kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 17-08-2008 voor het laatst bewerkt.

Van Wisselingh

Kunsthandel E.J. van Wisselingh & Co. (Klaas Groesbeek)

Kunsthandel en kunstnijverheids-atelier in Amsterdam, opgericht in 1838.

De kunsthandel Van Wisselingh bestaat al ruim 160 jaar. Omstreeks 1900 had het bedrijf vestigingen in Londen en Amsterdam. In Londen op verschillende locaties rond Bond Street, in Amsterdam eerst kort op de Kalverstraat, daarna op het Spui en tenslotte op het Rokin, waar de naam van de zaak nog steeds op nr. 78 in de gevel staat. De stichter van het bedrijf was M.I. van Wisselingh, de naamgever zijn zoon E.J. van Wisselingh.

Historie
Kunsthandel E.J. van Wisselingh & Co had omstreeks 1900 vestigingen in Londen en Amsterdam (eerst op het Spui en later op het Rokin).

Rond de eeuwwisseling werd daar het werk van de belangrijkste Nederlandse en Franse kunstenaars uit de tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw met spraakmakende transacties en exposities verhandeld. Enkele van de Nederlandse kunstenaars die veel van hun werken bij Van Wisselingh verkochten, waren Matthijs Maris, Marius Bauer, George Hendrik Breitner, Willem Witsen en Willem de Zwart. De Nederlandse schilders kregen een maandelijkse toelage en moesten in ruil hiervoor schilderijen aan de zaak afstaan. Maar ook beroemde werken van Gustave Courbet, Daumier en Jongkind wisselden hier van eigenaar.

In de 19de en vroeg 20ste eeuw werd de smaak niet door musea maar vooral door de kunsthandel en particuliere verzamelaars bepaald. Verschillende van die verzamelaars, die regelmatig schilderijen, aquarellen, tekeningen, prenten en meubilair bij Van Wisselingh kochten, hebben hun collecties in de eerste helft van de 20ste eeuw aan Nederlandse musea geschonken. Zo verwierf het Rijksmuseum de collecties van Van Lynden, Westerwoudt, Hoogendijk, Van Randwijk, Reich en Van Wezel, die allen goede klanten van Van Wisselingh waren.

Klaas Groesbeek
In december 1881 liet Tj. Holkema een bericht uitgaan, dat de heer K. Groesbeek, "die de laatste jaren als eerste bediende bij mij werkzaam was", de Debietzaak overnam. "Dat hem het recht wordt gegeven de firma Scheltema & Holkema’s Boekhandel te voeren, mag mijnerzijds als bewijs gelden dat ik in hem het meeste vertrouwen stel", schreef hij en als geruststellende mededeling liet hij volgen: "Gesteund door de noodige middelen, is hij in staat aan zijn verplichtingen op tijd te voldoen".
Bovendien gaf de boekhandel ter gelegenheid van dit heuglijke feit een koperets uit, waarop blote engeltjes in een overvolle boekhandel met allerlei titels aan het sjouwen zijn, waaronder Goethe’s "Faust", Schillers komplete werken en "Pathologie en Therapie " van Ziems. Nu was de koperets ook wel terecht, hoewel men dat toen nog niet kon weten. De overname door Groesbeek van de boekhandel bleek een gouden greep te zijn. Aan het hoofd van de firma kwam een van de markantste figuren, die de Nederlandse boekhandel- en uitgeverijwereld ooit heeft gekend.

Groesbeek werd in 1858 geboren. Al jong belandde hij in het boekverkopersvak; zijn opleiding kreeg hij in Rotterdam bij de firma Van Hengel en Eentjes. In 1879 ging hij over naar Scheltema en Holkema, als eerste bediende. Waar hij het geld vandaan haalde om de zaak over te nemen, vermeldt de historie niet; wellicht heeft hij een lening afgesloten. Belangrijk is Groesbeek ook geweest voor de samenwerkingsverbanden in de boekhandels- en uitgeverswereld. En dan hebben we het nog niet eens over zijn geruchtmakende politieke optreden. Vooral in de Vereeniging ter Bevordering van de belangen des Boekhandels was hij aktief werkzaam.

