kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-09-2014 voor het laatst bewerkt.

Stichting Goed Wonen

In 1946 wordt de stichting Goed Wonen opgericht ter bevordering van de wooncultuur voor brede lagen van de bevolking. Door middel van voorlichting in de vorm van lezingen, tentoonstellingen, het inrichten van modelwoningen en het uitgeven van een blad wilde Goed Wonen een bijdrage leveren aan de verhoging van de kwaliteit van het wonen of zelfs van het totale leven.

De stichting bindt volgens de vooroorlogse functionalistische principes van de architectenverenigingen 'De 8' en 'De Opbouw' de strijd aan tegen stijlloosheid, materiaalschaarste en woningnood. Daartoe zal zij streven naar eenvoud en functionaliteit, zuinig materiaalgebruik, machinale produceerbaarheid en betaalbaarheid voor grote groepen van de bevolking. Het “goede” interieur volgens de Stichting was dynamisch, open, gemakkelijk schoon te houden.

Bij Goed Wonen leefde dankzij Johan Niegeman de opvattingen voort van het Bauhaus die gericht was op theoretische en praktische training. Ontwerpen van meubels vormde een onderdeel, maar nog belangrijker was materiaalkennis, kleurenleer, akoestiek, compositie en ergonomie. Daarnaast was een sociaal verantwoordelijkheidsgevoel een vanzelfsprekend uitgangspunt. Veel leerlingen van Johan Niegeman en Cor Alons kwamen terecht bij de stichting Goed Wonen.
De verdiensten van Goed Wonen liggen vooral in de promotie van het moderne meubel en het luchtige, praktisch ingerichte interieur. In het door de Stichting uitgegeven blad werd regelmatig geschreven over 'doelmatig' inrichten en het voordeel van het 'massaproduct'. De eerste jaren van haar bestaan bracht Goed Wonen zelf meubels uit; bovendien kende zij het Goed Wonen-keurmerk toe." - (klasse bepalend voor de inrichting van het huis. De bruidegom kiest als kostwinner een passende woning met een passend interieur dat weer past bij zijn beroep. Oud-Hollandse, eikenhouten bolpootdressoirs en stoelen vullen de kamers van de lagere middenstand. Er is, zo zou je kunnen zeggen, sprake van verzuiling in het wonen. Voor sommige kunsthistorici zijn deze volle interieurs met oud-Hollandse meubelen een verschrikking en daarom houdt een groep vooruitstrevende fanatiekelingen zich bezig met ‘smaakopvoeding’. In duidelijke taal wrijven zij het Nederlandse volk onder de neus dat de interieurs met hun zware, pompeuze meubelen niet meer kunnen. Een strakke vormgeving en een sobere inrichting is de manier waarop we zouden moeten leven. De campagnes die worden gevoerd zijn helder: plaatjes met een ‘fout’ voorbeeld worden doorgekrast en daarbij staat het onderschrift “FOUT” of “ZOOO NIET”.

Ook de Stichting Goed Wonen hield zich van 1946 tot 1968 bezig met de smaakopvoeding, maar heeft een bredere doelstelling: het is niet alleen de bedoeling de functionele kant van het wonen te verbeteren, ook de wooncultuur moet veranderen. Hun ideeën pasten goed bij de strakke bouwstijl van het Nieuwe Bouwen. Het verbeteren van woningen en de inrichting zou de mens beter maken. En op den duur de samenleving.
. De huisvrouw kreeg veel aandacht. Zij zou ondersteund moeten worden in haar nobele taak. Meubels moesten niet te zwaar zijn en vloeren gemakkelijk schoon te houden. De ouderwetse veel te grote eikenhouten meubels worden uit de woning te bannen. Met moderne meubelen in een strakke vormgeving kan veel ruimte worden gewonnen. Goed Wonen propageerde kleine, functionele en betaalbare meubels.
. Van de man werd verwacht dat hij een beetje handig was. Dan kon hij meubels maken met de werktekeningen in het tijdschrift van Goed Wonen.
. Aanstaande bewoners krijgen het advies eerst een plan te maken voor de inrichting van hun woning. Het tijdschrift Goed Wonen dat de stichting uitgaf beschrijft veel van de adviezen en legt de nadruk op het gemeenschappelijke gezinsleven. Naast voorlichtingsfilms, waarop te zien is hoe een huis er uit moet zien, richt de Stichting ook modelwoningen in voor het publiek.

