kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 17-01-2010 voor het laatst bewerkt.

Verner Panton


Deense vormgever en architect, geboren 13 februari 1926 in Gamtofte, Denemarken - overleden 5 september 1998.

Verner Panton was Deen, maar maakte geen deel uit van de beroemde Scandinavische meubel-ontwerptraditie. Voor Scandinavische meubelen wordt gebruik gemaakt van (blond) gestoomd hout, een materiaal dat Panton schuwde. Verner Panton ontwierp innovatieve en futuristische meubelen in een uitgebreid gamma van materialen, vooral plastics, en in felle kleuren. De Panton-chair bijvoorbeeld is uit één stuk plastic gegoten, een opeenstapeling van bolle en holle vormen die zich om het lichaam lijken te plooien.

Panton wist in zijn werk op onnavolgbare wijze de geest van de jaren zestig te vangen. Om die reden is het nog steeds immens populair. Zijn bekendste ontwerpen zijn dan ook nog steeds in productie.

Met zijn plastic en glasvezel meubelen behoorde Verner Panton met onder meer Eero Saarinen en het echtpaar Charles en Ray Eames tot het zogenoemde organische tijdperk. In tegenstelling tot de meeste Europese vormgevers was Verner Panton evenals de Amerikanen Eames en Nelson een groot voorstander van industrieel design. Hij had een internationale praktijk op het gebied van interieur, meubilair, verlichting, stoffen, speelgoed, zilverwerk, klokken, karpetten, stoffen, gordijnen, horloges, accessoires en glas.

Stoelen waren niet het enige design waarmee hij naam maakte. Al in de jaren '60 ontwierp Panton verlichtingsapparatuur (de Panthella) in een tijdloze stijl en met de monochrome kleur wit als enige versiering. Panton was een van de eersten die meubelen en andere inrichtingsaccessoires in die destijds zeer modieuze kleur wit ontwierp. Daarnaast gebruikte hij staal en chroom, altijd egaal en zonder enige vorm van ornamentiek toegepast. Pantons credo was gelijk aan dat van de Ameirkaanse ontwerper en architect Louis Sullivan: 'Form follows function', elke vormuitspraak moet een gebruikstoepassing hebben. Zijn waardering voor soberheid deelde hij met zijn landgenoot Arne Jacobsen, de vormgever en architect met wie hij heeft samen gewerkt.

Biografie
Verner Panton werd in 1926 geboren in een dorpje op een Deens eiland. Panton heeft een opleiding genoten aan Odense Tekniske Skole (Technische School te Odense), Denemarken, en studeert in 1951 af in architectuur aan de Kongelige Danske Kunstakademie (Koninklijke Kunstacademie) in Kopenhagen. Na een ontmoeting met Pøul Henningsen kreeg hij interesse voor design. In zijn studietijd liep Verner Panton van 1950-'52 nog stage bij landgenoot Arne Jacobsen. Hier assisteerde hij bij de productie van de de driepotige Mier-stoel, prototype voor de latere vierpotige Vlinder-stoel. Hij volgde van 1953 tot 1955 nog studies in verschillende landen.

In 1955 begint hij zijn eigen architecten- en designbureau. Onder impuls van Arne Jacobsen ging hij voortdurend op zoek naar nieuwe materialen en toekomstgerichte technologieën en verwierf bekendheid met vernieuwende bouwkundige ideeën, zoals zijn opvouwbare (1955), kartonnen (1957) en plastic huis (1960). Panton ontwerpt ook talloze zitmeubels en lampen, textiel, tapijten en tentoonstellingsinrichtingen.

Alhoewel hij zeer beinvloed is door de organische vormen van Jacobsen en andere ontwerpers eind jaren '50 valt hij aanvankelijk op door zijn op geometrische vormen gebaseerde meubels van het pas door Percy von Hallin-Koch begonnen bedrijf 'Plus-linje'. In 1958 verbouwt hij voor baron Schilden Holsten herberg-restaurant Komigen Inn, in een bos op het Deense eiland Funen, waarvoor hij een geheel rood interieur en zijn beroemde Kegel-stoel ontwierp.