Je mag je afvragen of iemand naast zoveel organisatorisch werk nog tijd overhield voor de eigen firma. Geen probleem. De firma floreerde en Groesbeek nam er zelf een belangrijke sektor bij: die van de kunsthandel. In februari 1892 associeerde hij zich met de gerenommeerde kunsthandel Van Wisselingh. Het zou voor Scheltema en Holkema de start zijn van een imposante serie kunstuitgaven. - (van Wisselingh
E.J. van Wisselingh had twee zaken; een in Londen en een in Den Haag. Omdat Van Wisselingh zich op zijn Britse bastion terug wilde trekken, maar hij Nederland aan de andere kant niet wilde prijs geven, zocht hij samenwerking met Groesbeek, die zich al had ontpopt als een fervent kunstliefhebber. De Haagse zaak van Van Wisselingh werd opgeheven en in de Kalverstraat 194 opende Van Wisselingh een nieuwe zaak, samen met Groesbeek, die al twee jaar lang de zaken in Amsterdam voor Van Wisselingh zo’n beetje behartigde. Opvallend is, dat in de brief, die Van Wisselingh in februari 1892 naar zijn relaties uit liet gaan om hen dat nieuws mede te delen ook wordt vermeld, dat K. Groesbeek voortaan als E.J. van Wisselingh zal tekenen. We zien op de brief dan onder elkaar in twee verschillende handschriften dezelfde signatuur staan.

Meubelwerkplaats
Rond de eeuwwisseling had Klaas Groesbeek, zakelijk leider van Van Wisselingh & Co, speciaal voor de drie kunstenaars Gerrit Willem Dijsselhof, C.A. Lion Cachet en Theo Nieuwenhuis een meubelwerkplaats opgericht, waaraan een koperslagerij en een batikatelier verbonden werden. Zij ontwierpen interieurs voor vooral Amsterdamse notabelen, waarvan de hoofdvorm traditioneel bleef maar de decoraties vernieuwend waren, en vervaardigden voorname meubelen, klokken, verlichting, boekbanden, textiel en behang met als uitgangspunt een eenheid in stijl en met een belangrijke rol voor het moderne ornament. De werkplaats zorgde voor de uitvoering ervan.
Stilistisch gezien stonden de producten van de firma Van Wisselingh & Co los van wat er in die periode elders in Nederland vervaardigd werd. De drie kunstenaars hadden dan ook elk min of meer een eigen stijl waarin zij werkten, terwijl ook binnen elk oeuvre afzonderlijk weer vele invloeden te traceren zijn. In de bij Van Wisselingh & Co uitgevoerde meubelen zijn dan ook vele bronnen van inspiratie terug te vinden, sommige zijn zeer exotisch, andere wijzen naar Engelse en Duitse vernieuwende voorbeelden.
Veel van deze produkten behoren nu tot de fraaiste en rijkste voorwerpen die in Nederland gemaakt zijn in de Nieuwe Kunst of Jugendstil-periode. Er werden kostbare houtsoorten gebruikt, voorzien van snij-, inleg- en beeldhouwwerk en chique meubelstofferingen. Een prachtig voorbeeld hiervan is de zogenaamde Nieuwenhuis-kamer in het Rijksmuseum, afkomstig uit een Amsterdamse woning.

Er werden de mooiste dingen gemaakt, maar de opdrachten bleven achter. Lion Cachet ging luxe passagiersschepen inrichten en alleen Nieuwenhuis bleef er werken tot ver in de jaren twintig. Na het vertrek van Dijsselhof en Lion Cachet in respectievelijk 1903 en 1906 was Nieuwenhuis de enige ontwerper voor Van Wisselingh & Co. Nieuwenhuis werkte van 1898 tot 1924 voor de firma.

In 1983 werd het majestueuze pand aan het Rokin gesloten, wegens - aldus directeur de Jong "de verloedering van de binnenstad en de verkeers- en parkeerproblemen" en vestigde de kunsthandel zich in Haarlem.