Aangezien de vooroorlogse stalen meubelen naar ontwerp van Mart Stam, Marcel Breuer, Mies van der Rohe, Gispen en Le Corbusier door materiaal-schaarste te duur zijn geworden zoekt Goed Wonen naar vervangend materiaal. Hout, rotan, biezen en multiplex zijn de nieuwe materialen die in hun folder worden voorgesteld.

De in het interieur gebruikte materialen moesten goedkoop, zuinig in materiaalgebruik en machinaal te produceren zijn. Ook linoleum paste bijzonder goed in deze opvattingen en Linoleum Krommenie adverteerde dan ook in het tijdschrift van Goed Wonen met de slogan “licht, lucht, linoleum!”

Vanaf 1951 richtte de stichting modelwoningen in. In de Verfdoos bijvoorbeeld, of in de toen net opgeleverde Amsterdamse Tuinsteden. Zo kon iedereen zien hoe een huis ingericht zou moeten worden. Hans Uilenburg woont in een klein, eenvoudig koloniehuisje in Frederiksoord en is tot eind jaren zestig voorlichter bij de Stichting Goed Wonen: ‘We wilden de mensen op andere mogelijkheden wijzen; ze attenderen op wat er mogelijk was. En daarvan de voordelen uitleggen. Want veel mensen kiezen iets niet omdat ze niet weten dat het kan. Of dat het bestaat. En dat is jammer. De alternatieven die wij aandroegen, waren functionele alternatieven. En ‘strakker’ ook wel. Strakheid vooral omdat dat minder gauw gaat vervelen.’ Uilenburg heeft zijn woning ingericht naar de ideeën van de Stichting Goed Wonen; zelfgemaakte strakke boekenkasten, twee bedbanken om te lezen en om televisie te kijken en linoleum op de vloer. Het leven in zijn huis speelt zich af rond een grote houten tafel met houten stoelen. Een sober en functioneel interieur zonder tierlantijnen.

De wederopbouw van de Nederlandse interieurkunst werd ter hand genomen door de samenwerking van alle betrokken geledingen: ontwerpers, producenten, handelaars en consumenten. Gaandeweg groeiden de partijen uit elkaar.
. Bij het opheffen van de fabrikantenvereniging Bond voor Kunst in Industrie (BKI) in 1951 haakten de producenten af.
. De aangesloten handelaren voerden onderling een sterke ballotage, waarbij alleen diegenen werden toegelaten die zich exclusief richtten op de verkoop van het moderne kwaliteitsproduct. Zij ontvingen het label 'goed wonen' als een keurmerk.
. De gelijknamige consumentenvereniging organiseerde de voorlichting, waarin ook de ontwerpers participeerden. Hun idealisme stond haaks op de mercantiele aanpak van de detaillisten.

De Stichting was bijzonder invloedrijk. Meubelfabriek Artifort, in 1950 bekomen van de oorlogsjaren, werd het predikaat 'goedgekeurd door de Stichting Goed Wonen' onthouden. Daarom werd in 1958 een oud-medewerker van de stichting, de ontwerper Kho Liang Ie, aangetrokken om het niveau van het bedrijf op te krikken. Een goede greep: Kho Liang Ie was heel internationaal georiënteerd en bracht een heldere lijn in het aanbod van Artifort.

Goed Wonen propageerde een functionele en verantwoorde woninginrichting. In de jaren zestig gaat de stichting over in de 'Stichting Wonen', ook toonzaal en blad heetten voortaan Wonen. Het bouwen wordt nu veel meer gezien als een culturele sociaalpolitieke activiteit. De stichting richt zich sterk op overdracht van haar ideeën, en organiseert veel tentoonstellingen. Ook worden er lesmateriaal en publicaties uitgegeven. Het blad 'Wonen' fuseerde in 1973 met het Tijdschrift voor Architectuur en Beeldende Kunst tot Wonen-TA/BK. Een nieuwe naamswijziging in 1986 - tot Archis - markeert een volgende koerswijziging, met weer een meer esthetische interesse, zij het niet langer (primair) gericht op de binnenhuiskunst.

Websites: geschiedenis.vpro.nl, www.trouw.nl, www.zaans-industrieel-erfgoed.nl

Zie ook vintage Goed Wonen op de website van Galerie Kunstbus


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 43.