 1903 werd het merk Spijker veranderd in het meer internationaal ogende Spyker.

Spyker 60HP
Nadat de Belgische constructeur Laviolette was aangetrokken introduceerde het merk in 1903 de eerste vierwiel aangedreven en eerste zescilinder auto: de Spyker 60HP, met remmen en aandrijving op alle vier de wielen. Met deze raceauto als uithangbord betrad men de internationale markt van exclusieve auto's, het marktsegment waar men zich op wilde concentreren. Deze auto is te zien in het Louwman Museum in Den Haag.

In de daaropvolgende jaren introduceerde het bedrijf diverse nieuwe modellen en tal van innovaties, zoals een spectaculaire, lichte carrosserie uit geperste boombast-vezel.

In 1907 eindigde een 25 pk Spyker als tweede van vijf deelnemers in een rally van Peking naar Parijs met achter het stuur de Fransman Charles Godard, die de auto - tot ongenoegen van Spyker - in de kleuren van de Franse vlag schilderde.
Het werkelijke verhaal achter dit Spyker-avontuur bleek overigens heel wat minder heroïsch dan destijds werd aangenomen. Godard bleef tot Irkoetsk samen rijden met twee Franse De Dion-Boutons toen de Spyker het begaf. Hij zou de race echter met veel improvisatie hebben weten te vervolgen en haalde de twee Franse deelnemers weer bij. De drie auto's reden in Parijs gezamenlijk over de finish. Godard en zijn Spyker werden een legende. Later bleek uit het Spyker-archief van de Nederlandse monteur Bruno Stephan dat Godard de Fransen wist bij te halen door de Spyker over grote afstanden per trein en boot te vervoeren!

Hendrik-Jan Spijker vertrok in 1904 naar Nederlands Indië en kwam in 1907 bij de scheepsramp van de SS Berlin om het leven, waarna Jacobus Spijker zich uit het bedrijf terugtrok. De Industrieële Maatschappij Trompenburg ging in 1908 failliet, maar kon een doorstart maken.

Alhoewel zakelijke successen uit bleven, groeide de reputatie van Spyker als kwaliteitsmerk nog steeds. Koningin Wilhelmina bestelde in 1911 haar eerste Spyker-staatsiewagen waarop er nog negen zouden volgen. De Spyker zou tot aan de Tweede Wereldoorlog de officiële Nederlandse staatsauto blijven.

Omdat de vraag naar auto's na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was ingezakt werden onder de naam Spyker nu ook vliegtuigen naar ontwerp van de Fransman Vannehard gebouwd. Dit uitstapje inspireerde de fabriek tot de vervaardiging van de opmerkelijk gestroomlijnde C1 Aerocoque. Diverse typen werden geleverd aan de Luchtvaartafdeeling en de Marine Luchtvaartdienst. In totaal werden tussen 1914 en 1918 bijna 100 gevechtsvliegtuigen en 200 vliegtuigmotoren geproduceerd.

Henri Wijnmalen

Nederlandse luchtvaartpionier en vliegenier, geboren 3 september 1889 in Ovezande (Borsele) - overleden 9 februari 1964 in Twyford (Berkshire, Engeland).
Henricus Joannes Evert Willem Carel (Henri) Wijnmalen, ook wel Weynmalen of Wynmalen studeerde medicijnen toen hij in 1910 besloot vlieglessen te nemen in Pau bij de Louis Blériot en later aan de vliegschool van Henri Farman waar hij 29 augustus 1910 zijn vliegbrevet haalde. In datzelfde jaar vestigde hij een wereldrecordhoogte van 2780 meter.
Terug in Nederland kreeg Henri Wijnmalen een baan aangeboden van zijn oom J.F. Verwey die mededirecteur was van Verwey & Lugard Automobielen, die in 1910 in Gilze-Rijen en op Soesterberg vliegshows ging houden. Henri Wijnmalen kreeg de leiding over de vliegshow en vliegschool van Soesterberg, onder de bedrijfsnaam 'Maatschappij voor Luchtvaart'. Medevliegenier Frits Koolhoven kreeg de leiding over de vliegtuigfabriek.
In 1911 nam Henri Wijnmalen ontslag en ging ook de Maatschappij voor Luchtvaart falliet waarop de inboedel werd overgenomen door de LVA. Henri vertrok naar Duitsland waar hij ging werken voor vliegtuigontwerper Max Oertz, om 1913 via België weer terug te keren in Nederland als Farman-agent en licentiehouder. Hij begint de Nederlandse Vliegtuigen Fabriek op Vliegbasis Soesterberg en bouwt Farman en Bleriot vliegtuigen.