Websites:
. Briefwisseling Klaas Groesbeek met Willem Witsen (van Wisselingh & Co (van Wisselingh & Co is gespecialiseerd in Hollandse en Franse meesters uit de 19de en 20ste eeuw. Eigenaar Willem de Winter, beëdigd taxateur in kunst en antiquiteiten, vestigde het bedrijf in Haarlem. Naast deelname aan beurzen buitenshuis is er jaarlijks een voorjaars- en een najaarsverkooptentoonstelling ten kantore. Daarnaast worden kunstwerken ook wel op discrete wijze privé verhandeld of bemiddeld.

Autobiografische aantekeningen van Theo Nieuwenhuis
Wat Nieuwenhuis maakte, was op de meest zorgvuldige wijze vervaardigd uit voortreffelijke materialen: het was kostelijk verzorgd en daardoor kostbaar. Zijn productie vroeg (zoals dat ook gold voor werk van een Van de Velde of van een Lion Cachet) om een maecenaat. Nieuwenhuis-interieurs konden alleen de welgestelden zich veroorloven. Het valt daarom niet te verwonderen, dat het vooral ook grotere instellingen zijn geweest, die Nieuwenhuis - werkzaam voor de Firma Van Wisselingh & Co. te Amsterdam, en daarna weer onafhankelijk ontwerper - opdroegen de interieurs te maken, die door hun rustige waardigheid nog steeds imponeren.

Maar hoe volhandig wij het met deze werkzaamheden hadden - Lion Cachet met batikken, Dijsselhof met lettertypen in hout te snijden en ik met de lithografie - toch ging ons verlangen meer uit naar het ontwerpen van voorwerpen voor huiselijk gebruik in hout, koper, enz. Wel hadden wij op dit gebied reeds een en ander laten uitvoeren, maar daar deze resultaten ons niet konden voldoen, broeiden wij steeds over een eigen werkplaats. Waarschijnlijk hebben wij over dit plan zoo veel en zoo mooi gepraat, dat eindelijk de firmanten van den kunsthandel Van Wisselingh & Co., waarmede wij veel samenkwamen, het besluit namen, een werkplaats als door ons bedoeld voor ons op te richten.

De werkzaamheden zouden bestaan uit meubelen maken, beeldhouwwerk, werken uit te voeren in koper en andere metalen, en een afdeeling voor batikken. Het beeldhouwwerk zou het in hout snijden betreffen van het werk - ornament en figuur -, dat ten behoeve van betimmeringen en meubelen zou noodig zijn.

Wij kenden een bekwaam meubelmaker en een bekwaam koperwerker en vonden beide bereid de leiding van de werkplaats, hun beroep betreffend, op zich te nemen. Een werkplaats was spoedig gevonden en daar Dijsselhof buiten Amsterdam woonde en Cachet nog weinig contact met de firma Van Wisselingh & Co. had gehad, nam ik het op mij eenig toezicht op de gang van zaken te houden.

Het werk kwam niet uit de lucht vallen. Dus begonnen wij enkele dingen in voorraad te maken: tafels, stoelen, kastjes, buffetten, lichtkronen, staande lampen, enz. Voor het uitvoeren hiervan werden enkele knechts aangenomen, zoodat de werkplaats haar arbeid met acht man en een loopknecht begon.

Ongeveer terzelfder tijd was de kunsthandel van de firma Van Wisselingh & Co. van de Kalverstraat naar het Spui verhuisd. Maar ook in deze zaak was geen ruimte, om naast de schilderijen ook ons werk te exposeeren. Zeer toevallig kon eenige tijd hierna het winkelhuis gehuurd worden, dat op één huis na naast de kunsthandel gelegen was en in dit perceel werden dan ook onze eerste proeven tentoongesteld.

De meubeltjes uitgevoerd naar ontwerpen van Dijsselhof zagen er prachtig uit, maar de buitengewone preciesheid, waarmede alles tot in de kleinste onderdeelen verzorgd was, maakte deze dingen die er uiterlijk zeer gewoon uitzagen, te kostbaar ... met het gevolg dat ons werk al dadelijk de naam kreeg van duur te zijn. Nooit meer zijn er zulke aardige meubeltjes gemaakt, maar dat neemt niet weg, dat, na het weinige succes van deze eerste proef, Dijsselhof geen moed meer had met het werk door te gaan, en ook de firma Van Wisselingh & Co. vanwege de kosten, die daarmede gemoeid gingen, tegen verder werken op deze wijze opzag. Na 1903 heeft Dijsselhof geen werk op decoratief gebied meer ondernomen en werd nadien op de werkplaats der firma nog alleen gewerkt naar ontwerpen van Lion Cachet en mij.

