kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-04-2010 voor het laatst bewerkt.

Varvara Stepanova

Constructivistische kunstenares (1894–1958).

LIUBOV SERGEYEVNA POPOVA / VARVARA STEPANOVA
Lyubov Sergeyevna Popova (1889-1924) and Varvara Stepanova (1894-1958) zijn twee van de belangrijkste figuren uit de Russische avant-gardebeweging.
Popova was een kubistische, suprematistische en constructivistische schilder en designer, die ver reisde om van verschillende schilderstijlen te leren. Het waren echter de oude Russische iconen en de 15de- en 16de-eeuwse Italiaanse schilders (Giotto en anderen) die haar aanvankelijk het meest interesseerden. In 1912 werkte ze in een studio in Moskou die bekend stond als ‘De Toren’ met Ivan Aksenov, Vladimir Tatlin en de broers Vesnin.
In 1916 sloot ze zich aan bij de Supremus-groep met Kazimir Malevich en anderen die in die tijd in het Verbovka-volkshuis werkten. Voor ze zich bij de Supremus-groep aansloot, defi nieerden haar schilderijen en de architectonische reeksen haar artistieke traject – dat zeer verschillend was van dat van Malevich, Tatlin en Mondriaan – in abstracte vorm. Van 1921 tot 1924 raakte Popova volledig in de ban van constructivistische projecten, soms in samenwerking met Varvara Stepanova, architect Alexander Vesnin en Aleksander Rodchenko. Ze maakte ontwerpen voor het toneel, ontwierp de typografi e van boeken, productiekunst en textiel en leverde ontwerpen voor kleding aan LEF.
In deze periode nam Popova deel aan talrijke tentoonstellingen van moderne kunst in Rusland: de Ruitenboer-tentoonstellingen van 1914 en 1916 in Moskou, Tramlijn V: De eerste futuristische tentoonstelling van schilderijen en .10: De laatste futuristische tentoonstelling, allebei in 1915 in St. Petersburg; Het Magazijn in 1916, de Vijfde staatstentoonstelling: Van impressionisme (meer) tot niet-objectieve kunst in 1918-19 en de Tiende staattentoonstelling: Niet-objectieve creativiteit en suprematisme in 1919, allemaal in Moskou.
Varvara Stepanova was een opmerkelijke kunstenaar. Haar veelzijdigheid, energie en bijdrage tot de Russische avant-garde evenaarde en overtrof in sommige gevallen zelfs die van haar echtgenoot, Alexander Rodchenko. Ze was een van de grondleggers van het constructivisme, werkte mee aan de beroemde tentoonstelling 5 x 5 = 25 in 1921 in Moskou en speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de visuele cultuur in Rusland tijdens de turbulente jaren na de revolutie. Ze leverde bijdragen aan de Vijfde staatstentoonstelling en de Tiende staatstentoonstelling, allebei in 1919. In 1920 vond er een afscheiding plaats tussen schilders zoals Kasimir Malevich die bleven schilderen vanuit het idee dat kunst een spirituele activiteit was en de schilders die vonden dat ze rechtstreeks voor de revolutionaire ontwikkeling van de maatschappij moesten werken. De term ‘constructivist’ werd vanaf toen gebruikt door de kunstenaars zelf om aan te geven welke richting hun werk uitging.
Ook toneel was een domein waarin kunstenaars nieuwe artistieke en sociale ideeën konden overbrengen. Stepanova ontwierp de decors voor de De dood van Tarelkin in 1922. Het daaropvolgende jaar ging haar ideaal om zich te kunnen inzetten voor de industriële productie in vervulling. Samen met Popova werd ze textielontwerper in de Tsindel (de eerste staatstextielfabriek) nabij Moskou. In 1924 werd ze docent textielontwerp aan de Vkhutemas (de hogere kunsttechnische staatsateliers). Intussen bleef ze doorgaan met typografie, boekontwerpen en bijdragen voor het magazine LEF.