In 1914 moet hij Soesterberg verlaten en betrekt hij één van de fabriekshallen van Spyker (Trompenburg). De financiële situatie van Spyker was dermate dat Henri zijn geldschieter, Frits H. Fentener van Vlissingen, vroeg om alle aandelen Spyker op te kopen. Henri werd directeur van Spyker en hernoemde de fabriek in 'N.V. Nederlandse Automobiel- en Vliegtuigenfabriek Trompenburg'. Henri Wijnmalen zou het bedrijf tot 1922 leiden onder het motto 'Nulla tenaci invia est via' ("Voor de volhouder is geen weg onbegaanbaar"), Het logo werd een combinatie van een spaakwiel en een vliegtuigpropeller. Spyker is dan één van eerste volwaardige Nederlandse vliegtuigbouwers met eigen ontwerpen en krijgt ook orders binnen van de LVA.

Naast auto's werden er vanaf 1920 ook vrachtauto's en bussen geproduceerd.

Frits Koolhoven (Spyker C4)
Koolhoven (1886-1946) kwam in 1920 werken voor Spyker. De periode waarin Spyker vliegtuigen bouwde was toen net achter de rug, en Frits Koolhoven werd adviserend ingenieur. Met de door luchtvaartpionier Frits Koolhoven ontworpen opvolger van de C2, de C4 uit 1920 (De C3 is nooit uitgekomen.) bracht de fabriek haar (voorlopig) laatste - en waarschijnlijk fraaiste auto op de markt. De dure, krachtige en luxueuze Spyker C4 was uitgerust met een zes cilinder motor die door de Duitser Wilhelm Maybach was gebouwd, en verwierf faam in Groot-Brittannië als de 'Rolls-Royce van het continent'.

Spyker heeft diverse sportieve prestaties en records neergezet. Vooral in de jaren twintig had Spyker een omvangrijk en ambitieus programma, dat ingegeven werd door de 'aviateurs' Wijnmalen en Koolhoven, die daarmee wedijverden met hun vrienden bij de pas opgerichte KLM.

Tenax
Op 27 november 1920 begon een Spyker C4 aan een non-stop rit van Nijmegen naar Sittard en terug; een afstand van 19,3 km. De Spyker, die Tenax werd gedoopt (Latijn voor taai), brak het wereldrecord van Rolls-Royce, dat 24.000 km had gereden (met een gemiddelde van 32 km/u) op het traject Londen-Edinburgh vice-versa. Tenax legde in 36 etmalen een afstand van 30.000 km af, met een gemiddelde van 35 km/u. De laatste rit op 2 januari 1921 vond onder grote publieke belangstelling plaats. Zowel de afstand als de tijdsduur waren wereldrecords. Tenax was de allereerst geproduceerde C4. Ironisch genoeg volgde directeur Wijnmalen de prestaties van Tenax vanuit een Rolls-Royce.
Van deze unieke race werd door Haghe Film een film gemaakt die op Spyker vestigt wereldafstandsrecord").