...

De firma Van Wisselingh & Co. was naast haar kunsthandel een werkplaats voor handarbeid begonnen, om daar werken naar ontwerpen alleen van ons te laten uitvoeren. De kosten, die noodig waren om de werkplaats in stand te houden, gingen ons begrip ver te boven. Reeds na een paar jaar bezaten wij een voorraad prachtige houtsoorten als ebben-, palissander-, koraal-, purperhout, enz. Ook moesten gereedschappen aangeschaft worden als werkbanken, lintzaag, lijmtangen, smidse met blaasbalg, draaibank, boormachine, bankschroeven, enz., enz. Verder kwam hierbij salarissen, huur werkplaats en winkel, loon winkelbediende en loopknecht, enz. Te veel om op te noemen en alles bij elkaar een bedrag vormend, waardoor onze verplichting tegenover de firma niet gering werd, en wij dus moeilijk weer op eigen verantwoordelijkheid aan het werk zouden kunnen gaan.

Het werk kwam langzaam aan los, doch niettegenstaande dit bleef de boekhouder pruttelen en het hoofd schudden. Dat de zaak financieel niet gunstig verliep, was ons niet vreemd, maar wij dachten, dat dit voor een dergelijk bedrijf in de eerste worsteljaren een gewoon verschijnsel was. De firma Van Wisselingh dacht hier echter anders over, want na nog een jaar zoo doorgewerkt te hebben (namelijk met verlies) kwam de mededeeling, dat zij besloten had de werkplaats op te heffen. Bij deze bespreking kwam aan het licht, dat aan alle werken voor een zekere som aangenomen en door Cachet ontworpen geld verloren was en men op die wijze niet verder wenschte door te gaan. Daar op alle posten mijn werk betreffend, geen verliezen geleden waren, stelde ik voor nog één poging te wagen, en wel door te trachten, of ik alleen de werkplaats op gang zou kunnen houden. En aldus werd besloten.

Bij een later gesprek onder vier oogen bleek mij, dat de opheffing der werkplaats Cachet zeer welkom zou geweest zijn en dat de voortzetting daarvan door mij alleen hem niet aangenaam was. Te praten over welke reden daarvoor bestaan kon heeft hier geen zin. Alleen dient vermeld, dat Cachet eenige maanden daarna een opdracht van de Maatschappij Nederland ontving, de eerste klasse salons van een harer booten te verzorgen en ... onze vriendschap nadien langzamerhand naar het nulpunt verliep.

Na 1900 was ik zelden buiten besteld werk. Maar meestal was hierbij niet veel, waar ook de werkplaats een deel van kon klaarmaken. Toen ik in 1906 er alleen voorstond, was daarin nog weinig verandering gekomen. Om zelf rustig te kunnen doorwerken, begon ik een flink aantal voorwerpen te ontwerpen, die 24 handen een poos arbeid bezorgden. Om de onkosten te dekken, moest er steeds werk zijn voor minstens twaalf man. Tot deze voorwerpen behoorden een theetafel, boekenkastje, piédestal, portefeuillestandaard, een pendule, een haardscherm, enz., meestal twee of drie stuks van één model met verschil in de versiering.

Door de oprichting der werkplaats was het mogelijk een interieur samen te stellen van geheel (in zoover dit hout of metaal betrof) in handarbeid uitgevoerde onderdeelen. Al dadelijk was het mij duidelijk geworden, dat, als niet ook vloer, zoldering en wanden een eigen karakter kregen, er geen stijl in een vertrek te bereiken zou zijn. Voor wandbedekking konden mijne in steendruk uitgevoerde vellen behangselpapier in aanmerking komen. Doch daar een goede vloerbedekking misschien nog belangrijker was, was mijn eerste zorg een tapijtontwerp te maken en een weverij te zoeken, die dit wilde uitvoeren.
Geen enkele weverij was bereid dit waagstuk op eigen kosten te ondernemen en zoo moest wel de firma Van Wisselingh & Co. de eerste rollen tapijt voor haar rekening nemen. Dit werk omvatte één dessin in twee kleuren, uitgevoerd in koehaarweefsel in rollen van 100 meter op elbreedte en voorloopig in vier kleurschakeeringen.