Varvara Fedorovna Stepanova werd in 1894 geboren in een eenvoudige familie.
Zij had echter het geluk dat zij later in de stad Odessa een kunstopleiding kon gaan volgen. Gedurende de opleiding kwam zij Alexander Rodchenko tegen, met wie zij later zou trouwen en een intens artistiek leven zou delen.
Zij en Rodchenko deelden een aantal jaren een apartement in Moskou met de later heel beroemde Wassily Kandinsky. Door Kandinsky leerde zij later ook Popova kennen. Deze kunstenaarsgroep werd later de belangrijke en invloedrijke Russische avant-garde. De nieuwe kunst die omstreeks 1909 in Rusland begon, was beïnvloed door cubisme, Italiaanse futurisme, en traditionele Russische kunst.
Stepanova maakte tijdens haar loopbaan als kunstschilder werken in de futuristische en constructivistische stijl, volgens de toen heersende opvattingen over de moderne samenleving en de verwerping van de oude sociale structuren. Zij deed mee aan verschillende grote exposities en behoorde bij de groep vrouwelijke avantgardisten.
Na 1920 koos ook zij voor het volgen van de ideologie van de revolutionaire ontwikkeling van de samenleving, en brak dus met het traditionele schilderen. Zij maakte constructivistische theaterdecors en andere ontwerpen. Haar overtuiging de sociale en industriele evolutie te moeten dienen resulteerde in het samenwerken met Popova in het maken van textielontwerpen voor de Eerste Staats Textiel Fabriek bij Moskou. In 1924 zou zij ook les gaan geven in de Hogere Artistieke en Technische Werkplaats. Zij was ook actief in de typografie en boekontwerp, en droeg vaak bij aan de publicatie Novyi Lef . Deze veelzijdigheid aan activiteiten was een typisch constructivistische manier van bezig zijn, men was ervan overtuigd dat de idealen van de nieuwe communistische maatschappij op een zo breed mogelijke manier moesten worden gepromoveerd ten dienste van de werkende klasse.

Van 1910 tot 1914 studeerde Alexander Rodtsjenko aan de kunstacademie van Kazan, waar hij ook zijn latere vrouw Varvara Stepanova leerde kennen.

Kunst voor het volk tijdens de Russische Revolutie (Uit: Marina Schneede, Produktionskunst. in: Anziehungs-kräfte. Cat. München 1986)
'De geest van onze tijd wordt bepaald door broeken, jassen, autobussen, vliegtuigen, spoorwegen, majestueuze schepen. Wat een bekoring, wat een onvergelijkelijk groots tijdperk in de wereldgeschiedenis.' Deze zinnen die in 1913 door Michail Larionoff en Natalia Gontsjarova geformuleerd werden, doen terugkijkend denken aan het enthousiasme van de Italiaanse futuristen en vooruitkijkend aan de kunst van de Russische revolutie. Toen in oktober 1917 in Rusland de revolutie uitbrak, sloten zich talrijke avantgarde kunstenaars aan. Zij kregen de toezegging dat ze deel zouden hebben aan de maatschappijhervormingen. Vooral de constructivisten beïnvloedden de opzet van nieuwe leer- en onderzoeksinstellingen van de artistieke cultuur. Ze werkten aan de agitkunst en drukten blijvend hun stempel op de discussies over de gebruikswaarde van kunst in het leven. De kunstenaars besloten zich, in overeenstemming met de revolutionaire doelen, op de productie te richten. Wie vasthield aan de autonomie van de kunst, zoals Kandinsky, emigreerde. Slechts Kasimir Malevitch, die zijn experimenteel onderzoek voortzette, bleef in de USSR. Zij die de kunst in het dagelijks leven invoerden, de constructivistische esthetiek in de productie op wilden laten gaan, zijn in dit verband voor 'Mode en kleding' van belang. Vrouwen als Varvara Stepanova en Ljubov Popova behoorden vanzelfsprekend tot de 'productivisten' zoals Alexander Rodchenko en Vladimir Tatlin.