1958 Stoel 'Cone Chair' (Kegel-stoel)
Panton maakte zoals gezegd eerst reputatie als avant-garde ontwerper met meubels gebaseerd op geometrische vormen en sterke kleuren, zoals zijn 'Cone Chair' uit 1958. Deze stoel is van plaatstaal gebogen in de vorm van een ijshoorn en bekleed met kleurig textiel. De punt rust op een kruisvormig onderstel, wat hem draaibaar maakt. Het resultaat is een visuele verrassing die opmerkelijk licht oogt. Panton zal, zoals hij gewoon is, op het ontwerp variëren. Wie de Cone Chair van boven bekijkt, ziet een cirkel (van het kussen) in een vierkant (bescheven door de punten van het onderstel). Dit is het visuele motief dat overal in het werk van Panton is terug te vinden. Het is de grondslag voor een reeks tapijtontwerpen, maar ook het uitgangspunt voor de muurlampen die hij ontwerpt: kleurige tegels met een ronde uitstulping in het midden. - (Heart Cone Chair'
Panton zal, zoals hij gewoon is, op het ontwerp variëren. Zo ontstaat een versie in staaldraad en een 'verdubbeling', waarbij de rugleuning gespiegeld wordt met behoud van de grondvorm, zodat 'engelenvleugels' ontstaan.

Modular Chair
Motief, herhaling en variant. Of, zoals een affiche uit die tijd het evangelie verkondigt: '93 Varianten, 53 Farben, 4 Sitzhohen, 3 Polsterungen, 2 Ruckenhohen, 1 Designer.' Het betreft hier de Modular Chair (1958/'59), net als Mickey Mouse opgebouwd uit cirkels. Eén groot kussen als zitting, een kleiner als rugsteun, naar keuze een nog kleiner als hoofdsteun, en de kleinste twee als armleggers. Het geheel verbonden door een combinatie van vier verchroomde buizen.

In 1959 zette Panton op de beurs van Kobestaevnet de wereld letterlijk op zijn kop: tegen het plafond zat tapijt en meubilair en verlichting waren omgedraaid. Op de beurs van Keulen in 1960 bekleedt hij een plafond met zilverfolie. Ook in 1960 richt hij het Astoria-restaurant in Trondheim in met ongebruikelijke vormen en felle kleuren.

1959/'60 Kinderstoel 'Panton Junior'
1959/'60 Stoel 'Panton Chair Classic'


Panton stoel, 1959-60, voor Herman Miller

Panton Chair of de S chair
In 1955 ontwikkelde Panton samen met Thonet de triplex S-vormige cantileverstoel uit één stuk; enkele jaren later probeerde hij het ontwerp in plastic uit te voeren wat uiteindelijk zou leiden tot de revolutionaire stoel Panton (1959-1960), waarvan hij in 1962 de rechten verkocht aan Herman Miller.
Jarenlang experimenteerde hij met een ontwerp voor een pootloze stoel uit één stuk. Tal van technieken probeerde hij uit, maar de resultaten waren of te fragiel of te zwaar.
Met behulp van de mogelijkheden die de nieuwe materialen en fabricagetechnieken hem bood herneemt hij op het eind van de jaren '50 de idee van de ZigZag-stoel die voor de oorlog door Rietveld was bedacht. In navolging van Eames gebruikte hij polyester versterkt met glasvezel; de vorm lukte hem, maar het materiaal was kwetsbaar en de stoel geen lang leven beschoren.
Pas met de toepassing van Baydur, een nieuw door Bayer ontwikkeld plastic, was een reguliere productie gewaarborgd. Panton gebruikt de mal-techniek met het synthetisch materiaal ABS om een unieke gedrappeerde en vloeiende vorm te bekomen die uitnodigt om te zitten en te rusten. Deze befaamde 'panton stoel' werd om fabrieksmatige redenen echter pas in 1967 in productie genomen.

1960 Vloerkleed 'Geometri'
1960 Kussen
1960 Hanglamp 'Moon Lamp'
1963 Bijzettafel/container 'Bar Boy'

In 1962 verliet Panton Denemarken en verbleef hij korte tijd in Parijs, waarna hij in Cannes een ontwerpbureau opende.