Onervarenheid op tapijtgebied, en misleid door de billijke prijs tegenover andere tapijtsoorten, deed ons tot een bestelling van dit Hilversumse weefsel overgaan. Doch reeds na enkele jaren ondervond ik, dat ook hier goedkoop duurkoop was. De bindingdraden, die het weefsel bijeenhouden, liggen te veel aan de oppervlakte en zijn daardoor te spoedig versleten waarmede het weefsel onherstelbaar verloren is.

Ondertusschen was ik in kennis gekomen met de Krefelder Teppichfabrik. Deze weverij was bereid enkele stalen naar eigen ontwerp te leveren in een moquetteweefsel ter breedte van 90 centimeter. Ik maakte twee ontwerpen, één in twee en één in drie kleuren, en gaf voor ieder dessin de kleuren aan om de stalen te maken. Gereedgekomen bleek het weefsel zeer goed te voldoen.

De werkzaamheden van de werkplaats namen een gunstiger verloop, doordat er voortdurend opdrachten kwamen, waaronder het inrichten van gehele interieurs, o.a. een kamer in eiken- en lassiehout, in ebben- en palissanderhout, in palissanderhout met paneelen in gebatikt perkament, in eiken- en ebbenhout, in palissander- en ebbenhout, in mahonie- en ebbenhout, enz.

Nieuwe moeilijkheden, die de eenheid verstoorden, vond ik bij het toepassen van gordijnen en van meubelstoffen. Bij gordijnstoffen moest men vervallen in effen of gestreepte stoffen, voor stoelbekleeding in dito òf in gebatikt trijpen bekleeding.

In '09 kreeg ik bezoek van den Directeur der Helmondse Jaquardweverij der firma Ramaer & Co., om over het ontwerpen der patronen te spreken, en bijna terzelfder tijd kwam ik met de Helmondsche Trijpweverij voor ditzelfde doel in aanraking.

De stoffen, waarvoor ik ontwerpen maakte van de eerste weverij waren in het bijzonder geschikt voor wandbespanning, doch ook voor gordijnen en stoelbekleeding. De ontwerpen voor Hengelo betroffen velours-frisé, velours deux-hauteurs en voor meubel-moquette, waarmede in alle moeilijkheden, eenheid en het interieur te brengen, wat gordijnen en meubelstoffen aangaat, een einde was gekomen.

[Hier volgt in het manuscript een korte, emotionele uiteenzetting over de SDAP; daarna:] Het behoeft geen nader betoog, dat de Partij hiermede [namelijk doordat iedereen er maar lid van werd] aan het verwateren was. Maar desniettegenstaande deed zij ons, dat wil zeggen de werkplaats, opgericht ter bevordering van den handarbeid, zóóveel schade, dat de zaak trots groote en goede opdrachten moest opgeheven
worden. Door de hooge loonen werden de arbeiders wild en onverschillig, stonden meer te praten dan te werken, zoodat het werk duurder en slechter werd. Vooral hun onverschilligheid tegenover het werk deed mij de lust ontnemen, zoo nog langer door te gaan. En daar de werkplaats er niet zoo slecht meer voor stond en de aanwezige materialen op het moment wegens de schaarste voor goede prijzen verkocht konden worden, stelde ik de firma Van Wisselingh & Co. voor, de zaak te ontbinden. De firma ging met het voorstel accoord. De inventaris was vlug verkocht. En zoo stond ik, na 24 jaren met de firma in relatie gestaan te hebben, in Mei '24 op een leeftijd van 58 jaren, of ik opnieuw moest beginnen.
- (Theodoor Willem Nieuwenhuis (www.dbnl.org)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 36.