Parijs-Den Haag
Op 18 juli 1921 reed Frits Koolhoven de vijfhonderd kilometer van Parijs naar Den Haag in acht uur en 26 minuten. Koolhoven verbrak daarmee het record van directeur P.J. Adrian van de Haagsche Automobielmaatschappij met één uur en 22 minuten, ondanks dat mechaniciën Kees van de Brink een half uur aan de benzinepomp moest sleutelen en zeven banden verwisselde.

La Turbie
In maart 1922 won H. baron Van Pallandt met een Spyker C4 de heuvelklim van Mont La Turbie bij Monte Carlo. Met een gemiddelde snelheid van 45 km/u legde hij het parcours in een tijd van elf minuten af.

Brooklands: De Spyker C4 vestigde in 1922 nog een 24-uurs snelheidsrecord met een gemiddelde van 119,5 km/uur.
Op 19 en 20 juli 1922 vestigde de Australische autocoureur S.F. Edge (eigenaar van de AC-autofabriek) een nieuw 'double twelve'-hour record op de Brooklands renbaan in Engeland met een gestroomlijnde Spyker C4. Het was in 1922 niet meer toegestaan om ook 's nachts op Brooklands te rijden, zodat recordpogingen in twee keer twaalf uur werden verreden. Edge legde in die 24 uren met de Spyker in totaal 1.782 mijl (2.867,2 km) af met een gemiddelde snelheid van 119,5 km/u. Met de recordpoging werden behalve het 'double twelve-record' tevens twintig andere records gebroken. Edge wilde met de recordpoging aantonen dat het mogelijk was om in 1922 met een normale productie-auto - wat de C4 feitelijk was - records te breken, waar vroeger speciale race-auto's voor nodig waren. Edge was een voormalig Napier-fabriekscoureur en had in 1907 op dezelfde baan een 24-uurs record gevestigd met een Napier.

Nadat de onderneming in 1907 al aan een faillissement was ontsnapt, raakte men in 1922 opnieuw in de problemen en op 6 juli van dat jaar ging Trompenburg opnieuw failliet om later in het jaar een tweede doorstart te maken. Het bedrijf kon echter in de concurrentie door Amerikaanse fabrikanten niet goed meekomen, en de verkoop van het laatste topmodel, de Spyker C4, viel erg tegen.

Henri en zijn vrouw Leontine verhuizen naar Groot-Brittannië waar Henri zich bezig houdt met renpaarden en paardenfokken en hier enkele boeken over schrijft.

In 1924 werd op de boulevard van Scheveningen een autorace georganiseerd die uniek was voor Nederland en waar alle grote automerken van die tijd (Mercedes, Aries, Durant, Chevrolet en natuurlijk Spyker) aan meededen. Ook van deze race is door Haghe Film een uniek filmverslag gemaakt dat augustus 1993 gesloopt. Een deel van het hekwerk bevindt zich op het Trompenburgplein in het Nationaal Automobiel Museum. Hier zijn ook diverse Spykers te zien, waaronder een tweezitter uit 1912 waarop De Oude Schicht van Marten Toonder's held Olivier B. Bommel is geïnspireerd.

In de film Genevieve uit 1953, speelt een Spyker 14/18HP een rol naast een Darracq (Genevieve). Deze film zorgde voor een opleving van het koesteren van oude auto's.

Spyker Cars
Met de lancering van een exclusieve sportauto naar een ontwerp van ingenieur Maarten de Bruijn hebben twee Nederlanders de naam Spyker in 2000 weer nieuw leven ingeblazen. De merknaam Spyker werd in 1999 geregistreerd door de Nederlandse miljonair Victor Muller. Het bedrijf, aanvankelijk gevestigd in een schuur bij de ouderlijke woning van De Bruijn waar De Bruijn sinds 1990 aan een prototype werkte, kon met steun van Muller een fabriek in Zeewolde laten bouwen. Anno 2004 is Spyker Cars NV een fabrikant van exclusieve sportwagens die rond de € 300.000 per stuk kosten.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 36.