Vitra en Verner Panton
Toen Verner Panton, met het model van een onconventionele kunststof stoel in zijn bagage, op een dag in 1962 in Bazel aankwam, om daar Willi Fehlbaum, licentiehouder van Herman Miller in Basel, oprichter van Vitra en vader van Rolf Fehlbaum, te ontmoeten, kon noch de designer noch de ondernemer vermoeden welke verstrekkende gevolgen deze ontmoeting al snel hebben zou. Voor de vormgever eindigde de lange zoektocht naar een fabrikant voor zijn extravagante stoel, die enkele jaren later onder de naam Panton Chair op de markt kwam en zich al snel tot een icoon van het design ontwikkelde.
Voor de geschiedenis van Vitra was de samenwerking met Verner Panton van cruciaal belang. De lancering van de Panton Chair – in die tijd een technisch en economisch waagstuk – markeert het begin van een zelfstandige ontwikkeling van de onderneming. Voor Vitra, tot dusver alleen als licentiehouder van Herman Miller bekend, deed zich de mogelijkheid voor de designmarkt te betreden met een eigen product. Het bedrijf had vooral door de productie van de kunststof meubelen van Charles en Ray Eames en van van George Nelson een technische knowhow in de verwerking van kunststof verworven, zonder welke de ontwikkeling van Pantons stoelsculptuur, die veel experts destijds voor onuitvoerbaar hielden, ondenkbaar geweest zou zijn.
Samen met Vitra ontwikkelt Panton zijn pas in 1967 gepresenteerde Panton-stoel. Sinds zijn introductie heeft de productie van de Panton Chair als gevolg van de evoluerende productietechnieken en materiaalontwikkelingen diverse fasen doorlopen. Eind de jaren negentig ontstond de laatste door Verner Panton geautoriseerde versie van de stoel nl. een stoel vervaardigd uit polypropyleen en volledig recycleerbaar. Met dit materiaal werd de droom van Panton werkelijkheid: een stoel van kunststof als betaalbaar industrieel product.

Na de legendarische Panton Chair, begon een lange samenwerking (met onderbrekingen) tussen Vitra en Verner Panton. Om die reden verhuisde Panton met zijn hele gezin naar Bazel en had daar tot aan zijn dood zijn voornaamste woonplaats. Panton opende een ontwerpbureau in Basel en bouwde een grote klantenkring op, die onder meer bestond uit A. Sommer, Kaufeld, Haiges, Schöner Wohnen, Nordlys, Kill, Wega Radio, Thonet en Knoll International.

Verner Pantons voorliefde voor intense kleuren en geometrische modellen komt tot uitdrukking in zijn omvangrijke werken als textieldesigner van 1969 tot 1985 voor Mira-x, waarbij hij ook weer gebruikmaakte van zijn kenmerkende felle kleuren. Pantons interieurontwerpen, die zijn bedoeld om vloeren, muren en plafonds plus meubels, lampen, textiel en wandpanelen van emaille resp. kunststof tot een even meesterlijke als onscheidbare ruimtelijke eenheid te versmelten, zijn legendarisch. De bekendste voorbeelden daarvan zijn het interieur van het gebouw van uitgeverij Der Spiegel in Hamburg (1969), het restaurant 'Varna' in Aarhus (1970) en de 'Visiona'-boten, psychedelische 'ruimtelandschappen' voor Bayer ter gelegenheid van de Keulse meubelbeurzen 'Visiona O'- (1968) en 'Visiona II'-tentoonstelling (1970), waarbij hij fantastische plastische vormen combineerde met pure kleuren.