Het zelfbewustzijn van de Russische vrouwen berustte, vroeger dan in westelijke landen, op in praktijk gebrachte gelijke rechten, tenminste op het gebied van de cultuur. In geen ander land, in Frankrijk, noch in Duitsland of Amerika, hadden vrouwen zo'n groot en beslissend aandeel in het kunstleven als in Rusland en dat al vóór de oktoberrevolutie die hen politieke gelijkheid bracht. Kunstenaars zoals EI Lissitsky zagen in de revolutie een bevrijding van de slavernij 'waarin enkele kleine groepen luxe voor een beperkte laag uit de maatschappij produceerden' en hoopten dat 'nu iedereen voor iedereen werkt, alles wat gemaakt wordt kunst is.' Deze kunstenaars wilden de elementaire vormen die ze in de schilderkunst ontwikkeld hadden, op alle voorwerpen uit hun omgeving overbrengen en zo in de zin van de revolutie, op de maatschappij laten inwerken.

Popova en Stepanova hebben in 1923/24 door hun kleding en textielontwerpen voor de 'Eerste staatstextielfabriek' in Moskou de kunstnijverheid uit de tijd na de revolutie in de Sovjet-Unie het sterkst beïnvloed. In 1925 toen ze met hun textielontwerpen op de grote 'Exposition Internationale des Arts Décoratifs et lndustriels Modernes' in Parijs vertegenwoordigd waren, werden ze door de critici geniaal genoemd. Ljubóv Popóva (1889-1924), die tot 1920 voornamelijk schilderde, nam in vergelijking met Rodchenko en zijn vriendin Stepanova, nauwelijks aan de maatschappelijke organisatie van het kunstwereldje deel. Zij had daarna voor het theater de meest consequente oplossingen, bijvoorbeeld de beroemd geworden werkkleding voor acteurs, bedacht en ook rationeel doordachte en tegelijk elegante modeontwerpen gemaakt. Enkele kledingontwerpen, waarvan het klaarblijkelijk de bedoeling was de mens boven zijn milieu te verheffen, vallen op door gedurfde kleurcombinaties zoals bijvoorbeeld haar jurk met grote kleurencirkels op toen zeer modieuze witte voile (soepelvallende, zeer dunne stof). Hier wordt de tweespalt duidelijk: enerzijds richtlijnen scheppen voor de massa en anderzijds het gevoel voor individualiteit en actualiteit tot zijn recht laten komen.

In feite bleef zo'n industriële productie een uitzondering. Het ontbrak aan kwantitatieve en kwalitatieve mogelijkheden, aan machines, geschoolde arbeidskrachten en grondstoffen, zodat de meeste vrouwen hun jurken nog lang zelf moesten naaien en niet voor kleding bedoelde stoffen, zoals overtrekken (tijken) en theedoeken, gebruikten. Kunstenaars publiceerden hun ontwerpen steeds weer in de verschillende tijdschriften in de hoop dat ook de bescheiden coupeuse of de vrouw die zelf naait, ze zou kunnen gebruiken, geholpen door bijgevoegde eenvoudige knippatronen en aanbevelingen voor geschikte stoffen.

Popóva stierf in 1924, Alexandra Exter emigreerde in hetzelfde jaar en Varvàra Stepànova wendde zich tot andere gebieden van de kunst. Popova en Stepanova werkten dus maar net drie jaar in de ontwerpafdeling van de 'Eerste katoendrukfabriek' in Moskou aan ontwerpen voor dessins en kledingmodellen. Van hun ontwerpen is bijna niets overgebleven. De jurken waren met de hand genaaide unica, eigenlijk proto-types. Ze zijn nooit in serieproductie gegaan. De plaats van constructieingenieurs, die door de theoretici van de produktiekunst bedoeld was, hebben ze helemaal niet kunnen innemen, omdat de arbeidsdeling die daarvoor nodig was op dat moment nog niet bestond in de Sovjet-Unie.

Websites en bronnen:
. Bronnenbundels op www.cultuurnetwerk.nl
. Kostuumontwerpen van Liubov Popova & Varvara Stepanova (abstractekunst-wdka.blogspot.com)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 802.