1969 Meubelsculptuur 'Living Tower'
In de jaren zeventig ontstonden naast de stoel andere producten zoals bijvoorbeeld de Living Tower. Een uit twee delen bestaand vrijstaand vierkant (van 2 x 2 meter) met een grillige uitgespaarde vorm. In alle holten en op alle uitsteeksels kan gezeten of gelegen worden, in elke stand, door wel vier mensen tegelijk, zoals de ontwerper demonstreerde op een fotomontage. De Leeftoren is een huis binnen het huis, een baarmoederlijke woning, een en al warmte en geborgenheid.
Van de Living Tower naar het Phantasy Landscape (1970) is niet meer dan een stap. In dit huiselijk landschap is de traditionele scheiding tussen vloer, muren en plafond opgeheven. Alles is bekleed, alles stulpt en golft van alle kanten; overal kun je liggen, zitten of leunen; alles is zacht en warm. Het huis is stoel geworden - en bank, en bed. - (1970 Fauteuil 'Amoebe Highback'
1970 Fauteuil 'Amoebe'

Panton ontwierp een serie stoelen voor Fritz Hansen en voor Lüber een opbergsysteem en staande en bureaulampen met verchroomde draadconstructies geïnspireerd op Op Art en gebaseerd op zijn eerdere 'draad- meubilair' (1959-1960).

In 1973 ontwierp hij voor Fritz Hansen het 3-2-3- zitmeubilair, dat bestond uit twintig verschillende modellen.

In 1975 ontwierp hij het kleurrijke 'blokspeelgoed' Pantonaef voor Naef in Zwitserland.

Louis Poulsen produceerde door Panton ontworpen verlichting, waaronder de bolvormige lampen VP-GIobe en Panto (1975).

In 1984 wordt hij professor voor Industrieel Design op de Hochschule für Gestaltung te Offenbach in Duitsland.

Vanaf 1980 schiep hij de verlichtingslijn Pan-top, een aantal staande lampen voor de huiskamer. Dit ontwerp, dat met de heksenhoedenvorm nogal oubollig aandeed, markeert de teruggang in zijn designkunst. Panton was toen al afgestapt van zijn opvattingen dat een ontwerp eenheid in vorm, verschijning en kleur moest hebben.

In 1981 ontwierp Panton zijn Art Chairs-Chair Art, een serie van zestien triplexstoelen uit één stuk, met ongebruikelijke amorfe vormen.

Voor een nieuwe serie (1985) experimenteerde hij met zuiver geometrische vormen - kubussen, bollen en kegels.

Verner Panton is gestorven op 5 september 1998 te Kopenhagen, Denemarken.

1999 Stoel 'Panton chair'
Het respecteert voor het erfgoed van Verner Panton manifesteert zich niet alleen in tentoonstellingen die wereldwijd georganiseerd worden over zijn werk, de uitgave van boeken en collectievorming van zijn werk door het Vitra Design Museum, maar ook in een lange reeks heruitgaven van belangrijke Panton-ontwerpen, die Vitra in de afgelopen jaren op de markt gebracht heeft. Het voorlopige slot hiervan is de Panton Junior, de kinderversie van de Panton Chair, waarmee een plan uit de jaren 70 tussen de designer en de fabrikant werd gerealiseerd

Websites:
. begrip 'poot überhaupt niet van toepassing lijkt te zijn op deze organische vorm, waar rug, zitting en poten in één beweging in elkaar overlopen.

De Deense architect/ontwerper Verner Panton (1926-1998) was een van de eerste Scandinavische ontwerpers die werkte met materialen als plastic, schuimrubber en synthetische stoffen, vaak in felle kleuren. Dit betekende een radicale breuk met de ingetogen functionalistische ontwerpen die voortkwamen uit de Scandinavische meubeltraditie. Hoewel hij in zijn jonge jaren direct beïnvloed werd door landgenoten Poul Henningsen en Arne Jacobsen, in wiens ontwerpbureau hij enige jaren in dienst was, keek hij voor zijn eigen oeuvre meer naar Amerika, waar ontwerpers experimenteerden met nieuwe materiaalsoorten en productietechnieken.

Panton had het vermogen om met één eenvoudige lijn een stoel neer te zetten met een weelderige elegantie. Deze eigenschap heeft ervoor gezorgd dat critici zijn ontwerpen zowel roemen om hun eenvoud als om hun comfort en warme uitstraling. Het voorbeeld bij uitstek hiervan is de stoel die zó bekend is, dat hij simpelweg naar zijn ontwerper is vernoemd: de Panton stoel. De Panton stoel is de eerste kunststof stoel uit een stuk die ooit ontworpen is. Directe inspiratiebronnen voor de stoel lijken de achterpootloze stoel van Heinz en Bodo Rasch van 1927 en de Zig-zag stoel van Gerrit Rietveld van 1932. Als we de schetstekeningen van de Zig-zag stoel en de Panton stoel vergelijken, lijkt er een zelfde gedachtegang gevolgd te zijn; beide ontwerpers hadden de bedoeling om een stoel uit één stuk te ontwerpen. Dit kan verklaren waarom de stoelen, ondanks hun verschillende verschijningsvorm, toch verwant lijken te zijn. Panton zelf heeft overigens altijd ontkend door de stoel van Rietveld beïnvloed te zijn en beweerde niet bekend te zijn geweest met de Zig-zag stoel op het moment dat hij de Panton stoel ontwierp, ergens tussen 1957 en 1960.

Nadat het eerste prototype was gerealiseerd gingen er zes jaar voorbij. In de tussenliggende jaren trachtte Panton zijn ontwerp bij verschillende fabrikanten gerealiseerd te krijgen. Uiteindelijk was het Willy Fehlbaum, producent onder licentie van Herman Miller, die het aandurfde om de stoel in productie te nemen. Het productiemodel van glasvezel-versterkt polyester dat hieruit voortkwam was oersterk. Daarnaast waren de details heel verfijnd doordat de eigenschappen van het materiaal tot het uiterste werden benut. Produktietechnisch gezien was het polyester model echter een ramp: nadat de stoel uit de mal werd gehaald, moesten er een flink aantal manuren besteed worden aan het schuren van de binnenkant. En zelfs na deze intensieve bewerking was een gladde afwerking vrijwel onmogelijk. In de daaropvolgende jaren gingen de producenten naarstig op zoek naar andere materialen voor de productie van de Panton stoel waaronder Polyurethaan Hardschuim (dat helaas nog steeds relatief arbeidsintensief was) en Thermoplastic Polystyrol. Dit materiaal kon door een nieuw procédé verwerkt worden, het zogenaamde spuitgieten. Het materiaal bleek echter niet duurzaam: de stoelen bezweken na verloop van tijd door gebruiksslijtage en ouderdom. Dit schaadde de reputatie van de stoel aanzienlijk en voor een paar jaar stond de productie van de stoel nagenoeg stil.

Sinds de jaren negentig wordt de Panton stoel vervaardigd van Polypropyleen. Qua uiterlijk lijkt de stoel nog het meest op de Polystyrol variant uit 1971-1979. Polypropyleen is echter een slapper en zachter materiaal, waardoor de details veel minder fijn vormgegeven konden worden. Daarnaast heeft de hoogglans van de vorige modellen plaats moeten maken voor een mat korrelig oppervlak. Dit heeft te maken met de materiaaleigenschappen van Polypropyleen, dat door zijn zachtheid zeer krasgevoelig is. De stoel is door het nieuwe produktieproces echter veel makkelijker te produceren en stukken lichter, waardoor hij een stuk goedkoper is. De Panton stoel is na al die jaren eindelijk een massaproduct geworden.

Documentatie: M. Lamarová·, Design and Plastics, Umìleckoprùmyslové Muzeum, Praha, 1972, p.73; Ch. & P. Fiell, 1000 Chairs, Taschen, Köln, 2000, p. 425; A. von Vegesack & M. Remmele, Verner Panton, Vitra Design Museum, Weil am Rhein, 2000, p. 74-99, 245; L. Dosi Delfini, The Furniture Collection of the Stedelijk Museum Amsterdam, NAi Publishers, Rotterdam 2004, p. 287
Collectie : Stoelencollectie faculteit Bouwkunde TU Delft
Ontwerper: Verner Panton
Vervaardiger: Herman Miller, Zeeland (Michigan), 1968-1971, 1973-1975; Vitra, Basel, 1968-1979; Horn GmbH & Co. KG, Rudersberg, 1983-1990; Vitra, Weil am Rhein, 1990-heden
Productieduur: onbekend
Datering van het voorwerp:
Datering van het ontwerp: ontwerp 1957-1960, object 1983 post quam


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 4.